Onderzoeksprogramma Zaanstad 2021

Rekenkamer Zaanstad

Samenvatting

De Rekenkamer Zaanstad (rekenkamer) onderzoekt vanuit een onafhankelijke positie de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van de gemeente. De rekenkamer heeft tot doel de controlerende en kaderstellende rol van de gemeenteraad te versterken en een bijdrage te leveren aan het verbeteren van bestuur, beleid en organisatie van de gemeente. In dit onderzoeksprogramma zetten wij uiteen welke onderzoeken en activiteiten wij in 2021 zullen uitvoeren en lichten wij de totstandkoming van het onderzoekspgrogramma toe.

De rekenkamer zal in 2021 twee onderzoeken afronden:

  • Social Return on Investment;
  • Meldingen openbare ruimte.

en drie nieuwe onderzoeken starten:

  • Uitvoering Coalitieakkoord ambities duurzaamheid;
  • Wob-verzoeken;
  • Monitoring financiën.

Naast deze onderzoeken reserveert de rekenkamer in 2021 capaciteit voor:

  • het voorbereiden van het onderzoeksprogramma 2022;
  • het bijdragen aan het publieke debat, door het tussentijds informeren en adviseren van de gemeenteraad op basis van eerder uitgevoerd onderzoek, verkenningen, lopend onderzoek of monitoractiviteiten als de actualiteit daartoe aanleiding geeft.

Mogelijk zal de besluitvorming door de gemeenteraad over rekenkamerrapporten in 2021 wijzigen, waardoor het college een grotere verantwoordelijkheid krijgt om te rapporteren over de opvolging van de aanbevelingen van de rekenkamer.

Dit onderzoeksprogramma is tot stand gekomen na gesprekken met raadsfracties, de auditcommissie en een plenaire bespreking met vertegenwoordigers van de raad.

Onderzoeken en overige activiteiten 2021

Afronding lopende onderzoeken

In 2021 ruimen wij allereerst voldoende ruimte in voor de afronding van twee lopende onderzoeken uit het onderzoeksprogramma 2020:  het onderzoek Social Return on Investment en het onderzoek Meldingen Openbare Ruimte. We lichten ze hieronder kort toe. 

Social Return on Investment

In het onderzoeksprogramma 2021 kondigden we een onderzoek aan naar de uitvoering van de Participatiewet (Pw). In juli 2020 presenteerden we een aantal mogelijke onderzoeksrichtingen aan de raad. Uiteindelijk viel onze keuze op social return on investment (SROI): een van de instrumenten die de gemeente inzet om werkgevers te stimuleren om kansen te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In ons onderzoek staat de vraag centraal in hoeverre de SROI-aanpak van de gemeente Zaanstad adequaat georganiseerd en doeltreffend is. We besteden onder andere aandacht aan de inrichting van het beleid en het proces, de monitoring van de resultaten en de informatievoorziening aan de raad. Daarnaast is een enquête onder opdrachtnemers uitgezet om hun ervaringen met SROI van de gemeente Zaanstad te peilen. Publicatie van het onderzoek is voorzien in het tweede kwartaal van 2021.

Meldingen Openbare Ruimte

In aanvulling op de aangekondigde onderzoeken in het onderzoeksprogramma 2020 zijn we in oktober een onderzoek gestart naar de afhandeling van meldingen openbare ruimte. Hiermee sluiten we aan bij het landelijk DoeMee-onderzoek van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (https://www.nvrr.nl/nieuws/88929/Doe-mee-onderzoek). Het doel van het onderzoek is om inzichtelijk te maken op welke wijze het college de afhandeling van meldingen in de openbare ruimte heeft georganiseerd, hoe daarover wordt gerapporteerd en in hoeverre van de meldingen wordt geleerd. De landelijke benchmark geeft het college en de raadsleden de mogelijkheid om Zaanstad te vergelijken met 49 andere gemeenten, inclusief acht gemeenten met meer dan 100.000 inwoners. Daarnaast zullen we in onze rapportage een vergelijking maken met Amsterdam, waar wij ook de meldingen openbare ruimte onderzoeken. Met ons rapport geven we inzicht in de stand van zaken van het afhandelen van meldingen openbare ruimte en doen we suggesties voor mogelijke verbeteringen. De planning is erop gericht het onderzoek in het voorjaar van 2021 te publiceren.

Nieuwe onderzoeksactiviteiten 2021

We starten in 2021 drie nieuwe onderzoeken:

  1. Uitvoering Coalitieakkoord ambities duurzaamheid
  2. Wob-verzoeken
  3. Monitoring financiële positie

Alle onderzoeken beginnen met een voorbereiding. In deze fase gaan we na of diepgaander onderzoek nuttig is, en zo ja, hoe dat er vervolgens uit zou moeten zien. Er zijn verschillende werkwijzen denkbaar. Soms zal het accent liggen op het bestuderen van literatuur over een beleidsterrein of rapportages van eerder uitgevoerd onderzoek en in andere gevallen worden er ook interviews gehouden. Er kan na deze fase besloten worden om het onderzoek niet uit te voeren. In dat geval kan de verkregen informatie gebruikt worden als input voor een toekomstig onderzoeksprogramma.

De geprogrammeerde onderzoeken willen we in 2021 starten, maar een aantal zal pas in 2022 worden afgerond. In de volgende paragrafen beschrijven we de drie geselecteerde onderzoeken voor 2021 kort.

Uitvoering coalitieakkoord ambities duurzaamheid

In het Coalitieakkoord 2018-2022: Vandaag aan de slag voor het Zaanstad van morgen (hierna: het coalitieakkoord) zijn de ambities voor de bestuursperiode 2018-2022 vastgelegd. Deze ambities zijn in het vernieuwde Coalitieakkoord 2020-2022: De molen op de wind zetten op een aantal punten aangevuld. Het Coalitieakkoord 2020-2022 is daarmee de leidraad voor het college van B en W. Het einde van de bestuursperiode komt nu in zicht. Een goed moment om de uitvoering van ambities uit het coalitieakkoord te onderzoeken. In het onderzoek zullen we aandacht besteden aan de mate waarin uitvoering is gegeven aan duurzaamheidsambities uit het coalitieakkoord en hoe dit bestuurlijk en ambtelijk is georganiseerd. Ook zullen we nagaan in hoeverre de realisatie van deze ambities navolgbaar is. Hiertoe selecteren we een aantal specifieke ambities, waarbij we nu denken aan de deelterreinen energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie. In de voorbereiding van het onderzoek zullen we de definitieve focus bepalen.

Wob-verzoeken

Burgers hebben recht op overheidsinformatie, ook van de gemeente Zaanstad. Het stelt burgers, journalisten en anderen in staat de overheid te controleren, geeft hen de mogelijkheid een oordeel te vormen over het functioneren van het gemeentebestuur en biedt hen een handelingsperspectief.

Het college van B en W, maar ook andere bestuursorganen binnen de gemeente, kunnen informatie openbaar maken nadat zij daartoe een verzoek ontvangen, het zogenaamde Wob-verzoek. We overwegen om mee te doen met een landelijk benchmark over Wob-verzoeken bij gemeenten (https://www.nvrr.nl/nvrr-doe-mee-onderzoek) om zo inzicht te krijgen in het hele traject van Wob-verzoeken; van ontvangst tot de finale beslissing (door de hoogste bestuursrechter). Hierdoor is het mogelijk om de praktijk van Zaanstad te vergelijken met die van andere gemeenten, waaronder Amsterdam, en daar lering uit te trekken.

Monitoring financiën

De financiële positie bepaalt mede of en hoe de gemeente Zaanstad met de gevolgen van de coronacrisis om kan gaan. Tegelijkertijd is de financiële positie van een gemeente een complex en moeilijk te doorgronden onderwerp. Daarom hebben we in 2020 een update gemaakt van het onderzoek Zicht op de financiële positie uit 2016. In deze update hebben wij ook inzichten uit eerdere onderzoeken bij Zaanstad en Amsterdam op een rij gezet die nuttig kunnen zijn bij het besluiten over het omgaan met de (financiële) gevolgen van de coronacrisis. Wij zijn van plan om in 2021 de financiële ontwikkelingen te blijven volgen. Als daar aanleiding toe is, zullen wij hierover rapporteren. Dat kan bijvoorbeeld zijn in de vorm van een nieuwe update of een beoordeling van de informatievoorziening over een (financieel) onderwerp.

Overige activiteiten

Naast de verkenningen en de reguliere onderzoeken wordt in 2021 capaciteit gereserveerd voor het verbeteren van onze onderzoeksmethoden en voor de volgende activiteiten:

  • Bijdrage aan het publieke debat;
  • Eventuele verzoekonderzoeken;
  • Monitoren van politiek en bestuurlijk belangrijke onderwerpen;
  • Voorbereiding symposium 2022;
  • Voorbereiden van het onderzoeksprogramma 2022.

Bijdrage aan het publieke debat
Als de actualiteit daartoe aanleiding geeft, kunnen we op basis van al uitgevoerd of nog lopend onderzoek de gemeenteraad informeren en soms adviseren. Dit kan van een korte attendering tot een uitgebreide rekenkamerbrief. Daarnaast kunnen we meewerken aan publicaties in de media of zelf artikelen schrijven naar aanleiding van uitgevoerd onderzoek.

Eventuele verzoekonderzoeken
Naast de onderzoeksonderwerpen die we zelf selecteren, kan de gemeenteraad een verzoek indienen tot het uitvoeren van een rekenkameronderzoek. We geven dan schriftelijk gemotiveerd aan of we het onderzoek uitvoeren, wat de consequenties zullen zijn voor de onderzoeksprogrammering en of er sprake zal zijn van meerkosten.

Monitoring
We houden de ‘vinger aan de pols’ door het monitoren van aandachtsgebieden die politiek en bestuurlijk belangrijk zijn.

Voorbereiding symposium 2022
Met enige regelmaat zullen wij op basis van uitgevoerd onderzoek korte themapublicaties maken. Ter afsluiting van onze bestuurs- en beleidsperiode 2016-2022 organiseren we begin 2022 een symposium. In 2021 worden hier de nodige voorbereidingen voor getroffen.

Onderzoeksprogramma 2022
Ook voor het jaar 2022 gaan we een onderzoeksprogramma voorbereiden. Hiertoe volgen we onder meer gedurende het jaar de ontwikkelingen op de diverse gemeentelijke beleidsterreinen. Dit gebeurt bijvoorbeeld via de media, de verslagen van de gemeenteraadsvergaderingen en Zaanstad Beraad. Evenals dit jaar worden gemeenteraadsfracties voorafgaand aan het opstellen van het onderzoeksprogramma 2022 in de gelegenheid gesteld hun ideeën en suggesties te geven.

Momenteel buigt een werkgroep zich naar aanleiding van de aflopende bestuurs- en beleidsperiode over de toekomstvisie van de rekenkamer en het bijbehorende tijdspad voor de werving van een of eventueel meer nieuwe bestuurder(s). Dit kan betekenen dat het definitieve onderzoeksprogramma 2022 wordt vastgesteld door de nieuwe bestuurder(s).

    Opvolgingsonderzoeken

    Andere behandeling rekenkamerrapporten in de raadsvergadering

    In 2021 zullen we geen opvolgingsonderzoeken meer uitvoeren waarmee we na een paar jaar nagaan of aanbevelingen uit eerder onderzoek zijn uitgevoerd. De auditcommissie van Zaanstad zal naar verwachting in 2021 een voorstel aan het college en de raad voorleggen om rekenkamerrapporten altijd in de raadsvergadering te behandelen. In dat raadsvoorstel kan worden opgenomen dat het college wordt gevraagd de aanbevelingen uit te voeren en de raad periodiek te informeren over de voortgang.

    Deze wijziging zou betekenen dat het college de uitvoering van de aanbevelingen zelf gaat bewaken en over de uitvoering rapporteert. In dat geval zullen wij deze rapportages steekproefsgewijs onderzoeken en daarover rapporteren. Onze bevindingen kunnen ons aanleiding geven om een nieuw onderzoek op te starten.

      Aanpak programmering

      Werkwijze opstellen onderzoeksprogramma

      Op hoofdlijnen is de voorbereiding van de onderzoeksprogrammering als volgt verlopen.

      Raadplegen diverse bronnen voor mogelijke onderwerpen
      We hebben vanuit meerdere kanten informatie ingewonnen over mogelijke onderzoeksonderwerpen:

      • Suggesties van burgers ingediend via een enquête onder het Zaanpanel (2019).
      • Gesprekken met raadsfracties en de auditcommissie over mogelijke onderzoeksonderwerpen.
      • Schriftelijke informatiebronnen over het beleid en bestuur van de stad, waaronder het coalitieakkoord.
      • Overige bronnen, zoals berichten in de (sociale) media en door andere organisaties uitgevoerde (rekenkamerkamer)onderzoeken van belang voor het goed functioneren van de lokale overheid.

      De uitkomsten van de inventariserende gesprekken met raadsfracties, waarin ook de inbreng van burgers een plek heeft gekregen, hebben we gegroepeerd in tien mogelijke onderzoeksthema's:

      • Financiën
      • Subsidies
      • Duurzaamheid
      • Handhaving
      • Groen
      • Decentralisaties
      • Economische zaken
      • Inclusiviteit
      • Omgevingswet
      • Ambtelijke organisatie

      In een plenaire bijeenkomst hebben we deze thema's aan raadsleden voorgelegd, om hen in de gelegenheid te stellen voorkeuren en mogelijke onderzoeksrichtingen aan te geven. Daarbij hebben wij gebruikgemaakt van Mentimeter om hun voorkeuren te peilen. Op basis van deze inbreng en onze algemene selectiecriteria (zie hoofdstuk 6) is de keuze voor de programmering voor 2021 tot stand gekomen. Voor ons was deze bijeenkomst met raadsleden ook erg zinvol om een beter beeld te krijgen over waarom raadsleden onderwerpen onderzoekswaardig vinden. Dat helpt ons bij het inperken van het onderwerp en vormgeven aan het onderzoek.

      Selectiecriteria

      Onze algemene werkwijze bij het opstellen van het onderzoeksprogramma is dat we aan de hand van een aantal criteria onderwerpen selecteren. Dit zijn deels algemene criteria die we altijd hanteren en deels specifieke criteria die volgen uit de beleidsvisie voor de betreffende beleidsperiode (voor een toelichting op de beleidsvisie voor 2016-2022, zie hoofdstuk 7).

      In algemene zin richt een onderzoek zich op het functioneren van een bepaalde systematiek en niet op effecten voor een individuele burger of een specifieke organisatie. Een onderwerp is relevanter naarmate:

      • het beleid de burger meer raakt;
      • de politiek-bestuurlijke verantwoordelijkheid meer gedeeld wordt met anderen;
      • de risico’s op ineffectiviteit, ondoelmatigheid en onrechtmatigheid groter zijn;
      • er grotere financiële of maatschappelijke belangen mee zijn gemoeid;
      • er meer nieuwe informatie met het onderzoek kan worden gegenereerd.

      Ruimte voor bewuste willekeur
      Het toepassen van relevantiecriteria kan ertoe leiden dat sommige onderdelen van sommige beleidsterreinen altijd onderbelicht blijven. Onderbelicht blijven is ook riskant. Daarom is het altijd mogelijk dat in het onderzoeksprogramma ruimte wordt opgenomen voor een afwijkend onderwerp op basis van wat benoemd zou kunnen worden als 'bewuste willekeur'.

      Om de ruimte voor onderzoeksprojecten in Zaanstad zo goed mogelijk te benutten, hebben we de afgelopen jaren steeds meer aandacht besteed aan de dialoog met de raad over de keuze van onderwerpen (zie hoofdstuk 5 voor een toelichting op onze aanpak dit jaar). Uiteindelijk is het aan ons om vanuit onze onafhankelijke positie de definitieve keuze van onderzoeksonderwerpen te maken.

        Algemene uitgangspunten RMA

        Uitgangspunten onderzoeksprogrammering

        De Rekenkamer Zaanstad is onderdeel van de Rekenkamer Metropool Amsterdam (RMA). De RMA heeft tot taak de rekenkamerfunctie uit te oefenen voor de gemeenten Amsterdam, Weesp en Zaanstad en is in 2010 door de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad ingesteld middels de Wet gemeenschappelijke regeling.

        In 2015 is op basis van een evaluatie besloten de samenwerking voort te zetten. Gelijktijdig is de gemeenschappelijke regeling op onderdelen herzien. Tevens hebben de gemeenteraden daarbij besloten om de jaarlijkse bijdragen aan de RMA voor de periode 2016-2022 te continueren. 

        De RMA stelt jaarlijks zelf haar onderzoeksprogramma vast, waarbij zij een onderscheid maakt tussen onderzoeken voor de gemeente Amsterdam, de gemeente Weesp en de gemeente Zaanstad. De onderzoeksprogramma’s worden ter kennisname verzonden aan de betreffende raden. In het huidige onderzoeksprogramma gaan we in op onderzoeken die we in 2021 willen uitvoeren voor de gemeente Zaanstad. We hebben bij onze keuze ook de suggesties van de raadsfracties en de auditcommissie betrokken.

        Het is mogelijk dat we de onderzoeksprogrammering nog wijzigen als de actualiteit daarvoor aanleiding geeft of als de gemeenteraad ons verzoekt een specifiek onderzoek uit te voeren. Bij een verzoekonderzoek nemen we een gemotiveerd besluit of we het verzoek honoreren, en geven daarbij aan welke consequenties dit heeft voor de onderzoeksprogrammering. 

        Beleidsvisie 2016-2022

        Per 1 juni 2010 is de RMA van start gegaan als gemeenschappelijke regeling van de gemeenten Amsterdam en Zaanstad. De taak van de × Verder lezen Beleidsvisie RMA 2016-2022 rekenkamer is vastgelegd in de gemeentewet. De RMA heeft haar ideeën over haar werkzaamheden neergelegd in een beleidsplan: Beleidsvisie 2016-2022 .

        In de vorige beleidsperiode gebruikte de RMA het thema grip als rode draad in allerlei projecten. Daarmee was er veel aandacht voor het borgen door de gemeenteraad van doeltreffendheid en doelmatigheid. Rekening houdend met de veranderende context  zal de RMA in de komende periode de aandacht verleggen naar het thema verantwoorden. Het gaat daarbij om de vraag of de effecten van de besteding van publieke middelen maatschappelijk zichtbaar zijn. Dat perspectief vraagt om meer aandacht voor daadwerkelijke doeltreffendheid en doelmatigheid en de visie daarop van de burger.

        Het zichtbaar maken van de effecten en de inspanningen van de lokale overheid voor de burger is een cruciale opgave in de komende periode. Thema’s rond het begrip verantwoorden zullen daarom een belangrijke rol spelen in het onderzoek van de RMA. Specifiek brengt de RMA in deze periode de volgende accenten aan in haar werkzaamheden:

        • Verantwoorden bij vrijheid: ook ruime beleidskaders vragen om een inzichtelijke verantwoording van de besteding van belastinggeld;
        • Verantwoorden bij samenwerking: geld dat samen met andere overheden en particuliere organisaties wordt besteed, moet ook goed worden verantwoord;
        • Verantwoorden bij inzet burgers: publieke middelen die burgers in het kader van de participatiemaatschappij besteden, moeten passend worden verantwoord;
        • Feitelijk verantwoorden: het verhaal over wat er gebeurt bij overheidsinterventies is belangrijk. Maar naast vertellen, blijft ook tellen belangrijk. Smart-indicatoren zeggen niet alles, maar bieden wel houvast bij het verhaal;
        • Voor de burger verantwoorden: de verantwoordingen van de overheid moeten ook inzichtelijk zijn voor de geïnteresseerde burger.

        Soorten onderzoek

        We onderscheiden de volgende soorten van rekenkameronderzoek.

        Reguliere rekenkameronderzoeken
        Reguliere onderzoeken starten met een voorbereiding. Dit is dan de eerste fase van het onderzoek. In de voorbereiding wordt in een korte tijd zoveel mogelijk informatie verzameld over een bepaald beleidsterrein van de gemeente. Na een dergelijke verkenning kan worden afgezien van een uitgebreid rekenkameronderzoek of kan het onderzoek worden uitgesteld.

        Opvolgingsonderzoeken
        Voorheen waren opvolgingsonderzoeken onderzoeken waarbij we in de regel na 2 à 3 jaar nagingen in hoeverre onze aanbevelingen waren uitgevoerd. Deze werkwijze hebben wij in 2021 aangepast, vooruitlopend op een mogelijk besluit van de gemeenteraad (hoofdstuk 4).

        Verzoekonderzoeken
        De gemeenteraad kan ons verzoeken om een bepaald onderzoek uit te voeren. Bij aanvang van een nieuw jaar is vaak nog niet bekend of de gemeenteraad om een of meerdere onderzoeken zal verzoeken. Ons beleid is om verzoekonderzoeken in principe te honoreren, maar we kunnen een verzoek ook gemotiveerd afwijzen. Het uitvoeren van een verzoekonderzoek heeft veelal gevolgen voor de geplande doorlooptijd van een of meerdere al geprogrammeerde onderzoeken, tenzij daar extra budget voor wordt verstrekt.

        Toegezegde onderzoeken
        Toegezegde onderzoeken zijn onderzoeken waarbij we in een eerder stadium een toezegging hebben gedaan om een (nader) onderzoek uit te voeren. Zo’n toezegging kan bijvoorbeeld worden gedaan tijdens de behandeling van een rekenkamerrapport in een raadscommissie.

        Onderzoeken in samenwerking met andere rekenkamers
        Het komt geregeld voor dat we onderzoeken uitvoeren samen met andere rekenkamers. De mate waarin we samenwerken kan per onderzoek verschillen. We doen mee aan dergelijke onderzoeken als dit ook een meerwaarde heeft voor de gemeente.

        Overige onderzoeksactiviteiten
        Daarnaast ondernemen we andere onderzoeksactiviteiten. We:

        • leveren gevraagd of ongevraagd advies aan de raad op basis van uitgevoerd of nog lopend onderzoek;
        • organiseren thematische publicaties of bijeenkomsten, met aandacht voor de rode draad en algemene lessen van onderzoeksprojecten;
        • publiceren artikelen naar aanleiding van onderzoeken.

        De algemene werkwijze van het onderzoeksproces is beschreven in bijlage 1. Hierin staan de spelregels voor een regulier rekenkameronderzoek. Deze spelregels zijn in principe ook van toepassing op de overige rekenkameronderzoeken.

          Bijlage 1 - Algemene werkwijze onderzoeksproces

          Er zijn ook andere projecten, zoals onderzoek naar de opvolging van aanbevelingen, verkenningen, formuleren van adviezen en het organiseren van symposia. Daar zijn de aanpak en spelregels wat anders.

          Spelregels regulier onderzoek

          Vooraf

          • De rekenkamer is bevoegd om alle documenten te onderzoeken (gemeentewet art. 183) en het gemeentebestuur moet alle inlichtingen verstrekken die de rekenkamer nodig heeft (idem art. 183).
          • De onderzoeksopzet wordt ter informatie gestuurd aan de raad, het bestuur, de betrokken ambtenaren en de leidinggevende van die ambtenaren.

          Gesprekken tijdens het onderzoek

          • Bij het maken van een afspraak geeft de rekenkamer aan welke onderwerpen worden besproken.
          • In de regel maakt de rekenkamer verslagen van de gesprekken verslagen, die worden gewederhoord. Daarbij krijgt de geïnterviewde de gelegenheid om aan de hand van het concept-verslag de weergave van uitspraken te corrigeren.

          Communicatie rond de afronding van het onderzoek

          • De rekenkamer meldt de datum van oplevering van de nota van bevindingen één maand van tevoren aan de ambtelijke organisatie.
          • Tegelijk geeft de rekenkamer aan wanneer zij een ambtelijke reactie verwacht op de nota van bevindingen en een bestuurlijke reactie op de concept-eindrapportage.
          • In de regel geldt voor beide reacties een termijn van twee weken.
          • Bij de termijn van de bestuurlijke reactie houdt de rekenkamer desgevraagd rekening met de vergaderplanning van B en W of het dagelijks bestuur; daarbij wordt de toegestane termijn echter nooit langer dan drie weken.
          • De rekenkamer kan, als het onderzoek dat mogelijk en nodig maakt, de reactietermijnen inkorten.

          Nota van bevindingen en een feitelijke reactie

          • De rekenkamer vraagt om een feitelijke reactie op de nota van bevindingen. In die reactie kunnen feitelijke onjuistheden en relevante feitelijke omissies aan de orde worden gesteld.
          • De rekenkamer geeft schriftelijk aan of, en zo ja op welke wijze, opmerkingen uit de feitelijke reactie worden verwerkt.

          Bestuurlijke reactie en eindrapportage

          • De rekenkamer vraagt om een bestuurlijke reactie op de concept-rapportage. In die reactie kan commentaar worden gegeven bij de analyse en een reactie op de aanbevelingen.
          • De rekenkamer schrijft in haar bestuurlijk rapport nog een nawoord waarin wordt gereageerd op de bestuurlijke reactie.
          • De raad en het bestuur krijgen het bestuurlijk rapport en het onderzoeksrapport 24 uur vóór de publicatiedatum onder embargo toegestuurd.
          • De wijze van behandeling van het rapport regelt de rekenkamer in overleg met de raad.

            Bijlage 2 - Lijst van eerder uitgevoerd onderzoek

            Ruimtelijk-fysiek

            • Inverdan en Stadhuis (december 2005)
            • Vervolgonderzoek Inverdan en Stadhuis (februari 2007)
            • Openbare ruimte in Zaanstad (maart 2008)
            • Bodemsanering in Zaanstad (mei 2009)
            • Handhaving openbare ruimte in Zaanstad (maart 2011)
            • Vervolgonderzoek Openbare ruimte in Zaanstad (maart 2011)
            • Riolering in Zaanstad (juli 2012)
            • Advisering begeleidingscommissie Nauerna (gedurende 2013)
            • Verkenning omzetting recht van erfpacht in vol eigendom (januari 2014)
            • Aanvulling verkenning recht van erfpacht in vol eigendom (juli 2015)
            • Opvolgingsonderzoek Riolering in Zaanstad (juni 2016)
            • Beheersing grote projecten: Cultuurcluster (april 2018)
            • Woonbeleid in Zaanstad (2020)

            Sociaal-economisch

            • Sociale werkvoorziening in Zaanstad (september 2006)
            • De WMO in Zaanstad (april 2009)
            • Vervolgonderzoek sociale werkvoorziening in Zaanstad (februari 2010)
            • Burgerparticipatie in Zaanstad (december 2010)
            • Wees scherp op werk (re-integratiebeleid) (september 2011)
            • Vervolgonderzoek De WMO in Zaanstad (oktober 2013)
            • Transformatie zorg voor de Jeugd Zaanstad (februari 2015)
            • Zicht op de financiële positie (september 2016)
            • Jeugdhulp in Zaanstad (2020)

            Bedrijfsvoering

            • Quickscan onderzoek Jaarstukken 2006 (mei 2007)
            • Gemeentelijke tarieven in Zaanstad (juli 2007)
            • Quick scan Jaarverslag 2007 gemeente Zaanstad (mei 2008)
            • Benchmark Jaarverslagen 2007 (w.o. Zaanstad) (juli 2008)
            • Vervolgonderzoek Tarieven in Zaanstad (april 2009)
            • Organisatieontwikkeling in Zaanstad (november 2013)
            • Afwikkeling van niet-fiscale bezwaren (januari 2014)
            • Zaanstad en HVC (mei 2014)
            • Grip op samenwerkingsverbanden Zaanstad (september 2017)
            • Quick scan HVC (november 2017)
            • Afwikkeling van niet-fiscale bezwaren (oktober 2018)
            • Transformatiefonds (2019)
            • Zicht op de financiële positie (2020)