Afwikkeling van niet-fiscale bezwaren:
onderzoeksrapport

Opvolgingsonderzoek

Stand van zaken per aanbeveling

De rekenkamer deed in haar onderzoek naar de afwikkeling van niet-fiscale bezwaren zes aanbevelingen. We zijn nagegaan op welke wijze het college uitvoering heeft gegeven aan de aanbevelingen.

Per aanbeveling geven we aan of de aanbeveling niet, gedeeltelijk of volledig is uitgevoerd of dat het college nog bezig is met de uitvoering van de aanbevelingen.

Vervolgens zetten we onze bevindingen uiteen waarop de conclusie is gebaseerd. De oorspronkelijke aanbeveling is voorzien van een toelichting en in een kader is de reactie van het college opgenomen.

Aanbeveling 1a

Maak een keuze over de mate waarin bezwaren informeel zullen worden afgehandeld en draag deze keuze uit via de gemeentelijke informatiekanalen, waaronder de website, advertenties in huis-aan-huisbladen en via de bezwaarclausule in de primaire besluiten.

Toelichting
Uit het onderzoek in 2014 bleek dat het college zich niet uitsprak over welke wijze van afhandeling van bezwaren het voorstond. De afdeling Juridische Zaken hanteerde niet structureel de informele methode, maar zocht wel bij de Reactie collegeafhandeling van bezwaren – al dan niet samen met betrokkenen – naar alternatieve oplossingen.

Reactie college

Het college onderkende dat het toepassen van de informele methode een keuze is die kan leiden tot een doelmatigere afhandeling van bezwaarschriften met behoud van rechtmatigheid. Het wees er op dat er in 2014 een pilot werd gestart bij de afdeling Juridische Zaken om deze methode toe te passen bij de afhandeling van bezwaren in het sociale domein. In 2015 zouden de uitkomsten worden geëvalueerd en zou worden bekeken of de informele methode ook kon worden toegepast op andere terreinen.

Stand van zaken mei 2018
In het coalitieakkoord 2014-2018 is opgenomen dat de relatie tussen burger en bestuur minder moet juridiseren en moet normaliseren. Als uitwerking daarvan beperkt de gemeente het aantal juridische procedures dat ze zelf start.

Het uitgangspunt is dat de informele methode bij alle ingediende bezwaren wordt toegepast. Een medewerker van de afdeling Juridische Zaken legt in alle gevallen telefonisch contact met de bezwaarmaker om in ieder geval de procedure uit te leggen. Vaak komt dan in een eerste gesprek al de inhoud aan de orde. Alleen bij zaken, waarbij wordt vermoed dat criminaliteit een rol speelt, wordt geen gebruik gemaakt van de informele methode. Dan wordt ook gebeld, maar wordt door de medewerker naar een hoorzitting toegewerkt.

Op uitnodiging van Juridische Zaken kan met de bezwaarmaker een gesprek worden georganiseerd (informeel overleg), waarbij – naast iemand van de vakafdeling – twee onafhankelijke gespreksbegeleiders aanwezig zijn. De gespreksbegeleiders maken deel uit van de interne gemeentelijke mediatorpool. De gespreksbegeleiders worden zo veel mogelijk ingezet op terreinen buiten hun eigenlijke kennisveld (bv. iemand van Ruimtelijke Ontwikkeling bij Sociale Zaken).

Verder zijn er enige bezwaarzaken afgerond met een vaststellingsovereenkomst, vooral bij het omgevingsrecht. Een vaststellingsovereenkomst is te zien als de formele, schriftelijke beëindiging van mediation, als een van de partijen daarom vraagt. Het wordt voornamelijk toegepast in minder complexe zaken, waarbij maar een of enkele partijen betrokken zijn. In complexere zaken vindt meestal een hoorzitting plaats.

Alle bezwaren kunnen elektronisch worden ingediend. Op de website van de gemeente wordt de procedure toegelicht. Aangegeven wordt dat het verstandig is – wanneer men het niet eens is met een besluit van de gemeente – om eerst contact op te nemen met degene die het besluit heeft voorbereid. Verder wordt aangegeven dat er na de indiening van een bezwaar contact wordt opgenomen door de afdeling Juridische Zaken. In het gesprek wordt er dan al naar een oplossing gezocht, die het bezwaar wegneemt. Dit wordt informeel overleg genoemd.

In de bezwaarclausule bij een besluit is de volgende tekst opgenomen:

"Wij willen bezwaren tegen besluiten graag op informele wijze behandelen. Als uw bezwaar in aanmerking komt voor deze informele behandeling nemen wij op korte termijn telefonisch contact met u op. In verband hiermee verzoeken wij u om in uw bezwaarschrift ook uw telefoonnummer te vermelden waarop u overdag te bereiken bent."

De rekenkamer heeft de gemeente Zaanstad gevraagd om een opgave van het aantal afgehandelde bezwaren in de afgelopen jaren. Als we de verdeling van de afgehandelde bezwaren naar de wijze van afhandeling vergelijken met die van 2011 en 2012 dan valt het volgende op. In 2011 en 2012 werd ongeveer 1 op de 5 bezwaren ingetrokken. Omdat bij een nieuw primair besluit ook in de regel het bezwaar wordt ingetrokken, werd toen ongeveer 25% van de bezwaren ingetrokken. In de afgelopen jaren was het percentage ingetrokken of via een nieuw primair besluit afgehandelde bezwaren respectievelijk 46%, 35% en 35%. Het aantal ingetrokken bezwaren is dus relatief toegenomen. Dat kan mede het gevolg zijn van het meer systematisch toepassen van de informele methode.

Volgens een mededeling van de afdeling Juridische Zaken werd in 2012 62% van de bezwaren afgehandeld door middel van een ambtelijke hoorzitting. Volgens de opgave van de gemeente Zaanstad aan de rekenkamer werd in 2015 27%, in 2016 31% en in 2017 28% van de bezwaren afgehandeld door middel van een hoorzitting. Het aantal bezwaren dat afgehandeld wordt door middel van een hoorzitting lijkt dus behoorlijk te zijn verminderd. Ook dat kan het gevolg zijn van het meer systematisch toepassen van de informele methode.

Aanbeveling 1b

Stel een jaarverslag ‘bezwaren en beroepen’ beschikbaar aan de raad en voorzie dit van informatie over de uitkomsten van de procedures, mogelijke patronen en knelpunten en context hoe de resultaten bereikt zijn.

Toelichting
In 2014 ontbrak informatievoorziening over de afhandeling van bezwaren aan de gemeenteraad. Door middel van een jaarverslag 'bezwaren en beroepen ' kan de gemeenteraad Reactie collegeen het brede publiek geïnformeerd worden over de resultaten van de afhandeling van bezwaren.

Reactie college

Het college nam de aanbeveling over in die zin dat de informatie over de afhandeling van bezwaren en beroepen jaarlijks zou worden opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering van de jaarrekening. Dit zou voor het eerst gebeuren bij de jaarrekening van 2013.

Stand van zaken mei 2018
Sinds 2013 wordt er door de gemeente in de paragraaf Bedrijfsvoering van de jaarrekening informatie opgenomen over het aantal bezwaren en beroepen. Er worden totalen weergegeven van de ingediende bezwaren en van de afgehandelde bezwaren en beroepen. Ook is er informatie over de ontwikkeling van de top vier van de afgehandelde bezwaren en beroepen. De informatie wordt kort toegelicht.

Aanbeveling 2

Wikkel bezwaren met behulp van de informele methode doelgericht en bewust, systematisch en procesmatig af, wees gericht op willen leren en leg gesprekken en afspraken met de bezwaarmaker vast.

Toelichting
De werkwijze van de afdeling Juridische Zaken en de taakverdeling tussen de afdeling en de vakafdelingen was op het punt van informeel contact met de bezwaarmaker niet gestandaardiseerd. De wijze van afhandeling van bezwaren inclusief de beslissing of contact wordt opgenomen met de bezwaarmaker werd overgelaten aan de individuele ambtenaren van de afdeling Juridische Zaken, al dan niet in samenspraak met de vakafdelingen. Dit betekende dat elke behandelend ambtenaar op basis van zijn eigen inschatting bepaalde of het opportuun was om contact op te nemen met de bezwaarmaker. Dit is in strijd met het uitgangspunt van de informele methode, waarbij een ambtenaar altijd snel belt met de bezwaarmaker, behalve als er zwaarwegende argumenten zijn om dit niet te doen.

Ook beoordeelde de rekenkamer de manier van werken als onvoldoende systematisch. Het geautomatiseerde systeem (Verseon) dwong de ambtenaar wel om een aantal stappen te doorlopen, waaronder het plannen van een hoorzitting en het afsluiten van de bezwaarafhandeling met een beslissing op bezwaar of een eindbrief. De tussenliggende stappen waren echter niet gestandaardiseerd en beschreven en hingen af van de inschatting van de individuele juristen van de afdeling JZ en de vakafdelingen.

Uit het onderzoek bleek dat informele gesprekken en afspraken met de Reactie collegebezwaarmaker vaak niet werden vastgelegd in het dossier en de beslissing op bezwaar.

Reactie college

Het college nam de aanbeveling over en verwees verder naar zijn reactie op aanbeveling 1a.

Stand van zaken mei 2018
De werkwijze van de afdeling Juridische Zaken is in die zin gestandaardiseerd dat het werken volgens de informele methode het uitgangspunt is. Juridische zaken neemt in alle gevallen contact op met de bezwaarmaker; het is niet langer zo dat de individuele ambtenaar op grond van een eigen inschatting bepaalt of het opportuun is contact op te nemen met een bezwaarmaker. Een procesbeschrijving is er niet.

Het proces van de afhandeling van bezwaren is verder sinds 2015 vastgelegd door het digitale zaaksysteem Mozard. Hierin worden 5 stappen beschreven, die in het proces moeten worden doorlopen en worden gesprekken en afspraken vastgelegd. De derde stap betreft het contact met de bezwaarmaker. Hierin wordt het gesprek met de bezwaarmaker vastgelegd, aangegeven of, en hoe, het bezwaar door middel van informeel overleg is opgeheven, dan wel een hoorzitting nodig is. Het zaaksysteem is op te vatten als een voortgangssysteem, waardoor er wel is bepaald dat er iets moet gebeuren (contact met de bezwaarmaker), maar niet wat.

Aanbeveling 3

Investeer in de informele methode door training van personeel, zorg dat de methode ook wordt toegepast en gun de methode tijd om zich te bewijzen.

Toelichting
Hoewel twee ambtenaren van de afdeling Juridische zaken gecertificeerd mediator waren en een aantal andere ambtenaren van de afdeling een training mediationvaardigheden hadden gevolgd, bleek dat de training nog niet standaard en verplicht was voor alle ambtenaren die betrokken waren bij het informeel afhandelen van bezwaren. Het opdoen van ervaring met de informeleReactie college methode werd nog niet gestimuleerd en het was een vrijwillige keuze van de ambtenaar om deze methode toe te passen.

Reactie college

Het college onderschreef deze aanbeveling en wees er op dat het de aanbeveling al toepaste. De juristen van de afdeling Juridische zaken hadden in 2014 een tweedaagse training gevolgd.

Stand van zaken mei 2018
Zowel de juristen van de afdeling Juridische Zaken als de juristen van de vakafdelingen hebben allemaal een driedaagse training toepassing mediationvaardigheden gevolgd. De juristen van Juridische Zaken hebben bovendien een jaarlijkse terugkomdag mediationvaardigheden.

Er bestaat sinds 3 jaar een interne gemeentelijke mediatorpool van 11 mensen. Zij zijn afkomstig vanuit diverse afdelingen van de gemeente en hebben vrijwillig een mediationopleiding gevolgd aan een door de Mediationfederatie Nederland erkend instituut. Ze hoeven geen juridische achtergrond te hebben. Ze worden onder meer ingezet als gespreksbegeleider bij informeel overleg met bezwaarmakers. Ze doen dit werk naast hun gewone werkzaamheden.

Aanbeveling 4

Zorg dat een andere ambtenaar dan die bij het oorspronkelijke besluit betrokken was het eerste contact legt met een bezwaarmaker om op die wijze een onbevangen gesprek te creëren.

Toelichting
Bij het onderzoek in 2014 bleek dat het eerste contact in omgevingszaken soms ook werd gelegd door de ambtenaar van de vakafdeling die betrokken was bij het oorspronkelijke besluit. De ambtelijke organisatie realiseerde zich onvoldoende dat de informele methode minimaal twee contactmomenten kent, waarbij het eerste vooral benut kan worden om te informeren naar de achtergrond van het bezwaar of afspraken te maken over de verdere behandeling. Het Reactie collegebezwaar hoeft dan nog niet informeel opgelost te worden; dat kan ook bij het tweede contact gebeuren.

Reactie college

Het college onderschreef ook deze aanbeveling en paste deze naar zijn opvatting al toe. Volgens het college legde een jurist van Juridische Zaken het eerste contact met de bezwaarmaker.

Stand van zaken mei 2018
De standaard werkwijze is dat een binnengekomen bezwaarschrift wordt toegewezen aan een jurist van de afdeling Juridische zaken, die het eerste contact legt met de bezwaarmaker.

Een tweede contact kan bestaan uit een informeel overleg, dat op uitnodiging van de afdeling Juridische Zaken wordt gehouden met de bezwaarmaker, de vakafdeling en gespreksbegeleiders uit de interne gemeentelijke mediationpool.

Aanbeveling 5

Beschouw een bezwaar enkel als ingetrokken, wanneer de bezwaarmaker hier – per email of per post – mee akkoord is gegaan.

Toelichting
In 2014 beschouwde de afdeling Juridische Zaken geregeld een bezwaar als ingetrokken, wanneer de afdeling ervan overtuigd was dat aan het bezwaar tegemoet was gekomen, maar zonder dat dit door deReactie college bezwaarmaker was bevestigd. Een burger kan dan echter wel degelijk nog nadeel ondervinden.

Reactie college

Het college nam deze aanbeveling over. De procesbeschrijving zou worden aangepast in die zin dat een bezwaarzaak alleen kan worden afgesloten als de bezwaarmaker schriftelijk heeft ingestemd met de intrekking van zijn bezwaar.

Stand van zaken mei 2018
Als een (telefonisch) gesprek leidt tot intrekking van een bezwaar, dient de jurist altijd expliciet aan de bezwaarmaker te vragen of hij het bezwaarschrift wil intrekken. Ook kan hij de bezwaarmaker nog bedenktijd geven. Als een bezwaarmaker een bezwaar (telefonisch) intrekt, dan volgt niet een standaard procedure. Het kan zijn dat de bezwaarmaker zelf een mail stuurt, waarin hij zijn intrekking bevestigt. Ook kan de medewerker van Juridische Zaken een mail sturen, maar dat is niet standaard. Wel heeft de medewerker de opdracht om een zaak goed af te sluiten. Als na verloop van tijd niets meer van de bezwaarmaker wordt vernomen dan neemt de medewerker opnieuw contact op. Maar de medewerker kan dus naar bevind van zaken telefonisch of schriftelijk het bezwaar afhandelen. Dat is afhankelijk van hoe een gesprek is gelopen en wat daarin aan de orde is gekomen.

Er is niet vastgelegd in een procesbeschrijving dat een bezwaarzaak alleen kan worden afgesloten als de bezwaarmaker schriftelijk heeft ingestemd met de intrekking van zijn bezwaar.

Aanbeveling 6

Richt de organisatie zo in dat onrechtmatigheden snel worden gesignaleerd en voor zover mogelijk worden hersteld en in de toekomst worden voorkomen.

Toelichting
Bij ongeveer 30% van de afgehandelde bezwaren werd in 2014 de wettelijke termijn van 12 weken overschreden, waar binnen het college moet beslissen op het bezwaar. Bij de helft van de onderzochte Reactie collegetelefonische hoorzittingen was het onduidelijk of de bezwaarmaker had ingestemd met het telefonisch horen.

Reactie college

Het college nam deze aanbeveling over. De procesbeschrijving zou worden aangepast zodat telefonisch horen alleen kan plaatsvinden als de bezwaarmaker daarmee schriftelijk heeft ingestemd. Het verkorten van de beslistermijnen zou een belangrijk onderdeel zijn van de pilot 'informeel afhandelen van bezwaren'.

Stand van zaken mei 2018
Volgens een opgave die de rekenkamer kreeg van de gemeente Zaanstad, is in 2015 - vanaf mei - bij 10 % van de afgehandelde bezwaren de wettelijke termijn overschreden, in 2016 bij 25 % van de afgehandelde bezwaren en in 2017 bij 24 % van de afgehandelde bezwaren.

Er is sprake van een kleine daling van het aantal afgehandelde bezwaren waarbij de wettelijke termijn wordt overschreden waarbinnen het college moet beslissen op bezwaar ten opzichte van de jaren daarvoor.

Volgens de gemeente is er een aantal oorzaken voor de overschrijding van de termijnen. Bij de toepassing van de informele methode ligt de focus op het oplossen van het geschil. Daarbij worden de wettelijke mogelijkheden van verdaging en opschorting door de behandelend jurist soms bewust (om het proces van informele geschilbeslechting niet te verstoren) en soms onbewust niet toegepast waar dit wel had gekund. Daarnaast betreft het complexe, tijdrovende zaken in het omgevingsrecht waarin veel belangen een rol spelen en het college tijd nodig heeft om tot een besluit te komen waarin een kwalitatief goede belangenafweging is gemaakt.

Er is niet in een procesbeschrijving vastgelegd dat de bezwaarmaker een schriftelijke instemming moet geven met telefonisch horen. Wel wordt in de informele telefoongesprekken die de juristen met bezwaarmakers voeren, het besluit door de jurist toegelicht en het bezwaarschrift besproken. Ook wordt altijd ter afsluiting van het telefoongesprek door de jurist gevraagd aan de bezwaarmaker of hij/zij nog prijs stelt op een hoorzitting. Vaak geeft de bezwaarmaker aan dat dat niet meer nodig is omdat alles voldoende aan bod is gekomen. In de beslissing op bezwaar wordt dit dan vermeld.

Onderzoeksverantwoording

Colofon

 Rekenkamer Zaanstad
dr. J. A. (Jan) de Ridderdirecteur
drs. J. H. G. (John) van Leukenprojectleider/onderzoeker

Aanleiding en onderzoeksvragen

De Rekenkamer Zaanstad publiceerde in oktober 2014 de definitieve versie van het rapport Afwikkeling van niet-fiscale bezwaren. Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek naar de afhandeling van niet-fiscale bezwaren, in het bijzonder naar het gebruik van de informele methode daarbij en naar de rechtmatigheid van de afhandeling. De belangrijkste conclusies van het onderzoek waren dat de afdeling Juridische Zaken met souplesse en oplossingsgericht werkte. Maar het kon klantvriendelijker. De zogenaamde informele methode – waarbij een ambtenaar de bezwaarmaker snel na ontvangst van het bezwaar opbelt om te vragen wat er speelt en samen bepaalt wat de beste methode is om het geschil op te lossen – werd nog niet structureel toegepast, maar alleen na een besluit daartoe van een individuele ambtenaar.

Op grond van het onderzoek deed de rekenkamer zes aanbevelingen om de afhandeling van niet-fiscale bezwaren te verbeteren:

  1. a Maak een keuze over de mate waarin bezwaren informeel zullen worden afgehandeld en draag deze keuze uit via de gemeentelijke informatiekanalen, waaronder de website, advertenties in huis-aan-huisbladen en via de bezwaarclausule in de primaire besluiten.
  2. b Stel een jaarverslag ‘bezwaren en beroepen’ beschikbaar aan de raad en voorzie dit van informatie over de uitkomsten van de procedures, mogelijke patronen en knelpunten en context hoe de resultaten bereikt zijn.
  3. Wikkel bezwaren met behulp van de informele methode doelgericht en bewust, systematisch en procesmatig af, wees gericht op willen leren en leg gesprekken en afspraken met de bezwaarmaker vast.
  4. Investeer in de informele methode door training van personeel, zorg dat de methode ook wordt toegepast en gun de methode tijd om zich te bewijzen.
  5. Zorg dat een andere ambtenaar dan die bij het oorspronkelijke besluit betrokken was het eerste contact legt met een bezwaarmaker om op die wijze een onbevangen gesprek te creëren.
  6. Beschouw een bezwaar enkel als ingetrokken, wanneer de bezwaarmaker hier – per email of per post – mee akkoord is gegaan.
  7. Richt de organisatie zo in dat onrechtmatigheden snel worden gesignaleerd en voor zover mogelijk worden hersteld en in de toekomst worden voorkomen.

De aanbevelingen zijn door het college grotendeels overgenomen.

Met dit opvolgingsonderzoek willen wij de gemeenteraad informeren over de wijze waarop het college met deze aanbevelingen aan de slag is gegaan. In dit opvolgingsonderzoek staat de volgende vraag centraal:

In welke mate is uitvoering gegeven aan de aanbevelingen van de rekenkamer?

Relevante ontwikkelingen na publicatie rapport

Na de publicatie van het rekenkamerrapport kunnen er ontwikkelingen optreden die een belangrijke invloed hebben op de afwikkeling van niet-fiscale bezwaren. Hiertoe behoort ook de gedachtewisseling en behandeling van het rapport in de gemeenteraad.

In dit hoofdstuk komen ontwikkelingen na de publicatie van het rapport aan de orde en de manier waarop de gemeente hiermee is omgegaan.

Behandeling rapport door de gemeenteraad

Het Zaans Beraad behandelde het rapport op 11 september 2014. De gemeenteraad heeft het rapport niet afzonderlijk behandeld.

Tijdens de behandeling in het Zaans Beraad op 11 september 2014 zijn vragen gesteld over het aantal gerapporteerde niet-fiscale bezwaren per 1.000 inwoners in Zaanstad, in vergelijking tot de landelijke benchmark. De portefeuillehouder twijfelde aan de juistheid van de gerapporteerde gegevens. De rekenkamer bleek de gegevens verkeerd te hebben geïnterpreteerd en heeft daarna alle kwantitatieve informatie in het rapport opnieuw nagelopen. Op grond hiervan stelde de rekenkamer een herziene, definitieve versie van het rapport op, dat ze in oktober 2014 publiceerde.

Tijdens de behandeling in het Zaans Beraad is ook gediscussieerd over de wijze waarop het college aanbeveling 1b over de informatieverstrekking wilde uitvoeren. Het college wilde de informatie opnemen in de paragraaf Bedrijfsvoering van de jaarrekening, terwijl de rekenkamer een apart jaarverslag over ingediende en afgehandelde bezwaren voorstond. Deze aanbeveling was al eerder in de gemeenteraad aan de orde geweest, namelijk op 3 juli 2014 bij de behandeling van de Kaderbrief 2015-2018. Democratisch Zaanstad en de Partij voor Ouderen en Veiligheid dienden toen een motie in om tot actieve informatieverstrekking aan de raad te komen conform de aanbeveling in het rekenkamerrapport. De motie werd verworpen.

In het Zaans Beraad op 11 september 2014 deed de portefeuillehouder de toezegging aan de gemeenteraad dat zij met het college zou overleggen of er een apart jaarverslag zou komen. Op 4 november 2014 heeft de portefeuillehouder in een brief aan de gemeenteraad gemeld dat er geen apart jaarverslag zou komen, omdat dit een afwijking zou betekenen van het beleid alle verslagen in een jaarrapportage te vatten. De gemeenteraad heeft de brief voor kennisgeving aangenomen.

Andere relevante ontwikkelingen

Drie decentralisaties
In januari 2015, kort na de publicatie van het vorige onderzoek, werden de zogenaamde drie decentralisaties van kracht. Het gaat om de overheveling naar de gemeenten van delen van de AWBZ naar de WMO en om de invoering van de Jeugdwet en de Participatiewet. Dit betreft een flinke uitbreiding van de taken van gemeenten, die rechtstreeks gevolgen kan hebben voor burgers en hun voorzieningen. Niet onvoorstelbaar is dat deze ontwikkeling – zeker in de aanloopperiode – tot meer bezwaren van burgers heeft geleid. Wij gaan hierop in het onderstaande in bij de bespreking over de gegevens van het aantal ingediende bezwaren in de afgelopen jaren.

Ontwikkeling aantal bezwaren 2014-2017
Volgens een opgave, die de rekenkamer heeft ontvangen van de gemeente Zaanstad, ontwikkelde het aantal afgehandelde bezwaren zich in 2015, 2016 en 2017 als volgt.

Tabel 1 – Afgehandelde niet-fiscale bezwaren in 2015, 2016 en 2017
 2015 2016 2017 
Soort afrondingAbsoluut%Absoluut%Absoluut%
Niet-ontvankelijk319%959%798%
Ingetrokken12638%28729%31232%
Gegrond237%13714%15115%
Ongegrond12137%41942%40541%
Nieuw primair besluit268%606%323%
Rest10%61%30%
Totaal328100%1.004100%982100%

De hierboven genoemde totalen wijken af van de eerder in de jaarverslagen gepresenteerde aantallen . Volgens de gemeente zijn de gegevens in de tabel de juiste.

De gegevens voor 2015 omvatten alleen die bezwaren, die vanaf 1 mei 2015 geregistreerd waren in het volgsysteem.

De rekenkamer constateert dat het totaal aantal afgehandelde bezwaren in 2016 en 2017 niet hoger ligt dan het aantal afgehandelde bezwaren in 2011 en 2012. Dit was toen 1.116, respectievelijk 1.038. Het lijkt er dus op dat het aantal afgehandelde bezwaren niet groter is geworden na de invoering van de drie decentralisaties.

Werkwijze

Opvolging aanbevelingen
Met de aanbevelingen wil de rekenkamer bijdragen aan het verbeteren van de afwikkeling van niet-fiscale bezwaren. In dit opvolgingsonderzoek wordt onderzocht:

  • de mate waarin de aanbevelingen door het college van burgemeester en wethouders zijn overgenomen;
  • de mate waarin de afwikkeling van niet-fiscale bezwaren is gewijzigd in lijn met de aanbevelingen.

Het oordeel over de mate waarin uitvoering is gegeven aan de aanbevelingen hebben we gebaseerd op:

  • de ambtelijke schriftelijke reactie op de vraag van de rekenkamer naar de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de aanbevelingen in het rapport;
  • de relevante documenten die zijn verschenen na publicatie van het oorspronkelijke rapport, waaruit volgens de ambtelijke organisatie blijkt op welke wijze de aanbevelingen ter hand zijn genomen;
  • een toelichtend gesprek met het hoofd Juridische Zaken.

Methode
De rekenkamer wil graag weten tot welke gedachtewisseling en behandeling het rekenkamerrapport in de gemeenteraad heeft geleid. Hiertoe onderzochten wij de volgende aspecten:

  • de wijze waarop het rapport is geagendeerd in het Zaans Beraad en de gemeenteraad;
  • de mate waarin de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer inhoudelijk zijn besproken in het Zaans Beraad en de gemeenteraad;
  • de mate waarin de aanbevelingen van de rekenkamer hebben geleid tot besluiten van de gemeenteraad.


Voor dit deel van het onderzoek analyseren wij de verslagen van vergaderingen van het Zaans Beraad en de gemeenteraad, waarin ons onderzoek naar de afwikkeling van niet-fiscale bezwaren aan de orde is geweest

Na de publicatie van het rekenkamerrapport kunnen er een aantal ontwikkelingen zijn geweest die een belangrijke invloed hebben gehad op de afwikkeling van niet-fiscale bezwaren. Deze ontwikkelingen zijn door ons geïnventariseerd en beschreven in paragraaf 10.2.

De rekenkamer heeft in haar onderzoek naar de afwikkeling van niet-fiscale bezwaren in totaal zes aanbevelingen gedaan.

Per aanbeveling beschrijven wij de stand van zaken.

Na iedere aanbeveling volgt een toelichting op basis van de conclusies uit het onderzoek van 2014. Daarna vatten we de reactie van het college van burgemeester en wethouders (college) samen. Bij de ‘stand van zaken mei 2018’ zetten wij de relevante ontwikkelingen en de actuele situatie uiteen. Tot slot trekken we de conclusie of de aanbeveling niet, gedeeltelijk of volledig is uitgevoerd of dat de aanbeveling nog in uitvoering is.

Geraadpleegde personen

NaamFunctieOrganisatieAfdeling
Nelleke ZeefAfdelingshoofdGemeente ZaanstadJuridische Zaken

Geraadpleegde documenten

Gemeente Zaanstad, reactie op het informatieverzoek van de Rekenkamer Zaanstad van 12 februari 2018, d.d. 16 april 2018.

Gespreksverslag Rekenkamer Zaanstad met hoofd afdeling Juridische Zaken, d.d. 23 april 2018.

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, Professioneel behandelen van bezwaarschriften, Den Haag 2de herziene druk 2014.