Project 1012:
Onderzoeksrapport

Een onderzoek naar de aanpak van de Amsterdamse oude binnenstad

Toelichting en leeswijzer

Inleiding

Dit is het onderzoeksrapport van de Rekenkamer Amsterdam (de rekenkamer) van het onderzoek Project 1012. Het onderzoek wordt gerapporteerd in twee delen: dit onderzoeksrapport (deel 2) en het bestuurlijk rapport (deel 1). Het bestuurlijk rapport is een bondige samenvatting van de resultaten en bevat de conclusies en aanbevelingen. Het onderzoeksrapport bevat in detail de bevindingen en beantwoording van de onderzoeksvragen.

Aanleiding onderzoek

Tien jaar geleden is de gemeente Amsterdam gestart met een ambitieuze aanpak van het postcodegebied 1012: het oude centrum van Amsterdam. De aanleiding hiervoor was de constatering in het rapport Grenzen aan de handhaving (2007) dat de hardnekkige problemen in het gebied niet meer uitsluitend met (geïntensiveerde) handhaving op te lossen waren vanwege de grote omvang en concentratie van ‘voor criminaliteit gevoelige en economisch laagwaardige functies’ in het gebied die een criminele infrastructuur zou voeden en in stand houden. Ook zou de overlast en verloedering die gepaard gaat met de stapeling van deze functies een te grote aantasting voor het woon- en leefklimaat vormen.

Grenzen aan de handhaving (2007):

"Het wordt tijd om de hoeveelheid te dweilen overlast en criminaliteit te verminderen door aan de kraan te gaan draaien. Er is sprake van een criminele infrastructuur, waardoor een verbetering en intensivering van de handhaving niet voldoende is. Het is de infrastructuur zelf die moet worden aangepakt, door te snijden in criminogene branches en bestemmingen. Hierdoor zal de functiemix in het gebied verbeteren, kan de constante overlast verminderen en krijgen ook kwalitatief betere en hoogwaardige functies een kans."

In december 2007 werd daarom door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam en het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum besloten tot de instelling van Project 1012 (toen nog ‘Coalitieproject 1012’ geheten). Met de vaststelling van de Strategienota ‘Hart van Amsterdam’ in juli 2009 ging het Project 1012 daadwerkelijk van start. De geformuleerde hoofddoelstelling voor het project was tweeledig:

Strategienota Project 1012 (2009):

"De hoofddoelstelling van het coalitieproject bestaat uit het doorbreken van de criminele infrastructuur door overlastgevende en criminogene branches te verminderen. Tegelijkertijd dient een opwaardering bewerkstelligd te worden van het entreegebied van Amsterdam door de eenzijdige economische structuur, met relatief veel kwaliteitsarme en overlastgevende functies, te transformeren naar een meer divers en hoogwaardig aanbod." 

De rekenkamer heeft in 2011 een beperkt onderzoek naar de kwaliteit van de beleidsmatige en financiële kaders van dit project evenals de informatievoorziening aan de raad uitgevoerd. Dat laatste was extra relevant vanuit de wens van de raad om het project te faseren om tussentijds bij te kunnen sturen. Deze wens van de gemeenteraad heeft ook geleid tot een herijking van het project eind 2015, waarbij de doelen zijn vereenvoudigd en meer aansluiten op het ruimte-economische instrumentarium van Project 1012:

Herijking Project 1012 (2015):

  • Het verminderen van de omvang van oververtegenwoordigde en voor criminaliteit gevoelige functies door middel van een straatgerichte transformatie;
  • Het verbeteren van de functiebalans en de ruimtelijke kwaliteit door middel van het stimuleren van diverse straatgerichte vastgoedontwikkelingen. 

Daarnaast is bij de herijking bepaald dat het project in 2018 zou eindigen, wat per maart 2018 daadwerkelijk is gebeurd.  De rekenkamer acht daarom dat de tijd nu rijp is om na te gaan wat Project 1012 heeft betekend voor het oude centrum van Amsterdam.

Doel en onderzoeksvragen

Project 1012 was hoofdzakelijk een ruimtelijke aanpak van het postcodegebied 1012, bestaande uit drie met elkaar samenhangende pijlers: straatgerichte aanpak, sleutelprojecten en het herinrichten van de openbare ruimte. Het succesvol uitvoeren van deze ruimtelijke activiteiten moest ertoe leiden dat het aantal voor criminaliteit gevoelige en economisch laagwaardige functies (omwille van de leesbaarheid gebruiken wij verder de benaming ‘aandachtsfuncties’) in het gebied zou afnemen en dat zij zouden worden vervangen door hoogwaardigere economische functies, gericht op een herstel van de functiebalans. Uiteindelijk was het beoogde effect hiervan dat de criminele infrastructuur wordt doorbroken en het postcodegebied economisch wordt opgewaardeerd tot een kwalitatief hTe verminderen aandachtsfunctiesoogwaardig en divers entreegebied. Dit onderzoek richt zich op al deze drie aspecten, oftewel de activiteiten, de resultaten en de effecten.

Te verminderen aandachtsfuncties

In de Strategienota waren 11 aandachtsfuncties onderscheiden, die binnen de straatgerichte aanpak actief verminderd en getransformeerd zouden worden:

  • Telefoneerinrichting
  • Coffeeshop
  • Gokautomatenhal
  • Geldwisselkantoor
  • Massagesalon
  • Minisupermarkt
  • Prostitutiebedrijf
  • Souvenirwinkel/headshop
  • Smartshop
  • Horeca I, II, III, IV 
  • Seksinrichting

De hoogste prioriteit werd toegekend aan de raambordelen, gevolgd door de coffeeshops. Inzet was het stopzetten van de bedrijfsvoering bij een aangewezen aantal ramen en coffeeshops, waarbij in principe ook planologisch-juridische instrumenten ter beschikking stonden om de sluiting (in het uiterste geval) af te kunnen dwingen. Bij de overige aandachtsfuncties was daarentegen het uitgangspunt dat de functiewijziging alleen op vrijwillige basis tot stand zou komen door middel van samenwerking/stimulering. 

Tegelijkertijd kende het project veel raakvlakken met andere gemeentelijke activiteiten die in het postcodegebied 1012 werden ontplooid. Het succes van Project 1012 was daarmee deels ook afhankelijk van deze andere activiteiten. Daarom richt het onderzoek zich ook op andere gemeentelijke activiteiten in postcodegebied 1012 die strikt genomen niet tot de verantwoordelijkheid van Project 1012 behoorden, maar wel van invloed kunnen zijn op de mate waarin de nagestreefde doelen zijn bereikt.

De centrale onderzoekvraag en onderliggende deelvraag luiden daarmee als volgt:

Heeft de gemeente met de ruimtelijke aanpak van het postcodegebied 1012 een economische opwaardering en een doorbraak van de criminele infrastructuur gerealiseerd?
  1. Zijn de activiteiten van Project 1012 volgens plan uitgevoerd?
  2. Welke andere activiteiten zijn door de gemeente in het postcodegebied ontplooid die van invloed zijn op de doelen van Project 1012?
  3. Welke resultaten zijn bereikt ten aanzien van de ontwikkeling van het aantal aandachtsfuncties in het postcodegebied 1012?
  4. Heeft Project 1012 op straatniveau geleid tot een herstel van de functiebalans?
  5. Is in het postcodegebied 1012 een doorbraak van de criminele infrastructuur gerealiseerd?
  6. Is in het postcodegebied 1012 een economische opwaardering gerealiseerd?

Aanpak

De aanpak kan grofweg worden ingedeeld naar het onderzoek naar de activiteiten, resultaten en effecten:

Activiteiten (deelvragen 1 en 2)
Het onderzoek naar de activiteiten richt zich op het in kaart brengen en beoordelen van in hoeverre de voorgenomen activiteiten binnen Project 1012 zijn gerealiseerd. Daarbij is ook gekeken hoe de realisatie van het project zich heeft verhouden tot de geplande doorlooptijd en het beschikbaar gestelde budget. Daarnaast is een inventarisatie gemaakt van andere activiteiten in het postcodegebied, die geen onderdeel uitmaken van Project 1012, maar wel van invloed kunnen zijn op de nagestreefde effecten van het doorbreken van de criminele infrastructuur en het realiseren van een kwalitatief hoogwaardig en divers entreegebied. De focus ligt daarbij op gemeentelijke activiteiten die direct kunnen ingrijpen op de ontwikkeling van de functiebalans, het resultaat van Project 1012. Het onderzoek naar de activiteiten in het postcodegebied is met name gebaseerd op een documentenstudie, gesprekken met de betrokken ambtenaren en door hen aangeleverd data-materiaal.

Resultaten (deelvragen 3 en 4)
Het onderzoek naar de behaalde resultaten kent een breedtespoor en een dieptespoor. Bij het breedtespoor (deelvraag 3) is voor het gehele postcodegebied 1012 nagegaan in hoeverre het aantal aandachtsfuncties (raambordelen, coffeeshops, overig) is afgenomen. Daarbij is voor de verdwenen aandachtsfuncties uitgezocht wat voor soort functie ervoor in de plaats is gekomen. Dit deel van het onderzoek is gebaseerd op uiteenlopend bronnenmateriaal, variërend van gemeentelijke documenten en databestanden tot internet, foto's en eigen waarnemingen.

Met het dieptespoor (deelvraag 4) wordt ingezoomd op twee van de zeven (voorheen zes) straatclusters, die binnen de straatgerichte aanpak van Project 1012 zijn aangewezen om actief het herstel van de economische functiebalans op gang te brengen. Hiervoor zijn twee straatclusters met een verschillend karakter geselecteerd: Oudekerksplein e.o. en Damstraat-Hoogstraten. Bij het Oudekerksplein e.o. springt het sluiten en transformeren van de raambordelen in het oog; in het gebied rondom de Damstraat staat veel meer het behoud en het versterken van een divers en kwalitatief hoogwaardig winkel- en horeca-aanbod centraal. Voor deze geselecteerde straatclusters is gedetailleerd in beeld gebracht welke functies aanwezig waren en hoe deze zich door de tijd heen hebben ontwikkeld. Om te beoordelen of er inmiddels sprake is van een gezonde functiebalans in deze twee straatclusters is nagaan in hoeverre het huidige beeld van aanwezig functies overeenkomt met het vooraf bepaalde gewenste beeld. Daarnaast is ook gekeken hoe de ontwikkeling zich verhoudt tot de activiteiten die met Project 1012 zijn ingezet. De reconstructie van functies is wederom gebaseerd op uiteenlopend bronnenmateriaal, variërend van gemeentelijke documenten en databestanden tot internet, foto's en eigen waarnemingen. De reconstructie van ingezette activiteiten en de waardering van de ontwikkeling is gebaseerd op een documentenstudie (in het bijzonder documenten van de desbetreffende straatclusterteams), een digitale enquête en gesprekken met betrokken ambtenaren evenals professionals, ondernemers en bewoners die actief zijn in het gebied.

Effecten (deelvraag 5 en 6)
De beoordeling of er door de gemeentelijke aanpak van het postcodegebied 1012 sprake is van een doorbraak van de criminele infrastructuur en realisatie van een kwalitatief hoogwaardig en divers entreegebied is hoofdzakelijk gebaseerd op een kwalitatieve studie. Er is een groot aantal interviews gehouden rondom de thema’s economische opwaardering en criminaliteit met bestuurders, ambtenaren die direct of indirect betrokken zijn geweest bij Project 1012, overige professionals die werkzaam zijn in het gebied, vertegenwoordigers van sekswerkers en bordeelhouders en andere ondernemers en bewoners uit het gebied. De kwalitatieve studie wordt ingeleid met kwantitatieve data rondom de aanwezigheid van mensenhandel en de ontwikkeling van de vastgoedwaarde.

Leeswijzer

De opzet van het onderzoeksrapport volgt de deelvragen. In hoofdstuk 2 Activiteiten Project 1012 wordt gestart met een beoordeling van de mate waarin de activiteiten van Project 1012 volgens plan zijn gerealiseerd. Hoofdstuk 3 Overige gemeentelijke activiteiten in 1012 omvat de uitkomsten van onze inventarisatie van overige activiteiten die door de gemeente in het 1012-gebied zijn ontplooid. Vervolgens gaan we in hoofdstuk 4 Ontwikkeling aandachtsfunties in op de ontwikkeling van aandachtsfuncties, waarna in hoofdstuk 5 Ontwikkeling van het Oudekerksplein en de omgeving van de Damstraat een gedetailleerd beeld wordt geschetst van de ontwikkeling van functies in de aangewezen straatclusters Oudekerksplein e.o. en Damstraat-Hoogstraten. Tot slot gaan we na in hoeverre de gemeentelijke aanpak van het postcodegebied 1012 en in het bijzonder Project 1012 heeft geleid tot het doorbreken van de criminele infrastructuur (hoofdstuk 6) en een economische opwaardering (hoofdstuk 7).

Op 30 januari 2018 heeft de rekenkamer een tussentijdse rapportage uitgebracht binnen het lopende onderzoek naar Project 1012. Deze tussentijdse rapportage gaf een feitelijk beeld van het verloop van het project in de periode 2007-2017 en de ontwikkeling van de aandachtsfuncties in het postcodegebied 1012. De inhoud van deze tussentijdse rapportage is in dit onderzoeksrapport terug te vinden in de hoofdstukken 2 en 4. Ten opzichte van deze tussentijdse rapportage zijn een beperkt aantal aanpassingen gedaan. Het gaat om het toevoegen van een paragraaf over de ontwikkeling van de financiën van Project 1012 (bij hoofdstuk 2) en daarnaast hebben wij naar aanleiding van het lopende onderzoek nog enkele updates, aanvullingen en/of correcties doorgevoerd. In bijlage 3 is een overzicht te vinden van deze wijzigingen. De bijlagen 1 en 2 omvatten de geraadpleegde personen en documenten.

Gedetailleerde onderzoeksbevindingen

Activiteiten Project 1012

Met dit onderzoek gaan we na in hoeverre Project 1012 erin is geslaagd om binnen het postcodegebied 1012 een doorbaak van de criminele infrastructuur en een kwalitatief hoogwaardig en divers entreegebied te realiseren. Als eerste stap gaan we in dit hoofdstuk na welke activiteiten binnen Project 1012 waren voorgenomen en in hoeverre zij daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Daarbij wordt ook gekeken hoe zich dat heeft verhouden tot de geplande doorlooptijd evenals het beschikbaar gestelde budget. Het gaat kortom om de volgende deelvraag:

Zijn de activiteiten van Project 1012 volgens plan uitgevoerd?

De activiteiten in het gebied die onder directe verantwoordelijkheid van Project 1012 vielen, waren geclusterd in drie met elkaar samenhangende pijlers: de straatgerichte aanpak, de sleutelprojecten en de herinrichting van de openbare ruimte. Alvorens op de onderliggende activiteiten in te gaan, zullen we de drie pijlers hieronder eerst kort introduceren om de samenhang met de beoogde effecten inzichtelijk te maken. Daaruit volgt tevens de verdere structuur van het hoofdstuk, in de zin van welke activiteiten in welke paragraaf aan bod komen. De begrote en gerealiseerde middelen voor de uitvoering van deze activiteiten worden aansluitend integraal in een afzonderlijke financiële paragraaf behandeld. Het onderzoek naar de activiteiten is hoofdzakelijk gebaseerd op een documentenstudie. 

De rekenkamer heeft de uitgevoerde activiteiten ook gepresenteerd in een interactieve overzichtskaart van het 1012-gebied:De kaart is via deze link ook direct te benaderen.


Straatgerichte aanpak
De inzet van de straatgerichte aanpak was om in een aantal specifiek aangewezen straten het herstel van de economische functiebalans op gang te brengen. Dit werd gedaan door in deze straten actief de ‘voor criminaliteit gevoelige en/of economisch laagwaardige functies’ te verminderen en te transformeren naar kwalitatief hoogwaardigere functies. De keuze voor de straten was gebaseerd op de belangrijke rol die zij speelden in de gewenste transformatie van het gehele postcodegebied vanwege ‘de hoge concentratie van bepaalde functies, de zichtbare aanzetten tot verloedering, de economische potentie dan wel de betekenis van de straat in de ruimtelijke structuur van de binnenstad’.

In de Strategienota waren 11 ‘voor criminaliteit gevoelige en/of economisch laagwaardige’ functies onderscheiden, die binnen de straatgerichte aanpak actief verminderd en getransformeerd zouden worden (voor de leesbaarheid in het vervolg ‘aandachtsfuncties’ genoemd). De oververtegenwoordiging van deze aandachtsfuncties in het postcodegebied zou namelijk de criminele infrastructuur voeden en in stand houden en een onevenredige druk op het woon- en leefklimaat veroorzaken. Daarbij gold dat hoe gevoeliger de functie werd geacht voor criminele activiteiten, hoe groter de wens was om deze functie te wijzigen. De hoogste prioriteit werd toegekend aan de raambordelen, gevolgd door de coffeeshops. Inzet was het stopzetten van de bedrijfsvoering bij een aangewezen aantal ramen en coffeeshops, waarbij in principe ook planologisch-juridische instrumenten ter beschikking stonden om de sluiting (in het uiterste geval) af te kunnen dwingen. Bij de overige aandachtsfuncties - telefoneerinrichtingen, minisupermarkten, massagesalons, souvenirwinkels/ headshops, smartshops, gokautomatenhallen, seksinrichtingen, geldwisselkantoren en laagwaardige horecazaken  - was daarentegen het uitgangspunt dat de functiewijziging alleen op vrijwillige basis tot stand zou komen, zodat de beoogde vermindering van deze overige aandachtsfuncties ook niet was geconcretiseerd. 

De straatgerichte aanpak kende een groot aantal activiteiten en zoals uit bovenstaande blijkt, was de inzet bij de verschillende aandachtsfuncties ook niet gelijksoortig. Om deze reden hebben we ervoor gekozen om deze activiteiten niet — zoals bij de andere twee pijlers— integraal in één paragraaf te behandelen, maar verder onder te verdelen naar:

  • het sluiten van de aangewezen ramen in raambordelen (§2.1)
  • het sluiten van de aangewezen coffeeshops (§2.2)
  • een brede categorie aan overige activiteiten, gericht op het transformeren van aandachtsfuncties naar kwalitatief hoogwaardigere functies (§2.3)

Centraal in deze onderverdeling staat het onderscheid tussen sluiten en transformeren. In de eerste twee paragrafen rondom het verminderen van de aangewezen raambordelen en coffeeshops komen alleen activiteiten aan bod die puur gericht zijn op het sluiten; zij voorzien dus nog niet in het realiseren van een nieuwe functie in deze panden. De instrumenten om gesloten raambordelen en coffeeshops vervolgens een hoogwaardigere invulling te geven, en met eenzelfde soort functiewijzing ook het aantal overige aandachtsfuncties te verminderen, bespreken wij bij de activiteiten gericht op transformeren.

Sleutelprojecten
Ook de sleutelprojecten moesten bijdragen aan het herstellen van de functiebalans. Waar de straatgerichte aanpak de verandering van de economische structuur op gang wilde brengen door het verminderen en transformeren van verschillende aandachtsfuncties in een aantal aangewezen straten, creëerden de sleutelprojecten een vliegwieleffect door het realiseren van op zichzelf staande nieuwe hoogwaardige functies (of het uitbreiden/opwaarderen van betekenisvolle bestaande functies) op strategische locaties verspreid door het postcodegebied. Het kon gaan om stedenbouwkundige ingrepen of het toevoegen van unieke concepten, gericht op een verandering c.q. verbetering van het culturele, winkel- en horeca-aanbod en/of sterkere oost- west verbindingen tussen de Rode Loper en het achtergelegen Wallengebied. De sleutelprojecten gaven daarmee dus een eerste aanzet tot de gewenste programmatische invulling en zouden vervolgens een spinoff moeten genereren. Anders gezegd: de sleutelprojecten moesten als ‘motoren’ van de gewenste transformatie fungeren. 

Herinrichten openbare ruimte
Deze pijler was gericht op het mooi, duurzaam en veilig inrichten van de openbare ruimte, wat tevens als katalysator moest dienen voor pandeigenaren en/of exploitanten om eveneens hun bezittingen op te knappen. Met deze opwaardering van de openbare ruimte zou verloedering gestopt en gekeerd moeten worden, wat een directe bijdrage moest leveren aan het beoogde effect van een kwalitatief hoogwaardig en divers entreegebied. Het creëren van een aantrekkelijk leef- en verblijfsgebied en betere onderlinge verbindingen zag de rekenkamer verder als belangrijke randvoorwaarden voor de vestiging en het behoud van hoogwaardige economische functies. 

Onderstaand is de inhoud van de drie pijlers evenals de samenhang met de beoogde effecten schematisch samengevat.

Figuur 2.1 Schematisch overzicht beleidstheorie Project 1012

Leeswijzer
In de paragrafen 2.1-2.5 gaan we dieper in op de activiteiten die vielen onder de drie pijlers van Project 1012. Eerst komen de voorgenomen activiteiten binnen de straatgerichte aanpak aan bod, die weer zijn onderverdeeld in drie categorieën: het sluiten van de aangewezen ramen (§2.1); het sluiten van de aangewezen coffeeshops (§2.2) en een brede categorie aan overige activiteiten, gericht op het transformeren van aandachtsfuncties naar kwalitatief hoogwaardigere functies (§2.3). Daarna volgen de activiteiten die zijn ingezet binnen de pijlers sleutelprojecten (§2.4) en het herinrichten van de openbare ruimte (§2.5).

De structuur van deze paragrafen is als volgt. Per paragraaf starten we nogmaals met een korte introductie. Daarna geven we een beschrijving van de activiteiten, inclusief wie hiervoor de verantwoordelijkheid droeg en wat de oorspronkelijke planning daarvoor was. Vervolgens gaan na in hoeverre deze activiteiten zijn gerealiseerd en of dat binnen de oorspronkelijke planning is gebeurd. Per paragraaf sluiten we steeds af met een samenvatting.

Voor de overzichtelijkheid is ervoor gekozen om de begrote en gerealiseerde middelen voor de uitvoering van deze activiteiten integraal te behandelen in een afzonderlijke financiële paragraaf (§2.6). In paragraaf 2.7. wordt tot slot een concluderend antwoord gegeven op de deelvraag in hoeverre de activiteiten van Project 1012 volgens plan zijn uitgevoerd.

Het sluiten van de aangewezen ramen in raambordelen

Binnen de straatgerichte aanpak werd de meeste prioriteit toegekend aan de functiewijziging van raambordelen. In de Strategienota was dan ook concreet aangegeven hoeveel ramen in welke straten moesten sluiten. Ten behoeve van een effectiever en efficiënter toezicht zou prostitutie namelijk alleen nog worden toegestaan in de gebieden: 1) de Oude Nieuwstraat, Singel, Korte Korsjespoortsteeg en Spuistraat en 2) Oudezijds Achterburgwal inclusief zijstraten. Buiten deze twee aangewezen prostitutiezones moesten alle ramen in het postcodegebied verdwijnen.  In onderstaande kaart is de herbestemming van de ramen grafisch weergegeven. 

Figuur 2.2 Overzicht van prostitutiezones en straten waar ramen moesten sluiten

Bron: Project 1012, Voortgangsrapportage april 2011, p. 42.

Desondanks was er voor de ramen geen sprake van een heldere uitgangspositie en daaruit volgende opgave. De Strategienota (2009) ging uit van een sluitingsopgave van 192 van de 482 ramen op basis van een telling uit 2007. In de voortgangsrapportages 2011-2013 werd 2006 als uitgangspunt genomen, op basis waarvan de opgave is bijgesteld naar 186 van de 476 ramen. Door de projectorganisatie is aangegeven dat bij de start van het project nog geen integraal prostitutiebeleid bestond en gegevens over het aantal ramen versnipperd aanwezig waren. In de voormalige bestemmingsplannen was het aantal ramen niet opgenomen, vergunningen konden tussentijds worden aangepast en de werkelijke situatie sloot hier ook weer niet altijd op aan. Deze context zou in de beginperiode tot wisselende cijfers hebben geleid. In de latere voortgangsrapportages 2014-2015 werd uitgegaan van een nieuwe telling uit 2013 die met terugwerkende kracht uitging van een totaalaantal van 470 ramen in 2007.  Ervan uitgaande dat deze laatste telling het meest adequaat is, houdt de rekenkamer als oorspronkelijke sluitingsopgave 186 van 470 ramen aan. Omdat eind 2015Meer informatie over kwaliteit tellingen bij de herijking van het Project 1012 door de gemeenteraad is besloten 46 ramen alsnog open te houden, is de sluitingsopgave later verlaagd naar 140 ramen. 

Meer informatie over kwaliteit tellingen

In onderstaande tabel zijn de verschillen in het totaal aantal ramen en het aantal te sluiten ramen tussen de Strategienota en de voortgangsrapportages weergegeven. In eerste instantie lijkt het verschil tussen de Strategienota en de eerste voortgangsrapportages (11-13) beperkt en lijkt het logisch dat wanneer het totaal aantal ramen tussen de twee tellingen met zes is afgenomen ook het aantal te sluiten ramen met een gelijk aantal afneemt. Wanneer we echter inzoomen op het totaal aantal ramen per straat, zien we dat in sommige gevallen forse verschillen bestaan, wat vraagtekens zet bij de kwaliteit van de eerste tellingen. In de latere voortgangsrapportages (14-15) zien we op basis van een nieuwe telling uit 2013 nog een beperkt verschil in het aantal getelde ramen in de twee prostitutiezones, wat verder geen invloed heeft op de oorspronkelijke sluitingsopgave van 186 ramen.

Tabel 2.1. Totaal aantal en te sluiten ramen in Strategienota versus voortgangsrapportages

 

Totaal aantal
ramen

Te sluiten
ramen

 Strate-
gienota
VR
11-13
VR
14-15
Strate-
gienota
VR
14-15
Korsjespoortsteeg1988198
Bergstraat101010
Singel-Spuistraat e.o.857874910
Oudekerksplein3540403540
St. Annekwartier7083837083
Oudezijds Voorburgwal2688268
Oudezijds Achterburgwal2362382362216
Geldersekade1111111111
Totaal482476470192186

 

Activiteiten, inclusief taakverdeling en oorspronkelijke planning
Volgens de Strategienota moest het sluiten van de aangewezen ramen binnen een periode van zes jaar gerealiseerd worden. Eerst zou geprobeerd worden om tot minnelijke overeenstemming te komen met desbetreffende eigenaren. Wanneer dat echter niet lukte, zou de sluiting door midde l van onteigening worden afgedwongen.  In de beschrijving van de activiteiten volgen we deze volgtijdelijkheid.

Minnelijk traject
In eerste instantie zou worden geprobeerd om op minnelijke wijze tot overeenstemming te komen met de eigenaren van de te sluiten ramen. Daarvoor werden drie soorten instrumenten ingezet.

Ten eerste het aankopen van de betreffende panden door de partners. De gemeente zou daarbij vooral een coördinerende rol spelen en daarnaast planschadevergoeding ter beschikking stellen ter compensatie voor het waarde- en/of inkomensverlies als gevolg van de beëindiging van de prostitutiefunctie. In de praktijk zijn daarbij twee varianten toegepast:

  • De partner van de gemeente kocht een raambordeel van de eigenaar en pas daarna werd de prostitutiebestemming van het pand geschrapt. Hoewel werd afgesproken dat bij oplevering de uitvoering van de prostitutiefunctie zou zijn stopgezet, kocht de partner het pand op deze wijze wel tegen de marktwaarde van een prostitutiefunctie. De gemeente keerde de vergoeding voor planschade daarom aan de partner uit.
  • De eigenaar beëindigde de prostitutiefunctie en vervolgens werd de prostitutiebestemming van het pand geschrapt. De gemeente keerde de vergoeding voor de planschade daarom uit aan de eigenaar. De partner kocht vervolgens het pand van de eigenaar tegen een lagere prijs gebaseerd op een niet-prostitutiefunctie.

Bij beide varianten werden de koopovereenkomst tussen eigenaar en verwervende partner en de overeenkomst met de gemeente tot uitkering van de planschade via een overdracht bij de notaris op hetzelfde moment geëffectueerd. 

Als ondersteunend juridisch instrument werd in de Strategienota verder het toepassen van de Wet Voorkeursrecht Gemeenten op de panden met te sluiten ramen overwogen. Dit hield in dat eigenaren bij een voorgenomen (minnelijke) verkoop dePartners Project 1012ze eerst aan de gemeente moesten aanbieden, waarmee de verkoop aan onwenselijke partijen evenals prijsopdrijving werd voorkomen. Dit voorkeursrecht is sinds 2012  in werking. 

Partners Project 1012

In de Strategienota (2009) werden als concrete aankooppartners de woningbouwcorporaties Stadgenoot (NV Stadsgoed), Ymere en De Key en de NV Zeedijk en de NV Stadsherstel genoemd. Hun maatschappelijke betrokkenheid en relatief kleinschalige aanpak en beheer zouden met name goed aansluiten op het Wallengebied. Het Damrak en Rokin zouden zich vanwege de schaalgrootte en bestaande vastgoedposities beter lenen voor samenwerking met grotere beleggers en ontwikkelaars.  In juli 2016 is 1012Inc. opgericht, een publiek-private samenwerking die bestaat uit de gemeente, Stadgenoot en twee pensioenfondsen (zie verder §2.3.4). Ten tijde van het rekenkamonderzoek was 1012Inc. nog de enige verwervende partner bij de ramen. 

Ten tweede was het uitruilen van panden een andere mogelijke vorm van verwerving door de partners. Dit betrof feitelijk een vastgoedtransactie met verrekening van het waardeverschil. Voor uitruil waren 37 ramen in 11 panden binnen de prostitutiezone Oudezijds Achterburgwal beschikbaar, die door de partners in 2007-2008 reeds waren aangekocht. De gemeente betaalde de rentelasten voor het aanhouden van deze panden waarin de prostitutiefunctie nog kon terugkeren. Verder stond ook voor de herontwikkeling van de panden waar dWat zijn uitruilpanden?oor de uitruil de prostitutiefunctie werd beëindigd een planschadevergoeding ter beschikking aan de partners. 

Wat zijn de uitruilpanden?

Voor het uitruilen werden in 2007 10 panden met 34 ramen aangekocht door NV Stadsgoed (Boomsteeg 1, Oudekennissteeg 5A, Oudezijds Achterburgwal 13, 17, 19, 27A, 40, 121A en Stoofsteeg 1 en 6A). Daarnaast is in 2008 door Ymere 1 pand met 3 ramen aangekocht (Barndesteeg 5). 

Ten derde stond naast het verwerven van de panden door partners ook nog de mogelijkheid open dat de eigenaar zelf een andere functie zou gaan uitoefenen in zijn pand, waarvoor de eigenaar eveneens aanspraak kon maken op een planschadevergoeding vanuit de gemeente. 

Onteigeningstraject
Wanneer er niet tot minnelijke overeenstemming met de eigenaren kon worden gekomen, zou de sluiting van de ramen door middel van onteigening worden afgedwongen. Ter voorbereiding werd parallel aan het minnelijke traject een bestemmingsplan opgesteld, waarin de prostitutiebestemming van de te sluiten ramen zou worden geschrapt. Conform het Uitvoeringsprogramma 2010-2014 (2009) moest dit bestemmingsplan medio 2012 onherroepelijk zijn verklaard door de Raad van State en in het derde kwartaal van 2012 moest ook het administratieve gedeelte van de onteigeningsprocedure zijn afgerond. Dit hield in dat door de raad  een onteigeningsverzoek zou worden gedaan aan de Kroon, daarna het ontwerpbesluit en -onteigeningsplan ter inzage zouden worden gelegd en hierover vervolgens een Koninklijk Besluit zou worden genomen. De daaropvolgende gerechtelijke procedure stond ingepland t/m medio 2013. Daarbij moest eerst nog een laatste poging gedaan worden om tot minnelijke overeenstemming te komen, waarbij eigenaren eveneens een beroep kunnen doen op zelfrealisatie. In andere gevallen mondde de gerechtelijke procedure uit in een onteigeningsvonnis door de rechtbank. In het geval van onteigening moest de gemeente de eigenaar en/of exploitant schadeloos stellen. 

Hierna vatten we de activiteiten rondom het sluiten van ramen nogmaals schematisch samen.

Figuur 2.3 Schematisch overzicht activiteiten rondom te sluiten ramen



De verantwoordelijkheid voor het sluiten van de aangewezen ramen lag bij de centrale stad. Vanuit de stedelijke projectorganisatie moest de zelfrealisatie, het verwerven van de panden en het onteigeningstraject worden gecoördineerd; ook werden de planschadevergoedingen en rentelasten voor het aanhouden van de uitruilpanden uit stedelijke middelen bekostigd. Het bestemmingsplan, het ondersteunende planologisch-juridisch instrument, behoorde echter tot de bevoegdheden van stadsdeel Centrum. 

Realisatie (conform planning?)
Ten tijde van het rekenkameronderzoek was het sluiten van de aangewezen ramen nog niet afgerond. Dat betekent dat het sluiten van de ramen niet binnen de geplande periode is gerealiseerd en ook niet voor het einde van het coalitieproject gereed is gekomen. Hieronder beschrijven we achtereenvolgens de uitkomsten van het minnelijk en onteigeningstraject.

Minnelijk traject
Uit de informatie in de voortgangsrapportages blijkt dat er 103 aangewezen ramen op minnelijke wijze zijn gesloten, waarvan ongeveer tweederde (68) al in 2007 en 2008. Uitgezonderd één raam zijn allen gesloten via aankoop van de panden door de partners, waarvan 15 ramen door middel van uitruil in het bezit van de partner zijn gekomen.

Tabel 2.2 Aantal gesloten ramen op basis van minnelijke overeenstemming, 2007-2017

Jaar

Totaal aantal ramen

Gesloten aangewezen ramen

Mutaties uitruilramen

Toelichting

Beginstand47000 
2007-2008365-68 -37
(tijdelijk gesloten)
Aankoop 23 panden met 68 ramen door Ymere, NV Stadsgoed en De Key,
Planschade aan partners

Aankoop uitruilpanden door NV Stadsgoed (10) en Ymere (1). Dat betekent een tijdelijke sluiting van 37 ramen.
200936500-
201036500-
2011364-10Functiewijziging door pandeigenaar,
Planschade aan eigenaar
2012361-20Aankoop 1 pand met 2 ramen door NV Stadsherstel,
Planschade aan eigenaar
-15+14
(heropend)
Uitruil NV Stadsgoed van 15 aangewezen ramen in drie panden tegen 14 ramen in 5 uitruilpanden. Dat betekent een heropening van 14 uitruilramen,
Planschade aan partner
201336100-
2014355-60Aankoop 1 pand met 6 ramen door NV Stadsgoed,
Planschade aan partner
201535500-
2016344-110Aankoop 3 panden met 11 ramen  door NV Stadsgoed,
Planschade aan partner

Doorverkoop van 2 uitruilpanden aan respectievelijk NV Stadsherstel en 1012Inc. Dit betekent een definitieve onttrekking van zes uitruilramen.
20173580+14
(heropend)
In het kader van My Red Light zijn 4 uitruilpanden opnieuw in gebruik genomen. Vanwege verbouwing gaat het nog om 14 ramen (oorspronkelijk 17). Dit betekent een heropening van 14 uitruilramen en een definitieve onttrekking van drie uitruilramen.
Huidige stand358-103-9103 aangewezen ramen gesloten en daarnaast 9 uitruilramen definitief onttrokken

Om uitruil mogelijk te maken, waren in 2007-2008 11 panden met 37 ramen aangekocht en tijdelijk gesloten. Van deze 37 ramen zijn er 14 ramen daadwerkelijk heropend door uitruil. Van de overige uitruilramen zijn nog 14 ramen (oorspronkelijk 17) opnieuw in bedrijf gekomen in het kader van het Project My Red Light ; voor de overige zes uitruilramen is met het doorverkopen van de panden de Meer informatie over kwaliteit tellingenprostitutiefunctie definitief beëindigd. Dat leidt ertoe dat ten tijde van het rekenkamer-onderzoek het aantal open ramen is gedaald van 470 in 2007 naar 358 in 2017.

Meer informatie over kwaliteit tellingen

Het monitoren van de voortgang bij de sluiting van de aangewezen ramen heeft de rekenkamer als ingewikkeld ervaren. Hieronder zijn de verschillende redenen uiteengezet evenals de keuzes die de rekenkamer heeft gemaakt bij de eigen telling.

Ten eerste had de gemeente – zoals eerder beschreven - bij de start van het project nog geen goed overzicht van het totaal aantal ramen in het gebied. In de voormalige bestemmingsplannen was het aantal ramen niet opgenomen, vergunningen konden tussentijds worden aangepast en de werkelijke situatie sloot hier ook weer niet altijd op aan. Deze context zou in de beginperiode tot wisselende cijfers hebben geleid met als gevolg dat er gedurende het project verschillende oorspronkelijke totaalaantallen (482-476-470) en aantal te sluiten ramen (192-186) worden gehanteerd, wat ook bij de monitoring van de voortgang tot verwarring leidt. Met het nieuwe Bestemmingsplan Herbestemmen Raambordelen Binnenstad (zie Onteigeningstraject) en het Programma Prostitutie  zou de situatie inmiddels beter zijn vastgelegd. Daarmee gaat de rekenkamer ervan uit dat de laatste telling in 2013 de meest adequate informatie bevat, zodat ervoor is gekozen om als oorspronkelijke sluitingsopgave 186 van 470 ramen aan te houden. Met de herijking van Project 1012 is vervolgens besloten 46 ramen alsnog open te houden, zodat de sluitingsopgave later is verlaagd naar 140 ramen

Ten tweede zagen we dat de aangewezen te sluiten ramen feitelijk niet altijd ramen betroffen. Dat zal eveneens te maken hebben met de hierboven geschetste context bij de start van het project. In ieder geval maakten de zeven werkplekken in de voormalige besloten club op de Nieuwezijds Voorburgwal 28-30 onderdeel uit van de sluitingsopgave en zijn zij tevens meegenomen in de gepresenteerde tellingen van gesloten ramen in de voortgangsrapportages (in de periode 2007-2008 aangekocht door Ymere). Om extra verwarring te voorkomen, heeft de rekenkamer ervoor gekozen hetzelfde te doen in de eigen telling, maar wel telkens met de notie dat het feitelijk niet om ramen ging. 

Ten derde waren de gepresenteerde tellingen van de gesloten ramen in de voortgangsrapportages vaak inclusief de uitruilramen. De uitruilramen maakten echter formeel geen onderdeel uit van de sluitingsopgave. Daarnaast ging het in aanleg om een tijdelijke situatie, aangezien de prostitutiefunctie mogelijk nog in het pand kon terugkeren. Door de uitruilramen als gesloten ramen (bij de sluitingsopgave) te presenteren, ontstaat verwarring en/of een vertekend beeld. In de eigen telling heeft de rekenkamer daarom aparte kolommen opgenomen voor de voortgang bij de aangewezen te sluiten ramen en de uitruilramen. De status van de uitruilramen is immers wel van belang bij de telling van het aantal ramen dat op een bepaald moment in bedrijf is.

Ten vierde zien we een nog een verschil van 1 raam tussen de tellingen van het Programma Prostitutie en Project 1012. Bij de aankoop van NV Stadsgoed in 2014 gaat het Programma Prostitutie uit van een sluiting van 5 ramen. Dat leidt tot 345 vergunde ramen per 1 januari 2017. De rekenkamer volgt in haar eigen telling de informatie uit de rapportages van Project 1012, waarin een sluiting van zes ramen wordt gemeld.  De reden is dat er anders geen aansluiting is met de restopgave van 37 te sluiten ramen na de herijking (186 ramen – 103 gesloten ramen – 46 ramen die open mogen blijven = 37 ramen).

 
Onteigeningstraject

Ten tijde van het rekenkameronderzoek was het onteigeningstraject nog niet afgerond. Het separate bestemmingsplan voor de wegbestemde ramen - het Bestemmingsplan Herbestemmen Raambordelen Binnenstad - is op 30 oktober 2012 vastgesteld door de stadsdeelraad en in juli 2013 door de Raad van State onherroepelijk verklaard. De vertraging ten opzichte van de oorspronkelijke planning (medio 2012) werd in de voortgangsrapportages gedeeltelijk verklaard door het uitstellen van de inspraakprocedure vanwege de gemeenteraadsverkiezingen van 2010. 

Na het onherroepelijk verklaren van het Bestemmingsplan was het in de voortgangsrapportage van juni 2014 nog de verwachting dat het onteigeningsverzoek in 2014 aan de gemeenteraad zou worden voorgelegd.  Door de herijking van Project 1012 heeft het opstarten van de onteigeningsprocedure echter tijdelijk stilgelegen. In het nieuwe coalitieakkoord voor de bestuursperiode 2014-2018 werd namelijk minder geld beschikbaar gesteld voor het verwerven van panden met wegbestemde ramen. Eind 2015 heeft dit uiteindelijk geleid tot het besluit dat 46 wegbestemde ramen toch open mochten blijven. Min de 103 ramen die inmiddels op minnelijke wijze verworven waren, bestond de opgave na de herijking nog uit 37 te sluiten ramen.  De in juli 2016 opgerichte deelneming 1012Inc. (zie verder §2.3.4) heeft de verplichting om de bijbehorende panden aan te kopen en is daarmee de enige verwervende partner bij de overgebleven wegbestemde ramen. Met 1012Inc. is afgesproken dat zij de panden aankoopt nadat de eigenaar de prostitutiefunctie heeft beëindigd (en dus tegen een lagere marktwaarde), maar wel bijdraagt aan de planscGevolgen van herijking wegbestemde ramenhadevergoeding aan de eigenaar. Dat zorgde ervoor dat ook minder gemeentelijke middelen hoefden te worden begroot voor de verwerving van de resterende 37 ramen. 

Gevolgen van herijking wegbestemde ramen

Met de herijking is besloten dat 46 van de 186 aangewezen ramen toch open mochten blijven. Dit had als gevolg dat de Wet Voorkeursrecht Gemeenten per augustus 2016 is vervallen voor de panden waarin deze 46 ramen zich bevinden. Verder zullen deze panden opnieuw positief bestemd worden in een hernieuwd bestemmingsplan voor het gehele postcodegebied 1012 (zie §2.3.5), dat niet voor 2019 wordt verwacht. 

In het kader van de onteigeningsprocedure is in het vierde kwartaal van 2016 gestart met gesprekken met de twee eigenaren van de 9 panden  waarin de 37 nog te sluiten ramen zich bevinden met als inzet om alsnog tot minnelijke verwerving te komen. In december 2017 is door de gemeenteraad besloten een onteigeningsverzoek aan de Kroon te doen voor twee panden met 13 ramen; in februari 2018 heeft de raad daartoe ook besloten voor de overige zeven panden met 24 ramen. Overigens staat ook tijdens de onteigeningsprocedure voor de twee eigenaren nog de mogelijkheid open om tot minnelijke overeenstemming te komen. 

Samenvatting
In onderstaande tabel zijn de activiteiten rondom het sluiten van de aangewezen ramen nogmaals kort samengevat. Daarnaast is aangegeven in hoeverre deze activiteiten door het verantwoordelijke organisatieonderdeel gerealiseerd zijn en in hoeverre dat volgens de oorspronkelijke planning bij het Uitvoeringsprogramma 2010-2014 is gebeurd.

Tabel 2.3 Samenvatting sluiting aangewezen ramen

Activiteiten

Verantwoordelijk
organisatieonderdeel

Gerealiseerd?

Volgens
oorspronkelijke planning?

Bestemmingsplan
(Ondersteunend
planologisch-juridisch
instrument)
Stadsdeel CentrumJa, juli 2013Nee,
medio 2012
Sluiten aangewezen ramen

Minnelijke overeenstemming
  • Functiewijziging door eigenaar
  • Uitruilen panden
  • Aankopen panden door partners (met Wet Voorkeursrecht Gemeenten als ondersteunend juridisch instrument sinds 2012)

Onteigening
Centrale stad103 van de oorspronkelijke aangewezen 186 ramen zijn op minnelijke wijze gesloten, waarvan 68 in 2007-2008.  Met de herijking van Project 1012 is besloten dat 46 aangewezen ramen alsnog open mogen blijven, zodat de resterende opgave 37 ramen betreft. Voor deze 37 ramen heeft de raad inmiddels besloten tot een onteigeningsverzoek aan de Kroon.Nee,
medio 2013

Het sluiten van de aangewezen ramen is niet binnen de geplande periode gerealiseerd en is ook niet voor het einde van het coalitieproject in 2018 gereed gekomen. Ten tijde van het rekenkameronderzoek waren 103 aangewezen ramen op minnelijke wijze gesloten, waarvan 68 al in 2007-2008. Het minnelijk traject is langer doorgelopen vanwege vertragingen bij de oplevering van het bestemmingsplan (juli 2013 in plaats van medio 2012). Later heeft ook het opstarten van de onteigeningsprocedure stilgelegen vanwege de herijking van het project, waarmee 46 van de oorspronkelijke 186 aangewezen ramen alsnog open mochten blijven. Ten tijde van het rekenkameronderzoek had de gemeenteraad voor de resterende 37 ramen besloten een onteigeningsverzoek aan de Kroon te doen.

Het sluiten van de aangewezen coffeeshops

Binnen de straatgerichte aanpak werd na de raambordelen de functiewijzing van coffeeshops als meest wenselijk gezien. In de Strategienota werd daarom ook voor deze aandachtsfunctie concreet aangegeven hoeveel er per straat moesten sluiMeer informatie over kwaliteit tellingenten. De totale sluitingsopgave betrof 26 coffeeshops, die zich bevonden in 9 van de aangewezen straten binnen de straatgerichte aanpak. 

Meer informatie over kwaliteit tellingen

Net als bij de ramen werd ook bij de coffeeshops van een andere uitgangspositie uitgegaan in de Strategienota (76) en de voortgangsrapportages (74, in laatste voortgangsrapportage 71). Onduidelijk is waar deze totaalaantallen in de voortgangsrapportages op gebaseerd zijn. Op verzoek van de rekenkamer is door de projectorganisatie een overzicht aangeleverd van alle coffeeshops in postcodegebied. Hier ging het weer om 79 coffeeshops. Omdat dit overzicht is voorzien van adressen, heeft de rekenkamer ervoor gekozen om deze 79 coffeeshops als uitgangspositie te hanteren. Het aantal aangewezen te sluiten coffeeshops bleef daarentegen gedurende het project wel gelijk, waardoor de sluitingsopgave in principe voldoende helder was. 

Activiteiten, inclusief taakverdeling en oorspronkelijke planning
Voor het sluiten van de 26 coffeeshops was de activiteit het ontnemen van de gedoogbeschikking. Er werd dus direct een juridisch instrument ingezet, waarmee het stopzetten van de bedrijfsvoering werd afgedwongen. Het sluiten van de 26 coffeeshops moest binnen een periode van zes jaar gereed zijn. Na de bestaande gedoogbeschikking (peildatum 1 september 2009) zou nog wel eenmaal een gedoogbeschikking voor een periode van drie jaar worden verleend. Volgens het Uitvoeringsprogramma 2010-2014 (november 2009) zouden de gedoogbeschikkingen vervolgens in de periode 2012- 2015 definitief vervallen. De verantwoordelijkheid voor deze activiteit lag bij de centrale stad. , 

Realisatie (conform planning?)
Eind 2015 zijn de gedoogbeschikkingen vervallen en daarmee is de sluiting van de beoogde 26 coffeeshops binnen de gestelde periode van zes jaar gerealiseerd.  In tabel 2.4. is de sluiting van de coffeeshops in de tijd geplaatst. Daaruit blijkt dat de planning tussentijds wel wat is verschoven. Dat werd in de voortgangsrapportaSluitingen coffeeshops op andere gronden dan Project 1012ges gedeeltelijk verklaard door onduidelijkheden in het Rijksbeleid. Ook waren vier coffeeshops in de periode 2009- 2012 al gesloten op basis van de APV/Bibob. 

Sluitingen coffeeshops op andere gronden dan Project 1012

In hoofdstuk 4 wordt de totale ontwikkeling van het aantal coffeeshops geschetst. Naast sluiting op basis van Project 1012 zijn namelijk ook op andere gronden coffeeshops in het postcodegebied gesloten. Zo is een landelijk afstandscriterium tot scholen ingevoerd. Verder zijn er verschillende coffeeshops gesloten op basis van de Wet Bibob/APV, waarvan dus 4 van de 26 coffeeshops die in het kader van Project 1012 waren aangewezen. Voor de beantwoording van deelvraag 2 wordt een inventarisatie gemaakt van andere gemeentelijke activiteiten in het postcodegebied 1012, die van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling van functies. Hier zullen we ook aandacht besteden aan de toepassing van de Wet Bibob/APV.

Tabel 2.4 Aantal gesloten coffeeshops, periode 2009-2015

Jaar

Sluiting op basis van Project 1012

Sluiting op basis van APV/Bibob

2009 1
2010  
2011 1
2012 2
20139 
20146 
20157 
Deeltotaal224
Totaal26 van 26

Samenvatting
In onderstaande tabel is kort samengevat in hoeverre de activiteit rondom het sluiten van de 26 coffeeshops door het verantwoordelijke organisatieonderdeel volgens de oorspronkelijke planning bij het Uitvoeringsprogramma 2010-2014 is gerealiseerd.

Tabel 2.5 Samenvatting sluiting aangewezen coffeeshops

Activiteit

Verantwoordelijk organisatieonderdeel

Gerealiseerd?

Volgens oorspronkelijke planning?

Vervallen gedoogbeschikkingenCentrale stadJa, in 2015Ja

Alle gedoogbeschikkingen zijn in 2015 vervallen en daarmee is het sluiten van de 26 coffeeshops– ondanks wat tussentijdse verschuivingen – binnen de geplande periode van zes jaar gerealiseerd. Vier van deze coffeeshops waren overigens al eerder gesloten op basis van de APV/Bibob.

Het transformeren van aandachtsfuncties

In bovenstaande paragrafen zijn de activiteiten rondom het sluiten van de aangewezen ramen en coffeeshops in het postcodegebied aan bod gekomen. Daarnaast omvatte de straatgerichte aanpak ook nog verscheidene andere activiteiten, die in bredere zin gericht waren op het transformeren van aandachtsfuncties. Het ging dan niet alleen om het transformeren van de ramen en coffeeshops naar hoogwaardige economische functies wanneer zij eenmaal gesloten waren, maar ook – en met name - om een zelfde soort functiewijziging voor de andere negen aandachtsfuncties  te bewerkstelligen.

Verschil met de ramen en coffeeshops was dat bij de overige aandachtsfuncties geen activiteiten werden ingezet waarmee het stoppen van de bedrijfsvoering (in het uiterste geval) kon worden afgedwongen en ook niet concreet was aangegeven hoeveel zaken waar moesten verdwijnen. De functiewijziging moest namelijk in principe door middel van samenwerking met en stimulering van de zittende eigenaren/ondernemers tot stand komen.  Gedurende het project zagen we echter dat de gemeente daarnaast - net als bij de ramen –ook een actievere (financiële) rol wilde gaan spelen bij de verwerving van panden door partners. Tot slot werden ook ondersteunende planologische - juridische instrumenten ingezet, die weliswaar geen functiewijziging van bestaande zaken met overige aandachtsfuncties afdwongen, maar wel belangrijke randvoorwaarden creëerden voor het stoppen en keren van de overige aandachtsfuncties.

Onderstaand gaan we in de volgende subparagrafen dieper in op de overige activiteiten binnen de straatgerichte aanpak gericht op het transformeren van (met name de overige) aandachtsfucties. Het gaat achtereenvolgens om het samenwerken met eigenaren/ondernemers/bewoners in straatclusterteams (§2.3.1); het stimuleren van de gewenste functiewijzigingen met een subsidieregeling (§2.3.2.); een tussentijdse actievere rol van de gemeente bij de verwerving van panden anders dan ramen (§2.3.3.); het gelijktijdig inzetten op een publiek-private samenwerking voor het aankopen, ontwikkelen en beheren van panden (§2.3.4) en het creëren van planologisch-juridische randvoorwaarden met een nieuw bestemmingsplan voor het hele postcodegebied (§2.3.5.). Per subparagraaf zullen we eerst nog een korte introductie geven. Daarna beschrijven we wat de activiteiten inhielden, wie daarvoor de verantwoordelijkheid droeg en indien van toepassing wat de oorspronkelijke planning was. Vervolgens gaan we na in hoeverre deze activiteiten (binnen de geplande doorlooptijd) zijn gerealiseerd. Tot slot geven we een overkoepelende samenvatting voor alle activiteiten gezamenlijk.

Samenwerken in straatclusterteams

In de Strategienota was de inzet van de straatgerichte aanpak om in een aantal aangewezen straten het herstel van de economische functiebalans op gang te brengen door de benoemde aandachtsfuncties actief te verminderen en te transformeren naar kwalitatief hoogwaardigere functies. Oorspronkelijk ging het om 18 straten. Voor een aantal aangewezen straten was echter een brede aanpak in samenwerking met zittende eigenaren, ondernemers en bewoners nodig. Daartoe zijn 6 straatclusters ingericht, die deels bestonden uit de aangewezen straten waar een actieve vermindering van aandachtsfuncties werd nagestreefd, maar ook deels uit straten waarvan de potentie niet ten volle werd benut en mogelijkheden bestonden tot verdere ontwikkeling, zoals de Oudezijds Achterburgwal en de Nes. Twee van de oorspronkelijke 18 straten vielen echter weer buiten de straatclusters. In deze straten was geen brede aanpak nodig, maar golden de 1012-doelstellingen nog wel onverminderd. In onderstaande tabel is weergegeven hoe de straten binnen de straatclusters zich verhouden tot de 18 straten, die oorspronkelijk waren aangewezen in de Strategienota. 

Tabel 2.6 Overzicht van 6 straatclusters in relatie tot de oorspronkelijke 18 straten straatgerichte aanpak

Straatclusters*

Overige aangewezen straten

1. Damrak, Nieuwendijk (noord), Haringpakkersteeg, Hasselaerssteeg, Oudebrugsteeg (West), Karnemelksteeg
  • Geldersekade
  • Oudezijds Voorburgwal
2. Rokin, Nes, Oude Turfmarkt, Langebrugsteeg, Kalfsvelsteeg, Ceekbroersteeg, Wijde Lombardsteeg, Sint Pieterspoort, Nadorststeeg, Hermietenstraat, Beurspoortje
3. Damstraat, Oude Doelenstraat, Oude Hoogstraat, Nieuwe Hoogstraat, Pijlsteeg
4. Warmoesstraat, Oudebrugsteeg, Lange Niezel, Nieuwebrugsteeg
5. Oudezijds Achterburgwal, Korte Niezel, Korte Stormsteeg, Boomsteeg, Molensteeg, Oude Kennissteeg, Kreupelsteeg, Monnikenstraat, Bloedstraat, Stoofsteeg, Barndesteeg
6. Oude Kerksplein, Enge Kerksteeg, Wijde Kerksteeg, Sint Annendwarsstraat, Trompettersteeg, Dollebegijnensteeg, Sint Annenstraat

*De 18 aangewezen straten in de Strategienota zijn in bovenstaand overzicht dikgedrukt.

Met de herijking in 2015 is overigens nog een zevende cluster toegevoegd, namelijk de Nieuwezijds Voorburgwal/Spuistraat. Daarnaast zou de straatgerichte aanpak zich meer gaan concentreren op kansrijke panden en straten, zodat binnen de straatclusters ‘focusgebieden’ zijn aangewezen, te weten de Lange Niezel, kop Nieuwendijk, Oudekerksplein/St Annenkwartier, Nieuwezijds Voorburgwal en Nieuwe en Oude Hoogstraten. 

Activiteiten, inclusief taakverdeling en oorspronkelijke planning
Kern van de brede aanpak in de straatclusters was om in samenwerking met buurtbetrokkenen de gewenste transformatie van aandachtsfuncties  te realiseren. Per straatcluster moest daartoe eerst een werkgroep worden ingericht, bestaande uit pandeigenaren, ondernemers, bewoners, de straatmanager en een vertegenwoordiger van de ondernemersvereniging. Door deze ‘straatteams’ zou vervolgens een toekomstperspectief op het gebied van branchering worden opgesteld. Deze ‘straatvisies’ werden gebruikt als inspiratiebeeld voor toekomstige investeerders. Daarnaast moesten ze fungeren als toetsingskader voor nieuwe initiatieven in het cluster en zouden zij gebruikt worden als bouwstenen voor de nieuwe bestemmingsplannen voor zowel de ramen (zie §2.1.) als voor het gehele postcodegebied (zie §2.3.5.). Na vaststelling zouden de straatvisies binnen de straatclusterteams verder uitgewerkt en uitgevoerd worden.

De verantwoordelijkheid voor de brede aanpak in straatclusters lag bij stadsdeel Centrum. Er zijn verschillende ‘projectleiders straatgerichte aanpak’ aangesteld, die een coördinerende en faciliterende rol hadden binnen de straatteams. In het Uitvoeringsprogramma (2009) werd gestreefd naar besluitvorming over de straatvisies in de stadsdeelraad medio 2010. Er werd uitgegaan van een totale looptijd van tenminste 10 jaar voor de brede aanpak in straatclusters. 

Realisatie (conform planning?)
Uit onderstaand overzicht blijkt dat voor vijf clusters straatteams zijn gevormd en straatvisies zijn vastgesteld in periode eind 2010 - begin 2013. Dat is wel later dan in het Uitvoeringsprogramma (medio 2010) was beoogd.  Voor de Oudezijds Achterburgwal zijn geen straatteams en -visies gerealiseerd. In de voortgangsrapportages is daarvoor geen expliciete reden genoemd. De projectorganisatie heeft te kennen gegeven dat er in dit straatcluster ten tijde van het schrijven van de straatvisies nog geen sprake was van een georganiseerd bedrijfsleven en dat er daarom destijds geen prioriteit werd gegeven aan het starten van een straatgerichte werkgroep. 

Op basis van informatie die door projectorganisatie is aangeleverd over de verdere uitwerking en uitvoering van de visies weten we dat binnen de straatteams uitvoeringsprogramma’s zijn opgesteld, later vervangen door actiepuntlijsten. Met uitzondering van cluster Damrak-Nieuwendijk zijn echter na 2014 geen uitvoeringsdocumenten meer teruggevonden. De projectorganisatie heeft aangegeven dat in de aanloop naar de herijking is bepaald dat de bijeenkomsten minder frequent en alleen nog met vertegenwoordigers van de ondernemersverenigingen en straatmanagers te laten plaatsvinden, waarna ook de monitoring van de uitvoeringsplannen vanuit de gemeente is stopgezet. Alleen het straatcluster Damrak-Nieuwendijk  kent nog steeds een werkgroep, maar deze richt zich meer op de dagelijkse gang van zaken dan het realiseren van een kwalitatief hoogwaardiger functieaanbod. Daarentegen is na de herijking nog wel veel tijd gestoken in het opstellen van een visie voor het nieuwe straatcluster Nieuwezijds Voorburgwal/Spuistraat, die in de eerste helft van 2017 is vastgesteld. In de overige straatclusters zou het streefbeeld na de herijking herbevestigd zijn. 

Tabel 2.7 Overzicht vaststelling straatvisies door stadsdeelbestuur en periode met uitvoeringsdocumenten

Straatcluster

Vaststelling visie dagelijks bestuur

Vaststelling visie deelraadcommissie

Uitvoeringsdocumenten straatteam tot en met:

Damrak – Nieuwendijkjuli 2011sept. 2011juni 2017
Warmoesstraatmei 2011juni 2011sept. 2014
Rokin /NesRokinmei 2011juni 2011sept. 2014
Nesnov. 2010dec. 2010nov. 2014
Damstraat/Hoogstratenapril 2011jan. 2013nov. 2014
Oudezijds AchterburgwalNeeNeeNee
Oudekerkspleinokt. 2010nov. 2010nov. 2014
Nieuwezijds Voorburgwal/ Spuistraatnov. 2016jan. 2017 Nee
Stimuleringsregeling

Naast de samenwerking binnen de straatclustersteams stimuleerde de gemeente het transformeren van aandachtfuncties met het beschikbaar stellen van subsidie met de Stimuleringsregeling.

Activiteiten, inclusief taakverdeling en oorspronkelijke planning
Ondernemers binnen het postcodegebied die een aandachtsfunctie wilden opwaarderen of transformeren naar een hoogwaardigere economische functie (of een nieuwe functie willen beginnen in een pand waar voorheen een aandachtsfunctie zat)  konden een beroep doen op de Stimuleringsregeling om een deel van de investeringskosten vergoed te krijgen (maximaal € 40.000). Conform het Uitvoeringsprogramma 2010-2014 moest de Stimuleringsregeling medio 2010 gereed zijn. Voor de periode 2010-2014 was een bedrag van € 3,75 miljoen gereserveerd. Hoewel het gaat om stedelijke middelen was de uitvoering van de regeling de verantwoordelijkheid van stadsdeel Centrum. 

Realisatie (conform planning?)
De Stimuleringsregeling is in maart 2011 door de stadsdeelraad vastgesteld; dat was later dan in de Uitvoeringsnota beoogd (medio 2010).  In tabel 2.8 is verder te zien dat er weinig gebruik is gemaakt van de Stimuleringsregeling. In de periode 2011-2016 ging het om 26 uitgekeerde subsidies voor een totaalbedrag van € 686.883. Bovendien ging het daarbij grotendeels om het transformeren van voormalige raambordelen (5) en coffeeshops (15), die in het kader van Project 1012 gesloten waren. De nieuwe functies betroffen met name horeca. 

Al in de tussenevaluatie van de straatgerichte aanpak (juni 2012) werd als reden van het beperkte gebruik van de Stimuleringsregeling genoemd dat het vaak niet in het (bedrijfseconomische) belang van de ondernemer is om een andere functie te gaan uitoefenen. Daarnaast was de eis dat gesubsidieerde ondernemingen ten minste drie jaar geëxploiteerd zouden moeten gaan worden een belemmering voor nieuwe hoogwaardigere initiatieven, omdat het op voorhand niet zeker was of zij rendabel zouden zijn. Vanwege het beperkte gebruik is het subsidiebudget in november 2012 teruggebracht tot € 1 miljoen (zie verder paragraaf 2.3.3.). 

Tabel 2.8 Uitgekeerde subsidie(bedragen) Stimuleringsregeling, periode 2011-2016.
JaarAantal toegewezen subsidiesToegewezen bedrag
20110€ 0 
20121€ 40.000
20135€ 88.930
20147€ 181.276
20157€ 199.352
20166€ 177.325
Totaal26€ 686.883
Tussentijdse actievere rol gemeente bij verwerving panden, niet zijnde ramen


Zoals bij de Stimuleringsregeling al naar voren kwam, werd bij de tussenevaluatie van de straatgerichte aanpak in 2012 geconstateerd dat het transformeren van de overige aandachtfuncties nog weinig van de grond kwam via het gekozen model van samenwerking en stimulering. Zittende ondernemers waren vaak niet geïnteresseerd in of in staat tot een andere bedrijfsvoering. De vele gesprekken die met betrokken partijen zijn gevoerd in het kader van brede aanpak binnen de straatclusters had wel geleid tot een toename van initiatieven, maar die vonden vooral plaats in panden waar geen aandachtsfunctie zat of waar het eigendom in handen was gekomen van een bonafide partner. Dit leidde tot het inzicht dat bonafide eigendom essentieel is om de beoogde transformatie te realiseren met als gevolg dat men minder wilde investeren in samenwerking met zittende ondernemers en tegelijkertijd meer aandacht wilde besteden aan bonafide eigenaren op strategische locaties en het in goede handen brengen van vastgoed. Daarmee werd tussentijds ervoor gekozen om de gemeentelijke (financiële) inzet bij de verwerving van panden door partners uit te breiden van de raambordelen naar de overige aandachtsfuncties. 

Activiteiten, inclusief taakverdeling en oorspronkelijke planning
Voor de transformatie van de overige aandachtsfuncties heeft de gemeente dus tussentijds budget beschikbaar gesteld om de bijbehorende panden in bonafide eigendom te brengen. Dat kwam tot uitdrukking in twee activiteiten.

Ten eerste besloot stadsdeel Centrum (in december 2011) om een actievere rol te gaan spelen in de verwerving van vastgoed anders dan ramen. Het ging daarbij om panden van eigenaren die de ambities van de straatgerichte aanpak onvoldoende (konden) steunen, wanneer het desbetreffende pand een vliegwieleffect teweeg kon brengen of als het stadsdeel meer mogelijkheden had tot beëindiging van de functie dan de eigenaar. Alleen vastgoed binnen de aangewezen straten van de straatgerichte aanpak zou door het stadsdeel worden aangekocht, waarbij de straten die van belang waren voor de oost-west verbindingen prioriteit hadden.  Idealiter werd het vastgoed direct na aankoop weer in erfpacht aan de partners uitgegeven. Voor exploitatie- en eventueel boekverlies was een budget van € 2 miljoen beschikbaar. De verwachting was dat daarmee 6-36 panden konden worden aangekocht. Aan het einde van de bestuursperiode in 2014 zou de aankoop van vastgoed door het stadsdeel worden heroverwogen. 

Ten tweede besloot de gemeenteraad in november 2012 om € 2,75 miljoen van het budget van de Stimuleringsregeling te gaan inzetten voor planschadevergoedingen aan de partners bij de aankoop van panden niet zijnde raambordelen. Deze middelen konden in eerste instantie in 2013 en 2014 worden ingezet. 

Realisatie (conform planning?)
Er zijn geen planschades uitgekeerd ten behoeve van de aankoop van panden met overige aandachtsfuncties.  Wel zijn in de bestuursperiode 2010-2014 - voor zover bekend - vijf panden via stadsdeel Centrum verworven, waarvan drie al voor het besluit van de stadsdeelraad. Tijdens het rekenkameronderzoek hadden deze aankopen nog niet geleid tot daadwerkelijke transformaties van overige aandachtsfuncties. Het resultaat van deze aankopen via het stadsdeel lag meer bij het behouden van bestaande gewenste functies en grip op toekomstig vastgoedgebruik. 

Context: zelfstandige aankopen projectpartners, niet zijnde ramen

In de Strategienota (2009) werden de woningbouwcorporaties Stadgenoot (NV Stadsgoed), Ymere, De Key/Principaal, de NV Zeedijk en de NV Stadsherstel als aankooppartners aangemerkt.  Uit de paragrafen 2.1. en 2.3.3. weten we dat de financiële betrokkenheid van de gemeente bij de verwerving van panden zich in eerste instantie beperkte tot de ramen. Tussentijds is ervoor gekozen om dat uit te breiden naar de overige aandachtsfuncties, maar uiteindelijk zijn hiervoor geen planschadevergoedingen aan de partners uitgekeerd en de aankopen van de partners via stadsdeel Centrum waren beperkt. Als context komen in dit kader de zelfstandige aankopen van de projectpartners van overige panden (niet-raambordelen) aan bod.

Alleen in de voortgangsrapportages van Project 1012 over de jaren 2009 en 2010 wordt separaat gerapporteerd over de zelfstandige aankopen van de projectpartners. In latere voortgangsrapportages werden wel verschillende vastgoedontwikkelingen genoemd, maar het was onduidelijk of het daarbij ging om nieuwe aankopen of initiatieven in panden die al in bezit van de partners waren. De rekenkamer heeft geprobeerd om zelf een lijst op te stellen van de aankopen van partners in het postcodegebied 1012 voor de periode 2008-2016, maar vanwege verschillende gebreken in de gebruikte kadasterinformatie was het uiteindelijk niet mogelijk om tot een betrouwbaar overzicht te komen. Daarom beperken we ons in onderstaande tabel tot de beschikbare informatie uit de voortgangsrapportages over de jaren 2009 en 2010.
 

Tabel 2.10. Zelfstandige aankopen projectpartners, 2009-2010 

JaarPartnerAdres
2009NV StadsgoedDamrak 8, 23, 33, 49, 50, 51, 53, 58, 59 Mandemakersteeg 3
 NV StadsherstelOudezijds Voorburgwal 67, Warmoesstraat 15
2010NV StadsgoedNieuwendijk 21, 26, 33, 35, 44, 98St. Annendwarsstraat 4, 6

 

Context: zelfstandige aankopen projectpartners, niet zijnde ramenOp basis van de voortgangsrapportages en de globale analyse van kadasterdata is het beeld ontstaan dat aankopen van vastgoed door partners vooral in de beginjaren van Project 1012 hebben plaatsgevonden. In de gevoerde gesprekken is hiervoor een drietal verklaringen naar voren gekomen. Ten eerste de economische crisis die net na de start van Project 1012 aanving. Ten tweede de verandering van Rijksbeleid waardoor de woningbouwcorporaties gedurende het project minder mogelijkheden hebben gekregen tot vastgoedinvesteringen. Ten derde de enorme stijging van vastgoedprijzen in het postcodegebied de afgelopen jaren.

Tabel 2.9 Overzicht aankopen via stadsdeel Centrum, bestuursperiode 2010-2014

Datum
krediet-
besluit
deelraad

Bedrag
(x1.000)

Adres

Oude
functie

Nieuwe
functie

Erf-
pacht-
uitgifte
/
ver
koop

Niet
bekend; aankoop
in 2010
n.b.Oude
Hoog-
straat 8
CaféBehoud caféDirecte
erfpacht-
uitgifte
aan NV
Zeedijk,
incl.
lening
28-09
-2010
€2.200War-
moes-
straat 157-161
Kloos-
ter
Supermarkt
/woningen
Linden-
groep
28-06
-2011
€800Lange Niezel
10 
Sou-
venir
winkel
Nog niet gerealiseerd
/woningen
NV Stads-
herstel
27-03
-2012
€ 810Lange Niezel 29Rest-
aurant
Behoud
restaurant
Directe
erfpacht-
uitgifte aan NV Zeedijk
25-06
-2013
€585Lange Niezel 18Seks-
winkel
Nog niet gerealiseerdNBM
1012Inc.: publiek-private aankoop-, ontwikkel-, en beheerorganisatie

Al bij de behandeling van de Strategienota (2009) was een raadsmotie aangenomen voor een publiek-private samenwerking voor het aankopen, ontwikkelen en beheren van panden in het postcodegebied.  In het programakkoord 2010-2014 was deze wens opnieuw opgenomen, omdat deze de continuïteit van de 1012-aanpak zou waarborgen en tegelijkertijd minder afhankelijk zou maken van de gemeentelijke inzet.  Ook bij het besluit van de stadsdeelraad om een actievere rol te gaan spelen bij het in goede handen brengen van vastgoed werd opgenomen dat na de oprichting van een dergelijke organisatie het aankoopbeleid opnieuw zou worden bezien.  Met het programakkoord 2014-2018 werd vervolgens daadwerkelijk minder gemeentelijk budget beschikbaar gesteld voor de verwerving van ramen. Na de herijking van het project in 2015 zijn eveneens geen projectmiddelen meer beschikbaar gesteld voor het aankopen van overige panden.  Desondanks werd bonafide eigendom van vastgoed nog wel steeds als de sleutel gezien om een duurzame transformatie van het gebied te realiseren. Na de herijking werd de publiek-private aankoop-, beheer- en ontwikkelorganisatie dan ook de primaire activiteit op het gebied van vastgoedverwerving. 

Activiteiten, inclusief taakverdeling en oorspronkelijke planning
In juli 2016 is de deelneming 1012Inc. opgericht bestaande uit de gemeente, Stadgenoot  en twee pensioenfondsen. De verantwoordelijkheid voor het beheer van Verloop oprichting publiek-private samenwerking sinds 2009de deelneming 1012Inc. werd bij de centrale stad belegd, waarbij beleidsinhoudelijk zou worden afgestemd met stadsdeel Centrum. 

Verloop oprichting publiek-private samenwerking sinds 2009

Tijdens de behandeling van de Strategienota in juli 2009 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen, waarbij het college werd opgedragen om ‘met voorstellen te komen voor een NV Wallen of een ontwikkelingsmaatschappij, dan wel een ander beheermodel, waarmee de deelnemende private en publieke partners zorgdragen voor de aankoop, het beheer en de exploitatie van panden in het 1012 gebied, waarvan is besloten tot functieverandering.’  Sinds 2009 zijn verschillende pogingen ondernomen om deze wens van een publiek-private samenwerking te realiseren, wat uiteindelijk heeft geresulteerd in de oprichting van de deelneming 1012Inc. in juli 2016.

Naar aanleiding van de raadsmotie zijn allereerst verkennende gesprekken gevoerd met de verwervende partners. Begin 2010 hebben zij tijdens een presentatie aan de raad- en deelraadcommissie aangegeven geen meerwaarde te zien in een NV Wallen ten opzichte van de bestaande samenwerking.

Vanwege de gewijzigde economische situatie werd de oprichting van een NV Wallen opnieuw in het programakkoord 2010-2014 opgenomen, omdat deze de continuïteit van de 1012-aanpak zou waarborgen en tegelijkertijd minder afhankelijk zou maken van de gemeentelijke inzet. Aansluitend is in december 2010 door de raad wederom een motie aangenomen om op korte termijn met voorstellen voor een NV Wallen te komen. In 2011 werd een externe verkenning uitgevoerd, waaruit het volgende advies naar voren kwam: enerzijds zou voor het aankopen en herontwikkelen van panden de NV Stadsgoed, met gemeentelijke inbreng, uitgebouwd moeten worden tot een 1012Inc.; anderzijds zouden de NV Zeedijk en NV Stadsherstel moeten integreren tot één beheerorganisatie. NV Zeedijk wilde echter zelfstandig blijven. 

Dat leidde ertoe dat er een nieuwe verkenning werd uitgevoerd naar 1012Inc. als organisatie die zowel aankoopt, ontwikkelt als beheert. De eerste fase (najaar 2013) betrof het bouwen van een aantrekkelijke business case onder leiding van een externe kwartiermaker, waarbij nu een fusie van de NV Zeedijk met NV Stadsgoed werd geïnventariseerd. In de vervolgfase (1e helft 2014) zou een definitieve business case worden opgesteld voor deze fusie en verdere gesprekken gevoerd met andere mogelijke participanten. Door de raad is verder een motie aangenomen om ook buurtbewoners en kleine private investeerders uit het postcodegebied in enige vorm te laten participeren. Voor alle partijen was het bovendien belangrijk dat ook de gemeente een rol zou houden in 1012Inc. De verwachting was dat 1012Inc. in de tweede helft van 2014 zou kunnen worden opgericht.  Daarentegen is pas begin 2015 de fusie tussen de NV Zeedijk en NV Stadsgoed onderzocht als basis voor 1012Inc. Uiteindelijk is besloten op korte termijn geen fusie te laten plaatsvinden, omdat de waarde van N.V. Zeedijk relatief laag uitkwam ten opzichte van NV Stadsgoed. 

In de tussentijd had Syntrus Achmea Real Estate (hierna: SA REF, een beheerder van beleggingen in vastgoed voor met name pensioenfondsen) zich als partij bij de burgemeester gemeld. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in de oprichting van 1012Inc. op 8 juli 2016, bestaande uit de gemeente, Stadgenoot (als 100% eigenaar van NV Stadsgoed) en twee pensioenfondsen.  Het voormalige NV Stadsgoed vormde de basis van 1012Inc., waarbij Stadgenoot certificaten overdroeg aan de gemeente en pensioenfondsen. De inbreng van de gemeente betrof € 21,2 miljoen. Het ging om een vervroegde aflossing van de nog openstaande lening van NV Stadsgoed voor het opkopen van panden aan het Damrak uit 2009.  Bij de pensioenfondsen gaat het om een voorlopig maximaal commitment van € 59 miljoen.  

Voor de financiële participatie van buurtbewoners en kleine investeerders uit het 1012-gebied werd in eerste instantie een belang van 10% - bij gebleken interesse maximaal 20% - gereserveerd. Buurbelanghebbenden zouden daarnaast invloed kunnen uitoefenen via een maatschappelijke adviesraad (het Buurtplatform) die tevens een niet-bindende voordracht zou kunnen doen voor een lid van de Raad van Commissarissen. Deze beoogde participatie van buurtbelanghebbenden zou in 2017 nog verder uitgewerkt worden. Omdat er weinig belangstelling bleek te zijn voor financiële participatie werd in het vervolg ingezet op inhoudelijke betrokkenheid van buurtbelanghebbenden via de Raad van Commissarissen, waarin inmiddels een buurtvertegenwoordiger zitting heeft genomen. 

In het kader van de herijking gemeentelijke deelnemingen zou overigens in 2017 de inbreng van NV Zeedijk in 1012Inc. of een operationele samenwerking met een zelfstandige NV Zeedijk opnieuw worden bekeken.  Begin 2018 is besloten de NV Zeedijk in de huidige vorm voort te zetten met behoud van het bestaande gemeentelijke aandelenbelang. Er werd verder meer waarde gezien in het voortborduren op de samenwerking tussen de NV Zeedijk en 1012 Inc. dan in een fusie gezien de verschillende visies en bedrijfsspecifieke aanpak. 

Het hoofddoel van 1012Inc. is: ‘op een bedrijfsmatige gezonde en tegelijk maatschappelijk verantwoorde manier, in de vorm van een publiek-private samenwerking, de gewenste transformatie van het postcodegebied verder mogelijk te maken’.  DaarvMeer informatie over doelstellingen 1012Incoor worden onder andere selectief en strategisch panden aangekocht, waarbij de inzet is om – naast de verwerving van de panden met de resterende te sluiten ramen  – jaarlijks voor € 5 miljoen aan overige panden aan te kopen. 

Meer informatie over doelstelstellingen 1012Inc

De deelneming 1012Inc. kent de volgende maatschappelijke en bedrijfsmatige doelstellingen:

Maatschappelijke doelstellingen:

  • Duurzame herontwikkeling van panden middels intensief, verantwoord en kleinschalig beheer van de panden met een scherp oog voor de positie en behoeften van gewenste huurders of huren met een permanente maatschappelijke afslag (korting), het stimuleren van en zitting nemen in eigenaarsoverleg en investeerdersoverleg met de focus op bevordering van goede functiebalans, gewenste branchering en straatgerichte aanpak en het versterken van de sociale cohesie door het sponsoren van buurtactiviteiten en deelname in besturen (zoals Stichting Wonen boven Winkels, Binnenstadsberaad, Amsterdam City en Biz’zen);
  • Het terugdringen van de bestaande monocultuur en voorkomen van nieuwe monocultuur in het postcodegebied 1012 door middel van verwerving van vastgoed en transformatie van vastgoed;
  • Het verbeteren van de functiebalans in postcodegebied 1012 door waar mogelijk toevoegen van woningen, zoveel mogelijk behouden van bestaande sociale verhuring, branchering gericht op basis- en buurtfuncties;
  • Het terugdringen en voorkomen van dubieus eigendom door verwerving van het vastgoed en het vestigen van kwalitatieve bepalingen op alle panden waardoor bijvoorbeeld screening kan worden geborgd en specifieke functies kunnen worden geweerd;

Bedrijfsmatige doelstellingen:

  • Het streven naar een optimaal rendement dat rekening houdt met de maatschappelijke doelstellingen zoals verwoord, recht doet aan de rendementsverwachtingen van de Partijen en de financiële continuïteit van de Vennootschap niet in gevaar brengt;
  • Het samenbrengen en in stand houden van een investeringscapaciteit die 1012Inc. in staat stelt om de doelstellingen te realiseren. 

Realisatie (conform planning?)
De ingebrachte panden van NV Stadsgoed vormen de basis van het vastgoedbezit van 1012Inc.  De verdere uitbreiding richt zich in eerste instantie op het overnemen van panden van gemeente en voormalige projectpartners. In 2016 zijn zeven panden van Ymere en 1 pand van de gemeente aangekocht. In 2017 volgden drie panden op de Haarlemmerdijk van Ymere en 1 pand op de Warmoesstraat van een particulier. 

Nieuw bestemmingsplan voor het hele postcodegebied

Het realiseren van een nieuw bestemmingsplan voor het gehele postcodegebied 1012 is de laatste activiteit gericht op het transformeren van de aandachtsfuncties. In tegenstelling tot het aparte bestemmingsplan voor de te sluiten ramen is dit reguliere bestemmingsplan niet gericht op het afdwingen van functiewijzigingen. Het gaat meer om een ondersteunend planologisch-juridisch instrument waarmee randvoorwaarden worden gecreëerd voor de gewenste (economische) transformatie in het postcodegebied 1012 in het algemeen en het stoppen en keren van de overige aandachtfuncties  in het bijzonder. 

Het opstellen van het bestemmingsplan was de verantwoordelijkheid van stadsdeel Centrum. In het Uitvoeringsprogramma (2009) was besluitvorming door de stadsdeelraad medio 2012 gepland, gevolgd door het onherroepelijk verklaren door de Raad van State medio 2013. Verschil met de ramen is dat bestaande zaken met overige aandachtsfuncties in dit bestemmingsplan niet worden wegbestemd. De adressen waarop de overige aandachtsfuncties mogen worden geëxploiteerd, worden daarentegen wel vastgelegd, waardoor het openen van nieuwe vestigingen op andere locaties in het postcodegebied niet meer is toegestaan. Daarmee wordt het (stijgende) aantal zaken bevroren. Daarnaast zou met een uitsterfregeling bovendien worden ingezet op het terugdringen van het aantal zaken. Dat houdt in dat zij ook niet meer kunnen terugkeren op de huidige locatie op het moment dat zij worden vervangen door een andere functie, omdat de bestemming dan direct wordt weggestreept uit het bestemmingsplan. 

In de verschillende bestaande bestemmingsplannen gold de uitsterfregeling al voor smartshops, geldwisselkantoren, telefoneerinrichtingen en gokautomatenhallen. Daarnaast werd op massagesalons, minisupermarkten en souvenirwinkels/headshops in 2010-2011 alvast een keerklepregeling toegepast, waarmee voor deze aandachtsfuncties - vooruitlopend op het nieuwe bestemmingsplan – het verbod op nieuwe vestigingen op andere locaties in het postcodegebied reeds gold.  

Realisatie (conform planning?)
Het Bestemmingsplan 1012 is in juni 2013 door de stadsdeelraad vastgesteld en vervolgens in september 2013 in werking getreden.  In februari 2015 is het door de Raad van State onherroepelijk verklaard. Dit is dus later dan oorspronkelijk gepland. 

Met het nieuwe bestemmingsplan geldt naast massagesalons, minisupermarkten en souvenir/headshop het verbod op nieuwe vestigingen in het gebied ook voor seed- en growshops en seksinrichtingen. Daarentegen is ervoor gekozen om geen algemene uitsterfregeling toe te passen op deze functies. Wel kan het dagelijks bestuur met een wijzigingsbevoegdheid  de aanduiding op een afzonderlijk pand schrappen, op het moment dat deze is vervangen door een gewenste functie, dan wel nadat het pand één jaar heeft leeggestaan. Een lager risico op planschadevergoedingen was de reden om de uitsterfregeling alleen op individuele panden te vestigen in plaats van op de functiegroep als geheel. 

In het Bestemmingsplan is verder de mogelijkheid opengelaten om op nieuwe ongewenste functies die de balans verstoren een de keerklepregeling toe te passen. In oktober 2017 is dat gebeurd voor zaken die exclusief zijn gericht op toeristen/dagjesmensen en winkels die prominent voedsel voor directe consumptie verkopen.  Dit Voorbereidingsbesluit omvat ook straten buiten postcodegebied 1012. In de loop van 2018 wordt een partiële herziening van de verschillende bijbehorende bestemmingsplannen verwacht (een zogeheten 'paraplubestemmingsplan'). 

Samenvatting
In de volgende tabel zijn de activiteiten binnen de straatgerichte aanpak gericht op het transformeren van (met name de overige) aandachtsfuncties kort samengevat. Daarnaast is aangegeven in hoeverre deze activiteiten door het verantwoordelijke organisatieonderdeel gerealiseerd zijn en indien van toepassing ook in hoeverre dat conform de oorspronkelijke planning bij het Uitvoeringsprogramma 2010-2014 is gebeurd.

Tabel 2.11 Samenvatting transformatie aandachtsfuncties

Activiteit

Verantwoordelijk organisatieonderdeel

Gerealiseerd?

Volgens
oorspronkelijke
planning?

Samenwerken met eigenaren, ondernemers en bewoners in straatclustersteams door middel van het opstellen en uitvoeren van straatvisies.Stadsdeel
Centrum
Voor vijf van de zes clusters zijn in de periode nov 2010- jan 2013 straatvisies vastgesteld. Na de herijking opereren deze straatclusterteams in beperktere vorm.

Voor het later ingestelde zevende cluster is de visie in de eerste helft van 2017 vastgesteld.
Nee, vaststelling visies door stadsdeelraad stond medio 2010 gepland.
StimuleringsregelingStedelijke middelen, maar uitvoering door stadsdeel CentrumJa, in maart 2011 in werking getreden.

Er zijn in de periode 2011-2016 26 subsidies uitgekeerd voor een totaalbedrag € 686.883, terwijl in eerste instantie € 3,75 miljoen beschikbaar was voor de periode 2010-2014.
Nee, medio 2010.
Aankopen panden niet zijnde ramen, erfpachtuitgifte aan bonafide partnersStadsdeel
Centrum
T/m het einde van de bestuursperiode was € 2 miljoen beschikbaar voor 6-36 panden. Er zijn 5 panden aangekocht tussen 2010-2013.Niet van toepassing, tussentijds besluit stadsdeelraad dec. 2011.
Uitkeren planschades bij aankopen partners van panden niet zijnde ramenCentrale stadVoor 2013-2014 was € 2,75 miljoen beschikbaar. Er zijn geen planschades uitgekeerd t/m herijking.Niet van toepassing, tussentijds besluit raad nov 2012.
Publiek - private samenwerking voor aankopen, ontwikkelen en beheren panden.Centrale stadJa, in juli 2016 is de deelneming 1012Inc. opgericht. Naast de ingebrachte panden van NV Stadsgoed zijn in 2016-2017 12 panden verworven.Niet benoemd, maar gezien de raadsmotie bij de Strategienota (2009) hierover heeft realisatie pas laat binnen project plaatsgevonden.
Bestemmingsplan postcodegebied 1012 Stadsdeel
Centrum
Ja, in feb. 2015 onherroepelijk verklaard door Raad van State

In 2010-2011 is al een keerklepregeling toegepast op massagesalons, souvenirwinkels/ headshops en minisupermarkten; in 2017 is dat herhaald voor nieuwe aandachtsfuncties.
Nee, medio 2013

De faciliterende en kaderstellende activiteiten die oorspronkelijk binnen de straatgerichte aanpak waren voorgenomen om de aandachtsfuncties te transformeren – de straatteams/straatvisies, de Stimuleringsregeling en het Bestemmingsplan 1012 - zijn in principe gereed, hoewel later dan oorspronkelijk gepland. Bij de tussentijdse evaluatie van de straatgerichte aanpak werd echter al geconstateerd dat het gekozen model van samenwerking/stimulering vooral uitwerking had bij bonafide ondernemers/eigenaren en daarom maar weinig resultaten opleverden in het daadwerkelijk transformeren van de overige aandachtsfuncties. Van de Stimuleringsregeling is ook weinig gebruik gemaakt en dan bovendien met name voor gesloten raambordelen en coffeeshops. Dit leidde ertoe dat ervoor werd gekozen om de gemeentelijke (financiële) inzet rondom de overige aandachtsfuncties tussentijds uit te breiden naar het in goede handen brengen van vastgoed. Dat is echter ook maar beperkt van de grond gekomen. Na de herijking is de taak van het creëren van een duurzame transformatie door middel van het aankopen, ontwikkelen en beheren van vastgoed belegd bij de deelneming 1012Inc. Het model van samenwerking met bewoners, ondernemers en eigenaren in de straatclusterteams is daarnaast in beperktere vorm doorgezet.

De sleutelprojecten

In de voorgaande paragrafen zijn de activiteiten binnen de pijler van de straatgerichte aanpak aan bod gekomen. Daarbij ging het om het creëren van een vliegwieleffect door in een aantal aangewezen straten de benoemde aandachtfuncties actief te verminderen en te transformeren. Ook de sleutelprojecten moesten fungeren als motoren van de gewenste economische transformatie van het postcodegebied. Hier ging het echter om het realiseren van op zichzelf staande nieuwe hoogwaardige functies (of het uitbreiden/opwaarderen van betekenisvolle bestaande functies) op strategische locaties verspreid door het postcodegebied.

Activiteiten, inclusief taakverdeling en oorspronkelijke planning
In de Strategienota en het daaropvolgende Uitvoeringsprogramma 2010-2014 (november 2009) waren 10 sleutelprojecten aangewezen.  Meestal ging het om private ontwikkelingen, waarbij de verantwoordelijkheid voor de uitvoering en financiering bij de particuliere eigenaren of investeerders zelf lag. De gemeente stuurde deze projecten dus niet direct aan, maar omdat het ging om ontwikkelingen die een significante bijdrage zouden leveren aan de doelstellingen van Project 1012, werd waar mogelijk samengewerkt om voor beide partijen een optimaal resultaat te bereiken. Zo zijn er verschillende convenanten afgesloten met randvoorwaarden bij de herontwikkeling van de panden.  Daarnaast wilde de gemeente een stimulerende en faciliterende rol spelen, bijvoorbeeld in het vergunningenproces of met subsidies.  

Binnen Project 1012 was de regiefunctie over de realisatie van de sleutelprojecten bij stadsdeel Centrum belegd. Voor drie sleutelprojecten was het stadsdeel bovendien zelf (gedeeltelijk) opdrachtgever/trekker, namelijk de parkeergarage Oosterdok en de clusters Beursplein en Oudekerksplein. De onderdelen binnen de twee clusters waarvoor het stadsdeel direct verantwoordelijk was, overlappen echter met activiteiten uit de andere pijlers van Project 1012. Om deze reden hebben we het Oudekerksplein bij de sleutelprojecten verder buiten beschouwing gelaten; voor het clusters Beursplein hebben we alleen het private deel (de herontwikkeling van de Beurs van Berlage, de Bijenkorf en C&A-panden) meegenMeer informatie over gemeentelijke sleutelprojecten Oudekerksplein en Beurspleinomen. In het vervolg van deze paragraaf zijn we dus uitgegaan van 9 sleutelprojecten (een overzicht van deze 9 sleutelprojecten en wat zij inhouden is te vinden in tabel 2.12 bij het onderdeel realisatie). 

Meer informatie over gemeentelijke sleutelprojecten Oudekerksplein en Beursplein

Beide sleutelprojecten omvatten de herinrichting van de openbare ruimte en de herontwikkeling van de aanpalende panden. De herontwikkeling van de panden op het Oudekerksplein kwam overeen met de activiteiten binnen de pijler straatgerichte aanpak (§2.1-2.3). De herinrichtingen van de openbare ruimte zullen aan bod komen in paragraaf §2.5 bij de behandeling van deze pijler. De herinrichting van het cluster Beursplein viel overigens formeel ook niet onder Project 1012, maar onder Project Rode Loper. Wel zijn binnen het sleutelproject Cluster Beursplein de mogelijkheden van een (inpandige) fietsstalling onderzocht. Na het uiteindelijke besluit in 2013 tot een ondergrondse fietsenstalling is de verantwoordelijkheid over de realisatie ook ondergebracht bij project Rode Loper.  

In de Strategienota was voor de sleutelprojecten alleen opgenomen dat zij een eigen planning kenden.  Omdat de planning mede afhankelijk was van private partijen en marktontwikkelingen kon bij het daaropvolgende Uitvoeringsprogramma 2010-2014 voor vijf van de negen sleutelprojecten (op onderdelen) nog geen concrete planning worden uitgewerkt.  In de eerste voortgangsrapportages 2011-2013 was in zijn algemeenheid opgenomen dat de gemeentelijke sleutelprojecten binnen 10 jaar gerealiseerd moesten zijn en dat dit ook de verwachting was voor de meeste private sleutelprojecten.  Concreet werd in de eerste uitgewerkte planning ten tijde van het Uitvoeringsprogramma of anders de voortgangsrapportages (april 2011/februari 2012) een voltooiing van de meeste sleutelprojecten vóór 2016 voorzien.  Met de herijking van het project eind 2015 is de verantwoordelijkheid voor de regiefunctie op de sleutelprojecten teruggebracht van Project 1012 naar de lijn van stadsdeel Centrum. 

Realisatie (conform planning?)
Op basis van de jaarlijkse voortgangsrapportages van Project 1012 is voor de 9 sleutelprojecten (exclusief Oudekerskplein) nagegaan of zij inmiddels zijn gerealiseerd en in hoeverre dat volgens de eerste uitgewerkte planning ten tijde van het Uitvoeringsprogramma 2010-2014 (2009) of anders de voortgangsrapportages (april 11/februari 12) is verlopen. Omdat met de herijking van Project 1012 de regiefunctie over de realisatie van de sleutelprojecten is teruggebracht naar de lijn van stadsdeel Centrum, is in de laatste voortgangsrapportage van april 2017 echter niet meer gerapporteerd over de voortgang van deze pijler. De laatste beschikbare informatie betrof daarmee de stand van zaken per februari 2016 in de voorgaande voortgangsrapportage. Beperkingen informatie voortgangsrapportages bij sleutelprojectenOp verzoek van de rekenkamer is door de projectorganisatie aanvullende informatie verschaft over de actuele status (per december 2017) van de toentertijd nog niet afgeronde deelprojecten. 

Beperkingen informatie voortgangsrapportages bij sleutelprojecten

Op basis van de informatie in de voortgangsrapportages was het regelmatig lastig om het verloop van de sleutelprojecten volledig te reconstrueren en vervolgens te bepalen of zij volgens de eerste uitgewerkte planning zijn gerealiseerd. Hieronder zijn de verschillende redenen daarvoor uiteengezet.

Ten eerste werd gedurende het project steeds van een andere planning uitgegaan. Sinds de voortgangsrapportage van april 2011 werd door middel van een blokkenschema de huidige fase waarin het project zich begaf evenals de planning voor de komende vier jaar weergegeven. Naar aanleiding van de aanbevelingen uit het eerdere rapport van de rekenkamer is sinds de voortgangsrapportage van 2012 de planning uitgebreid tot en met 2018 en werd tevens door middel van stoplichtkleuren aangegeven of het project volgens planning verliep. In de voortgangsrapportage 2012 werd een vergelijking gemaakt met het Uitvoeringsprogramma; daarna werd uitgegaan van de planning in de voorgaande voortgangrapportage. Er werd kortom wel een beeld gegeven van de opgetreden verschuivingen in het afgelopen jaar, maar het was niet meer inzichtelijk gemaakt in hoeverre wordt afgeweken van de oorspronkelijke planning. 

Met name bij de sleutelprojecten was het daardoor soms lastig om te bepalen of de realisatie conform de oorspronkelijke planning is verlopen. Omdat de planning mede afhankelijk was van private partijen, was bij het Uitvoeringsprogramma vaak immers nog geen volledige planning uitgewerkt en/of lag het beoogde jaar van realisatie verder in de toekomst dan de weergegeven vier jaar. Bij de sleutelprojecten waarvan de realisatie in eerste instantie na 2014 werd verwacht, werd zodoende pas in de voortgangsrapportage van 2012 het verwachte realisatiejaar concreet. Wanneer de planningen dan vervolgens zowel naar voren als achteren verschoven, was niet vast te stellen wat we als ‘oorspronkelijk beoogd realisatiejaar’ moesten beschouwen. Dit zorgde er bij het Fortisgebouw voor dat op basis van de informatie in de voortgangsrapportages niet kon worden bepaald of het project volgens de oorspronkelijke planning gereed is gekomen , maar het probleem speelde bijvoorbeeld ook bij de C&A-panden  en de Food Plaza . 

Ten tweede zorgde onjuiste en inconsequente informatie voor verwarring. Zo leek er regelmatig sprake te zijn van slordigheidsfoutjes: zo kwam de kleurlabeling soms niet overeen met de cijfermatige aanduiding in de blokkenschema’s of klopten de gegeven oordelen over het verloop van het project niet met de planning in het voorgaande document. Verder kwam de informatie in het blokkenschema regelmatig niet overeen met de tekstuele toelichting of was de informatie tussen opeenvolgende voortgangsrapportages afwijkend. Daarmee was bijvoorbeeld onduidelijk wanneer de uitvoeringen van Ons’ Lieve Heer op Solder , Fortisgebouw , Foodplaza  en Kadasterpand precies zijn gestart. Bij het Kadasterpand was tevens onduidelijk wanneer de voltooiing heeft plaatsgevonden. Hierbij leek licht te bestaan tussen het moment waarop de werkzaamheden werden afgerond (tekst) en het moment waarop het project in beheer kwam (blokkenschema), waardoor het voor de lezer onduidelijk was wat het daadwerkelijke jaar van realisatie was. 

Ten derde was de informatie niet compleet. Omdat met de herijking van Project 1012 de verantwoordelijkheid voor de regiefunctie over de realisatie van de sleutelprojecten teruggebracht is naar de lijn van stadsdeel Centrum, is in de laatste voortgangsrapportage van april 2017 niet meer gerapporteerd over de voortgang bij deze pijler. De laatste beschikbare informatie betrof daarmee de stand van zaken per februari 2016 in de voorgaande voortgangsrapportage. Desondanks was het wel mogelijk om te bepalen hoe het verloop van de sleutelprojecten zich heeft verhouden tot de oorspronkelijke planning, omdat bij de meeste sleutelprojecten in de eerste concreet uitgewerkte planning ten tijde van het Uitvoeringsprogramma of de voortgangsrapportages de realisatie vóór 2016 werd beoogd. Omdat niet alle sleutelprojecten daadwerkelijk vóór 2016 waren afgerond moest de huidige status van deze sleutelprojecten worden nagevraagd bij de projectorganisatie.  Een ander voorbeeld van incomplete informatie was dat voor de Beurs van Berlage in de voortgangsrapportages van april 2011 tot en met februari 2013 geen meerjarige planning is opgenomen in het blokkenschema.

In de onderstaande tabel is aangegeven of het sleutelproject volledig, gedeeltelijk of nog niet gerealiseerd is en hoe het verloop van het sleutelproject zich heeft verhouden tot de eerste uitgewerkte planning. Onze bevindingen zijn verder voorzien van een toelichting, waarbij tevens - indien van toepassing en zover bekend - de reden van opgelopen vertragingen is vermeld.

Tabel 2.12 Stand van zaken sleutelprojecten ten opzichte van eerste uitgewerkte planning

Sleutelprojecten**

Gereed?

Volgens eerste planning?

Toelichting***

1. Cluster BeurspleinDeelsNee 
1a. Beurs van Berlage
Nieuwe programmatische invulling
incl. verbouwing
JaNeeRealisatie in 2017* met uitvoering vanaf 2015 ipv 2012 (UP) 
Vanwege langdurig traject omgevings-vergunning door afstemming met oa Bureau Monumenten en Archeologie
1b. Bijenkorf
Uitbreiding winkelruimte, later opwaardering pand
NeeNeeVerwachte realisatie >2019 * ipv 2015 (VR12)
Vanwege de scopewijzing van uitbreiding winkelruimte naar opwaardering pand en vervolgens verschuiving van interne prioriteiten binnen het concern Bijenkorf.*
1c. C&A-panden
Nieuwe winkelruimte
JaNeeRealisatie in 2016* ipv 2014 (VR 12)
Vanwege vertraging in het bouwtraject*
2. ChinatownDeelsDeels 
2a. Oprichting
stichting
JaJaConform UP in 2010
-
2b. Chinees hotelNeeNeeVerwachte realisatie in 2020* ipv 2014 (VR11)
Vanwege langdurig traject omgevings-vergunning door afstemming met oa Bureau Monumenten en Archeologie en later bezwaren door omwonenden.
3. Parkeergarage Oosterdok
Nieuwe parkeergarage
NvtNvtDoor stadsdeelraad afgezien in 2012
Vanwege economische situatie
4. Ons’ Lieve Heer op Solder
Renovatie/uitbreiding
JaNeeRealisatie in 2015 ipv 2012 (UP)
Vanwege sterk gewijzigde uitbreidingsplannen
5. Victoriahotel/
Kadasterpand
DeelsNee 
5a. Kadasterpand
Culturele hotelinvulling
JaNeeRealisatie in 2013 ipv 2012 (VR11)
Reden onbekend
5b. Victoriahotel
Opwaardering plinten
NeeNeeVerwachte realisatie in 2019* ipv 2013 (VR11)
Vanwege juridische procedures met huurders en verschuiving interne prioriteiten hotel*
6. Fortisgebouw
Twee warenhuizen
JaNeeRealisatie in 2016* ipv 2015 ;
Het verloop van het project wordt verklaard door de tussentijdse wisseling van eigenaar en complexiteit in het bouw- en vergunningentraject.*
7. Krasnapolsky
Renovatie hotel, incl. publieksfuncties in plinten en opwaardering garage
NeeNeeVerwachte realisatie in 2020* ipv 2013 (UP)
Door tussentijdse wisseling van eigenaar
8. Binnengasthuis-terrein
Herontwikkeling met universiteitsbibliotheek
NeeNeeVerwachte realisatie in 2021* ipv 2013 (UP)
Vanwege vernietiging van monumentenvergunning waardoor de inhoud wijzigde van sloop en nieuwbouw naar renovatie en later bezwaren door omwonenden en interne herorientatie op vastgoed binnen de UvA.*
9. Tabakspanden/
Food Plaza
DeelsNee 
9a. Tabakspanden
Creatieve hotspot, incl. woningen en publieke functies in plinten
NeeNeeVerwachte realisatie in 2018* ipv 2013 (UP)
Vanwege onderzoeken nav wens stadsdeelraad behoud creatieve broedplaats
9b. Foodplaza
Hotel, incl. vestiging van creatieven
JaNeeRealisatie in 2015 ipv 2013 (VR12)
Reden onbekend
Totaal2 van 9; 4 deels0 van 9; 1 deels 

 

* Gebaseerd op aanvullende informatie van de projectorganisatie over de actuele status van de projecten en verklaringen rondom het verloop van de projecten.
**De sleutelprojecten vallen vaak uiteen in verschillende onderdelen. Wanneer dat het geval is, geven wij in eerst per onderdeel (cijfers) onze bevindingen over de realisatie ten opzichte van de oorspronkelijke planning en op basis daarvan over het gehele sleutelproject (nummers).
*** Er is een vergelijking gemaakt met de eerste uitgewerkte planning. UP staat voor Uitvoeringsprogramma 2010-2014 (2009); VR2011 voor de voortgangsrapportage van april 2011; VR 2012 voor de voortgangsrapportage van februari 2012.

Van de 9 sleutelprojecten waren ten tijde van het rekenkameronderzoek alleen Ons’ Lieve Heer op Solder (2015) en het Fortisgebouw (2016) in zijn geheel afgerond. Een aantal andere sleutelprojecten was gedeeltelijk gerealiseerd, te weten de stichting voor Chinatown (2010), het Art’otel in het Kadasterpand bij het Victoriahotel (2013), het W-hotel in de voormalige Foodplaza (2015 ) en de C&A-panden en Beurs van Berlage binnen het Cluster Beursplein (2016/2017). Van de parkeergarage Oosterdok had de stadsdeelraad in 2012 afgezien. Voor de andere (onderdelen van de) sleutelprojecten is de actuele verwachting dat zij - met uitzondering van de Tabakspanden - pas na 2018 gereed zullen komen en daarmee dus ook pas na beëindiging van Project 1012. 

De realisatie van de private sleutelprojecten is niet verlopen volgens de eerste uitgewerkte planning ten tijde van het Uitvoeringsprogramma of anders de voortgangsrapportages van april 2011/februari 2012. Alleen de oprichting van de (gesubsidieerde) stichting Chinatown is zoals beoogd in 2010 gerealiseerd. De voltooiing van de herontwikkelingen van Ons’ Lieve Heer op Solder, het Kadasterpand, de Food Plaza, de Beurs van Berlage en de C&A-panden werden daarentegen in eerste instantie eerder verwacht. Dat de (her)ontwikkeling van de Bijenkorf, het Chinese hotel, het Victoriahotel, Krasnapolsky, het Binnengasthuisterrein en de Tabakspanden ten tijde van het rekenkameronderzoek nog niet gerealiseerd zijn, strookt eveneens niet met de eerste uitgewerkte planning. 

Het verloop van de sleutelprojecten werd in de voortgangsrapportages redelijk toegelicht, maar de redenen waarom planningen nu precies veranderen hadden nog wel wat meer expliciet gemaakt kunnen worden. Dat bleef nu soms teveel ter interpretatie van de lezer en de verklaringen in de tabel zijn daarom ook regelmatig gebaseerd op aanvullende informatie van de projectorganisatie. Rode draad bij de veranderingen in tijdsduur leken in ieder geval veranderde of tegengestelde wensen van de verschillende betrokkenen partijen. Om te beginnen zagen we dat panden tussentijds van eigenaar wisselden (Fortisgebouw , Krasnapolsky ), de interne prioriteiten van de private partij tussentijds verschoven en/of het karakter van het sleutelproject veranderde (Bijenkorf , Ons’ Lieve Heer op Solder , Victoriahotel en Binnengasthuisterrein ), waarbij de economische situatie mede een rol heeft gespeeld. Daarnaast vormden andere politieke en/of bestuurlijke wensen een verklaring, zoals bij het afzien van de parkeergarage Oosterdok in 2012 (ook vanwege de economische situatie)  en de onderzoeken naar behoud van de creatieve broedplaats bij de Tabakspanden op verzoek van de stadsdeelraad.  Tevens speelden er juridische procedures met huurders (Victoriahotel)  en werd bij de omgevingsvergunning vertraging opgelopen door onder andere afstemming in het kader van monumentenzorg of omdat omwonenden gebruik maakten van hun recht om bezwaar te maken (Beurs van Berlage, Fortisgebouw, Binnengasthuisterrein, Chinees hotel). 

Samenvatting
In onderstaande tabel is kort samengevat in hoeverre de private en gemeentelijke sleutelprojecten zijn gerealiseerd volgens de oorspronkelijke planning ten tijde van het Uitvoeringsprogramma 2010-2014 of anders de voortgangsrapportages van april 2011/februari 2012.

Tabel 2.13 Samenvatting sleutelprojecten

Activiteiten

Verantwoordelijk
organisatieonderdeel

Gerealiseerd?

Volgens oorspronkelijke planning?

9 sleutel-projecten (exl. Oudekerksplein)Stadsdeel Centrum is trekker van gemeentelijke sleutelprojecten en heeft regiefunctie op private sleutelprojecten.

Grotendeels niet,

  • 2 gereed
  • 4 deels
  • 2 niet
  • 1 afgezien

Grotendeels niet,

  • 1 deels
  • 7 niet
  • 1 afgezien

Ten tijde van het rekenkameronderzoek waren 2 private sleutelprojecten in zijn geheel gereed, zijn er vier private sleutelprojecten gedeeltelijk opgeleverd en van een gemeentelijk sleutelproject is in 2012 afgezien. Daarmee is deze pijler niet geheel gereed gekomen voor de afronding van het coalitieproject en alle sleutelprojecten zijn bovendien vertraagd ten opzichte van de oorspronkelijke planning. Veranderde of tegengestelde wensen van de verschillende betrokken partijen en aanhoudende procedures rondom de omgevingsvergunning leken de belangrijkste verklaringen hiervoor, mede veroorzaakt door de verslechterde economische situatie.

Herinrichting openbare ruimte

Deze pijler richtte zich met name op het creëren van een kwalitatief hoogwaardig leef- en verblijfsgebied. In tegenstelling tot de andere twee pijlers ging het dus niet om het herstellen van de balans door het transformeren van economische functies. Een aantrekkelijke openbare ruimte zonder verloedering en met goede onderlinge verbindingen ziet de rekenkamer echter wel een belangrijke randvoorwaarde voor het realiseren en behouden van de gewenste verandering van de economische structuur.

Activiteiten, inclusief taakverdeling en oorspronkelijke planning
In de Strategienota en het daaropvolgende Uitvoeringsprogramma 2010-2014 (november 2009) waren binnen de pijler herinrichten van de openbare ruimte 16 straten/gebieden als deelproject aangewezen. Eén van deze gebieden, namelijk Damrak/ Beursplein/Rokin /Muntplein, viel formeel echter niet onder de verantwoordelijkheid van Project 1012, maar onder een ander coalitieproject: Rode Loper. Om deze reden hebben we dit deelproject bij de behandeling van deze pijler verder buiten beschouwing gelaten (eenMeer informatie over project Rode Loper overzicht van de overige 15 deelprojecten en wat zij inhouden is te vinden in tabel 2.14. bij het onderdeel realisatie). 

Meer informatie over project Rode Loper

Met de aanleg van de Noord/Zuidlijn (NZL), die zal gaan rijden tussen het Buikslotermeerplein en station Zuid, zou de bereikbaarheid van de binnenstad worden vergroot. Met het project Rode Loper werd de openbare ruimte boven het tracé opnieuw ingericht, zodat deze beter berekend zou zijn op extra voetgangersstromen die de nieuwe metrolijn met zich mee zou brengen. Tegelijkertijd werd de entree van Amsterdam kwalitatief opgewaardeerd tot ‘een schitterend gebied dat allure uitstraalt en waar bezoekers zich welkom voelen’. De belangrijkste doelstelling was het creëren van meer ruimte voor voetgangers door stoepen te verbreden en verblijfruimtes toe te voegen. Om de openbare ruimte overzichtelijk te houden moest deze verder zoveel mogelijk vrij zijn van objecten, zoals straatmeubilair en reclame-uitingen. Andere aandachtspunten betroffen onder andere de bereikbaarheid, doorstroming en verkeersveiligheid voor alle verkeersstromen en de leefbaarheid voor bewoners. 

In 2003 nam stadsdeel Centrum onder het motto ‘Meer dan alleen het terugleggen van de stenen’ al het initiatief voor deze herinrichting van de openbare ruimte boven het nieuwe metrotracé. Het stadsdeel ging hiervoor met ingang van 2005 € 1 miljoen euro sparen; de centrale stad deed vanaf 2006 hetzelfde. Eind 2009 is vervolgens een nota van uitgangspunten voor het gedeelte binnen stadsdeel Centrum vastgesteld ; begin 2012 volgde het ontwerp. Omdat de uitvoeringsfase nieuwe eisen aan de projectorganisatie stelde, is eind 2012 ingestemd met de vorming van een coalitieproject tussen stadsdeel Centrum, stadsdeel Zuid en verschillende betrokken stedelijke diensten, zodat sprake was van een eenduidige bestuurlijke en ambtelijke aansturing en een integraal budget. Het coalitieproject bestaat inmiddels uit de volgende trajectonderdelen: Damrak (vanaf de Prins Hendrikkade), het cluster Beursplein, Rokin- Munt, Vijzelstraat, Vijzelgracht en Ferdinand Bolstraat. Het coalitieproject werd in eerste instantie ingesteld tot 2017, waarna zou worden besloten of het werd doorgezet tot 2020.  Inmiddels is bekend dat de projectorganisatie na afronding van de werkzaamheden in 2018 zal worden opgeheven. 

Ten tijde van de nota van uitgangspunten (en tegelijkertijd het Uitvoeringsprogramma van Project 1012) werd de realisatie van de Rode Loper rond 2013 voorzien. Toen werd nog uitgegaan van een koppeling aan de planning van de NZL, waarbij de werkzaamheden de boringen vanuit het Centraal Station volgden. Om de overlast zoveel mogelijk te beperken, zou in navolging op het ontwerp (2012) echter worden gekeken of er werkzaamheden te combineren waren. Uitgangspunt bleef wel dat de Rode Loper gereed moest zijn wanneer de NZL ging rijden. 

De realisatie van de Rode Loper heeft door de tijd vertraging opgelopen. Bij de laatste voortgangsrapportage (eerste helft 2017) was alleen het Damrak voltooid (2015).  De werkzaamheden op het Rokin-Muntplein waren in 2015 gestart; oplevering werd in 2017 verwacht.  Wat betreft de herinrichting van het cluster Beursplein moest eerst het besluit over een fietsenstalling worden afgewacht. Dit maakte onderdeel uit van de sleutelprojecten binnen Project 1012 (Zie §2.4). Met een verwachte oplevering in medio 2018 is bij dit gebied – overigens buiten de directe metrostationsomgevingen - afgeweken van het uitgangspunt dat de Rode Loper gereed moest zijn zodra de NZL ging rijden. De oplevering van de NZL is daarentegen later nog verschoven van oktober 2017 naar juli 2018. 

De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de deelprojecten lag bij stadsdeel Centrum.  In de Strategienota werd ervan uitgegaan dat de gehele pijler vóór 2015 gerealiseerd zou zijn. In het Uitvoeringsprogramma werd vervolgens een planning per deelproject uitgewerkt, waarbij eveneens een realisatie vóór 2015 werd voorgestaan.  Enige uitzonderingen waren de deelprojecten Geldersekade en de Nieuwezijds Voorburgwal. De reden was de koppeling met respectievelijk de parkeergarage Oosterdok en de Stadshartlus, die pas in 2016 waren voorzien.  Na de herijking van het project eind 2015 is de verantwoordelijkheid voor deze pijler teruggebracht naar de lijn van stadsdeel Centrum. 

Realisatie (conform planning?)
Op basis van de jaarlijkse voortgangsrapportages van Project 1012 is voor de 15 deelprojecten (exclusief Rode Loper) nagegaan of zij inmiddels zijn gerealiseerd en in hoeverre dat volgens de oorspronkelijke planning in het Uitvoeringsprogramma 2010-2014 (2009) is verlopen. Omdat met de herijking van Project 1012 de verantwoordelijkheid over de realisatie van de herinrichting van de openbare ruimte is teruggebracht naar de lijn van stadsdeel Centrum, is in de laatste voortgangsrapportage van april 2017 echter niet meer gerapporteerd over de voortgang van deze pijler. De laatste beschikbare informatie betrof daarmee de stand van zaken per februari 2016 in de voorgaande voortgangsrapportage. Op verzoek Beperkingen informatie voortgangsrapportages bij herinrichting openbare ruimtevan de rekenkamer is door de projectorganisatie aanvullende informatie verschaft over de actuele status (per december 2017) van de toentertijd nog niet afgeronde deelprojecten. 

Beperkingen informatie voortgangsrapportages bij herinrichting openbare ruimte

Op basis van de informatie in de voortgangsrapportages was het regelmatig lastig om het verloop van de deelprojecten volledig te reconstrueren en vervolgens te bepalen of zij volgens planning zijn gerealiseerd. Hieronder zijn de verschillende redenen daarvoor uiteengezet.

Ten eerste werd gedurende het project steeds van een andere planning uitgegaan. Sinds de voortgangsrapportage van april 2011 werd met een blokkenschema de huidige fase waarin het project zich begaf evenals de planning voor de komende vier jaar weergegeven. Naar aanleiding van de aanbevelingen uit het eerdere rapport van de rekenkamer is sinds de voortgangsrapportage van februari 2012 de planning uitgebreid tot en met 2018 en werd tevens door middel van stoplichtkleuren aangegeven of het project conform planning verliep. In de voortgangsrapportage van februari 2012 werd een vergelijking gemaakt met het Uitvoeringsprogramma; daarna werd uitgegaan van de planning in de voorgaande voortgangrapportage. Er werd daarmee kortom wel een beeld gegeven van de opgetreden verschuivingen in het afgelopen jaar, maar is niet meer direct inzichtelijk gemaakt in hoeverre wordt afgeweken van de oorspronkelijke planning. 

Deze beperking speelde minder bij de herinrichting van de openbare ruimte dan bij de sleutelprojecten, omdat hier met uitzondering van de Geldersekade en Nieuwezijds Voorburgwal in het Uitvoeringsprogramma al een concrete planning kon worden uitgewerkt. Daarmee stond vast wat het oorspronkelijke beoogde jaar van realisatie was. Soms was er echter wel sprake van inconsequenties tussen het blokkenschema en de tekstuele toelichting (Koepelkwartier en Singel). 

Ten tweede zorgde ook onjuiste en inconsequente informatie in de voortgangsrapportages zelf voor verwarring. Zo leek er regelmatig sprake van slordigheidsfoutjes. De gegeven oordelen over het verloop van het project (wel of niet conform planning) correspondeerden namelijk niet altijd met de planning in de voorgaande voortgangsrapportage. Goede voorbeelden daarvan zijn de Heintje Hoeksteeg en Oudezijds Armsteeg die in de voortgangsrapportage van februari 2013 als ‘conform planning’ werden bestempeld, terwijl de planning ten opzichte van de voorgaande voortgangsrapportage naar achteren is verschoven. In de voortgangsrapportage van juni 2014 leken deze straten daarnaast per abuis omgedraaid.  Ook kwam de informatie in het blokkenschema regelmatig niet overeen met de tekstuele toelichting of week de informatie in opeenvolgende voortgangsrapportages van elkaar af. Zo ontstond bij het cluster Koepelkwartier onduidelijkheid over beoogde uitvoering- en realisatiedata, waardoor verschuivingen in de planningen ook lastig te volgen waren.  Bij de Oudezijds Achterburgwal, Singel en de Hasselaerssteeg was bovendien onduidelijk wanneer de uitvoering precies is gestart.  Bij de Oudezijds Voorburgwal (Noord), de Zeedijk en Oudezijds Armsteeg bestonden daarentegen twijfels over de oplevering. Hierbij leek licht te bestaan tussen het moment waarop de werkzaamheden werden afgerond (tekst) en het moment waarop het project in beheer kwam (blokkenschema), waardoor het voor de lezer onduidelijk was wat het daadwerkelijke jaar van realisatie was. 

Ten derde was de informatie niet compleet. Omdat met de herijking van Project 1012 de verantwoordelijkheid over de realisatie van de herinrichting van de openbare ruimte is teruggebracht naar de lijn van stadsdeel Centrum, is in de laatste voortgangsrapportage van april 2017 niet meer gerapporteerd over de voortgang van deze pijler. De laatste beschikbare informatie betrof daarmee de stand van zaken per februari 2016 in de voorgaande voortgangsrapportage. Desondanks was wel te bepalen hoe het verloop van de deelprojecten zich heeft verhouden tot de oorspronkelijke planning, omdat deze pijler in aanleg (grotendeels) al vóór 2015 gereed had moeten zijn. Omdat niet alle deelprojecten daadwerkelijk vóór 2015 waren afgerond, moest de huidige status van deze deelprojecten bij de projectorganisatie worden nagevraagd.  

In de onderstaande tabel is aangegeven of het deelproject volledig, gedeeltelijk of nog niet gerealiseerd is en hoe het verloop van het deelproject zich heeft verhouden tot de oorspronkelijke uitgewerkte planning. Onze bevindingen zijn verder voorzien van een toelichting, waarbij tevens - indien van toepassing en zover bekend - de reden van opgelopen vertragingen is vermeld.

Tabel 2.14 Stand van zaken herinrichting openbare ruimte ten opzichte van oorspronkelijke planning

Deelprojecten

Gereed?

Volgens eerste planning?

Toelichting

Oudezijds Voorburgwal (Zuid) 
Herinrichting, incl. walmuren
JaNeeRealisatie in 2015 ipv 2014
Reden onbekend
Heintje Hoeksteeg
Herinrichting, later herbestrating
JaNeeRealisatie in 2015 ipv 2012
Vanwege koppeling met sleutelproject Ons’ Lieve Heer op Solder
Oudezijds Armsteeg
Herbestrating
JaNeeRealisatie in 2014 ipv 2012
Vanwege koppeling met herontwikkeling panden cluster Arm
Oudekerksplein eo
Herinrichting
JaNeeRealisatie in 2013 ipv 2012
Reden onbekend
Zeedijk
Herinrichting
JaJaConform Uitvoeringsprogramma in 2009 
-
Geldersekade
Herinrichting, later alleen herbestrating (West) en eenrichtingsverkeer (Oost)
JaNvtRealisatie in 2014 is door scopewijziging niet vergelijkbaar met Uitvoeringprogramma (>2014)
Vanwege afzien parkeergarage Oosterdok
Oudezijds Achterburgwal
Herinrichting,
incl. walmuren
NeeNeeVerwachte realisatie in 2019* ipv 2011
Vanwege bereikbaarheidseisen brandweer door andere werkzaamheden in de omgeving en staat funderingen van omliggende panden
Nieuwe Doelenstraat
Herinrichting
JaJaConform Uitvoeringsprogramma in 2011
-
Nieuwezijds Voorburgwal 
Herinrichting
NeeJa Verwachte realisatie in 2021* is conform Uitvoeringsprogramma Vanwege koppeling met Stadshartlus (2016) planvorming pas na 2014
Cluster Koepelkwartier
Herinrichting
JaNeeRealisatie in 2014 ipv 2011/2012**
Reden onbekend
Singel
Herinrichting,
incl. walmuren
NeeNeeVerwachte realisatie in 2019* ipv 2012/2013**
Reden onbekend
Nes eo 
Herinrichting
NeeNeeVerwachte realisatie in 2020* ipv 2012
Vanwege koppeling met Rode Loper
Hasselaerssteeg
Herinrichting, later herbestrating
JaNeeRealisatie in 2015 ipv 2013
Reden onbekend
Korsjespoortsteeg/Roomolenstraat/
Bergstraat
Herinrichting
JaNeeRealisatie in 2013 ipv 2012
Reden onbekend
Spooksteeg/
Vredenburgsteeg/Waterpoortsteeg

Pilot openen stegen
JaJaConform Uitvoeringsnota in 2010
-
Totaal11 van 154
van
15
 

 

*De verwachte realisatiedata van de deelprojecten die nog niet zijn voltooid, zijn gebaseerd op aanvullende informatie van de projectorganisatie over de actuele status van deze projecten.
**In het Uitvoeringsprogramma wordt in het blokkenschema en de tekstuele toelichting een ander gepland realisatiejaar genoemd

Uit tabel 2.14 blijkt dat ten tijde van het rekenkameronderzoek de beoogde herinrichting van de openbare ruimte grotendeels was gerealiseerd: van de 15 deelprojecten waren er inmiddels 11 gereed. De Oudezijds Achterburgwal, de Nieuwezijds Voorburgwal, de Singel en Nes waren daarentegen nog niet voltooid.  De actuele verwachting is dat zij pas na 2018 en daarmee dus ook na afronding van Project 1012 gereed zullen komen. 

Volgens de Strategienota en de nader uitgewerkte planning per deelproject in het Uitvoeringsprogramma moest de pijler herinrichting van de openbare ruimte vóór 2015 gereed zijn, met uitzondering van de Geldersekade en de Nieuwezijds Voorburgwal. Zodoende lopen de deelprojecten die nog niet gerealiseerd zijn achter op de oorspronkelijke planning (behoudens de Nieuwezijds Voorburgwal). Daarnaast constateren we dat de meeste deelprojecten die wel reeds voltooid zijn, later zijn afgerond dan in het Uitvoeringsprogramma was beoogd. Enige uitzonderingen waren de herinrichting van de Zeedijk in 2009, de herinrichting van de Nieuwe Doelenstraat in 2011 en de uitvoering van de pilot ‘openen stegen’ in 2010. Kortom: de grote meerderheid van de deelprojecten is niet volgens de oorspronkelijke planning van het Uitvoeringsprogramma verlopen.

In de voortgangsrapportages werd het verloop van de afzonderlijke deelprojecten weinig toegelicht, zodat de redenen achter de opgelopen vertragingen maar beperkt inzichtelijk zijn gemaakt. Zover dat uit de beschikbare informatie was op te maken, leken verschuivingen vooral te worden verklaard door koppelingen met sleutelprojecten of andere projecten in de openbare ruimte. Zo konden de herbestratingen van de Heintje Hoeksteeg en Oudezijds Armsteeg bijvoorbeeld pas plaatsvinden na de oplevering van de panden in het Cluster Arm, te weten Ons’ Lieve Heer op Solder en het Leger des Heilscomplex. Een ander voorbeeld was dat de herinrichting van de Nes aansluitend op het Rokin zou worden uitgevoerd. De verwachte oplevering van de Nes is mee geschoven met de vertragingen bij de Rode Loper. 

Daarnaast is ook het karakter van verschillende deelprojecten in de loop van de jaren veranderd, waardoor een vergelijking met de oorspronkelijke planning eigenlijk niet goed meer mogelijk was. Kenmerkend voorbeeld was de Geldersekade, waar een herinrichting was beoogd, maar de westkant met het afzien van de parkeergarage Oosterdok is beperkt tot een herbestrating. Op basis van deze werkzaamheden werd het project vervolgens eerder dan voorzien gereed gemeld.  Omdat Meer informatie over beperkte toelichtingen in voortgangsrapportagesscopewijzigingen niet expliciet benoemd werden, was echter meestal niet te bepalen of zij wellicht een verklaring vormden voor de opgeschoven planning.

Meer informatie over beperkte toelichtingen in de voortgangsrapportages

Bij de pijler herinrichting van de openbare ruimte waren tussentijdse wijzigingen in de planning maar beperkt toegelicht. Er werden wel wat algemene verklaringen genoemd, zoals de beschikbaarheid van financiële middelen en de bereikbaarheid vanwege andere werkzaamheden in de omgeving , maar op het niveau van de deelprojecten afzonderlijk zijn voor verschuivingen vaak geen inhoudelijke verklaringen gegeven. Voor de Oudezijds Achterburgwal waren met het benoemen van brandweereisen rondom de bereikbaarheid van de omgeving en de slechte staat van de funderingen van omliggende panden de redenen waarom de werkzaamheden op dit moment nog niet zijn afgerond wel voldoende helder.  Daarnaast vormde de voortgangsrapportage van februari 2013 een positieve uitzondering, omdat hier voor meerdere deelprojecten de reden van de verschoven planning stond vermeld. Hieruit bleek dat de verschuivingen vooral het gevolg zijn van relaties met andere deelprojecten of sleutelprojecten, zoals vertragingen bij herontwikkelingen van de panden in het cluster Arm (Heintje Hoeksteeg en Oudezijds Armburgwal), het afzien van de parkeergarage Oosterdok (Geldersekade) en de koppeling met de herinrichting van het Rokin (Nes). Verder is het tracé bij de Nieuwezijds Voorburgwal omgedraaid. 

Voor andere deelprojecten en/of jaren is het voor de lezer echter vaak een puzzel om het verloop van het deelproject te kunnen doorgronden en te bepalen of verschuivingen mogelijk het gevolg zijn van veranderingen bij gerelateerde werkzaamheden. In de voortgangsrapportage 2014 stond bijvoorbeeld gemeld dat de Singel aansluitend aan het Koepelkwartier heringericht zal worden: is deze (nieuwe?) koppeling de reden voor de verschoven planning?  En wat verklaart de verschuivingen in de planningen bij de Oudezijds Voorburgwal (Zuid), het Oudekerksplein, het Koepelkwartier, de Hasselaerssteeg en het gebied Korsjespoortsteeg/Roomolenstraat/ Bergstraat?

Ook (mogelijke) scopewijzigingen zijn onvoldoende inzichtelijk gemaakt. Bij het gekozen voorbeeld van de Geldersekade was wel te beredeneren dat dit het gevolg is van het afzien van de parkeergarage Oosterdok, maar dàt er sprake was van een inhoudelijke wijzing werd nergens uitdrukkelijk gemeld.  Ook bij de Heintje Hoeksteeg en Hasselaersteeg ging het uiteindelijk alleen om een herbestrating, zonder dat er ergens werd beschreven dat er sprake is geweest van een scopewijziging ten opzichte van een herinrichting.  Verder werd bij de Oudezijds Voorburgwal (Zuid) en de Singel in de voortgangsrapportage 2014 gesproken van een herinrichting én een vernieuwing van de walmuur, terwijl het in het Uitvoeringsprogramma nog om één van beiden ging.  Tot slot is het samenvoegen van de Bergstraat met de Korsjespoortsteeg en Roomolensteeg niet toegelicht. 

Samenvatting
In de volgende tabel is kort samengevat in hoeverre de herinrichting van de openbare door het verantwoordelijke organisatieonderdeel volgens de oorspronkelijke planning bij het Uitvoeringsprogramma 2010-2014 is gerealiseerd.

Tabel 2.15 Samenvatting herinrichting openbare ruimte

Activiteiten

Verantwoordelijk organisatieonderdeel

Gerealiseerd?

Volgens oorspronkelijke planning?

15 deelprojecten (exl. Rode Loper)Stadsdeel
Centrum

Grotendeels,

  • 11 gereed
  • 4 niet

Grotendeels niet,

  • 10 vertraagd
  • 3 conform planning opgeleverd
  • 1 conform planning nog niet opgeleverd
  • 1 niet vergelijkbaar

Deze pijler is niet voor het einde van het coalitieproject gereed gekomen. Met de voltooiing van 11 van de 15 deelprojecten is de herinrichting van de openbare ruimte wel grotendeels gerealiseerd, maar niet volgens de oorspronkelijke planning verlopen. In aanleg moest deze pijler namelijk vóór 2015 moest zijn voltooid, behoudens de Nieuwezijds Voorburgwal. In maart 2016 waren echter ook drie andere deelprojecten nog niet gereed en bovendien zijn er zeven met vertraging opgeleverd. Op basis van de beperkte toelichtingen in de voortgangsrapportages leken koppelingen met andere werkzaamheden de belangrijkste reden. Een vergelijking met de oorspronkelijke planning is ook niet altijd goed mogelijk door (mogelijke) scopewijzigingen, zoals bij de Geldersekade.

Financiën

In deze paragraaf analyseren wij de ontwikkeling van de financiën van Project 1012. Het doel van deze analyse is om vanuit een financieel perspectief antwoord te geven op de vraag of de activiteiten van Project 1012 volgens plan zijn uitgevoerd. De financiële analyse valt uiteen in twee onderdelen. Ten eerste onderzoeken we de ontwikkeling van de ramingen van de totale kosten die met Project 1012 zijn gemoeid. Door vergelijking van de meest actuele ramingen met de oorspronkelijke ramingen krijgen we inzicht in welke activiteiten naar verwachting van de projectorganisatie meer of juist minder intensief zullen worden uitgevoerd. Ten tweede gaan we na hoe de huidige stand van de gemaakte kosten van Project 1012 zich verhoudt tot de meest actuele raming van de totale kosten. Deze analyse maakt duidelijk in hoeverre de geplande activiteiten reeds zijn afgerond en welke nog in de resterende looptijd van Project 1012 (en daarna) moesten worden gerealiseerd. Echter, we gaan eerst in op de vertrouwelijkheid en beschikbaarheid van financiële informatie over Project 1012 die van invloed zijn op deze twee analyses die we daarna zullen presenteren.

Vertrouwelijkheid financiële informatie over Project 1012

Informatie over de totale kosten van Project 1012 is vertrouwelijk. De onderhandelingspositie van de gemeente kan namelijk geschaad worden als de hoogte van de (verwachte) kosten die gemoeid zijn met het vergoeden van planschades voor raambordelen algemeen bekend wordt. Aangezien er nog steeds onderhandelingen lopen in het kader van recent in gang gezette onteigeningsprocedures van de resterende te sluiten raambordelen blijft deze overweging relevant. Een groot deel van de kosten van Project 1012 is daarentegen niet vertrouwelijk van aard. Het gaat dan om bijvoorbeeld de proceskosten en de kosten van projecten in de openbare ruimte. Een gedetailleerde analyse van deze kosten in combinatie met een analyse van de totale kosten van Project 1012 maakt echter op indirecte wijze duidelijk hoeveel geld er beschikbaar is voor onteigening en schaadt daarmee dus mogelijk de onderhandelingspositie van de gemeente. Om deze redenen hebben wij ervoor gekozen om vooral de uitkomsten van onze analyses van de kostenramingen en gerealiseerde kosten te beschrijven en de gedetailleerde cijfermatige onderbouwing van onze analyses niet in dit rapport op te nemen.

Beschikbaarheid financiële informatie over Project 1012

Bij de start van Project 1012 in 2009 is een Voorlopige investeringsraming (hierna: VIR) opgesteld. In deze raming werd een totaalbeeld geschetst van de verwachte kosten van het project. Dit totaalbeeld beslaat de volledige looptijd van het project 2009 – 2018, maar ook de kosten die in 2007 en 2008 voor de formele start van het project waren gemaakt. Het gaat daarbij voornamelijk om het vergoeden van planschade bij reeds aangekochte raambordelen.  In de VIR werd zowel ingegaan op de kosten die in het 'centraal-stedelijke' deel vielen en de kosten die voor rekening van stadsdeel Centrum zouden komen. In het centraal-stedelijke deel van het budget vallen vooral de kosten die gemoeid zijn met de sluiting van de raambordelen. Het deel van stadsdeel Centrum bestaat voornamelijk uit de kosten voor de sleutelprojecten en de projecten in de openbare ruimte. 

Met ingang van de voortgangsrapportage 2011 werd in de vertrouwelijke financiële bijlagen een totaalbeeld geschetst van de tot dan toe gemaakte kosten, een raming van de kosten die nog gemaakt moeten worden om het project af te ronden en een raming van de totale kosten van Project 1012 voor zowel het centraal-stedelijke deel als het deel van stadsdeel Centrum.  In mei 2015 (bij de voortgangsrapportage 2014) is voor het laatste deel een dergelijk totaalbeeld gepubliceerd.  Informatie over de kosten van de activiteiten van stadsdeel Centrum is sinds januari 2015 niet meer apart bijgehouden. Deze kosten zijn onderdeel geworden van de reguliere begroting van stadsdeel Centrum dan wel de verantwoording van de parkeerfondsgelden en niet meer voor het postcodegebied 1012 te onderscheiden.  Sindsdien heeft de projectorganisatie zich hoofdzakelijk gericht op de omvang van de benodigde resterende budgetten (en verantwoording over de besteding per jaar), voor zover deze betrekking hadden op de activiteiten die vielen binnen het centraal stedelijke deel. Recent heeft de projectorganisatie als vertrouwelijke bijlage bij de eindrapportage over Project 1012 inzicht gegeven in de totaal gemaakt kosten voor Project 1012. Echter ook deze rapportage beslaat uitsluitend het centraal-stedelijk deel van Project 1012.  Dit betekent dat de meest recente overzichten voor de kosten geraamd en gemaakt door stadsdeel Centrum voor Project 1012 dateren van mei 2015. De analyses die we hierna presenteren zijn daarom gebaseerd op de aanname dat de laatst bekende raming van de totaal verwachte kosten van stadsdeel Centrum nu nog steeds opgaat.

Ontwikkeling raming totale kosten Project 1012

Op basis van de meest recente inzichten (en de kanttekeningen daarbij zoals hiervoor beschreven) ontlopen de totaal verwachte kosten van Project 1012 de oorspronkelijke raming in de VIR niet veel (en vallen zelfs iets lager uit). Op het niveau van de verschillende activiteiten zijn echter soms grote verschillen zichtbaar. Hierna gaan we achtereenvolgens in op de van de ramingen voor het sluiten van raambordelen, herinrichten van de openbare ruimte, de sleutelprojecten en de belangrijkste ontwikkelingen bij de overige kosten.

Ontwikkeling raming van sluiten raambordelen
Uit onze analyse is gebleken dat de verwachte kosten van deze activiteit zijn gestegen. Aanvankelijk werd de stijging veroorzaakt doordat in de VIR werd uitgegaan van een bijdrage van Project 1012 aan planschades van 75%.  In de latere ramingen werd, vanwege de verslechterde financiële mogelijkheden van de partners, er daarentegen vanuit gegaan dat Project 1012 voor de volledige planschades zou opdraaien. Ook werd in de nieuwe ramingen rekening gehouden met bijkomende kosten bij het daadwerkelijk verwerven van raambordelen (zoals de inzet van taxateurs en notarissen).  Ook is in deze ramingen al rekening gehouden met hogere kosten van het sluiten van raambordelen in het geval er sprake is van onteigening bij de helft van de te sluiten ramen.  In de meest recente ramingen nemen de verwachte kosten voor het sluiten van raambordelen echter weer af, maar blijven ruimschoots boven de oorspronkelijke raming in de VIR. Dit wordt veroorzaakt doordat na de herijking van Project 1012 er 46 ramen minder hoeven te worden gesloten en doordat wordt verwacht dat 1012Inc een deel van de planschade van de nog te verwerven raambordelen zal betalen. In deze raming is verder, in tegenstelling tot eerdere ramingen, nu het uitgangspunt dat onteigening bij alle nog te verwerven raambordelen aan de orde zal zijn waardoor de gemiddelde kosten per raam hoger zullen uitvallen. 

Ontwikkeling raming herinrichten openbare ruimte
De verwachte kosten van de projecten voor het herinrichten van de openbare ruimte nemen sterk toe ten opzichte van de VIR en zullen, volgens de laatst beschikbare ramingen uit 2015, verdubbelen. De oorzaak van deze stijging wordt echter niet toegelicht in de rapportages. Volgens stadsdeel Centrum hangt deze stijging waarschijnlijk samen met het vernieuwen van walmuren in het gebied. Deze kostbare activiteit was oorspronkelijk niet in het budget van Project 1012 opgenomen. 

Ontwikkeling raming sleutelprojecten
Bij de verwachte kosten van de sleutelprojecten is daarentegen juist een zeer sterke daling te zien. Deze daling hangt direct samen met het besluit van de stadsdeelraad Centrum in 2012 om af te zien van het realiseren van de parkeergarage Oude Binnenstad waardoor uitsluitend nog de voorbereidingskosten van de parkeergarage op het budget van Project 1012 drukken. 

Ontwikkeling raming van overige kosten
Ten aanzien van de overige kosten valt vooral op dat de financiële kosten van de Stimuleringsregeling, vanwege de minder dan verwachte inzet, veel lager uitvallen dan verwacht. Ook de aanwending van een deel van het budget van de Stimuleringsregeling voor het aankopen van andere panden dan raambordelen leidt uiteindelijk niet tot kosten omdat dergelijke aankopen niet hebben plaatsgevonden.  Tot slot is een stijging in de verwachte kosten van Project 1012 te zien als gevolg van het opnemen van een post onvoorzien (die aanvankelijk niet was geraamd). Naar mate het project vordert is deze post echter ook weer substantieel in omvang afgenomen.

Gerealiseerde kosten Project 1012

Een volledig beeld van de tot nu toe gerealiseerde kosten van Project 1012 sinds de start van het project in 2007 is zoals eerder gezegd niet beschikbaar. Als we uitsluitend naar de gerealiseerde kosten van het centraal-stedelijke deel van Project 1012 kijken dan is zichtbaar dat in totaal zo'n 76% van de geraamde kosten is gerealiseerd. De proceskosten lijken zich daarbij gelijkmatig door de tijd hebben ontwikkeld en inmiddels is 89% van de totaal geraamde proceskosten gerealiseerd. Dit beeld is duidelijk anders bij de sluiting van de raambordelen. Hiervan moet nog ongeveer 23% worden besteed. Deze langzamere realisatie van kosten voor het sluiten van raambordelen hangt direct samen met de onteigeningsprocedure voor de resterende 37 ramen die op het moment van dit onderzoek pas net is gestart.

Samenvatting ontwikkeling financiën Project 1012

Het is moeilijk om goed zicht te krijgen op de werkelijke ontwikkeling van de kosten van Project 1012 en de ramingen van de totale kosten van het project. Dit wordt veroorzaakt doordat recente informatie over de kosten van Stadsdeel Centrum niet beschikbaar is. Voor zover inzichtelijk lijkt de meest recente verwachting van de totale kosten van Project 1012 lager uit te vallen dan de oorspronkelijke raming uit 2009. Opvallend is dat de kosten van het sluiten van raambordelen zijn toegenomen. Dit komt doordat de gemeente rekening houdt met het vergoeden van een groter deel van de planschade en extra kosten als gevolg van onteigeningsprocedures. Verder zijn op onderdelen van Project 1012 sterke stijgingen zichtbaar (herinrichten openbare ruimte) en dalingen (sleutelprojecten). Van de Stimuleringsregeling is veel minder dan verwacht gebruik gemaakt en ook het aankopen van andere panden dan raambordelen is niet tot uitvoering gekomen.

Conclusie

De activiteiten van Project 1012 zijn in te delen in 3 pijlers: de straatgerichte aanpak, de sleutelprojecten en het herinrichten van de openbare ruimte. De inzet van de straatgerichte aanpak was het verminderen en transformeren van aandachtsfuncties in een aantal aangewezen straten. Onderdeel van de straatgerichte aanpak is ook het sluiten van een concreet aantal aangewezen ramen in raambordelen en coffeeshops. De aangewezen coffeeshops zijn volgens planning in 2015 allen gesloten. Het sluiten van de aangewezen ramen is daarentegen langzamer verlopen dan oorspronkelijk gepland en is ook niet voor het einde van het coalitieproject afgerond. Inmiddels zijn 112 ramen (waaronder ook 9 ramen in uitruilpanden die definitief zijn gesloten) van de oorspronkelijk aanwezige 470 ramen gesloten. Het grootste deel van deze ramen is in de periode 2007 - 2008 gesloten. Met het herijkingsbesluit waarmee 46 van de 186 aangewezen ramen alsnog open mochten blijven, resteert er nog een sluitingsopgave van 37 ramen. Voor deze 37 resterende ramen heeft de raad inmiddels besloten tot een onteigeningsverzoek aan de Kroon.

De straatgerichte aanpak heeft uiteindelijk tot doel een transformatie te bewerkstelligen van de aandachtsfuncties in het gebied. Naast het transformeren van de gesloten raambordelen en coffeeshops gaat het ook om een vrijwillige transformatie van de overige aandachtsfuncties. Hiervoor zijn, weliswaar later dan gepland, voor 5 van de 6 straatclusters straatvisies opgesteld en in uitvoering genomen. Na de herijking in 2015 is de inzet in de straatclusters in beperktere vorm voortgezet en is er één nieuw straatcluster in het leven geroepen. Voor de transformatie was ook een subsidie van € 3,75 miljoen beschikbaar voor ondernemers. Deze zogeheten Stimuleringsregeling is echter veel minder dan verwacht ingezet: € 0,7 miljoen en dan voornamelijk voor de transformatie van coffeeshops. Door stadsdeel Centrum is tussentijds (december 2011) ook budget beschikbaar gesteld voor het aankopen van niet-raambordelen (€ 2 miljoen voor ca. 6 – 36 panden). Tussen 2010 – 2013 zijn er zover bekend 5 panden met behulp van het budget van stadsdeel Centrum aangekocht (en vervolgens weer doorgezet aan andere partijen). Ook is een deel van het budget van de Stimuleringsregeling beschikbaar gemaakt voor het vergoeden van planschades bij aankopen van niet-raambordelen door partners (€ 2,75 miljoen). Hiervan is geen gebruik gemaakt. Inmiddels is, later dan aanvankelijk gepland, voor het verwerven, ontwikkelen en beheren van vastgoed in het postcodegebied 1012 de deelneming 1012Inc opgericht. De ingebrachte panden van NV Stadsgoed vormen de basis van diens vastgoedbezit en in de periode 2016-2017 zijn 12 nieuwe panden aangekocht, waarvan 10 van Ymere, 1 van de gemeente en 1 van een particulier. Tot slot is inmiddels ook een nieuw bestemmingsplan voor het gehele postcodegebied 1012 vastgesteld (in 2015 in plaats van 2013) met randvoorwaarden om het aantal overige aandachtsfuncties te bevriezen en terug te dringen. Met de keerklepregeling wordt tussentijds ingespeeld op nieuwe aandachtsfuncties, zoals in 2017 wederom gebeurd is voor functies gericht op toerisme/dagjesmensen en het verkopen van voedsel voor directe consumptie.

De inzet bij de sleutelprojecten en herinrichting van de openbare ruimte is respectievelijk het toevoegen van nieuwe hoogwaardige functies op strategische locaties en het creëren van een aantrekkelijke openbare ruimte. De meeste activiteiten binnen deze pijlers zijn vertraagd ten opzichte van de oorspronkelijke planning. Ten tijde van het rekenkameronderzoek waren 11 van de 15 deelprojecten  in de openbare ruimte gerealiseerd; van de 9 sleutelprojecten  waren er twee private sleutelprojecten in zijn geheel gereed, vier private sleutelprojecten gedeeltelijk gereed en van een gemeentelijk sleutelproject is afgezien. Daarmee zijn deze pijlers – waarvan de verantwoordelijkheid met de herijking al is teruggegaan naar de lijn van stadsdeel Centrum – niet meer voor het einde van Project 1012 in 2018 gereed gekomen.

Voor zover inzichtelijk lijkt de meest recente verwachting van de totale kosten van Project 1012 lager uit te vallen dan de oorspronkelijke raming uit 2009. Opvallend is dat de kosten van het sluiten van raambordelen zijn toegenomen. Dit komt doordat de gemeente reke-ning houdt met het vergoeden van een groter deel van de planschade en extra kosten als gevolg van onteigeningsprocedures. Verder zijn op onderdelen van Project 1012 sterke stijgingen zichtbaar (herinrichten openbare ruimte) en dalingen (sleutelprojecten). Van de Stimuleringsregeling is veel minder dan verwacht gebruik gemaakt en ook het aankopen van andere panden dan raambordelen is niet tot uitvoering gekomen.

Op hoofdlijnen kunnen we kortom stellen dat een groot deel van de activiteiten die met Project 1012 waren voorgenomen, zijn uitgevoerd. Ook komen de kosten van Project 1012 naar verwachting redelijk overeen met de oorspronkelijke inschattingen (en komen mogelijk zelfs iets lager uit). Daarbij komt het wel regelmatig voor dat de scope of inhoud van activiteiten tussentijds sterk is gewijzigd. Verder is vrijwel altijd sprake van een vertraagde oplevering, zodat de sluiting van de aangewezen ramen, de sleutelprojecten en de herinrichting van de openbare ruimte ook bij de opheffing van Project 1012 nog niet afgerond zijn. Alleen de sluiting van de aangewezen coffeeshops is volgens planning gerealiseerd.

Tot slot hebben wij dit deel van het onderzoek hoofdzakelijk uitgevoerd op basis van de beschikbare rapportages over de voortgang van Project 1012 en documentatie van de projectorganisatie. Daarbij is ons opgevallen dat hoewel de voortgangsrapportages uitgebreid zijn en veel informatie bevatten, het moeilijk is om het verloop van het project goed te volgen. Zo wordt informatie over de uitvoering en planning van deelprojecten in de openbare ruimte of de sleutelprojecten niet altijd consistent gepresenteerd en met name het verloop van de herinrichtingen had meer toegelicht kunnen worden. Daarnaast is de ontwikkeling bij de ramen en coffeeshops niet eenvoudig te volgen vanwege onduidelijkheden over de beginstand en omdat de uitruilramen hier doorheen spelen. Het ontbreken van recente informatie over de kosten van stadsdeel Centrum speelt verder het volgen van de financiële ontwikkeling parten.

Overige gemeentelijke activiteiten in 1012

In het vorige hoofdstuk is de realisatie van de activiteiten onderzocht die onder directe verantwoordelijkheid van Project 1012 vallen. Project 1012 is een ruimtelijke aanpak gericht op het herstellen van de economische functiebalans, wat moet leiden tot het doorbreken van de criminele infrastructuur  en het realiseren van een kwalitatief hoogwaardig en divers entreegebied. Andere factoren kunnen echter ook van invloed zijn op het slagen van het project. Om deze reden komt in dit hoofdstuk aan bod welke andere activiteiten door de gemeente (eventueel in samenwerking met partners) zijn ontplooid in het postcodegebied 1012. Het gaat hierbij om gemeentelijke activiteiten die geen onderdeel uitmaken van Project 1012, maar die wel in relatie staan tot de door Project 1012 nagestreefde doelen om de criminele infrastructuur te doorbeken en het gebied ruimtelijk-economisch op te waarderen. Dit leidt tot de volgende onderzoeksvraag die we in dit hoofdstuk zullen beantwoorden:

Welke andere activiteiten zijn door de gemeente in het postcodegebied ontplooid die van invloed zijn op de doelen van Project 1012?

Dit hoofdstuk heeft hoofdzakelijk een inventariserend karakter. De focus ligt op gemeentelijke activiteiten die direct kunnen ingrijpen op de aanwezige functies in het gebied en daarmee op de ontwikkeling van de economische functiebalans, het resultaat van Project 1012.  Het gaat dan om activiteiten die ertoe kunnen leiden dat in een pand een functie wordt beëindigd, een nieuwe functie niet wordt toegestaan of andersom een gewenste functie in het pand wordt gerealiseerd. Dit hoofdstuk omvat een beschrijving van de inhoud van deze activiteiten en - zover bekend - de mate waarin zij zijn ingezet in het postcodegebied 1012, gebaseerd op met name een documentenstudie, gesprekken met de betrokken ambtenaren en door hen aangeleverd data-materiaal.

De beschrijvingen van deze activiteiten in het vervolg van dit hoofdstuk zijn ingedeeld in twee categorieën: activiteiten die vooral samenhangen met het effect van het doorbreken van de criminele infrastructuur en activiteiten die samenhangen met het effect van het realiseren van een kwalitatief hoogwaardig en divers entreegebied. De categorieën en de activiteiten die we daaraan hebben toebedeeld, lichten we hierna eerst kort toe. Een deel van de overige activiteiten is ook opgenomen in onze overzichtskaart van het 1012-gebied.

Doorbreken criminele infrastructuur
Project 1012 is gericht op het realiseren van een ruimtelijke-economische transformatie van het postcodegebied 1012. Samen met andere activiteiten die niet tot Project 1012 behoren, moet dit leiden tot het doorbreken van de criminele infrastructuur. Deze andere activiteiten zijn niet direct gericht op een ruimtelijke-economische transformatie, maar op het aanpakken van criminele personen of fenomenen. Daarentegen kunnen zij wel van invloed zijn op de ontwikkeling van functies in het gebied. Het bestrijden of voorkomen van criminele activiteiten door bepaalde ondernemingen of personen al aan de voorkant te weren, toezicht te houden en indien nodig te in te grijpen, kan namelijk ertoe leiden dat in een pand een functie wordt beëindigd of een nieuwe functie niet wordt toegestaan. Relevant in dit kader is de bestuurlijke aanpak vanuit het programma prostitutie en het stedelijke Team Amsterdamse Aanpak Ondermijning (Team AAO, voorheen het Van Traateam) en het Coördinatieteam Wallen (CTW) van stadsdeel Centrum. Daarbij vindt binnen het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum Amsterdam- Amstelland (RIEC) samenwerking plaats met onder andere politie, Openbaar Ministerie en Belastingdienst, die bevoegd zijn tot een strafrechtelijke en fiscale aanpak. 

Realiseren kwalitatief hoogwaardig en divers entreegebied
De ruimtelijke aanpak van Project 1012, gericht op het herstellen van de economische functiebalans, moet ook bijdragen aan het realiseren van een kwalitatief hoogwaardig en divers entreegebied.   De economische functiebalans in het gebied hangt echter niet uitsluitend samen met de activiteiten die vanuit Project 1012 worden ontplooid. Ten eerste is de toezicht en handhaving van stadsdeel Centrum op de naleving van het bestemmingsplangebruik cruciaal om de economische functiebalans in stand te houden. Daarmee wordt namelijk voorkomen dat wederom zaken met aandachtsfuncties ontstaan buiten de toegestane adressen. Daarnaast moet ervoor gewaakt worden dat een oververtegenwoordiging aan andere laagwaardige functies de balans in het gebied opnieuw verstoort.  Ten tweede zien we gedurende Project 1012 dat naast de transformatie van economische functies het belang van de woonfunctie meer op de voorgrond komt te staan. De verwachting is dat meer bewoning een meer divers economisch functieaanbod met zich meebrengt. Daarnaast zou de oren en ogenfunctie van bewoners verloedering en overlast in de openbare ruimte tegengaan.  Om deze reden besteden we ook aandacht aan gemeentelijke activiteiten in het postcodegebied gericht op het toevoegen en behouden van woningen.

In onderstaand figuur is de samenhang van de overige gemeentelijke activiteiten in het postcodegebied met de beoogde effecten van Project 1012 schematisch weergegeven.

Figuur 3.1. Samenhang overige gemeentelijke activiteiten met doelen Project 1012

Leeswijzer
In onderstaande paragrafen gaan we dieper in op de hiervoor genoemde overige activiteiten van de gemeente in het postcodegebied. Eerst komen de activiteiten aan bod die een relatie hebben met het doorbreken van de criminele infrastructuur. Achtereenvolgens gaat het om het programma prostitutie (§3.1.1.), het stedelijke Team Amsterdamse Aanpak Ondermijning en het Coördinatieteam Wallen van stadsdeel Centrum (§3.1.2.) en gezamenlijke acties met partners binnen het RIEC en diens voorgangers (§3.1.3). Daarna volgen activiteiten die meer raakvlakken hebben met het realiseren van een kwalitatief hoogwaardig en divers entreegebied. Dit valt uiteen in de toezicht en handhaving van stadsdeel Centrum op bestemmingsplangebruik (§3.2.1.) en activiteiten gericht op het intensiveren en behouden van de woonfunctie in het postcodegebied (§3.2.2.). Per subparagraaf geven we eerst een beschrijving van de inhoud van de activiteiten. Daarna gaan we – voor zover bekend –in op de toepassing van de activiteiten in het postcodegebied 1012, in de zin van met welke intensiteit zij zijn ingezet en/of tot welke resultaten zij hebben geleid. In paragraaf 3.3. sluiten we af met een samenvattende conclusie.

Overige activiteiten doorbreken criminele infrastructuur

In deze paragraaf komen de overige gemeentelijke activiteiten in het postcodegebied aan bod die vooral gericht zijn op het effect van het doorbreken van de criminele infrastructuur. Eerst gaan we in op het programma prostitutie, vervolgens op het stedelijke Team Amsterdamse Aanpak Ondermijning en het Coördinatieteam Wallen van stadsdeel Centrum en tot slot op de samenwerking van de gemeente met partners zoals politie, Openbaar Ministerie en de Belastingdienst in het RIEC (en voorgangers).

Programma prostitutie

Het programma prostitutie Amsterdam (2012-2018) heeft de volgende doelen:

  1. Aanpak van misstanden en normalisatie van de vergunde branche
  2. Opsporen en aanpakken van (misstanden in de) illegale prostitutie
  3. Empowerment van en zorg voor prostituees
  4. Voorkomen dat kwetsbare groepen en personen slachtoffer worden van uitbuiting (preventie)

Het programma prostitutie werkt – om haar doelen te bereiken – samen met verschillende ketenpartners, zoals de politie, het Openbaar Ministerie, de Belastingdienst en zorgpartijen. Bij het eerste en tweede doel gaat het om bestuursrechtelijke (en in het geval van de partners strafrechtelijke en fiscale) activiteiten, die ertoe kunnen leiden dat functies (tijdelijk) worden gesloten en zo van invloed kunnen zijn op het aantal aandachtsfuncties dat in het postcodegebied 1012 in bedrijf is. Omdat binnen de straatgerichte aanpak van Project 1012 de vermindering van de raambordelen de hoogste prioriteit kent en besloten clubs en escortbedrijven weinig voorkomen in postcodegebied 1012, beperken wij ons tot de raambordelen binnen de aanpak van misstanden en normalisatie van de vergunde branche. Binnen de illegale prostitutie heeft met name het opsporen en aanpakken van het aanbieden van seksuele diensten in massagesalons raakvlakken met Project 1012, aangezien massagesalons ook tot de aangewezen aandachtsfuncties behoren. Andere vormen van illegale prostitutie, zoals thuisprostitutie, spelen bovendien weinig in het postcodegebied. Bij het derde en vierde doel gaat het verder vooral om activiteiten gericht op zorgverlening. Omdat deze minder directe raakvlakken kennen met de ruimtelijk-economische transformatie van Project 1012 en de ontwikkeling van functies in het gebied, laten wij deze buiten beschouwing. Dat neemt niet weg dat er wel sprake is geweest van concrete samenwerking tussen Project 1012 en de zorgkant van het programma prostitutie, namelijk bij het opstellen van een protocol rondom het informeren en begeleiden vaMeer informatie over My Red Lightn de sekswerkers die werkzaam zijn in te sluiten ramen en bij het realiseren van My Red Light in een aantal voormalige uitruilpanden. 

Meer informatie over My Red Light

In juli 2013 heeft de gemeenteraad verzocht om onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor het realiseren van een coöperatie of een andere samenwerkingsvorm, waarbij sekswerkers zelf de raambordelen beheren en exploiteren. Daaruit is het Project Eigen Raam ontstaan, die als doel had om de positie van sekswerkers te verbeteren en als hefboom te fungeren voor de normalisering van de branche. Het ging primair om:

  • Realisatie van zelfbeschikkingsrecht en medezeggenschap van de sekswerker als ZZP-er in het seksbedrijf met zelfbeheer van de sekswerkers als einddoel;
  • Het verbeteren van de arbeids- en verhuurvoorwaarden en arbeidsomstandigheden in het seksbedrijf
  • Het vergroten van het ondernemerschap van de sekswerker

Na verschillende haalbaarheidsonderzoeken en analyses van de gemeente in samenwerking met onder andere sekswerkers, zorginstelling HVO Querido en NV Stadsgoed is in augustus 2016 de stichting My Red Light opgericht. Door de gemeente zijn vier voormalige uitruilpanden op de Oudezijds Achterburgwal en Boomsteeg van NV Stadsgoed overgekocht en in erfpacht uitgegeven aan de Stichting Vastgoed My Red Light. Deze verhuurt de panden aan de Stichting My Red Light om als raambordelen te exploiteren, waarbij de sekswerkers vervolgens weer als zelfstandige ondernemers een werkruimte huren. De gemeente heeft daarmee ten opzichte van My Red Light alleen de rol van vergunningverlener, toezichthouder en handhaver en My Red Light moet bovendien aan dezelfde vergunningeneisen als andere exploitanten voldoen. In mei 2017 is de vergunning verleend aan My Red Light en zijn de veertien ramen in bedrijf gegaan. Sinds 1 maart 2018 is My Red Light overdag gesloten. 

Inhoud activiteiten
Hieronder beschrijven we eerst de activiteiten gericht op het aanpakken van misstanden binnen en het normaliseren van de raamprostitutiebranche en vervolgens activiteiten gericht op het opsporen en aanpakken van illegale prostitutie in massagesalons.

Sinds de opheffing van het bordeelverbod in 2000 wordt raamprostitutie gereguleerd door middel van een vergunningenstelsel. Om de vergunde prostitutiebranche verder te normaliseren, is in juli 2013 in Amsterdam een aangescherpte APV in werking getreden. Met deze nieuwe bepalingen hebben de exploitanten een grotere verantwoordelijkheid gekregen in het tegengaan van mensenhandel en mistanden, waartoe zij een veilige en gezonde werkomgeving moeten garanderen en de zelfstandigheid van de sekswerker moeten bewaken. Belangrijke wijzigingen zijn bijvoorbeeld het verhogen van de minimumleeftijd voor sekswerkers naar 21, het invoeren van sluitingstijden, intensiever toezicht door de exploitant tijdens openingsuren en het voeren van intakegesprekken door exploitanten. Met een bedrijfs- en hygiëneplan moeten de exploitanten aangegeven op welke wijze zij invulling geven aan deze nieuwe vergunningseisen. Na een gefaseerde invoering vindt sinds 2015 toezicht en handhaving op de volledige nieuwe regelgeving plaats, waarbij bij zware overtredingen de vergunning (tijdelijk) kan worden ingetrokken. 

In augustus 2017 heeft de rechter echter geoordeeld dat het intakegesprek op de wijze waarop dat door de gemeente Amsterdam is vormgegeven niet geschikt is om het gestelde doel – dat de exploitant zich ervan vergewist dat er sprake is van zelfredzaamheid – te bereiken. Daarnaast heeft de rechter geoordeeld dat het in strijd is met de privacy van de sekswerkers dat gegevens die voortkomen uit de intakegesprekken en de toezichtrondes door exploitanten moeten worden geregistreerd en gedeeld met de gemeente in het kader van toezicht. De gemeente had ten tijde van het rekenkameronderzoek tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. 

In tegenstelling tot raamprostitutie is het aanbieden van seksuele diensten in massagesalons illegaal. Opsporing gebeurt signaalgewijs, bijvoorbeeld op basis van andere controles, meldingen van burgers of websiterecensies. Wanneer met sporenonderzoek wordt geconstateerd dat er daadwerkelijk seksuele diensten worden aangeboden, wordt de massagesalon voor minimaal drie maanden gesloten. Daarnaast zet de gemeente sinds 2016 ook anonieme toezichthouders in, die massagesalons controleren door zich voor te doenMeer informatie over toezicht en handhaving bij raambordelen/massagesalons als klant. In het geval dat er seksuele diensten worden aangeboden aan de anonieme toezichthouder volgt eveneens een sluiting. Om opnieuw open te mogen gaan, moet met een bedrijfsplan worden gewaarborgd dat illegale prostitutie niet meer zal plaatsvinden. 

Meer informatie over toezicht en handhaving bij raambordelen/ massagesalons

Raambordelen
Voorheen vielen de vergunningverlening en handhaving (desbetreffende stadsdeel) en het toezicht (RVE H&T) op raambordelen onder verschillende gemeentelijke organisatieonderdelen. Vanwege de hoge kennisintensiviteit is besloten de hele keten als 1 team onder te brengen bij stadsdeel Centrum. Dit Team Prostitutie is operatief sinds 2016, maar bevond zich ten tijde van het rekenkameronderzoek nog in de oprichtingsfase. 

Ieder raambordeel moet minstens zes keer per jaar bezocht worden. De helft van deze locatiecontroles wordt uitgevoerd door de bestuurlijke toezichthouders van het Team Prostitutie; de andere helft door het team Burgwallen van de politie. Daarbij wordt met de sekswerkers in gesprek gegaan en zij worden gecontroleerd op leeftijd en identiteit. Het doel van de locatiecontroles is om na te gaan of de exploitanten zich houden aan de vergunningsvoorwaarden en het bedrijfsplan, waaronder de vraag of er geen sprake is van misstanden en mogelijke dwang. In principe is de inhoud van deze raamcontroles door gemeente en politie gelijk, maar de focus ligt op de eigen bevoegdheden. Voor de gemeente betreft het bestuursrechtelijke bevoegdheden. Wanneer uit de raamcontroles iets wordt geconstateerd dat verificatie behoeft in de administratie of een verklaring van de exploitant, volgt daarop een controle op de vergunningeneisen (vergunningencontroles). De politie heeft daarnaast strafrechtelijke bevoegdheden, bijvoorbeeld met betrekking tot illegaliteit en minderjarigheid. Wanneer er bij de reguliere controles signalen van mensenhandel ontstaan, worden deze opgeschaald naar het Team Mensenhandel binnen de politie, die zich bezighoudt met de opsporing van mensenhandel en de strafrechtelijke opvolging.

Daarnaast controleert de GGD sinds 2015 driejaarlijks op de naleving van de hygiënevoorschriften. Ook wordt bij nieuwe vergunningaanvragen door inspecteurs van het stadsdeel gecontroleerd op geschiktheid (bouw-, inrichting- en brandveiligheidseisen).

Wanneer er daadwerkelijk sprake is van overtredingen kan het stadsdeel, afhankelijk van het soort overtreding, de volgende handhavingsmaatregelen inzetten: een coulancebrief, een bestuurlijke waarschuwing , een last onder dwangsom en een (tijdelijke) intrekking van de vergunning. 

Massagesalons
Toezicht op illegale prostitutie in massagesalons vindt plaats onder regie van de bestuurlijke toezichthouders van het Team Prostitutie. Bij signalen voeren zij eerst een vooronderzoek uit, waarna bepaald wordt of de massagesalons worden meegenomen bij integrale stedelijke acties, waarbij samen met toezichthouders van de stadsdelen, de politie en andere (externe) partners een sporenonderzoek wordt uitgevoerd. Omdat de exploitanten echter inmiddels op deze locatiecontroles anticiperen, kunnen sinds 2016 ook anonieme toezichthouders uit de stadsdelen worden ingezet (‘mystery guests’).

De volgende handhavingsmaatregelen zijn van toepassing. Wanneer ter plaatse is geconstateerd dat er daadwerkelijk illegale prostitutie plaatsvindt – omdat daarvan sporen zijn gevonden of omdat er seksuele diensten zijn aangeboden aan de anonieme toezichthouders – wordt de massagesalon voor minimaal drie maanden gesloten. Daarnaast wordt de eigenaar apart aangeschreven en kunnen zij bij herhaling een dwangsom opgelegd krijgen. Wanneer er daarentegen te weinig aanwijzingen zijn gevonden, wordt een waarschuwingsbrief verstuurd. 

Toepassing in postcodegebied 1012
In de jaarlijkse bestuurlijke monitor van het programma prostitutie wordt onder meer uitgebreid gerapporteerd over de inzet van toezicht en handhaving op de vergunde en illegale prostitutiebranche.

Voor de vergunningen, toezicht en handhaving op het gebied van raambordelen is het werkveld wat breder dan postcodegebied 1012, omdat in stadsdeel Zuid ook raamprostitutie is toegestaan (zie voor deze bredere cijfers het kader). In 1012 ging het per 2017 om 28 vergunningen voor 345 ramen op 113 locaties. Door het programma prostitutie is aangegeven dat er in de huidige vergunningenperiode onder de nieuwe APV geen ramen definitief zijn gesloten vanuit het stelsel van vergunningen, toezicht en handhaving. Bij één exploitant is wel slechts voor deel van de ramen een nieuwe vergunning verleend; de overige ramen zijn overgenomen door een andere exploitant. Het intrekken of weigeren van vergunningen heeft daarmee geen invloed gehad op het totaal aantal ramen dat in het postcodegebied 1012 in bedrijf is. De vermindering van het aantal ramen sinds 2007 hangt alleen samen met de sluitingen van de aangewezen ramen (en de definitieve onttrekking van ramen die warenToezicht en handhaving op Amsterdamse raambordelen aangekocht ten behoeve van uitruil) die in het kader van Project 1012 hebben plaatsgevonden (zie 2.1. Activiteiten Project 1012, het sluiten van de aangewezen ramen in raambordelen) 

Toezicht en handhaving op Amsterdamse raambordelen

Op basis van de informatie uit de jaarlijkse bestuurlijke monitor van het programma prostitutie, is in onderstaande tabel voor de periode 2013-2016 weergeven hoeveel controles op Amsterdamse raambordelen er hebben plaatsgevonden, hoeveel overtredingen daarbij zijn geconstateerd, hoeveel handhavingsmaatregelen vervolgens zijn ingezet en hoe vaak dat een (tijdelijke) intrekking of weigering van de vergunning betrof.

Tabel 3.1. Ingezette toezicht en handhaving op Amsterdamse raambordelen, 2013-2016.
JaarAantal controlesAantal geconstateerde overtredingen

Aantal handhavings-maatregelen

Aantal ingetrokken/
geweigerde vergunningen
 Bestuurlijke toezichthoudersPolitieGGD   
20131968576n.v.t.45132 (+1 tijdelijk)
20141234531n.v.t.24121
20154365457530180
20163574826030210

Het aantal uitgevoerde locatiecontroles door de bestuurlijke toezichthouders van de gemeente en de politie is de afgelopen jaren afgenomen. De sterke daling in 2015 bij de bestuurlijke toezichthouders heeft te maken met de registratievorm: net als bij de politie gebeurt dat sindsdien per locatie in plaats van per raam. Verder is de toegepaste norm per 2014 teruggebracht van acht naar de zes wettelijk vereiste controles per locatie. In 2016 is deze norm van zes controles per locatie net niet gehaald vanwege de extra administratieve vergunningencontroles die eind 2016 zijn uitgevoerd op een aantal raamexploitanten en de extra controles op de illegale thuisprostitutie.

Deze verschuivingen bij de controlenorm kunnen gezien worden in het licht van de wens van een meer gedifferentieerde aanpak waarbij exploitanten die zich goed aan de regels houden minder worden gecontroleerd, zodat de capaciteit die overblijft kan worden ingezet bij exploitanten waarbij dat minder het geval is of voor controles op de onvergunde branche. Een bonusmalussysteem zoals in de horecabranche al werd toegepast, bleek echter voor de prostitutiebranche minder toepasbaar of gewenst, omdat bij overtredingen altijd de context moet worden meegewogen. De gemeente werkt wel nog steeds aan een informatiegestuurde aanpak, waarbij op basis van resultaten uit eerdere controles en signalen uit het veld er extra controles plaatsvinden en de controles worden ingericht naar concrete aandachtspunten per exploitant. De controles kunnen zo gerichter worden uitgevoerd en bovendien kan in de handhaving meer ruimte ontstaat voor het meewegen van specifieke omstandigheden (met uitzondering van excessieve situaties). 

Het opsporen en aanpakken van illegale prostitutie in massagesalons gebeurt stadsbreed. Op verzoek van de rekenkamer is door het programma prostitutie en het Coördinatieteam Wallen (zie §3.1.2.) het aantal sluitingen binnen het postcodegebied 1012 uit het systeem gegenereerd. In 2015- 2016 zijn 7 massagesalons uit het postcodegebied verdwenen en daarnaast zijn er nog 6 tijdelijk gesloten geweest. Voor eerdere jaren kon deze informatie niet op postcodeniveau worden aangeleverd. 

Team Amsterdamse Aanpak Ondermijning /Coördinatieteam Wallen

Het stedelijke Team Amsterdamse Aanpak Ondermijning (Team AAO, voorheen Van Traa-team) en het Coördinatieteam Wallen (CTW) van stadsdeel Centrum richten zich op de bestuurlijke aanpak van de georganiseerde criminaliteit.  Zij ondersteunen de gemeentelijke onderdelen op dit gebied. Het gaat daarbij om een wisselwerking: enerzijds geven de gemeentelijke onderdelen signalen door en vragen om advies bij de uitvoering van hun taken; anderzijds kan het Team AAO/CTW op basis van gebundelde signalen/eigen onderzoek ook het advies geven om bepaalde activiteiten in te zetten.  Bij Project 1012 was deze ondersteuning van het Team AAO als het CTW organisatorisch ingebed, aangezien beiden onderdeel uitmaakten van het strategisch en verwervingsoverleg van Project 1012. Het Team AAO/CTW adviseerde over de integriteit van eigenaren/ondernemers in het gebied en Project 1012 gaf andersom signalen door over bepaalde panden/personen. 

Hieronder bespreken we de activiteiten van het Team AAO en het CTW gericht op het bestrijden of voorkomen van criminele aangelegenheden door bepaalde ondernemingen of personen al aan de voorkant te weren, toezicht te houden en indien nodig te in te grijpen. Omdat dit ervoor zorgt dat nieuwe functies niet worden toegestaan of bestaande functies verdwijnen, kunnen deze activiteiten ook van invloed zijn op de ontwikkeling van het functieaanbod en de functiebalans in het gebied.

Inhoud activiteiten
Ten eerste worden met de volgende activiteiten criminele aangelegenheden aan de voorkant geweerd:

  • Toetsen vergunningaanvragen aan Wet Bibob
    In het geval van vergunningen wordt op basis van de Wet Bibob  nagetrokken of er bij de aanvrager en diens netwerk sprake is van gevaar voor criminele activiteiten en/of criminele banden. Wanneer er bij de vergunningenmedewerkers van het stadsdeel signalen hiervoor bestaan, wordt het dossier – in het geval van postcodegebied 1012 in de meeste gevallen via het CTW – opgeschaald naar het stedelijke Coördinatiebureau Bibob (onderdeel Team AAO). Wanneer uit een diepgaande toets blijkt dat er daadwerkelijk gevaar bestaat voor crimineel misbruik, kan het stadsdeel besluiten de vergunning te weigeren.  Overigens wordt ook altijd nagegaan of de vergunning op basis van lichtere gronden uit andere wet- en regelgeving kan worden geweigerd, bijvoorbeeld op basis van slecht levensgedrag (APV).  De toetsing op de Wet Bibob (en voorafgaand op lichtere wet- en regelgeving) kan er kortom toe leiden dat personen en daarmee ook diens ondernemingen niet actief kunnen zijn in het gebied.  
  • Screenen van vastgoedtransacties bij panden waarop Van Traa-bepalingen rusten
    Met het toepassen van de privaatrechtelijke Van Traa bepalingen wil de gemeente eveneens grip houden op personen en (soorten) ondernemingen die in het gebied actief zijn. Daarvoor worden zogeheten kwalitatieve bepalingen met kettingbedingen in de erfpacht- of eigendomsakte opgenomen. Het gaat dan om bepalingen die regelen dat de gemeente het eerste recht van aankoop heeft en de gemeentelijke toestemmingsvereiste zorgt ervoor dat vooraf de integriteit van andere potentiële kopers kan worden gescreend. Daarnaast gaat het om beperkingen voor het soort functies dat in de panden mag worden uitgeoefend, waarvoor tevens naar het bedrijfsplan van de Meer informatie over toepassing wet Bibobhuurder wordt gekeken. Deze Van Traa-bepalingen zijn van toepassing verklaard op (verkocht) gemeentelijk vastgoed en panden die met medewerking van Project 1012 door de partners zijn aangekocht. 
Meer informatie over toepassing Wet Bibob

De Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) biedt de mogelijkheid om vergunningen, subsidies, aanbestedingen en gemeentelijke vastgoedtransacties te weigeren (of in te trekken/ op te zeggen) wegens het risico op crimineel misbruik. De wet is van toepassing op vergunningen voor horecazaken, coffeeshops, prostitutie- en escortbedrijven, speelautomatenhallen, vechtsportgala’s, bouw- en milieuactiviteiten en in het kader van de Huisvestigingswet. Daarnaast geldt zij voor subsidies, aanbestedingen op het gebied van bouw, milieu en ICT, taxiorganisaties en vastgoedtransacties waarbij de gemeente zelf privaatrechtelijke partij is (aan- en verkoop/huur en verhuur/uitgifte in erfpacht).

Voor vergunningen vindt de toepassing van de Wet Bibob getrapt plaats. Eerst doen de stadsdeelmedewerkers een basale toets aan de hand van een formulier dat de vergunningaanvrager dient in te vullen. Wanneer er (ondanks eventuele aanvullende vragen) twijfels bestaan over de integriteit van de aanvrager of de financiering/bedrijfsstructuur onvoldoende transparant is, wordt het dossier – in het geval van postcodegebied 1012 in de meeste gevallen via het CTW – naar het stedelijke Coördinatiebureau Bibob (onderdeel Team AAO) opgeschaald. Deze voert een diepgaandere toets uit op basis van onder andere een financiële toets, onderzoek in de eigen databases en een informatieverzoek aan politie, justitie en fiscus. Deze toets mondt uit in advies aan het stadsdeel op basis waarvan het stadsdeel een besluit neemt over de vergunningverlening.

Er zijn verschillende soorten adviezen mogelijk. Ten eerste het weigeren van de vergunning op grond van de Wet Bibob, wanneer uit de diepgaande toets van het stedelijke Coördinatiebureau ernstig gevaar voor crimineel misbruik is gebleken. Bij matig gevaar kan het ook gaan om een vergunning met aanvullende voorschriften, zoals het inleveren van een jaarrekening. Het stadsdeel is verantwoordelijk voor de monitoring van deze voorschriften. Daarbij wordt ook altijd nagegaan of de vergunning op basis van lichtere gronden uit andere wet- en regelgeving kan worden geweigerd, bijvoorbeeld op basis van slecht levensgedrag (APV).

Ten tweede het opschalen van het dossier voor nader onderzoek en advies naar het Landelijk Bureau Bibob (LBB) van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het Stedelijk Coördinatiebureau Bibob kan namelijk alleen gebruik maken van de gesloten systemen van politie, justitie en fiscus voor de aanvrager zelf. Op basis van openbare bronnen, zoals de huurovereenkomst, kunnen echter wel signalen ontstaan over diens financiers, aandeelhouders, leidinggevenden of overige zakenpartners (pandeigenaren). Het LBB heeft ook voor deze achterliggende personen toegang tot gesloten bronnen. Ook bestaat de mogelijkheid dat het Coördinatiebureau achterliggende personen eerst voorlegt aan het Openbaar Ministerie, die op basis van onderzoek in de eigen systemen het Coördinatiebureau adviseert om wel of niet op te schalen naar het Landelijk Bureau Bibob (geactiveerde OM-tip).

Ten derde het agenderen van de casus in het RIEC (zie §3.1.3.), waarin gemeente en partners samenwerken om een 'dossier op te bouwen' met bijvoorbeeld integrale handhavingsacties. Andersom kunnen signalen van partners ook de aanleiding vormen voor een diepgaande toets door het Coördinatiebureau Bibob.

Bij Bibob-dossiers wordt overigens ook altijd naar gelieerde ondernemingen gekeken, zoals andere filialen van de ondernemer of waaraan leningen zijn verstrekt door diens financiers. Hetzelfde geldt voor nieuwe eigenaren of investeerders als ondernemers naar aanleiding van een Bibob-procedure hun zaak verkopen of andere financiers aantrekken. 

Ten tweede geeft het Team Amsterdamse Aanpak Ondermijning/CTW ook adviezen op het gebied van toezicht en handhaving wanneer er signalen zijn van criminele activiteiten. Enerzijds kan het daarbij gaan om de inzet van bestuursrechtelijke instrumenten, meestal onder de bevoegdheid van de burgemeester. Een voorbeeld is het sluiten van panden, wanneer de openbare orde wordt verstoord en/of het woon- en leefklimaat nadelig wordt beïnvloed (APV). Anderzijds kan het gaan om gezamenlijke acties met bijvoorbeeld politie, OM en Belastingdienst.  In paragraaf §3.1.3. komen deze gezamenlijke acties met partners aan bod.

Toepassing in postcodegebied 1012
Volgens het stedelijke Coördinatiebureau Bibob (verder CBB) werd ieder jaar aan Project 1012 een overzicht aangeleverd van de Bibob-dossiers in het 1012-gebied, maar deze informatie komt maar beperkt in de voorgangsrapportages terug. Op verzoek van de rekenkamer heeft het CBB deze informatie voor de periode 2009-2016 wederom gegenereerd. In tabel 3.2. is het aantal Bibob-dossiers voor postcodegebied 1012 evenals de adviezen na de diepgaande toets door het CBB weergegeven. In tabel 3.3. is verder een uitsplitsing gemaakt naar soorten branches waarop de opgeschaalde Bibob-dossier van toepassing waren. 

Tabel 3.2. Aantal Bibob-dossiers en bijbehorende adviezen na diepgaande toets voor postcodegebied 1012, 2009-2016.
JaarAantal Bibob- dossiersAdviezen na diepgaande toets CBB
  Toepassing overige wet- en regelgevingDirecte toepassing Wet BibobOpschaling naar Landelijk Bureau BibobGeen toepassing Wet BibobOverig/
Onbekend 
200915  762
20105  311
201117  6110
201228 112132
201333  3264
201429125174
2015164 48 
201671  51
Totaal15063407724
Tabel 3.3. Uitsplitsing Bibob-dossiers postcodegebied 1012 naar soorten branches, 2009-2016
JaarAantal
Bibobdossiers
Prostitutie-bedrijvenCoffeeshopsHorecazakenSpeelautomatenOverig 
200915219 3
20105  1 4
20111792321
2012281214 2
201333 245 4
201429 111125
201516225 7
20167  3 4
Totaal150146141430

Uit de tabellen 3.2. en 3.3. blijkt dat in het postcodegebied 1012 in de periode 2009-2016 in totaal 150 dossiers zijn opgeschaald naar het CBB voor een diepgaande toets. De Wet Bibob is van toepassing op vier aandachtsfuncties, die in het kader van Project 1012 zijn aangewezen. Het merendeel van de Bibob-dossiers concentreert zich rondom vergunningaanvragen voor deze aandachtsfuncties, te weten coffeeshops (61), horecazaken (41), prostitutiebedrijven (14) en speelautomatenhallen (4). Aanvragen voor subsidies vanuit de Stimuleringsregeling van Project 1012 worden overigens standaard opgeschaald naar het CBB.  Hetzelfde gold in de periode 2012-2015 voor vergunningaanvragen voor coffeeshops. Systematische doorlichting coffeeshops (2012-2015) en prostitutiebedrijven (voor 2009)Deze standaardopschalingen vormen een verklaring voor de piek in de periode 2012-2015 en het relatief hoge aantal dossiers waarbij uit de diepgaande toets geen gevaar voor crimineel misbruik is gebleken.

Systematische doorlichting coffeeshops (2012-2015) en prostitutiebedrijven (voor 2009)

Twee ontwikkelingen staan aan de basis van de systematische doorlichting van de coffeeshops in de periode 2012-2015. Ten eerste had de toenmalige minister van Justitie en Veiligheid gemeenten verzocht om coffeeshops te selecteren voor een uitgebreid onderzoek door het Landelijk Bureau Bibob. Om deze selectie te maken, zijn alle coffeeshops in de gehele stad diepgaand onderzocht door het Coördinatiebureau Bibob in de periode 2012-2015. Ten tweede bleek uit een proefboring bij Project Emergo (zie §3.1.3.) naar een selectie van coffeeshops dat meer coffeeshopexploitanten dubieuze antecenten hadden dan vermoed, zodat werd aanbevolen om coffeeshops systematisch door te lichten. 

Veder zijn direct nadat de Wet Bibob op prostitutiebedrijven van toepassing was verklaard, de Amsterdamse prostitutiebedrijven systematisch doorgelicht. Daarmee omvatten de prostitutiebedrijven ruim driekwart van de 83 Bibob-dossiers in de periode 2004- 2008, te weten raambordelen (48), besloten clubs (7) en seksinrichtingen (9). Omdat deze doorlichting van de prostitutiebedrijven voor de officiële start van Project 1012 heeft plaatsgevonden, is dit echter niet terug te zien bij de gepresenteerde cijfers over de periode 2009-2016. 

Over de toepassing van de Van Traa-bepalingen is alleen in de laatste voortgangsrapportage van Project 1012 (april 2017) cijfermatige informatie opgenomen. Inmiddels zouden zij op rond de 300 adressen (eenheden) rusten. Volgens het CTW gaat het vrijwel uitsluitend om panden in het 1012 gebied, wat ook volgt uit het feit dat de Van Traa-bepalingen van toepassing zijn verklaard op (verkocht) gemeentelijk vastgoed en panden die met medewerking van Project 1012 door de partners zijn aangekocht. In 2014 en 2015 zijn er respectievelijk 20 en 28 verzoeken om gemeentelijke toestemming voor een nieuwe koper behandeld, waarbij 10 en 5 negatieve adviezen/weigeringen zijn afgegeven op basis van de integriteitsscreening. 

Tot slot is door het Team Amsterdamse Aanpak Ondermijning ook informatie aangeleverd over het aantal panden dat in postcodegebied 1012 op last van de burgemeester is gesloten. In de periode 2009-2016 gaat het in totaal om 6 panden, waarvan 4 in 2016.  Opvallend is dat het ook één van de 26 coffeeshops betreft die in het kader van Project 1012 was gesloten en getransformeerd naar een horecazaak en nu weer wordt gesloten op basis van verkoop/gebruik van softdrugs. 

RIEC (en voorgangers)

In de vorige paragrafen zijn de gemeentelijke (bestuursrechtelijke) activiteiten vanuit het programma prostitutie, het stedelijke Team Amsterdamse Aanpak Ondermijning en het Coördinatieteam Wallen van stadsdeel Centrum aan bod gekomen. Daarbij kwam al naar voren dat er vaak wordt samengewerkt met partners, zoals politie, OM en Belastingdienst, die bevoegd zijn tot de strafrechtelijke en fiscale aanpak. Een geïntegreerde aanpak wordt als belangrijke voorwaarde gezien voor een effectieve bestrijding van de georganiseerde criminaliteit en daarmee het doorbreken van de criminele infrastructuur in het postcodegebied.  In deze paragraaf gaan we dieper in op de gremia waaruit de gezamenlijke toezicht- en handhavingsacties van gemeente en partners zijn ingezet.

Inhoud activiteiten
Voorheen kwamen gezamenlijke toezicht- en handhavingsacties voort uit het Convenant Vrijplaatsen en Project Emergo. Inmiddels is deze samenwerking voortgezet binnen het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum Amsterdam- Amstelland (RIEC). Hieronder worden zij kort toegelicht:

  • Binnen het Convenant Vrijplaatsen (sinds 2004) zijn gezamenlijke handhavingsacties uitgevoerd in bepaalde branches of gebieden waarvan vermoed werd dat de wet- en regelgeving stelselmatig werd overtreden. 
  • Het Project Emergo (2007-2011) omvatte een gezamenlijke aanpak van zware (georganiseerde) criminaliteit in postcodegebied 1012 van de ministeries van Veiligheid en Justitie, Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en Financiën, het Openbaar Ministerie, de politie, de Belastingdienst, de gemeente, het Wetenschappelijk Onderzoek en documentatiecentrum (WODC) en de Universiteit van Tilburg. De doelstelling was tweeledig: 1) in nauwe samenwerking en gesteund door onderzoek en analyse zicht krijgen op criminele machtsconcentraties en achterliggende gelegenheidsstructuren en 2) op basis van de verkregen informatie deze problematiek bestrijden en in de toekomst voorkomen door middel van concrete acties bestaande uit een combinatie van preventieve, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke interventies. Het project Emergo was onderverdeeld in twee takken: opsporing van zware criminaliteit en handhaving.  
  • Binnen het RIEC Amsterdam- Amstelland (opgericht in 2013) is het postcodegebied 1012 als handhavingsknelpunt aangewezen. De bijbehorende werkgroep bestaat uit het CTW, politie, Belastingdienst en het OM. Het doel is toepassing van bestuurlijke en fiscale bevoegdheden (vergunningen, toezicht en handhaving) op de 'voor criminaliteit gevoelige' branches in het gebied. In de werkgroep worden vooral signalen en informatie uitgewisseld en voorstellen gedaan voor (gezamenlijke) interventies. Onderdeel daarvan het is monitoren van panden waar eerder sprake is geweest van grote problemen.  Project 1012 monitort daarbij maandelijks op basis van kadastergegevens de Meer informatie over het RIECvastgoedtransacties in het postcodegebied en communiceert verdachte transacties door naar het RIEC. 
Meer informatie over het RIEC

De gezamenlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit wordt sinds 2013 gefaciliteerd en ondersteund vanuit het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum Amsterdam- Amstelland (RIEC). Deze bestaat uit provincie Noord-Holland, zes gemeenten (waaronder Amsterdam), de Belastingdienst, Douane, FIOD, Inspectie SZW, politie, KMAR, Openbaar Ministerie en IND. Het RIEC is een netwerkorganisatie waarin specialisten van de verschillende organisaties elkaar treffen in werkgroepen – georganiseerd rondom verschillende clusters en handhavingsknelpunten – om signalen en informatie uit te wisselen en te komen tot interventievoorstellen voor gezamenlijk optreden. De werkgroepen kunnen hierbij ondersteund worden door het Programmabureau en het Integraal Overleg Ondermijning (expertisecluster voor complexe casussen). In de tactische (ambtelijk) en regionale (bestuurlijk) stuurgroep worden vervolgens strategische keuzes gemaakt over de capaciteitsinzet.

Naast de eerder genoemde werkgroep rondom het handhavingsknelpunt 1012 zijn nog verschillende andere werkgroepen voor postcodegebied 1012 relevant, bijvoorbeeld de werkgroepen rondom mensenhandel, misstanden prostitutie, witwassen, Bibob en woonfraude.  

Toepassing in postcodegebied 1012
Op basis van de voortgangsrapportages van Project 1012 en aanvullende informatie van het CTW zijn de volgende gezamenlijke toezicht- en handhavingsacties bekend, die vanuit het Convenant Vrijplaatsen, Project Emergo en de RIEC-werkgroep 1012 zijn ingezet:

  • Vanuit het Convenant Vrijplaatsen hebben in de periode 2008-2010 acties plaatsgevonden op de branches van smartshops, massagesalons, minisupermarkten en illegale hotels; in 2012 zijn souvenirwinkels gecontroleerd op de illegale verkoop van psychtrope stoffen.  In 2011-2012 zijn verder gebiedsgerichte acties geweest in het St. Annenkwartier (volgens het CTW op verzoek van Project 1012) en de Molensteeg, die vooral gericht waren op het gebruik van woningen. Daarnaast zijn ook woningen van verschillende pandeigenaren gecontroleerd, onder andere in relatie tot huisvesting van prostituees. 
  • Vanuit het project Emergo is een onderzoek gestart naar mensenhandel en vervolgens naar de betrokkenheid van een aantal exploitanten in de Molensteeg daarbij, wat heeft geleid tot sluiten van 4 raambordelen en een horecazaak. 
  • Bij de reguliere integrale controles bedrijven van stadsdeel Centrum (zie §3.2.1.) worden alle bedrijven in een bepaalde straat tegelijkertijd gecontroleerd op verschillende gebruiksaspecten. De integrale controles bedrijven van de Spuistraat (2014), Nieuwezijds Voorburgwal (2015) en Zeedijk (2016) zijn samen met partners uitgevoerd vanuit de RIEC-werkgroep 1012. 

Verder is bekend dat er in 2011 een grootschalig strafrechtelijk onderzoek is afgerond naar coffeeshops in relatie tot growshops, waarbij de focus lag op witwaspraktijken en illegale handel in softdrugs. Het lijkt erop dat vervolgens door de gemeente verschillende coffeeshops zijn gesloten op basis van de APV, waaronder coffeeshops die in het kader van Project 1012 waren aangewezen. Het is voor de rekenkamer niet duidelijk vanuit wel gremium deze (gezamenlijke) actie precies is ingezet. 

Overige activiteiten kwalitatief hoogwaardig en divers entreegebied

Hierna gaan we meer in detail in op twee activiteiten die hoofdzakelijk gerelateerd zijn aan het effect van het realiseren van een kwalitatief hoogwaardig en divers entreegebied. Eerst komt toezicht en handhaving van stadsdeel Centrum op bestemmingsplangebruik aan bod. Daarna brengen we de gemeentelijke activiteiten in beeld die gericht zijn op het intensiveren en behouden van woningen.

Toezicht en handhaving op bestemmingsplangebruik

Verscheidende toezicht- en handhavingsactiviteiten van stadsdeel Centrum staan in relatie tot het realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardig en divers entreegebied. Vanwege de directe relatie met de ruimtelijke transformatie van Project 1012 met als resultaat het herstellen van de economische functiebalans, beperken we ons in deze paragraaf tot toezicht en handhaving op de naleving van het bestemmingsplan. Daarmee wordt namelijk voorkomen dat nieuwe zaken met aandachtsfuncties worden geopend (of bestaande zaken met gewenste functies daarnaartoe afglijden) buiten de aangewezen adressen in het bestemmingsplan. In hAndere vormen van toezicht en handhaving stadsdeel Centrumet verlengde daarvan moet bovendien bewaakt worden dat een oververtegenwoordiging van andere laagwaardige functies de balans in het gebied niet opnieuw verstoort.  

Andere vormen van toezicht en handhaving stadsdeel Centrum

Toezicht en handhaving van stadsdeel Centrum kent verschillende onderdelen. Bouwtoezicht is gericht op bouw- en verbouwactiviteiten en de staat van gebouwen. Daarnaast wordt nagegaan of gebouwen conform het bestemmingsplan en andere voorschriften worden gebruikt, waaronder brandveiligheidseisen, milieuregelgeving en reclamerichtlijnen. Verder wordt door het stadsdeel gehandhaafd op overlast in de openbare ruimte, bijvoorbeeld door grote groepen, afval- en parkeerovertredingen en objecten in de openbare ruimte. In tegenstelling tot toezicht en handhaving op bestemmingsplangebruik hebben andere onderdelen eerder invloed op de randvoorwaarde van het in stand houden van een aantrekkelijke openbare ruimte dan op de ontwikkeling van de functiebalans of kennen alleen een indirecte relatie met de ruimtelijke-economische aanpak van Project 1012. 

Inhoud activiteiten
Omdat veel controles volgens een vaste frequentie dan wel naar aanleiding van signalen geschieden, heeft stadsdeel Centrum, in het kader van stedelijke bezuinigingsopgave, vanuit efficiencyoverwegingen ervoor gekozen om het gebruikstoezicht sinds 2012 thematisch in plaats van gebiedsgebonden te gaan organiseren.  Toezicht en handhaving op bestemmingsplangebruik valt in postcodegebied 1012 uiteen in drie soorten activiteiten:

  • Integrale controles bedrijven (sinds 2011):
    Bij deze integrale controles worden alle bedrijven (horeca, detailhandel, overig) in een bepaalde straat/gebied op meerdere gebruiksaspecten tegelijkertijd gecontroleerd. Naast bestemmingsplangebruik gaat het om brandveiligheidseisen, milieuregelgeving en reclame/welstandrichtlijnen.   De keuze in welke straten een integrale controle wordt uitgevoerd, wordt door de afdeling Vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) bepaald op basis van de input van het gebiedsteam; door Project 1012 worden op diens beurt weer signalen/wensen aan dit gebiedsteam aangedragen. 
  • Signaalgerichte lik-op-stuk handhaving:
    Vanwege de vaststelling van het nieuwe Bestemmingsplan 1012 (juni 2013) wordt op initiatie van Project 1012 sinds 2014 direct gehandhaafd bij ieder signaal  over nieuwe vestigingen van ongewenste functies buiten de aangewezen adressen. Daarvoor vond deze lik-op-stuk handhaving al plaats bij minisupermarkten/souvenirwinkels/massagesalons, waarop in 2010-2011 een keerklepregeling was toegepast. Vanaf 2016 wordt bij signaalgerichte handhavingsverzoeken een integrale controle uitgevoerd bij het desbetreffende bedrijf. 
  • Controleacties op specifieke aandachtsfuncties:
    Bij de vaststelling van het Bestemmingsplan 1012 is door de stadsdeelraad een motie ingediend waarbij werd verzocht om bij de handhaving op illegale verkoop van smartshopproducten prioriteit te geven aan de meest onverantwoorde aanbieders. In 2013 en 2015 hebben specifieke controleacties plaatsgevonden op de illegale verkoop van smartshopproducten bij onder andere souvenirwinkels en minisupermarkten. 

Daarnaast is ingegrepen op een nieuwe oververtegenwoordiging van andersoortige functies die de balans in het gebied verstoort. De afgelopen jaren is er namelijk sprake van een enorme toename van zaken die prominent zijn gericht op toeristen/dagjesmensen en/of verkoop van voedsel voor directe consumptie. Sinds 2015 worden reeds specifieke integrale controleacties uitgevoerd voor deze nieuwe aandachtsfuncties, waar handhaving op de naleving van het bestemmingsplan ook onderdeel van uitmaakte, bijvoorbeeld de verkoop van crêpes/wafels in ijswinkels. 

Per oktober 2017 is met het Voorbereidingsbesluit een keerklepregeling op deze nieuwe aandachtsfuncties toegepast, waarmee het aantal zaken is bevroren. Hiervoor is een inventarisatielijst opgesteld van bestaande zaken en wordt er gehandhaafd op nieuwe zaken op andere locaties in het postcodegebied. Het gaat daarbij om een intensieve vorm van lik-op-stuk handhaving. Bij ieder signaal volgt direct een locatiecontrole, waarbij de betreffende ondernemer ter plekke mondeling wordt gehoord. Wanneer door een expertgroep vervolgens wordt vastgesteld dat het gaat om een overtreding op het Voorbereidingsbesluit. wordt een handhavingsbesluit genomen. De streeftermijn van twee tot drie weken bij evidente overtredingen betreft ongeveer een halvering van de ideale doorlooptijd van de reguliere lik-op-stuk handhaving op overtredingen op bestemmingsplangebruik. Of deze streeftermijn in de praktijk haalbaar zal zijn, zal nog moeten blijken. 

Toepassing in postcodegebied 1012
Het bleek niet mogelijk om de totale inzet van toezicht en handhaving in postcodegebied 1012 sinds de start van Project 1012 te reconstrueren. Sinds 2011 stelt stadsdeel Centrum wel jaarlijks een integraal handhavinguitvoeringsprogramma (HUP) op en sinds 2013 wordt met een jaarrapportage hierover ook verantwoording afgelegd. Volgens de ambtelijke organisatie was het niet mogelijk of te Inzet toezicht en handhaving op overlast in de openbare ruimtearbeidsintensief om deze stadsdeelbrede informatie op 1012-niveau aan te leveren. De registratiesystemen zouden versnipperd en vooral ingericht zijn om het handhavingsproces te ondersteunen. 

Inzet toezicht en handhaving op overlast in de openbare ruimte

Over de capaciteitsinzet bij de toezicht en handhaving op overlast in de openbare ruimte gedurende de jaren weten we op hoofdlijnen het volgende. In de vorige bestuursperiode 2010-2014 waren in het kader van de stedelijke bezuinigingen minder middelen beschikbaar en verviel het stedelijke budget voor een extra handhavingskoppel op de Wallen.  Met het Binnenstadoffensief is in de huidige bestuursperiode 2014-2018 wederom extra capaciteit beschikbaar gesteld vanwege de drukte in de binnenstad. Sinds december 2016 is een speciaal gezamenlijk team van 140 man van gemeente en politie operatief om de toegenomen criminaliteit en overlast in de openbare ruimte terug te dringen, waaronder straatroof, zakkenrollerij, (nep)drugsdealers en overlast door drukte en verkeersgedrag. Sinds oktober 2017 is de extra capaciteit van het Binnenstad Offensief weer met 1/3 teruggeschroefd.  

Vanwege de directe relatie met de ontwikkeling van de economische functiebalans ligt de focus in deze paragraaf op toezicht en handhaving op bestemmingsplangebruik. Voor dit onderdeel heeft de rekenkamer daarom de bestaande stadsdeelbrede informatie zelf zover mogelijk naar postcodegebied 1012 toegespitst op basis van de jaarrapportages 2013-2016 van stadsdeel Centrum, het achterliggende databestand van de integrale controle bedrijven voor de periode 2014-2016 en aanvullende informatie van de ambtelijke organisatie. Onderstaand zijn de uitkomsten te vinden.

In tabel 3.4. zijn de uitgevoerde integrale controles bedrijven in het postcodegebied 1012 in de periode 2011-2016 weergeven evenals het aantal gecontroleerde bedrijven en geconstateerde overtredingen. Daaruit komt naar voren dat overtredingen op het bestemmingsplan relatief beperkt zijn. Zover bekend hebben zij tot nog toe niet geleid tot het opleggen van een dwangsom: van de 26 bestemmingsplanovertredingen in de periode 2014-2016 zijn er 10 hersteld na een aanmaning, 10 na het opleggen van een last onder dwangsom en is bij de overige 6 is de controleprocedure nog niet volledig doorlopen. 

Tabel 3.4. Integrale controles bedrijven in postcodegebied 1012, 2011-2016 
JaarStraat/gebiedAantal gecontroleerde bedrijvenAantal geconstateerde overtredingenWaarvan
op bestemmings-
plan
2011Cluster Warmoes-
straat (pilot)
83nbnb
2012-2013Nieuwendijk230nbnb
2013Cluster Damstraat11617924

Paleisstraat/
Handboog- en Voetboogsteeg

35562
2014Damrak
(incl. Dam, Beursstraat, Beursplein)
1261684
Spuistraat*62563
2015Oudezijds Voorburgwal831274
Nieuwezijds Voorburgwal e.o.*2043557
2016Zeedijk*1042168
Overige integrale controles bedrijven in stadsdeel Centrum: Prinsengracht, Reguliersdwarstraat/ Singel, Halvemaansteeg (2013), Haarlemmerbuurt (2016).

* Deze integrale controles bedrijven zijn vanuit de RIEC-werkgroep 1012 in samenwerking met de partners uitgevoerd.

Over signaalgerichte handhaving wordt alleen in de jaarrapportage van 2014 op het niveau van 1012 gerapporteerd. Het gaat om 27 controles, waarvoor op dat moment al 9 dwangsommen waren opgelegd. Uit het databestand van de integrale controles bedrijven, weten we dat er in 2016 nog 13 overtredingen op het bestemmingsplan zijn geconstateerd naar aanleiding van handhavingsverzoeken. 

Wat betreft de specifieke acties op de illegale verkoop van smartshopproducten zijn er in 2013 118 souvenirwinkels en minisupermarkten gecontroleerd in het 1012-gebied, waarvan er 23 in overtreding waren. In 2015 zijn er 80 zaken stadsdeelbreed gecontroleerd. Uit aanvullende informatie van de ambtelijke organisatie blijkt dat hierbij 5 zaken in 1012 in overtreding waren. 

In 2015 zijn stadsdeelbreed verder 70 ijs/wafelzaken gecontroleerd, waarbij 46 overtredingen op het bestemmingsplangebruik zijn geconstateerd. Bij de vervolgactie in de Damstraat in 2016 waren er zes overtredingen.  Ten tijde van het rekenkameronderzoek waren er twee handhavingsbesluiten genomen in het kader van het Voorbereidingsbesluit, die beiden hebben geleid tot een voorlopige voorziening (spoedprocedure) bij de rechtbank en waarvoor nog geen definitieve uitspraak had plaatsgevonden 

Behouden en intensiveren woonfunctie

Project 1012 is in aanleg een ruimtelijke aanpak gericht op het herstellen van de economische functiebalans. In de Strategienota is echter ook al het streven opgenomen om de woonfunctie te intensiveren vanuit de verwachting dat meer bewoning een diverser economisch functieaanbod met zich meebrengt en bovendien overlast en verloedering terugdringt.  In de beginjaren was het project echter nog weinig gericht op het toevoegen van woningen. Daarentegen lijkt de woonfunctie gedurende het project aan belang toe te nemen. Zo is in de tussentijdse evaluatie van de straatgerichte aanpak (juni 2012) te lezen dat bij het opstellen van de straatvisies en het nieuwe Bestemmingsplan 1012 de wens is geuit van een actievere rol van het stadsdeel op dit gebied. Bovenverdiepingen zouden namelijk vaak leegstaan of als illegaal hotel worden gebruikt. Naast dat in het nieuwe Bestemmingsplan 1012 (juni 2013) de mogelijkheden voor het toevoegen van woningen zijn verruimd , is door het stadsdeel ook gestart met een projectmatige aanpak van illegale hotels (sinds oktober 2012) en een integraal plan van aanpak opgesteld voor het toevoegen van woningen en bestrijden van leegstand, met de focus op de straatclusters van Project 1012 (november 2013). Binnen de straatgerichte aanpak zou daarmee in het vervolg ook meer aandacht uitgaan naar het toevoegen van woningen.  Bij de herijking van Project 1012 zien we verder nog een focusverschuiving naar behoud van buurtwinkels- en voorzieningen als economisch gewenste functies. 

Inhoud activiteiten
Gedurende Project 1012 neemt het belang van de woonfunctie voor de gewenste transformatie van het postcodegebied dus toe, maar de verantwoordelijkheid voor de activiteiten rondom het toevoegen en behouden van woningen ligt bij andere gemeentelijke onderdelen (inmiddels RVE Wonen, maar voorheen ook stadsdeel Centrum). Het gaat om het Project Wonen Boven Bedrijven, de stedelijke aanpak Leegstand en de aanpak van illegale hotels. Hieronder bespreken we kort de inhoud van deze activiteiten:

  • Project Wonen boven bedrijven (sinds 1985)
    Het doel van dit project is het stimuleren en faciliteren van eigenaren om woningen in leegstaande verdiepingen boven bedrijven te realiseren, waarvoor onder andere een subsidie beschikbaar is van maximaal € 25.000Subsidieregeling Wonen boven bedrijven per woning (totaal budget is € 500.000 per jaar).  Het is overigens nog onbekend of deze subsidie na 2018 beschikbaar blijft. 
Subsidieregeling Wonen boven bedrijven

Voorheen ging het om een subsidieregeling van stadsdeel Centrum. Vanwege het nieuwe bestuurlijke stelsel zou deze in 2016 komen te vervallen. Door een raadsmotie is de subsidieregeling in 2017 (en vervolgens 2018) voortgezet en bovendien uitgebreid naar een stedelijk werkgebied, zodat de subsidie sindsdien wordt uitgekeerd vanuit de RVE Wonen. Of de subsidie ook na 2018 nog beschikbaar wordt gesteld, was ten tijde van het rekenkameronderzoek nog onbekend, omdat dit sindsdien jaarlijks wordt bekeken. Opvallend is verder dat het stedelijke werkgebied niet gepaard is gegaan met extra subsidiebudget.

  • Stedelijke aanpak leegstaande woningen (sinds december 2016)
    Kern van deze aanpak is dat eigenaren verplicht zijn om leegstand van woningen na een half jaar te melden, hierover afspraken te maken met de gemeente en in het uiterste geval een overeenkomst moeten sluiten met bewoners die door de gemeente worden voorgedragen. Naast de meldingen van eigenaren maakt de RVE Wonen leegstand bovendien inzichtelijk met eigen onderzoek op basis van de gemeentelijke basisinformatie. 
  • Aanpak illegale hotels (sinds 2012) 
    De projectmatige aanpak van illegale hotels bestaat uit het opvolgen van signalen en digitaal rechercheren. Wanneer burgers een melding doen van een vermoeden van illegale toeristische verhuur wordt het betreffende adres bezocht door een team van toezichthouders (RVE Wonen, stadsdeel en externe partners als politie en brandweer). Wanneer er daadwerkelijk sprake is van een illegaal hotel, wordt lik-op-stuk gehandhaafd door middel van een bestuurlijke boete (onttrekking aan de woningvoorraad), last onder dwangsom en/of last onder bestuursdwang (afwijking van het bestemmingsplan). Wanneer er sprake is van een brandgevaarlijke situatie, wordt het pand nog dezelfde dag gesloten.  Met het digitaal rechercheren kan worden geanalyseerd waar toeristische verhuur voornamelijk plaatsvindt en door wie het wordt aangeboden. Naar aanleiding van deze analyses kan ook besloten worden om een project voor een specifieke buurt of subject uit te voeren. Bij deze projecten is op basis van het digitaal rechercheren, meldingen van burgers over illegale toeristische verhuur en meldingen over de openbare ruimte (MORA-meldingen) een inschatting gemaakt waar de toeristische verhuur zich kan bevinden en deze locaties worden vervolgens bezocht. Digitaal rechercheren wordt verder gebruikt ter versterking van de bewijslast in het handhavingsproces. 

Toepassing in postcodegebied 1012
Het Project Wonen boven bedrijven wordt nauwgezet geadministreerd. Daarmee is het aantal woningen bekend dat het afgelopen decennium met dit project is gerealiseerd en kon de rekenkamer dit bovendien toespitsen naar het niveau van het postcodegebied en de straatclusters die binnen Project 1012 zijn aangewezen. Uit onderstaande tabel blijkt dat sinds 2007 263 woningen binnen het project Wonen boven bedrijven zijn gerealiseerd in heel stadsdeel Centrum (waarbij voor 154 woningen een subsidie van in totaal
€ 3.733.402 is uitgekeerd). Het werkgebied van Wonen boven bedrijven ligt vooral rondom de Nieuwendijk en Kalverstraat, zodat de meeste woningen gerealiseerd in het straatcluster Damrak - Nieuwendijk (76).

Tabel 3.5. Aantal gerealiseerde woningen project Wonen boven bedrijven, 2007-2017
JaarAantal woningenStraatclusters Project 1012Overig 1012Overig Centrum
  Damrak-Nieuwendijk

Rokin-Nes

DamstraatWarmoes-straat

Oudekerks-

plein

Overig  
20073521     113
2008398    8176
2009162 1    13
201017 10     7
201112332    4
2012154 25  13
20132654 12 311
20143822 3 2533
20151937    63
2016268 11   7 
T/m juni 201720   15   5
Totaal263762419322164648

Zoals eerder genoemd, is de inzet van het stadsdeel rondom het toevoegen van woningen en bestrijden van leegstand in 2013 geïntensiveerd, waarbij de focus werd gelegd op de straatclusters van Project 1012. Waar het project Wonen boven bedrijven als opdracht had om 20 woningen per jaar te realiseren, werd in het bijbehorende plan van aanpak - zonder dat daar extra subsidiebudget voor ter beschikking werd gesteld  - 50 woningen als doel gesteld in samenwerking met de projectleiders straatgerichte aanpak. Deze samenwerking besloeg met name het uitwisselen van informatie over panden en de projectleiders straatgerichte aanpak brachten daarnaast in de gesprekken met eigenaren over een economische functiewijziging ook de mogelijkheid van het realiseren van woningen op de bovenverdiepingen onder de aandacht. Uit de tabel blijkt dat de geïntensiveerde inzet heeft geleid tot een opleving ten opzichte van de voorgaande jaren en dat de Wallen eveneens meer aandachtsgebied is geworden. 

Binnen het Project Wonen boven bedrijven zijn in het verleden inventarisaties uitgevoerd naar leegstaande verdiepingen boven bedrijven op de Nieuwendijk, Kalverstraat en Warmoesstraat.  In 2017 heeft de RVE Wonen verder op verzoek van Project 1012 voor de Lange Niezel een onderzoek naar leegstand en illegale toeristische verhuur uitgevoerd. Deze samenwerking zal in 2018 worden voortgezet door middel van periodieke projecten, waarbij de Damstraat als eerstvolgende gebied is aangewezen.  Daarnaast heeft in 2016 een buurtproject naar illegale toeristische verhuur op de Burgwallen plaatsgevonden. 

In de jaarrapportages op het gebied van handhaving die sinds 2013 door stadsdeel Centrum worden opgesteld, wordt ook over de handhavingsacties op illegale hotels verantwoord, maar het gaat hier om stadsdeelbrede cijfers. Uit het datasysteem van RVE Wonen kon wel een overzicht van alle handhavingsacties in hHandhavingsacties illegale hotels voor stadsdeel Centrum en handhavingsacties RVE Wonen in postcodegebied 1012et postcodegebied worden gegenereerd, maar dat is weer breder dan de aanpak van illegale hotels. Als context zijn deze bredere cijfers in het kader te vinden.

Handhavingsacties illegale hotels voor stadsdeel Centrum en handhavingsacties RVE Wonen in postcodegebied 1012

In tabel 3.6. is op basis van de jaarrapportages 2013-2016 van de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving van stadsdeel Centrum weergegeven hoeveel illegale hotels er in heel stadsdeel Centrum sinds 2013 zijn gesloten op basis van de brandveiligheid, hoeveel aanschrijvingen er zijn geweest voor overtredingen op het bestemmingsplan (last onder bestuursdwang) en het aantal en de bedragen aan bestuurlijke boetes vanwege onttrekking aan de woningvoorraad. 

Tabel 3.6. Handhavingsacties rondom illegale hotels in stadsdeel Centrum, 2013-2016 .

JaarSluiting wegens brandveiligheidLast onder bestuursdwangAantal en bedrag bestuurlijke boetes
20131291218 - €848.500
2014111209 - €132.000
201512924Niet bekend
201617826Niet bekend

In figuur 3.2. zijn alle acties van de afdeling Toezicht & Handhaving van de RVE Wonen in het postcodegebied 1012 voor de periode 2011-2016 weergegeven. Het gaat om sluitingen (wegens brandveiligheid), last tot sluitingen, last onder dwangsom (eigenaren/bewoners), boetes (eigenaren/doorverhuurders) en intrekken van vergunningen (shortstay). 

Figuur 3.2. Handhavingsacties RVE Wonen in postcodegebied 1012, 2011-2016.

Conclusie

De gemeente zette in op een geïntegreerde aanpak van het postcodegebied 1012. Project 1012 vormde daarbinnen de ruimtelijke aanpak, maar ook andere activiteiten waren belangrijk voor het realiseren en in stand houden van een doorbraak van de criminele infrastructuur en een kwalitatief hoogwaardig en divers entreegebied. Dit hoofdstuk bevat daarom een inventarisatie van andere gemeentelijke activiteiten in het postcodegebied 1012, die niet onder de verantwoordelijkheid van Project 1012 vielen, maar wel van invloed konden zijn op de nagestreefde doelen. De focus lag daarbij vooral op activiteiten die ingrijpen op de ontwikkeling van de functiebalans en de aanwezigheid van aandachtsfuncties, het resultaat van Project 1012. Op basis van de inventarisatie van deze activiteiten (en zonder in dit hoofdstuk nader te onderzoeken wat de precieze effecten van deze activiteiten zijn) ontstaat de impressie dat de gemeente (in samenwerking met de partners) het afgelopen decennium veel activiteiten heeft ontplooid in het postcodegebied 1012.

Ten eerste is dit zichtbaar in het starten van het programma prostitutie dat gericht is op het verbeteren van de positie en arbeidsomstandigheden van sekswerkers en het tegengaan van mensenhandel in de prostitutie.

Ten tweede zijn doorlopende activiteiten uitgevoerd op het gebied van bestrijding van (georganiseerde) criminaliteit en ondermijning door het stedelijke Team Amsterdamse Aanpak Ondermijning (voorheen Van Traa-team) en het Coördinatieteam Wallen van Centrum - uniek voor de stadsdelen. Het gaat dan om onder ander integriteitsscreeningen in het kader van de Wet Bibob en toepassen van de zogenoemde Van Traa-bepalingen. Ook wordt samengewerkt met partners zoals de politie, openbaar ministerie en de belastingdienst in het RIEC (en daarvoor in het verband van het project Emergo en het Convenant Vrijplaatsen). Verder zien we dat vanuit deze samenwerking en de afdeling Vergunningen, toezicht en handhaving van stadsdeel Centrum verscheidene acties zijn uitgevoerd gericht op bepaalde straten of branches met aandachtsfuncties (en daarnaast in samenwerking met de RVE Wonen rondom illegale hotels) binnen het gebied.

Ten derde zien we dat er steeds meer aandacht is gekomen voor het bevorderen van de woonfunctie. Stadsdeel Centrum heeft in 2013 hiervoor een integraal plan van aanpak opgesteld, waarna de samenwerking tussen de straatgerichte aanpak van Project 1012 en het Project Wonen boven bedrijven heeft geresulteerd in een toename van het aantal gerealiseerde woningen en bovendien vaker in het Wallengebied. Binnen de nieuwe stedelijke aanpak van leegstaande woningen worden daarnaast sinds 2017 in samenwerking met Project 1012 specifieke projecten uitgevoerd in het postcodegebied.

Bij onze inventarisatie van deze overige activiteiten bleek het vaak te gaan om activiteiten die niet specifiek op het 1012-gebied waren gericht, maar juist een breder werkingsgebied hadden. Opvallend was daarbij dat het vervolgens soms moeilijk was om precieze informatie te verkrijgen over het deel van de activiteiten dat in het 1012-gebied was uitgevoerd. Dit roept bij ons de vraag op in hoeverre bij deze overige activiteiten daadwerkelijk sprake was van een integrale en op Project 1012 en elkaar afgestemde aanpak of dat er meer sprake was van parallelle activiteiten waarbij soms raakvlakken ontstonden. Volgens de projectorganisatie is er met Project 1012 gepionierd met het integraal programmeren van lijnactiviteiten in een gebied. Hiermee werd eigenlijk vooruitgelopen op het gebiedsgericht werken, dat in de afgelopen bestuursperiode stadsbreed is doorgevoerd. Daarentegen geeft zij ook aan dat het pionieren niet op alle terreinen voldoende resultaat heeft opgeleverd.

Ontwikkeling aandachtsfuncties

In dit hoofdstuk richten we ons op de behaalde resultaten door Project 1012 ten aanzien van de aandachtsfuncties in het postcodegebied 1012. De vermindering van aandachtsfuncties is vanaf het begin van Project 1012 één van de nagestreefde resultaten geweest. Om te onderzoeken in hoeverre dit streven is gerealiseerd gaan we in dit hoofdstuk na hoe het aantal aandachtsfuncties (waaronder ook raambordelen en coffeeshops) zich sinds de start van het project heeft ontwikkeld. Dit hoofdstuk geeft daarmee antwoord op de volgende deelvraag:

Welke resultaten zijn bereikt ten aanzien van de ontwikkeling van het aantal aandachtsfuncties in het postcodegebied 1012?

De te verminderen aandachtsfuncties zijn onder te verdelen in raambordelen, coffeeshops en overige aandachtsfuncties. Hierna beschrijven we eerst de precieze doelstelling voor de vermindering van de aandachtsfuncties. Vervolgens analyseren we de ontwikkeling van de aandachtsfuncties en tot slot gaan we na wat voor nieuwe functies in de plaats zijn gekomen van verdwenen aandachtsfuncties.

Deze kwantitatieve analyse van het aantal verminderde aandachtsfuncties laat niet zien in welke mate Project 1012 erin is geslaagd te voorkomen dat nieuwe aandachtsfuncties zich in het gebied vestigen of om ‘gewenste’ functies te behouden. In hoeverre dit het geval is zal worden onderzocht op straatniveau bij twee straatclusters als onderdeel van de beantwoording van de vierde deelvraag van dit onderzoek (‘Heeft Project 1012 op straatniveau geleid tot een herstel van de functiebalans?’), zie hoofdstuk 5.

Doelstelling vermindering aandachtsfuncties

Met de vaststelling van de Strategienota in juli 2009 is ook bepaald dat Project 1012 moet leiden tot een vermindering in ‘de omvang en concentratie van criminogene, economisch laagwaardige en/of overlastgevende functies’.  De functies Te verminderen aandachtsfunctieswaar het om gaat zijn ook expliciet opgesomd in de Strategienota: dit zijn, naast raambordelen en coffeeshops, nog 9 overige aandachtsfuncties.

Te verminderen aandachtsfuncties

Bij de start van Project 1012 zijn de volgende aandachtsfuncties aangewezen die verminderd dan wel verbeterd moeten worden: 

  • Telefoneerinrichting
  • Coffeeshop
  • Gokautomatenhal
  • Geldwisselkantoor
  • Massagesalon
  • Minisupermarkt
  • Prostitutiebedrijf
  • Souvenirwinkel/headshop
  • Smartshop
  • Horeca I, II, III, IV
  • Seksinrichting

Door het uitvoeren van de geplande activiteiten van Project 1012 (onderzocht in hoofdstuk 3) moet de gewenste vermindering (en in het geval van Horeca I, II, III en IV de gewenste verbetering ) worden gerealiseerd. In het geval van raambordelen en coffeeshops worden vanuit Project 1012 activiteiten ondernomen die direct sluiting tot gevolg hebben (en daarmee direct leiden tot vermindering). Bij de overige aandachtsfuncties zijn de activiteiten niet direct gericht op sluiting, maar moet het geheel aan activiteiten door stimulering van, en overleg met ondernemers leiden tot de gewenste veranderingen op vrijwillige basis.  Hierna bespreken we achtereenvolgens de doelstellingen voor raambordelen, coffeeshops en de overige aandachtsfuncties.

Beoogde vermindering raambordelen

Voor de vermindering van het aantal raambordelen is bij aanvang van Project 1012 een concrete doelstelling geformuleerd. Deze doelstelling is uitgedrukt in het aantal te sluiten ramen in plaats van het aantal te sluiten raambordelen: er moesten uiteindelijk 186 van de 470 ramen verdwijnen.  De te sluiten ramen zijn gevestigd in 62 panden.  Met de herijking van Project 1012 in 2015 is door de gemeenteraad besloten 46 ramen alsnog open te houden waardoor de totale doelstelling verlaagd is naar 140 ramen. 

Beoogde vermindering coffeeshops

Ook voor de vermindering van coffeeshops was een duidelijke doelstelling geformuleerd. In het postcodegebied 1012 moeten 26 coffeeshops worden gesloten door het laten vervallen van gedoogbeschikkingen. De precieze uitgangspositie voor deze vermindering is echter wat onduidelijk doordat in de Strategienota en in de latere voortgangsrapportages verschillende aantallen aanwezige coffeeshops worden genoemd.  Op basis van een opgave van de ambtelijke organisatie van gesloten coffeeshops sinds 2007 leiden wij uiteindelijk af dat er 79 coffeeshops in het gebied aanwezig waren.  Bij de herijking van Project 1012 is de sluitingsopgave van 26 coffeeshops ongewijzigd gebleven. 

Beoogde vermindering overige aandachtsfuncties

Voor de vermindering van de overige aandachtsfuncties is bij aanvang geen concrete doelstelling geformuleerd. De reden hiervoor is dat de gemeente een expliciete doelstelling voor de vermindering van de overige aandachtsfuncties op gespannen voet vindt staan met het streven om deze vermindering te realiseren door stimulering van en samenwerking met ondernemers.  Wél is de doelstelling om een vermindering te realiseren toegespitst op de straten waarop de straatgerichte aanpak wordt toegepast.  In latere voortgangsrapportages wordt verminderingsdoelstelling gekoppeld aan alle straten die vallen onder de straatclusters, wat een geografische uitbreiding van de verminderingsdoelstelling betekent. Een overzicht van de oorspronkelijk aangewezen straten en de straten uit de straatclusters in is tabel 4.1. opgenomen. Daarnaast wordt aangegeven dat de ontwikkeling van de overige aandachtsfuncties in de overige straten van het postcodegebied 1012 te monitoren met het oog op mogelijke ‘verdrijvingseffecten’.  Tot slot worden vanaf het instellen van het bestemmingsplan ‘Postcodegebied 1012’ in 2013 ook de ‘seedshops’ gerekend tot de aandachtsfuncties die moeten worden verminderd. 

Tabel 4.1 Overzicht van 6 straatclusters in relatie tot 18 oorspronkelijke straten straatgerichte aanpak

Straatclusters*

Overige aangewezen straten

1. Damrak, Nieuwendijk (noord), Haringpakkersteeg, Hasselaerssteeg, Oudebrugsteeg (West), Karnemelksteeg
  • Geldersekade
  • Oudezijds Voorburgwal
2. Rokin, Nes, Oude Turfmarkt, Langebrugsteeg, Kalfsvelsteeg, Ceekbroersteeg, Wijde Lombardsteeg, Sint Pieterspoort, Nadorststeeg, Hermietenstraat, Beurspoortje
3. Damstraat, Oude Doelenstraat, Oude Hoogstraat, Nieuwe Hoogstraat, Pijlsteeg
4. Warmoesstraat, Oudebrugsteeg, Lange Niezel, Nieuwebrugsteeg
5. Oudezijds Achterburgwal, Korte Niezel, Korte Stormsteeg, Boomsteeg, Molensteeg, Oude Kennissteeg, Kreupelsteeg, Monnikenstraat, Bloedstraat, Stoofsteeg, Barndesteeg
6. Oude Kerksplein, Enge Kerksteeg, Wijde Kerksteeg, Sint Annendwarsstraat, Trompettersteeg, Dollebegijnensteeg, Sint Annenstraat

*De 18 aangewezen straten in de Strategienota zijn in bovenstaand overzicht dikgedrukt.

Ontwikkeling aandachtsfuncties

Hierna onderzoeken wij de ontwikkeling van de aandachtsfuncties in het postcodegebied 1012. Daarbij gaan we eerst in op de ontwikkeling van het aantal raambordelen. Vervolgens bespreken we de ontwikkeling van het aantal coffeeshops en, tot slot, gaan we in op de ontwikkeling van de overige aandachtsfuncties.

Ontwikkeling raambordelen

De vermindering van het aantal raambordelen hangt direct samen met de activiteit van het sluiten van de aangewezen ramen in raambordelen die Project 1012 als onderdeel van de straatgerichte aanpak uitvoert. Deze activiteit is gedetailleerd beschreven in §2.1. en uit deze analyse blijkt dat in de periode 2007 – 2017 er in totaal 103 aangewezen ramen zijn gesloten. Daarnaast zijn er 9 ramen die in uitruilpanden zijn verworven uiteindelijk permanent gesloten.  Hiermee komt de totale vermindering in het aantal ramen uit op 112 (in 34 panden). Dit betekent dat het aantal open ramen, uitgaande van 470 open ramen in 2007 op basis van de tellingen in de meest recente voortgangsrapportages , in 2017 uitkomt op 358 ramen. Dit komt overeen met een daling van bijna 25%.

Ontwikkeling coffeeshops

De afname van het aantal coffeeshops in het postcodegebied hangt deels samen met het vervallen van gedoogbeschikkingen in het kader van Project 1012. Oorspronkelijk was het de bedoeling om van 26 coffeeshops in het gebied deze beschikking in te trekken.  Uiteindelijk is bij 22 coffeeshops in het kader van Project 1012 de gedoogbeschikking vervallen. Dit aantal is lager dan beoogd, omdat een viertal coffeeshops die vanuit Project 1012 moesten worden gesloten al eerder op grond van de Wet Bibob/APV waren gesloten. Hoewel 4 coffeeshops uiteindelijk niet op grond van Project 1012 zijn gesloten, betekent dit wel dat de beoogde vermindering van 26 coffeeshops is gerealiseerd.

Uit opgave van de ambtelijke organisatie blijkt dat sinds januari 2007 er aanzienlijk meer coffeeshops zijn gesloten. Bovenop de sluitingen van Project 1012 zijn er nog 22 coffeeshops gesloten, waarmee de totale vermindering uitkomt op 48 coffeeshops.  Voor slechts een deel van deze aanvullende vermindering van 22 coffeeshops hebben wij kunnen achterhalen wat de reden hiervoor was. Zo weten we dat in 4 gevallen coffeeshops zijn gesloten op grond van de Wet Bibob/APV (bovenop de eerdergenoemde 4 coffeeshops die op grond van het Project 1012 zouden worden gesloten). Daarnaast werd gaandeweg Project 1012 ook een voorschrift over de minimale afstand tussen coffeeshops en scholen van kracht.  Op grond van dit ‘afstandscriterium’ zijn in het postcodegebied 1012 ook nog 10 coffeeshops gesloten.

Ontwikkeling overige aandachtsfuncties

Bij aanvang van het project zijn tellingen gemaakt van de hoeveelheid overige aandachtsfuncties die in het postcodegebied 1012 aanwezig zijn. Daarbij is het aantal bedrijven met een functie ‘Horeca’ niet meegenomen.  Zo werd in de Strategienota een telling uit 2007 van in totaal 226 overige aandachtsfuncties gepresenteerd.  In de eerste voortgangsrapportage over 2009 werden vervolgens 220 aandachtsfuncties geteld.  Voor het bestemmingsplan ‘Postcodegebied 1012’ kwam de telling in 2010 weer aanzienlijk hoger uit: op 343 overige aandachtsfuncties. Problematisch aan deze tellingen is dat ze telkens andere categorieën aandachtsfuncties kennen, soms categorieën niet meetellen en soms gebaseerd zijn op gedeeltelijke actualisaties.  Hierdoor is het moeilijk op basis van de gerapporteerde tellingen een zuivere ontwikkeling te volgen van de aandachtsfuncties sinds de start van Project 1012.

Vanaf de voortgangsrapportage over 2011 wordt de ontwikkeling van de aandachtsfuncties meer systematisch gerapporteerd. Deze rapportages omvatten niet alleen totale tellingen voor het postcodegebied 1012, maar ook uitsplitsingen naar deelgebieden. Het gaat daarbij om de straatclusters, de overige aangewezen straten voor de straatgerichte aanpak en de overige straten in het gebied. Gaandeweg echter wijzigen de deelgebieden waarover wordt gerapporteerd: er wordt uiteindelijk niet meer gerapporteerd over de Geldersekade, de Oudezijds Voorburgwal en de overige straten in het postcodegebied 1012. Dit betekent dat de totaaltellingen door de jaren heen niet goed met elkaar vergelijkbaar zijn.

Als gevolg van deze wijzigingen is over de periode 2011 – 2016 op basis van de voortgangsrapportages daarom uitsluitend een zuivere ontwikkeling te volgen voor de straatclusters Damstraat, Damrak en Nieuwendijk, Nes en Rokin, Oudekerksplein en Warmoesstraat.  Ondanks dat er meer systematisch is gewerkt, kennen deze tellingen nog steeds methodische problemen. Zo is er niet altijd in dezelfde straten geteld en is de Nieuwe Hoogstraat (die wel behoort tot een straatcluster) niet meegeteld. Ook is het in de praktijk lastig om precies te bepalen wat voor soort functie aanwezig is: bijvoorbeeld het onderscheid tussen een headshop en smartshop.   Ook is de ontwikkeling van het aantal seedshops, met het vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan ‘Postcodegebied 1012’ aangewezen als aandachtsfunctie, niet meegeteld. 

Vanwege deze methodische problemen heeft de rekenkamer zelf een reconstructie gemaakt van de ontwikkeling van het aantal aandachtsfuncties in de eerder genoemde straatclusters. Daarbij hebben wij ons gebaseerd op de administratie van de tellingen en deze waar mogelijk aangevuld met eigen waarnemingen. Deze reconstructie neemt niet alle problemen weg die eerder bij de gerapporteerde tellingen zijn genoemd: zo blijft het soms moeilijk om precies te achterhalen welke aandachtsfunctie in een pand aanwezig is. Daarnaast bleek ook dat de administratie van de tellingen van de projectorganisatie niet goed meer was aan te sluiten op de gerapporteerde tellingen. Hierdoor is het achteraf niet meer mogelijk om alle verschillen tussen onze reconstructie en de gerapporteerde tellingen te verklaren. De uitkomsten van onze reconstructie is in tabel 4.2 weergegeven.

Tabel 4.2 Ontwikkeling overige aandachtsfuncties 2011 - 2016

Aandachtsfunctie

2011

Damstraat en Hoogstraten

Damrak en Nieuwendijk

Nes en Rokin

Oudekerksplein

Warmoes-straat

2016

Minisupermarkt11 -1   10
Souvenirwinkel/ headshop81-2-6-2  71
Smartshop7 -1   6
Seedshops4 1  16
Massagesalon9    -18
Gokhal7    -16
Seksinrichting19   -1-216
Belwinkel1     1
Geldwisselkantoor8-1-1   6
Totaal147-3-8-2-1-3130

Bron: tellingen projectorganisatie (december 2016) en waarnemingen rekenkamer (zomer en najaar 2017)

Uit tabel 4.2 blijkt dat in de vijf straatclusters over de periode 2011 – 2016 sprake is van een lichte daling in het aantal aanwezige overige aandachtsfuncties. In 2011 waren er in totaal 147 aandachtsfuncties. Hiervan zijn er 19 verdwenen, maar er zijn ook 2 seedshops weer bijgekomen. Uiteindelijk betekent dit dat in 2016 het aantal overige aandachtsfuncties per saldo is afgenomen met 17 tot 130. De daling is voornamelijk zichtbaar in het straatcluster Damrak en Nieuwendijk (daling van in totaal 8 aandachtsfuncties), waarbij er vooral souvenirwinkels en headshops zijn verdwenen. Verder is duidelijk dat alle overige aandachtsfuncties in aantal zijn verminderd, met uitzondering van de eerder genoemde seedshops waarvan er 2 zijn bijgekomen.

Nieuwe invulling verdwenen aandachtsfuncties

In deze paragraaf onderzoeken we wat het resultaat is van de vermindering van aandachtsfuncties in het postcodegebied 1012: wat is er in de plaats gekomen van de verdwenen aandachtsfuncties? Om dit te bepalen zijn we, voor alle adressen waar een aandachtsfunctie (raambordelen, coffeeshops en overige aandachtsfuncties) is verdwenen, nagegaan welke nieuwe functie er Hoe heeft de rekenkamer de nieuwe functies bepaald?nu wordt uitgeoefend. Deels hebben wij ons daarvoor gebaseerd op tellingen van de projectorganisatie 1012 en deels hebben wij eigen waarnemingen gedaan. De uitkomsten hiervan zijn in tabel 4.3 weergegeven. De ontwikkeling van de verdwenen aandachtsfuncties hebben we ook inzichtelijk gemaakt op onze overzichtskaart van het 1012-gebied.

Hoe heeft de rekenkamer de nieuwe functies bepaald?

Met de beschrijving van de nieuwe functies die in de plaats voor oude functies zijn gekomen willen wij een aansprekende impressie geven van de ontwikkelingen die zich de afgelopen jaren hebben voltrokken.  Onze indeling wijkt af van de officiële indeling zoals die in het bestemmingsplan worden gehanteerd. De reden hiervoor is dat de indeling uit het bestemmingsplan ons te weinig aanknopingspunten bood voor het presenteren van een aansprekende impressie van de ontwikkelingen. Voor dit onderzoek hebben wij uiteenlopend bronnenmateriaal geraadpleegd variërend van gemeentelijke documenten tot internet, foto’s en eigen observaties. De indeling van de nieuwe functies reflecteert daarmee de indruk die de onderzochte panden op basis van deze informatie op ons maakten. Aan de indeling ligt geen diepgaand onderzoek ten grondslag waarbij de panden zijn bezocht en getoetst aan gedetailleerde criteria zoals die voor het bestemmingsplan zijn opgesteld.

Tabel 4.3 Nieuwe functies in de plaats van verdwenen aandachtsfuncties 

Bron: tellingen projectorganisatie (december 2016) en waarnemingen rekenkamer (eind 2017, begin 2018)

In tabel 4.3 is zichtbaar dat op basis van onze reconstructie er 99 aandachtsfuncties zijn verdwenen.  Het overgrote deel betreft het verdwijnen van raambordelen (34) en coffeeshops (48). Een groot deel van de 34 gesloten raambordelen is getransformeerd in woningen (11 keer). Het gaat daarbij hoofdzakelijk om raambordelen die gevestigd waren in de Bergstraat en de Korsjespoortsteeg. In de overige gesloten raambordelen zijn in 9 gevallen winkels en in 5 gevallen bedrijven die diensten verlenen gevestigd. Het gaat dan om uiteenlopende activiteiten zoals bijvoorbeeld galerieën en kappers, maar ook het radiostation Red Light Radio en het ‘Hangover Information Center’. Verder zijn er in gesloten raambordelen een tweetal lunchrooms bijgekomen en een restaurant. Verder is er in één raambordeel een wafelwinkel gekomen en in een ander raambordeel een onderneming die rondleidingen verzorgt. Tot slot is er bij 2 gevallen op het moment van dit onderzoek sprake van leegstand of een verbouwing.

Dit beeld is anders bij de 48 verdwenen coffeeshops. Hier valt vooral op dat in 18 gevallen er sprake is van het vestigen van een hoofdzakelijk op toeristen gerichte functie. Het gaat dan vooral om bedrijven die fastfood verkopen (met name hamburgers) of ijs of wafels. Verder is er in 5 gevallen nieuwe horeca gevestigd in de vorm van koffiebars of lunchrooms. Ook zijn er 3 restaurants bijgekomen, 5 Argentijnse / Mexicaanse grillrestaurants en 10 uitgaansgelegenheden (kroeg/bar/club). Tot slot staan 4 verdwenen coffeeshops op het moment van dit onderzoek leeg of worden verbouwd.

Zoals eerder opgemerkt is het aantal overige aandachtsfuncties dat is verdwenen beperkt (17). Bijzonder bij de overige aandachtsfuncties is dat in twee gevallen er een nieuwe aandachtsfunctie (een seedshop) voor in de plaats is gekomen. In de overige gevallen gaat het veelal om nieuwe vooral op toeristen georiënteerde functies (7) of om winkels (4).

Conclusie

De ontwikkeling van de aandachtsfuncties waarop Project 1012 zich expliciet richt in het postcodegebied 1012 -raambordelen, coffeeshops en overig - is niet eenvoudig te volgen vanwege het ontbreken van een eenduidige tellingen. Dit heeft deels te maken met het feit dat de gemeente bij aanvang van het project geen goed overzicht had van het gebied en daarmee de beginstand niet eenduidig was, maar deels ook met een gebrek aan consistentie door de jaren heen bij het bijhouden van het aantal ramen, coffeeshops en overige aandachtsfuncties. Bij de raambordelen speelt bovendien de status van de uitruilramen er doorheen en bij de overige aandachtsfuncties is het soms moeilijk om te bepalen of en om welke aandachtsfunctie het gaat. Voor de ontwikkeling van de overige aandachtsfuncties hebben wij zelf een reconstructie gemaakt op basis van waarnemingen van de projectorganisatie, aangevuld met eigen waarnemingen.

Op basis van de beschikbare informatie en onze reconstructie is zichtbaar dat er 99 aandachtsfuncties in het postcodegebied 1012 zijn verdwenen. Het grootste deel hiervan komt voor rekening van gesloten raambordelen (34) en coffeeshops (48) wat grotendeels direct samenhangt met het gerichte beleid van de gemeente op het sluiten van deze functies. In het geval van de overige aandachtsfuncties, waar de gemeente verandering op basis van vrijwilligheid en stimulering nastreefde, is de vermindering erg beperkt: 17. De veranderingen hebben vooral bij de raambordelen geleid tot het toevoegen van woningen, winkels en op dienstverlening gerichte functies. Bij de coffeeshops en de overige aandachtsfuncties zijn er vooral op toeristen gerichte functies bijgekomen en horeca. Bij 6 van de 99 verdwenen aandachtsfuncties is op het moment van dit onderzoek nog sprake van leegstand of wordt er op het moment van inventariseren verbouwd.

Ontwikkeling van het Oudekerksplein en de omgeving van de Damstraat

In dit hoofdstuk kijken we op straatniveau naar de resultaten van Project 1012. In het bijzonder kijken we naar de ontwikkeling van de functiebalans in de gebieden rondom het Oudekerksplein en rondom de Damstraat. Dit doen we door het vooraf geschetste streefbeeld van de functiebalans te vergelijken met de huidige situatie. We kijken daarbij ook naar de relatie tussen de ontwikkelingen en de instrumenten die door de gemeente in het kader van Project 1012 zijn ingezet (hoofdstuk 2). In dit hoofdstuk gaan we daarmee uitgebreid in op de volgende onderzoeksvraag:

Heeft Project 1012 op straatniveau geleid tot een herstel van de functiebalans?

Voor het beantwoorden van de vraag richten we ons op de volgende twee straatclusters: het Oudekerksplein en de Damstraat, Pijlsteeg, Oude Doelenstraat, Oude en Nieuwe Hoogstraat (hierna Damstraat). Deze clusters zijn door de gemeente aangewezen als twee van de zeven (voorheen zes) clusters waar de straat moet veranderen. Wij hebben voor deze twee clusters gekozen omdat ze erg verschillen van karakter en daardoor ook een andersoortige verandering vergen. Zo springt bij het cluster Oudekerksplein de sluitings- en transformatieopgave van raambordelen in het oog. In het gebied rondom de Damstraat en Hoogstraten staat daarentegen veel meer het behoud en versterken van het winkelaanbod centraal.

In de volgende paragraaf bespreken we het vooraf gewenste beeld van het projectgebied, postcodegebied 1012. Vervolgens zoomen we in op de straatclusters. Per straatcluster kijken we naar het vooraf geschetste wensbeeld, de ontwikkelingen tussen 2008 – 2017 en naar de huidige functiebalans. Voor de ontwikkelingen is voor beide straatclusters gedetailleerd in beeld gebracht welke functies aanwezig zijn, hoe deze zich door de tijd hebben ontwikkeld en waar de gemeente instrumenten heeft ingezet om de functieverandering te sturen.

Het streefbeeld voor Postcodegebied 1012

In deze paragraaf bespreken we bondig het door de gemeente vooraf geschetste streefbeeld voor het postcodegebied 1012: de oude binnenstad van Amsterdam. Dit streefbeeld drukt uit wat voor soort functiebalans de gemeente voor het gebied voor ogen heeft. Met het herstellen van de functiebalans wil de gemeente de criminele infrastructuur doorbreken en het gebied economisch hoogwaardig opwaarderen.

Volgens de gemeente geeft de noodzaak van het verminderen van aandachtsfuncties ruimte voor verandering in gebied 1012.  In de leeggekomen panden dienen functies te komen die een kwalitatieve bijdrage leveren aan het oude centrum. In de notitie Gezamenlijke uitgangspunten 1012 uit 2008 staat beschreven dat deze functies overwegend kleinschalig van karakter zijn en moeten bijdragen aan de voor het gebied kenmerkende diversiteit aan functies. Gedacht wordt aan functies zoals galeries, showrooms, ateliers, werkplaatsen en hoogwaardige horeca.  Kortom, er moet een nieuwe situatie ontstaan waarin de functiebalans is ‘hersteld’ en ‘verrijkt’.  Dit vormt de basis bij de verdere uitwerking van het vooraf geschetste beeld.

In Toekomstbeeld 1012 van 2009 is een visie geschetst voor het postcodegebied 1012. Daarbij kiest de gemeente voor de benaderingswijze ‘Huiskamer en Etalage’. De eerstgenoemde verwijst naar de gemeentelijke ambities voor een betere buurt, geschikt voor ondernemers en bewoners. De laatstgenoemde verwijst naar de aansluiting van nieuwe functies met metropolitische ambities.  De benaderingswijze is niet verder uitgewerkt naar concrete acties. Wel zijn voor beide ambities zogeheten bouwstenen voor de toekomst opgesomd.  Zie hiervoor tabel 5.1.

Tabel 5.1 Bouwstenen voor de toekomst
HuiskamerEtalage
Functiemenging, algehele upgrading, betere dagelijkse retail, meer wonen boven winkels, prettig woonklimaat, originele horeca, exclusiviteit, meer kunst en cultuur, meer middenklasse hotels, veiligheid, kleinschaligheid, geen angst voor stilte, creatief en spannend, diverser publiek, goede traiteur, aansluit op rode loper, werken in woningen, beheer en toezicht openbare ruimteBestemming, luxe retail, Dutch Designer Mall, cultuur, kwaliteit, toegankelijk maken, uniek nachtleven, creatieve economie, wonen, branding, etaleren van de kracht van de stad, University College, Trade University, kenniseconomie, cultuur, Frontoffices, entree van de stad upgraden, zichtbaar maken, exclusief winkelen, visitekaartje, verschil maken, culinair, Red Light uitgelicht.

Gemeente Amsterdam, Toekomstperspectief 1012, 1 juli 2009 MvG436

De gemeente heeft er ervoor gekozen de verdere uitwerkingen voor het herstel van de functiebalans te maken op straatniveau. Deze straten zijn tijdens de start van project 1012 opgedeeld in zes straatclusters (inmiddels zijn dit er zeven). Gezien de specifieke aanpak en het gedetailleerde karakter van deze deelvraag zoomen wij voor dit deel van het onderzoek in op twee straatclusters: het Oudekerksplein en de Damstraat.

Ontwikkeling van het gebied rondom het Oudekerksplein

In deze paragraaf verdiepen we ons in de ontwikkeling van het straatcluster (en sleutelproject) Oudekerksplein. Dit gebied bestaat uit het Oudekerksplein, Enge Kerksteeg, Wijde Kerksteeg, Sint Annendwarsstraat, Trompettersteeg, Dollebegijnensteeg en Sint Annenstraat. In deze paragraaf bespreken we de ontwikkeling van het functieaanbod in dit gebied en het herstel van de functiebalans in relatie tot de door de gemeente ontplooide activiteiten.

Deze paragraaf is opgedeeld in zes onderdelen. We beginnen in §5.2.1 met een beschrijving van het vooraf bepaalde streefbeeld. Hiermee geven we op straatniveau een schets van welke functieveranderingen de gemeente voor ogen had bij de start van het project voor dit straatcluster. Daarna geven we in §5.2.2 een gedetailleerde reconstructie van alle functieveranderingen in het straatcluster Oudekerksplein tussen 2008 en 2017. Daarbij leggen we ook de relatie met de activiteiten die de gemeente heeft ontplooid in dit straatcluster. Vervolgens bespreken we in §5.2.3 in hoeverre het streefbeeld is gerealiseerd. Hierin confronteren we het huidige aanbod aan functies in het gebied met het vooraf bepaalde streefbeeld. De resultaten bespreken we vervolgens met verschillende type betrokkenen van het straatcluster Oudekerksplein. Hierbij gaat het om bewoners, ondernemers en bordeelhouders (§5.2.4), professionals (§5.2.5) en ambtenaren (§5.2.6).

De ontwikkelingen van het gebied rond het Oudekerksplein zijn ook in een interactieve kaart gepresenteerd. In deze kaart beschrijven we ook de belangrijkste ontwikkelingen en de uitkomsten van de gevoerde gesprekken.

De kaart is via deze link ook direct te benaderen.

Streefbeeld Oudekerksplein

In dit onderdeel geven we een beschrijving van het vooraf bepaalde streefbeeld van het straatcluster Oudekerksplein: de gewenste functiebalans. Dit doen we door eerst de kaders van Project 1012 te beschrijven die relevant waren bij het opstellen van dit streefbeeld. Vervolgens schetsen we de visie die voor dit gebied binnen deze kaders is gemaakt. Deze is door de werkgroep Oudekerksplein (zie hieronder) opgesteld in de in 2010 vastgestelde straatvisie Oudekerksplein.   Deze visie is vervolgens uitgewerkt tot een meer concreet streefbeeld van de gewenste functiebalans. Hierbij valt er een onderscheid te maken tussen het Oudekerksplein en het Sint Annenkwartier. Daarna geven we een beschrijving van de panden die voor de realisatie van het streefbeeld zijn bestempeld als strategisch. We besluiten dit onderdeel met een korte conclusie.

De werkgroep Oudekerksplein is opgestart om de doelen van Project 1012 voor het straatcluster te verwezenlijken. Hierbij is gezamenlijk de straatvisie Oudekerksplein opgesteld. Daarnaast zijn de ontwikkelingen in het cluster gemonitord en gezamenlijk besproken. Bij deze samenwerking waren verschillende partijen betrokken die een rol spelen op en rond het Oudekerksplein.    Voor een meer uitgebreid verslag van de ontwikkeling van de werkgroep, zie §5.2.2, Samenwerking Cluster.

Kaders Project 1012 voor uitwerking streefbeeld Oudekerksplein
We geven een korte beschrijving van de kaders van Project 1012 die relevant zijn geweest voor de uitwerking van het streefbeeld voor het straatcluster Oudekerksplein. In de Strategienota (2009) en Toekomstbeeld 1012 (2009) schetst de gemeente een beeld van een "cultureel en culinair Oudekerksplein" met een "nieuwe beleving rondom de kerk".  Daarbij is vanuit de straatgerichte aanpak van Project 1012 het sluiten van de raambordelen en de coffeeshops een belangrijke opgave. Bovendien is het Oudekerksplein één van de tien sleutelprojecten van Project 1012. Hiermee is het gebied ook aangewezen als “een motor van verandering”. Dit moet gebeuren door middel van stedelijk ingrepen en het toevoegen van unieke concepten. Voor de start van Project 2012 heeft de gemeente een onderzoek laten uitvoeren door het bureau Cushman & Wakefield naar de marktpotentie van 1012 en de straatclusters.  Het onderzoeksbureau concludeert dat het Oudekerksplein geschikt is voor winkels en horeca. Deze winkels moeten volgens het onderzoeksbureau ambachtelijk, specialistisch en kleinschalig zijn. Bij horeca wordt gedacht aan kleinschalige hotels, restaurants, café-lunchrooms en unieke horeca-leisure met een thema.

Visie Oudekerksplein
In de straatvisie Oudekerksplein uit 2010 wordt een visie beschreven die duidelijk voortborduurt op het hierboven geschetste kader. De werkgroep Oudekerksplein schetst een visie van het Oudekerksplein met een bijzondere mix van functies die voor een leefbare plek zorgen en voor bewoners aantrekkelijk is. Het gebied biedt ruimte voor winkels in de creatieve sector zoals designwinkels, ateliers en werkplaatsen. Daarnaast zijn er mogelijkheden voor horecagelegenheden die van goede kwaliteit en divers van karakter en omvang zijn. Uiteindelijk moet de buurt een aantrekkelijke vestigingslocatieToekomstperspectief volgens straatvisie Ouderkerksplein worden voor creatieve en ambachtelijke bedrijven en horeca. Daarbij wil de gemeente een aantrekkelijk omgeving creëren om te wonen en te verblijven. 

Toekomstperspectief volgens straatvisie Oudekerksplein

Het Oudekerksplein is een plein met een grote diversiteit aan functies. Het is een plein waarop het door de functies en uitstraling van de openbare ruimte prettig is om te verblijven, maar het is ook een plein dat functioneert als schakel tussen het Damrak en de Nieuwmarktbuurt. We vinden er een bijzondere mix aan functies die er gezamenlijk en in onderlinge balans voor zorgen dat het Oudekerksplein een levendige, leefbare plek is. Ook voor bewoners, die zorgen voor sociale controle en permanente dynamiek. De Oude Kerk is een zeer bijzonder gebouw met een open karakter. Dit blijkt uit het brede aanbod aan activiteiten in de kerk, waardoor de Oude Kerk functioneel bij het plein is getrokken. Tegen de kerk vinden we her en der winkels en kleine bedrijven, vooral in de creatieve sector. Ook de moderne maakindustrie (ambachten) is er te vinden. Op plekken waar de zon regelmatig komt, bevinden zich goede horecagelegenheden met terrassen. De horeca aan het Oudekerksplein is van goede kwaliteit, divers van karakter en schaal en voldoet aan de toetsingscriteria. In het stegengebied vinden we veel kleine winkels, ateliers en werkplaatsen. De nauwe stegen in het Sint Annenkwartier verleiden voetgangers tot het al slenterend verkennen van de buurt. In de kleine pandjes kunnen we design kopen, ontwerpers aan het werk zien of even pauzeren met een hapje en drankje. Het plein en de omgeving zijn levendige, maar beschaafde plekken die zowel overdag als ‘s avonds een goede indruk achterlaten bij bezoekers en Amsterdammers die houden van cultuur, design, goed eten en drinken, interessante winkels en mooie architectuur. De buurt is een aantrekkelijke vestigingslocatie voor creatieve en ambachtelijke bedrijven. 

De werkgroep staatgerichte aanpak Oudekerksplein heeft voor de realisatie van de visie toetsingscriteria opgesteld waaraan nieuwe initiatieven en oude functies  moeten voldoen.   De criteria zijn: kwaliteit, diversiteit (functiemenging), versterking dag- en avondeconomie en leefbaarheid. Zie tabel 5.2. voor een uiteenzetting van de criteria. 

Tabel 5.2 Toetsingscriteria nieuwe functies straatcluster Oudekerksplein
CriteriaUiteenzetting
KwaliteitNieuwe functies moeten bijdragen aan de kwaliteit van het Oudekerksplein. Kwaliteit moet leidend zijn bij het zoeken naar nieuwe functies voor vrijkomende panden rond het plein.
Diversiteit (functiemenging)De gemeente wil een mix van hoog- en laagwaardige functies. Het uitgangspunt is dat geen enkele functie rond het plein de andere functies mag domineren. De functies hoeven niet per se allemaal in het hoogwaardige segment te zitten, als ze maar kwaliteit uitstralen. Voor elk van de beschikbare panden wordt bekeken in hoeverre de woonfunctie is in te passen. De begane grond zal echter een publieksfunctie krijgen.
Versterking dag- en avondeconomieNieuwe functies moeten zorgen voor levendigheid en veelzijdigheid op ieder moment van de dag en de avond.
LeefbaarheidNieuwe functies moeten zorgen voor een verbetering van de leefbaarheid.

Uitwerking streefbeeld Oudekerksplein
De gemeente heeft de visie van het Oudekerksplein uitgewerkt naar een streefbeeld van de functiebalans. Hieronder geven we een beschrijving van deze uitwerking. Allereerst wil de gemeente in de omgeving van het Oudekerksplein kwaliteitshoreca een plaats geven. Daarbij kiest de gemeente voor functies zoals een restaurant van topkwaliteit, ijssalons, koffiebar en/of een lunchroom. 

Ten tweede wil de gemeente winkels en ambachten in de creatieve sector realiseren. Hierbij denkt de gemeente aan een “kwalitatief en innovatief aanbod, met design, galeries, sieraden, huisinrichting, accessoires, etc.”  Hierbij geldt als uitgangspunt dat deze ondernemingen sterk genoeg moeten zijn om de markthuur te kunnen betalen.  Volgens de gemeente heeft project Red Light Design laten zien dat nieuwe ambachten een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de diversiteit en functiemenging in het 1012-gebied. Deze functies passen goed bij het gebied: kleinschalig, verfijnd en met kwaliteit. 

Ten derde moet er ruimte zijn voor wonen en kantoren. De woonfunctie moet bijdragen aan diversiteit, veiligheid en leefbaarheid. Echter zijn niet alle vrijgekomen panden geschikt voor de woonfunctie. Dit zal de gemeente per pand beoordelen. De gemeente heeft de wens kantoorruimtes op de bovengelegen verdiepingen te faciliteren. Woonruimtes en kantoorruimtes vergroten het economische draagvlak voor een kwalitatief aanbod aan horeca en winkels die dagelijkse goederen aanbieden. 

Ten vierde staat de gemeente stil bij het terrassenbeleid. In de straatvisie staat beschreven dat terrassen de levendigheid van het plein vergroten. Vooral terrassen met veel zonpotentie – in de bijlage van straatvisie zit gevoegd een bezonningsstudie van het Oudekerksplein – zijn geschikt. Dit zijn vooral de panden aan de zuidwestzijde van de Oude Kerk. Het is de bedoeling de plannen en realisatie van de terrassen in overleg met belanghebbenden uit te werken. 

Uitwerking streefbeeld Sint Annenkwartier
In de straatvisie Oudekerksplein staat beschreven dat voor het Sint Annenkwartier een zelfstandig plan wordt opgesteld om zodoende een onderscheidend profiel voor dit gebied uit te denken.  In de straatvisie Oudekerksplein wordt wel al een eerste uitwerking gegeven van het Sint Annenkwartier. De uitwerking laat een gebied zien dat aansluit bij het concept Amsterdam Design District. Dit concept is in opdracht van de gemeente opgesteld door het ontwerpbureau Concrete. Het gebied biedt daarin onderdak voor mode en design met werkplaatsen, verkoop- en presentatieruimten en ontmoetingsplekken met ondersteunende horeca. Aangeven wordt dat voor het realiseren van dit concept mogelijk fysieke ingrijpen nodig zijn waarbij incidenteel panden doorbroken moeten worden. 

Voor het Sint Annenkwartier is in 2012 een apart plan geschreven: Plan van Aanpak Herprogrammering Sint Annenkwartier. We merken op dat het streefbeeld voor het Sint Annenkwartier slechts beperkt verder is geconcretiseerd ten opzichte van de uitwerking in straatvisie Oudekerksplein. Op advies van experts moet het gebied ruimte bieden voor spontane initiatieven. Het gaat daarbij om creatieve ambachten en ontwerpers. Er worden echter geen expliciete keuzes gemaakt voor de toekomst zoals het vestigen van een Amsterdam Design District dat werd genoemd in de straatvisie van het Oudekerksplein. De gemeente geeft aan dat een “eindbeeld” in 2014 verder wordt uitgewerkt. De functies die tijdelijk plaatsnemen in de vrijgekomen prostitutiepanden kunnen hieraan bijdragen. 

Tot slot is het de bedoeling om woningen toe te voegen in het Sint Annenkwartier. De gemeente wil in de voormalige raambordelen woningen realiseren. Dit kan mogelijk samen worden georganiseerd met het project 'Wonen boven bedrijven'.  Verder is bij de start van Project 1012 in de Sint Annenstraat 18 t/m 28 de renovatie van het Blaauwlakenblok gaande. De renovatie van deze panden is al gestart in de jaren negentig. Dit project zal naast woningen ook kantoren opleveren.. 

Strategische panden
De gemeente noemt in de straatvisie specifiek een aantal panden die moeten bedragen aan het herstel van de functiebalans. Wij merken deze panden aan als ' strategische panden'. Het gaat daarbij zowel om de functie in het pand - sluiting, behoud of nieuwe functie - als om de uitstraling van het pand. We nemen hieronder verschillende (type) strategische panden door.

Het eerste type strategische panden zijn de raambordelen en coffeeshops die moeten transformeren. Van de raambordelen zijn er in 2007 al vier raambordelen gesloten. Dit zijn de panden op nummer 4, 22, 26 en 30 aan de noordzijde van het Oudekerksplein. Alle andere raambordelen rondom het Oudekerksplein en Sint Annenkwartier moeten bij de uitvoering van Project 1012 worden gesloten. Deze bevinden zich door het hele straatcluster. Verder telt het straatcluster twee coffeeshops: The Old Church op Oudekerksplein 54 en High Time op Wijde Kerksteeg 3. Het is de bedoeling voor beide coffeeshops de gedoogverklaring te laten vervallen en ondernemers hun bedrijf te laten transformeren in een horecazaak. Voor zowel de raambordelen als de coffeeshops geldt dat er nieuwe functies in moeten komen die passen bij het hierboven beschreven streefbeeld.

Ten tweede zijn er twee seksgerelateerde functies die niet goed pasten bij het streefbeeld zoals beschreven in de visie en (in overleg met de exploitanten) moesten transformeren. Dit zijn sekswinkel Sexyland (Sint Annendwarsstraat 4-6) en seksbioscoop Venus (Oudekerksplein 18). Volgens de gemeente stroken deze niet met de toetsingscriteria van de visie (zie tabel 5.2.).

Het derde strategische pand is de Oude Kerk. In de straatvisie wordt dit pand beschreven als de parel van de buurt, maar met een te gesloten karakter. De bedoeling is deze uitstraling te veranderen. Belangrijk daarbij zijn het verplaatsen van de ingang naar Oudekerksplein 15 en het toevoegen van functies in de muurhuisjes. Aangegeven wordt deze muurhuizen vrij te houden van restaurants, cafés en bars.  Verder wordt in de straatvisie de vestiging van een museumwinkel genoemd. 

Tot slot kunnen we twee losse functies aanwijzen. Te beginnen met het kinderdagverblijf Juliana. Het gebouw daarvan moet worden verbeterd door investeringen in de uitstraling van het pand en gebruik van het pand in de avond, bijvoorbeeld voor cursussen. Verder wordt er nadrukkelijk gewezen op het openen van een restaurant van hoge kwaliteit.  Vooral de panden uitkijkend op de Oude Kerk worden gezien als goede locaties voor kwaliteitshoreca.  

Conclusie streefbeeld Oudekerksplein
Het streefbeeld voor het Oudekerksplein is op de volgende manier samen te vatten: het sluiten van aandachtfuncties, vooral raambordelen, en het creëren van een menging van ambachtelijke en hoogwaardige horeca, kleinschalige design- en detailwinkeltjes en ruimte voor wonen en werken.

De gewenste invulling hiervan is rondom het Oudekerksplein duidelijk beschreven. In de oude raambordelen is ruimte voor creatieve invullingen en voor een koffiebar en/of lunchroom. Verder wordt het huidige aanbod verbeterd, kwaliteitshoreca toegevoegd en een terrassenplan opgesteld. Daarnaast moet de Oude Kerk een minder gesloten karakter krijgen door de ingang te verplaatsen en in de muurhuisjes nieuwe functies te openen.

Voor het Sint Annenkwartier is de gewenste transformatie van aandachtsfuncties omvangrijk. In dit gebied zullen veel raambordelen vanwege Project 1012 moeten sluiten. Voor dit gebied is in de straatvisie een streefbeeld geschetst van een Amsterdam Design District. Dit concept is echter weinig verder geconcretiseerd in het separaat opgestelde plan van aanpak voor het Sint Annenkwartier. Wel wordt hierin aangeven dat er ruimte is voor spontane ideeën voor creatieve ambachten en ontwerpers. Volgens de gemeente volgt een meer concreet streefbeeld in 2014, als meer raambordelen zijn gesloten.

Reconstructie ontwikkelingen Oudekerksplein 2008 - 2017

In deze paragraaf bespreken we de functieveranderingen in het straatcluster Oude-kerksplein. We behandelen hiervoor de volgende gebeurtenissen: raambordelen, coffeeshops, seksinrichtingen, andere functies, wonen, openbare ruimte en samenwerking cluster.

We bespreken hieronder per gebeurtenis de belangrijkste veranderingen voor de functiebalans. Deze baseren we op een gedetailleerde reconstructie van de functieveranderingen in het straatcluster tussen 2008 en 2017 (in sommReconstructieige gevallen tot 2018). Deze gedetailleerde reconstructie is bij elke gebeurtenis opgenomen in het 'groene kader'.

Reconstructie

De reconstructie is op te delen naar twee onderdelen. Allereerst de reconstructie van de ontwikkeling van de functies in dit gebied. De reconstructie van de functies is gemaakt op basis van uiteenlopend bronmateriaal, variërend van gemeentelijke documenten, internet, foto’s en eigen observaties. Deze functieveranderingen zijn integraal bijgehouden tot en met 24 augustus 2017 – nieuwere ontwikkelingen zijn wel zo veel mogelijk meegenomen in de analyse. Ten tweede is er een reconstructie gemaakt van de activiteiten die door (of in relatie tot) de straatgerichte aanpak en Project 1012 zijn uitgevoerd in het cluster. Voor beide onderdelen zijn de verslagen (en aanvullende documenten) van de werkgroep Oudekerksplein gebruikt. Dit is aangevuld, besproken en geverifieerd met ambtenaren. Voor de reconstructie is ook gebruik gemaakt van de gesprekken met betrokkenen (bewoners, ondernemers, bordeelhouders en professionals).

In de praktijk hadden de projectleiders van de straatgerichte aanpak de taak om uitvoering te geven aan de afgesproken acties in de werkgroep van de straatgerichte aanpak. Omwille van de leesbaarheid maken wij in het vervolg van dit rapport niet expliciet dit onderscheid tussen de projectleiders van de straatgerichte aanpak en de werkgroepen en spreken wij van ‘de werkgroep’.

Raambordelen
In het straatcluster Oudekerksplein is de grootste opgave het sluiten van raambordelen. We geven de belangrijkste gebeurtenissen van de panden rondom het Oudekerksplein en Sint Annenkwartier.

Voor de start van Project 1012 waren er aan het Oudekerksplein (inclusief Enge Kerksteeg) twaalf raambordelen aanwezig. Daarvan zijn er vier panden al in 2007 gesloten. Hier zijn creatieve invullingen aan gegeven, zoals een radiostation en een koffiebar. Verder hebben twee van deze nieuwe invullingen gebruik gemaakt van de Stimuleringsregeling. Opvallend is dat één van deze twee functies inmiddels weer is verdwenen. Door de herijking van Project 1012 zijn er in tegenstelling tot de eerdere plannen verder geen raambordelen gesloten. Hierdoor blijven rondom het Oudekerksplein acht bordeelpanden open.

In het Sint Annenkwartier waren voorafgaande aan Project 1012 negentien panden  aanwezig. Daarvan was in 2007, gezamenlijk met de panden aan het Oudekerksplein, al één pand gesloten. Een sluitingsopgave van achttien panden volgde. Daarvan zijn er op dit moment zeven panden  gesloten. Daarvoor in de plaats zijn tijdelijke invullingen gekomen; onder andere een lunchroom, een Hangover Information Center en een winkel. Twee nieuwe functies maakten gebruik van de Stimuleringsregeling. Door de herijking is de aankoop van panden vertraagd en blijven twee bordeelpanden geopend. Anno 2017 resteert er een sluitingsopgave van negen bordeelpanden . Deze zijn in bezit van twee bordeeleigenaren. De gemeentGedetailleerde bevindingen: raambordeleneraad heeft besloten de panden op basis van het bestemmingsplan Herbestemmen Raambordelen Binnenstad te onteigenen.

Gedetailleerde bevindingen: raambordelen

Voor het herstellen van de functiebalans was in het straatcluster Oudekerksplein de sluiting van de aanwezige raambordelen. In 2007 waren al vijf raambordelen gesloten door de gemeente. Dit betekende dat bij de start van Project 1012 in 2009 er nog 26 raambordelen aanwezig waren. Het bezit van deze raambordelen was verdeeld over 6 bordeeleigenaren.   

Voor de beschrijvingen van de raambordelen maken we onderscheid tussen de ramen aan het Oudekerksplein en in het Sint Annenkwartier. We beginnen met de eerstgenoemde.

Ramen rondom Oudekerksplein
In 2007 waren er op het Oudekerksplein vier bordeelpanden gesloten. Dit gaat om de panden Oudekerksplein 4, 22, 26 en 30.  Alle vier ten noorden van de Oude Kerk. Deze panden zijn aangekocht door woningcorporatie Ymere. Hiervoor is door de gemeente planschade betaald.  In 2008 zijn de panden tijdelijk ingevuld door ateliers van het Red Light Design.  Deze “Red Light Designers” zijn in 2010/2011 weer uit de panden verdwenen. 

Bij de start van Project 1012 was besloten alle ramen rondom het Oudekerksplein te sluiten. Dit betekende dat er in het gebied rondom het Oudekerksplein 8 panden zouden sluiten. Deze panden waren in handen van twee bordeeleigenaren, waarvan de meeste in bezit van één eigenaar.

Begin 2010 is Ymere in gesprek met potentiele (tijdelijke) exploitanten voor de voormalige prostitutiepanden. Opties die de werkgroep Oudekerksplein bespreekt zijn een wijnbar op Oudekerksplein 4  en een parfumerie op nummer 30.  Daarnaast organiseert Bacardi besloten workshops op nummer 26. 

Vanaf 2011 realiseert Ymere meer lange termijn invullingen voor de oude raambordelen. In deze panden zijn via een selectieprocedure de creatieve ondernemingen gevonden.  Ymere sluit een contract met platenlabel Topnotch voor het openen van een koffiebar op Oudekerksplein 4; in 2013 zal Quartier Putain hier haar deuren openen.  Verder komt er op nummer 22 tijdelijk een radiostation, genaamd Red Light Radio.  Dit is onderdeel van Red Light Complex, waarbij ook nummer 26 een invulling heeft gekregen. Deze functie zal zich hier later definitief vestigen. Op nummer 30 komt er tijdelijk een creatieve ontmoetingsplek genaamd Ultra de la Rue.  In 2013 en 2014 maken respectievelijk Ultra de La Rue en Quartier Putain gebruik van de Stimuleringsregeling. 

Bij de herijking in 2015 is besloten om van de oorspronkelijke resterende sluitingsopgave van 83 ramen in gebied 1012, er 46 ramen open te houden.  Er wordt voor gekozen om de resterende sluitingsopgave van 37 ramen in het Sint Annenkwartier te realiseren. De reden voor deze keuze is naar mening van de gemeente de transformatie van het Oudekerksplein dusdanig ver is dat de nieuw gekomen functies aldaar op eigen kracht kunnen bestaan. Bij het Sint Annenkwartier hebben de nieuwe functies echter nog 'een zetje' nodig. Door de dominante aanwezigheid van raambordelen in de straten en stegen hebben de paar nieuwe functies in dit gebied het juist moeilijk. De keuze voor het realiseren van de resterende sluitingsopgave in het Sint Annenkwartier betekent dat rondom het Oudekerksplein alle raambordelen blijven gehandhaafd.  Dit zijn de panden op de volgende adressen: Oudekerksplein 2, 16, 28, 32, 34, 36 en 38, Oudezijds Voorburgwal 68 en Enge Kerksteeg 1.  Het grootste gedeelte van deze panden zijn in handen van één bordeeleigenaar. 

Daarnaast heeft het in 2016 opgerichte 1012Inc de oud-raambordelen op het Oudekerksplein van Ymere aangekocht. Hierbij gaat het om de panden 4, 22, 26 en 30.  In 2017 heeft Ultra de la Rue plaats gemaakt voor een functie met een vergelijkbare uitstraling, genaamd Obey.  Deze functie zit er tijdelijk want in 2018 staat het pand leeg.

Ramen Sint Annenkwartier
Bij aanvang van Project 1012 was één prostitutiepand al gesloten. Dit gaat om het pand op de Trompettersteeg 5. Er zijn daarbij drie ramen gesloten. Het pand is overgenomen door N.V. Stadsgoed.  Dit betekent dat er bij aanvang in het Sint Annenkwartier een sluitingsopgave van achttien panden was . Deze achttien panden waren op dat moment in bezit van zes bordeeleigenaren. De insteek van Project 1012 was om met deze bordeeleigenaren door minnelijk overleg een overeenstemming te bereiken over de te sluiten ramen. Daarbij waren er op de Oudezijds Achterburgwal beperkt gesloten raambordelen beschikbaar waarmee uitruil mogelijk was. Daarnaast was zelfrealisatie mogelijk, waarbij de bordeeleigenaren zelf een nieuwe gewenste functie in het pand realiseerden (zie paragraaf 2.1. Activiteiten Project 1012, Het sluiten van de aangewezen ramen in raambordelen).

In 2012 worden de eerste ramen als onderdeel van Project 1012 gesloten. Dit gaat om de panden Sint Annendwarsstraat 3 en Dollebegijnensteeg 5 en 7.  De panden zijn onderdeel van een vastgoedruil tussen NV Stadsgoed en één bordeeleigenaar. De drie panden zijn geruild met vijf panden op de Oudezijds Achterburgwal. Bij deze uitruil zijn vijftien ramen gesloten in het Sint Annenkwartier en veertien ramen geopend op de Oudezijds Achterburgwal. 

Tussen 2012 en 2014 zijn verschillende initiatieven gestart om leegstand in de vrijgekomen panden te voorkomen en invulling te geven aan de toekomst van het Sint Annenkwartier. Denk hierbij aan pitches , retailplannen  en marketingplannen . Verder wordt de periode gebruikt om de aangekochte panden te renoveren.  Uiteindelijk zijn de volgende tijdelijke invullingen gegeven aan de uitruilpanden: The Proud Otter, DITS Performance Store en Hangover Information Center.  Verder is in deze periode het voormalige prostitutiepand op de Trompettersteeg 5 getransformeerd naar Red Light Workshop.  De eigenaren hiervan worden later actief in de buurt bij het opzetten van de ondernemersvereniging Oudekerksplein (zie Samenwerking Cluster).

In 2014 is de gemeente in samenwerking met N.V. Stadsgoed tot een nieuwe overeenkomst gekomen voor het aankopen van nieuwe panden. Als gevolg sluit op 31 december 2014 het pand aan de Sint Annendwarsstraat 24 zes ramen. Dit pand was in bezit van één bordeeleigenaar. Verder zijn er met een bordeeleigenaar afspraken gemaakt om in 2016 elf ramen te sluiten op de Sint Annendwarsstraat 26 en Sint Annenstraat 21/Sint Annendwarsstraat 11. Ook deze prostitutiepanden komen in bezit van NV Stadsgoed. 

In 2014-2015 is vanwege de Herijking Project 1012 de aankoop van raambordelen tijdelijk opgeschort.  De gemeenteraad besluit bij de herijking in 2015 om in het Sint Annenkwartier twee bordeelpanden alsnog open te laten. De gemeente verwacht dat deze resterende raambordelen de levensvatbaarheid van andere functies in het Sint Annenkwartier niet zullen beïnvloeden.  Voor de overige bordeelpanden blijft gelden dat ze met Project 1012 zullen gaan sluiten. De ramen die open mogen blijven bevinden zich op de Sint Annendwarsstraat 12 en 22  en zijn in bezit van één bordeelhouder. Wel zijn er in het voormalige prostitutiepand op de Dollebegijnensteeg 5 twee woningen bijgekomen.  Daarnaast heeft Hangover Information Center gebruik gemaakt van de Stimuleringsregeling. 

In 2016 neemt de nieuwe gemeentelijke deelneming 1012 Inc. bij de oprichting de panden van N.V. Stadgoed over. In het Sint Annenkwartier gaat het om de panden Dolle Begijnensteeg 5 en 7, Trompettersteeg 5, Sint Annendwarsstraat 3, 6, 24 en 26 en Sint Annenstraat 21.  Verder is het pand op de Sint Annendwarsstraat 24 door N.V. Stadsgoed verhuurd aan een ondernemer die er een lunchroom startte: Croque Madame . Datzelfde jaar ontvangt de eigenaar een subsidie uit de Stimuleringsregeling.  Ook de Red Light Workshop heeft dat jaar een bijdrage van de Stimuleringsregeling ontvangen. 

In 2017 krijgt de transformatie van de eerder gesloten panden verder vorm. Op Sint Annenstraat 21 opent The Upcycle haar deuren.   Het pand op Sint Annendwarsstraat 26 staat wel nog leeg. De bedoeling is namelijk dit pand te betrekken bij de nieuwe plannen van hotel Winston op de Warmoesstraat.  Het stadsdeel geeft in 2018 een positief advies voor deze herontwikkelingen.  Verder worden de panden in de Dollebegijnensteeg 5 en 7 verbouwd. Eind 2017 komt op nummer 5 een nieuwe chocolaterie, gerund door dezelfde eigenaren als Red Light Workshop.

Ten einde van Project 1012 resteerde nog een sluitingsopgave van 37 ramen in negen bordeelpanden in bezit van twee bordeeleigenaren. Dit gaat om de panden Sint Annendwarsstraat 1, 5, 7 en 9, Trompettersteeg 1, Dollebegijnensteeg 3, 9 en Oudezijds Voorburgwal 92 en 94 . De panden worden vanwege het bestemmingsplan Herbestemmen Raambordelen Binnenstad onteigend. De eigenaren hebben in eerste instantie aangeven de plannen van de gemeente zelf te willen uitvoeren (zelfrealisatie). De gemeente heeft daarop een zelfrealisatieovereenkomst opgesteld met daarin de planuitvoering die de gemeente wenst. Met beide eigenaren is geen overeenstemming bereikt.  

De gemeenteraad heeft op 20 december 2017 (Oudezijds Voorburgwal 92 en 94) en 14 februari 2018 (Sint Annendwarsstraat 1, 5, 7 en 9, Trompettersteeg 1, Dollebegijnensteeg 3 en 9) besloten tot onteigening over te gaan van de negen panden.  Volgens de gemeente zijn de 37 ramen in negen panden op zijn vroegst eind 2019 gesloten. De verwachting is dat deze procedures uiterlijk in 2021 zijn afgerond. 

Coffeeshops
Bij de start van Project 1012 bevinden zich in het straatcluster twee coffeeshops. Dit zijn The Old Church op de Oudekerksplein 54 en High Time op de Wijdekerksteeg 3A. Voor beide coffeeshops is gedurende Project 1012 de gedoogbeschikking komen te vervallen. Dit betekent dat ze zich moesten transformeren tot een andere functie conform de kaders van bestemmingsplan. De gemeente begeleidt deze transformatie.

De gemeente heeft voor beide transformaties begeleiding geboden. De werkgroep monitort de transformatie van The Old Church en begeleidt daarbij waar nodig. Nadat de gedoogbeschikking is vervallen, transformeert de coffeeshop naar een tapasbar. Bovendien is gebruik gemaakt van de Stimuleringsregeling. Voor de transformatie van coffeeshop High Time zijn ook verschillende Gedetailleerde bevindingen: coffeeshopsgesprekken geweest. Coffeeshop High Time is in 2015 getransformeerd tot een koffiezaak. In 2017 is deze functie weer veranderd naar een lunchroom.

Gedetailleerde bevindingen: coffeeshops

Bij de aanloop naar Project 1012 is de beslissing genomen om in het projectgebied 26 coffeeshops te saneren. In het straatcluster Oudekerksplein zijn twee coffeeshops aanwezig. Dit zijn The Old Church op de Oudekerksplein 54 en High Time op de Wijde Kerksteeg 3A. Voor beide coffeeshops geldt dat de gemeente de gedoogbeschikking binnen enkele jaren zal laten vervallen en dat ze zich moeten transformeren tot een andere functie conform de kaders van bestemmingsplan.  De gemeente communiceert dat de coffeeshophouders hiervoor voldoende tijd zullen krijgen. De coffeeshops vormen geen aparte functie binnen het bestemmingsplan. Volgens het bestemmingsplan zijn ze gevestigd in panden met bestemmingen Gemengd 1.3 of 1.4 en worden ze geregeld met exploitatievergunning voor horeca 3 en horeca 4. Onder horeca 3 vallen onder andere (eet)cafés; onder horeca 4 vallen onder andere restaurants, lunchrooms, koffiehuizen en ijssalons. 

Al in 2010 start de gemeente gesprekken met de eigenaresse van The Old Church voor de transformatie.  De projectleiders van de straatgerichte aanpak hebben een ondersteunende rol vervuld bij dit transformatieproces.  Samen met de eigenaar wordt gezocht naar een nieuwe exploitatievorm.  De voortgang van de transformatie wordt besproken in de werkgroep van de straatgerichte aanpak.

Tussen 2013 en 2015 sluiten beide coffeeshops. In 2013 is de gedoogbeschikking van The Old Church definitief vervallen. De nieuwe functie is een tapasrestaurant. In 2015 maakt The Old Church gebruik van de Stimuleringsregeling. Verder zijn er vanuit de straatgerichte aanpak verschillende gesprekken met de coffeeshopexploitant van High Time gevoerd over zijn transformatie. De ondernemer had zijn planvorming nog niet geheel afgerond toen zijn gedoogverklaring kwam te vervallen in 2015. De locatie is toen een tijdje gesloten geweest voordat de nieuwe koffiezaak is geopend.  De uitstraling en de naam blijven hetzelfde tot 2017. Dan opent hier een lunchroom genaamd The Wide Alley.

Seksinrichtingen
In het straatcluster Oudekerksplein zijn twee seksinrichtingen aanwezig. Dit zijn seksbioscoop Sex Cinema Venus op Oudekerksplein 18 en seksshop Sexyland op Sint Annendwarsstraat 6. In 2013 veranderen beide seksinrichtingen naar een nieuwe functie, echter niet allebei naar een ander type functie. In het pand op het Oudekerksplein 18 zit nu een seksshop, ondanks verschillende pogingen van de werkgroep straatgerichte aanpak. De andere Gedetailleerde bevindingen: seksinrichtingenseksinrichting op Sint Annenstraat 6 is wel verdwenen. Hier is een uitgaansgelegenheid gekomen, namelijk een creatieve speelhal.

Gedetailleerde bevindingen: seksinrichtingen

In het straatcluster Oudekerksplein zijn tijdens de start van Project 1012 twee seksinrichtingen aanwezig. Dit zijn seksbioscoop Sex Cinema Venus op Oudekerksplein 18 en seksshop Sexyland op Sint Annendwarsstraat 6.

Tussen 2010-2012 sluiten de aanwezige seksinrichtingen. Allereerst wordt in 2010 Venus te koop aangeboden . Vanuit de straatgerichte aanpak is actief geprobeerd de seksbioscoop aan te laten kopen door een partner toen het in de verkoop stond. De prijs was echter te hoog waardoor de overname helaas niet is gelukt en het pand is gekocht door een in het gebied gevestigde raamexploitant. De werkgroep geeft aan zich te moeten houden aan marktconforme prijzen, anders kan er sprake zijn van staatssteun. In 2013 veranderen beide seksinrichtingen naar een nieuwe functie, echter niet allebei naar een andere type functie. Seksinrichting Sexyland is door NV Stadsgoed gekocht. Na een met de straatgerichte aanpak georganiseerde pitch is hier vervolgens de TonTon Club geopend, een creatieve speelhal met oude videospelletjes. In de voormalige seksbioscoop op de Oudekerksplein 18 komt daarentegen een nieuwe type seksinrichting.   Later in 2018 komt hier het kamerverhuurbedrijf dat daarvoor gehuisvest was op de Enge Kerksteeg 3.

Strategische functies
In het straatcluster Oudekerksplein zijn de volgende strategische functies aanwezig: de Oude Kerk en kinderdagverblijf Prinses Juliana. Daarnaast is er de expliciete wens om een kwaliteitsrestaurant in het gebied te realiseren.

De functieverandering van de panden is grotendeels geslaagd en het kinderdagverblijf is behouden gebleven. In de Oudekerk zijn in de muurhuisjes drie functies gekomen: een chocolaterie, een koffiezaak en een kledingwinkel. De bedoeling is hierdoor de Oude Kerk een meer open uitstraling te geven. Niet geslaagd is de verplaatsing van de hoofdentree van de Oude Kerk. Na veel verzet uit de buurt en van belangenclubs is uiteindelijk besloten de entree te behouden op de huidige locatie en deze te moderniseren. Verder is er op de Oudekerksplein 48 een kwaliteitsrestaurant toegevoegd aan het functie-aanbod. Hiermee is de wens vervuld om kwaliteitshoreca toe te voegen in de straatcluster. Tot slot heeft het kinderdagverblijf een doorstart gemaakt. Zoals de gemeente aangeeft blijft zodoende een belangrijke buurtfunctie behouden. In alle gGedetailleerde bevindingen: strategische functiesevallen is de functieverandering goed gemonitord door de gemeente en is passende begeleiding geboden.

Gedetailleerde bevingen: strategische functies

In het straatcluster Oudekerksplein zijn verschillende strategische panden door de gemeente aangewezen. In deze panden zijn functies aanwezig waarbij verandering, vernieuwing of behoud ervan wordt gezien als een verbetering van de balans. We bespreken de volgende strategische panden: de Oude Kerk en kinderdagverblijf Prinses Juliana. Daarnaast is er de expliciete wens om een kwaliteitsrestaurant in het gebied te realiseren. De aandachtsfuncties zijn al elders besproken.

De aandacht start in 2009 als de werkgroep straatcluster Oudekerksplein over de toekomst van de Oude Kerk praat. Leden van Chique en Louche stellen voor om de muurhuisjes van de Oude kerk in gebruik te nemen. Hiermee willen ze de kerk een meer open karakter geven. De werkgroep geeft aan bij de ingebruikname van de muurhuisjes niets bouwkundig te veranderen.  Verder is in dat jaar voor Oudekerksplein 48 (doorlopend naar Warmoesstraat 111) een bouwvergunning ingediend voor een restaurant.  De gemeente begeleidt dit proces. 

In 2011 opent restaurant Anna haar deuren op Oudekerksplein 48. Dit restaurant is van hoogwaardige kwaliteit en vervult daarmee de wens van kwaliteitshoreca aan de Oudekerksplein. 

Tussen 2011 en 2013 worden er verschillende initiatieven gestart voor de Oude Kerk. In 2011 start de verwerving van nieuwe initiatieven voor de muurhuisjes in de Oude Kerk.  Verder heeft de Oude Kerk het plan de hoofdingang te verplaatsen en start hiervoor een onderzoek. In 2013 zijn verschillende inzendingen ontvangen voor een nieuw ontwerp van de entree. Later dat jaar dient de Oude Kerk een definitief plan in bij de gemeente. De Oude Kerk krijgt echter geen vergunning vanwege een bezwaarprocedure. Hierdoor wordt het bouwplan uitgesteld. 

In 2014 wordt duidelijk dat het kinderdagverblijf Prinses Juliana een doorstart maakt. De huurder Ysterk had jarenlang het kinderdagverblijf geëxploiteerd maar had om financiële redenen het kinderdagverblijf afgestoten. Het pand is in bezit van de gemeente. De straatgerichte aanpak heeft samen met de afdeling Vastgoed onderzocht welke invulling het pand zou kunnen krijgen. De mogelijkheden hiervoor waren beperkt. Bovendien was er vanuit de straatgerichte aanpak de wens om hier een bewonersvoorziening te behouden. Uiteindelijk is een nieuwe partij voor het kinderdagverblijf gevonden, namelijk De Kleine Wereld. Daarbij heeft de directie verzocht de huur van het pand te verlagen. Het Dagelijks Bestuur heeft dit verzoek gehonoreerd. 

Tussen 2014 en 2015 komen er definitieve plannen voor De Oude Kerk. In 2014 openen in twee muurhuisjes nieuwe functies. Op nummer 17 komt chocolaterie Puccini en op nummer 27 De Koffieschenkerij. Het openen van de laatste was bepaald geen sinecure. De beoogde locatie in het muurhuisje had namelijk voorheen geen horecafunctie en stond daarom geen horeca toe. Hierdoor kon de Koffieschenkerij alleen als een vorm van museumhoreca functioneren en konden alleen bezoekers van de Oude Kerk worden bediend. Omdat stadsdeel Centrum een horecastop kende kon er niet zomaar mee worden ingestemd om op deze plek horeca toe te staan. Uiteindelijk is de projectorganisatie van Project 1012 erin geslaagd een nieuwe categorie horeca te introduceren, namelijk de daghoreca (of ‘lichte horeca’). Hiermee zou het uiteindelijk toch mogelijk zijn voor de Koffieschenkerij om klanten van buiten de Oude Kerk te bedienen. Deze wijziging vergde een besluit van het stadsdeel Centrum. De stadsdeelraad nam dit besluit op 18 februari 2014 , maar niet unaniem. Voorafgaand heeft de eigenaar van de Koffieschenkerij ingesproken bij de deelraadcommissie Wonen en Bouwen van stadsdeel Centrum om het besluit te ondersteunen.

Daarnaast is er in de kerk een museumwinkel geopend. Het bezwaar tegen het bouwplan is inmiddels ingetrokken; het plan voor de entree wordt aangepast naar een milde vorm.  In 2015 wordt na breed beraad besloten de hoofdentree van de Oude Kerk niet te verplaatsen naar de toren. In plaats daarvan wordt de huidige zuidentree gemoderniseerd. De torenentree zal de kerk alleen bij grote bijeenkomsten gebruiken. 

In maart 2016 is er op de dak van de kerk een installatie geplaatst van de Japanse kunstenaar Taturo Atzu. Dit kunstwerk bood een nieuwe kijk op het oudste deel van de stad. Het kunstwerk trok volgens de gemeente veel belangstelling. 

In 2018 (of eind 2017) is aan de waterzijde van de Oude Kerk een kledingwinkel gekomen genaamd Les Deux Frères.

Andere functieveranderingen
In en rondom straatcluster Oudekerksplein zijn tijdens Project 1012 enkele functies veranderd die geen aandachts- of strategische functie zijn. We bespreken bondig deze ontwikkelingen. Op Oudekerksplein 52 is een shoarmazaak veranderd van eigenaar, de gemeente heeft de overname geprobeerd te begeleiden. Op het adres zat echter nog jaren een shoarmazaak. Inmiddels zit er een pizza- en pastarestaurant met een vergelijkbare uitstraling. Op Oudekerksplein 62 is een toeristische activiteit gekomen, namelijk een fietsverhuur. Op de Warmoesstraat zijn twee functies overgenomen. Deze zijn door de gemeente aangemerkt als bonafide partijen. Het politiebureau op de Warmoesstraat is verkocht aan vastgoedinvesteerders. Volgens de gemeente is ten onrechte hierbij geen screening (zoals een Bibob-procedure) van de gemeente of de politiegedetailleerde bevindingen: andere functieveranderingen uitgevoerd. Rond 2018 is in het oude politiebureau een biologische supermarkt & foodcoart gekomen. Op de Oudezijds Voorburgwal 96 is een lunchroom geopend.

Gedetailleerde bevindingen: andere functieveranderingen

In en rondom straatcluster Oudekerksplein zijn tijdens Project 1012 enkele functies veranderd die niet bestempeld waren als aandachts- of strategische functie. Hieronder de gebeurtenissen.

Tussen 2010 en 2013 worden twee functies aangekocht door partijen die door de gemeente zijn aangemerkt als bonafide. Dit betreft de voormalige Argosbar en de Cockring.  De eerstgenoemde loopt van de Warmoesstraat 95 door naar Oudekerksplein 38. De tweede is gelokaliseerd op de Warmoesstraat 96. Deze zal in 2013 worden heropend.  Verder is in 2015 op de Oudezijds Voorburgwal 96 lunchroom Ivy&Bros geopend. Ook deze zaak is vergund onder de regeling lichte daghoreca, net als de Koffieschenkerij (zie Strategische functies) .

Tussen 2013 en 2015veranderen drie overige functies op de Oudekerksplein. In 2014 is op de Oudekerksplein 52 de shoarmazaak veranderd.  Vanuit de werkgroep is in de jaren ervoor contact geweest met de architect om de uitstraling van het pand te verbeteren.  In 2015 is op Oudekerksplein 62 Het Zwarte Fietsenplan geopend. Bij deze toeristische activiteit is het mogelijk fietsen te huren. 

In 2016 sluit het politiepand op de Beursstraat 33, doorlopend naar Warmoesstraat 99 en in het verlengde van de Wijde Kerksteeg, haar deuren.  Deze sluiting betekent dat het laatste politiebureau op de Wallen verdwijnt.  De NV Zeedijk heeft geprobeerd het pand over te nemen en daarvoor een businesscase opgesteld. Eigenaar het Rijksvastgoedbedrijf heeft echter het pand aan de hoogste bieder verkocht en dat was niet de NV Zeedijk.  Ook NV Stadgoed heeft zonder succes meegeboden.  De twee panden zijn uiteindelijk voor € 9,5 miljoen verkocht aan twee Amsterdamse vastgoedinvesteerders. In september 2016 zijn in de commissie Algemene Zaken vragen gesteld over de verkoop van het pand. De burgemeester heeft middels een feitenrelaas gereageerd. Volgens de gemeente is er ten onrechte geen screening (zoals een Bibob-procedure) door de gemeente of de politie uitgevoerd. 

Rond de jaarwisseling van 2017-2018 is in het oude politiebureau een biologische supermarkt & foodcourt gekomen. Verder is op Oudekerksplein 52 een fastfoodrestaurant met pizza en pasta gekomen.  

Woningen
In het straatcluster zijn verschillende woningen toegevoegd aan de woningvoorraad. Dit draagt volgens de gemeente bij aan de functiebalans. Allereerst is in 2012 de renovatie van het Blaauwlakenblok opgeleverd. Dit project herbergt 108 woningen waarvan het merendeel is bestemd voor de sociale sector. Ook zijn er ateliers, bedrijfsruimtes, en vrij sector huur- en koopwoningen gerealiseerd. Ten tweede zijn er in samenweGedetailleerde bevindingen: woningenrking met project 'Wonen boven bedrijven' zes woningen toegevoegd boven/in de vrijgekomen prostitutiepanden in het Sint Annenkwartier.

Gedetailleerde bevindingen: woningen

In het straatcluster zijn verschillende woningen toegevoegd aan de woningvoorraad. Dit draagt volgens de gemeente bij aan de functiebalans. We bespreken hieronder de renovatie van het Blaauwlakenblok, de toegevoegde woningen door 'Wonen boven bedrijven' en losse toegevoegde woningen.

Bij de start van Project 1012 is de renovatie van het Blaauwlakenblok al enkele jaren gaande. Deze renovatie betreft een groot deel van Sint Annenstraat (van de even-nummers). De woningen zijn in bezit van De Key. De renovatie heeft plaatsgevonden in nauwe samenwerking met het stadsdeel. 

Op 5 juli 2012 levert De Key na 12 jaar renovatie en vernieuwing het Blaauwlakenblok op. Het project herbergt 108 woningen waarvan het merendeel bestemd voor de sociale sector. Ook zijn er ateliers, bedrijfsruimtes vrij sector huur- en koopwoningen gerealiseerd.  De werkgroep straatgerichte aanpak monitort de invulling van de ruimtes. 

In 2013 komt de uitstraling van enkele panden van het opgeleverde Blaauwlakenblok ter discussie. Deze is volgens de werkgroep onder de maat. De gemeente start gesprekken met de eigenaar van De Key en ondernemers in de Sint Annenstraat om de uitstraling te verbeteren. 

Tussen 2013 en 2015 streeft de werkgroep straatgerichte aanpak vanuit twee kanten het toevoegen van woningen na. Aan de ene kant moet leegstand voorkomen worden in de vrijgekomen prostitutiepanden.  Aan de andere kant benadrukt de werkgroep het belang van de samenwerkingsverband met project 'Wonen boven bedrijven'.  In 2014 worden er twee woningen toegevoegd op de Dollebegijnensteeg 5. In 2015 worden er op de Sint Annenstraat 22 en 24 in beide panden twee woningen toegevoegd. 

Openbare ruimte
De gemeente geeft aan dat het verbeteren van de openbare ruimte bijdraagt aan de functiebalans. Hierbij heeft de werkgroep als aandachtpunten: “schoon, heel en veilig”, herinrichting en terrassen. De gemeente heeft verschillende acties ondernomen. In de eerste jaren zijn dit vooral kleine acties die op korte termijn gerealiseerd konden worden. Te denken valt aan het verbeteren van de uitstraling van panden met een bedenkelijke functie en het weghalen van graffiti. In 2013 heeft de herinrichting van het Oudekerksplein plaatsgevonden. Daarnaast zijn in de latere periode meer langetermijnacties ondernomen zoals het opstellen van het afwijkend terrassenplan voor het Oudekerksplein. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan de kwaliteit en uitstraling van het meubilair. In 2016 is het terrassenplan vastgesteld. Het plan moet zorgen voor een betGedetailleerde bevindingen: openbare ruimteer en meer evenwichtig straatbeeld. In 2017 experimenteert de gemeente met gedragsbeïnvloeding op het plein om overlast en lawaai van bezoekers te verminderen.

Gedetailleerde bevindingen: openbare ruimte

De werkgroep straatgerichte aanpak start bij het begin van Project 1012 verschillende kortetermijnacties om de openbare ruimte te verbeteren. Om te beginnen vindt er overleg plaats tussen de eigenaar van restaurant Anna (Oudekerksplein 48) en bewoners van het Oudekerksplein om de realisatie van een mogelijk terras te bespreken. Ten tweede leggen de projectleiders van de straatgerichte aanpak contact met eigenaren van de panden die in slechte staat verkeren, of met functies met een bedenkelijke uitstraling. Er wordt gestart met de panden die volgens de werkgroep de meeste aandacht vergen. Dit zijn The Slaint, Irish pub en Sexbioscoop Venus. Ten derde besteedt de werkgroep aandacht aan de shoarmazaak op het Oudekerksplein 52, waar gesprekken met de architect gaande zijn.  Ten vierde onderneemt de gemeente acties om quickwins te halen: het aanpakken van gevelreclame en graffiti.

Vanaf 2011 werkt de werkgroep Oudekerksplein samen met horecaondernemers rond het plein aan een terrassenplan. Dit plan is afwijkend van het fungerende Terrassenplan 2011 Centrum. Volgens de gemeente passen de huidige vergunde terrassen op het Oudekerksplein niet goed in de herinrichtingsvoorstel van het Oudekerksplein.   Een aanpassing van de ligging van de terrassen is daarom wenselijk.  Hierbij wordt ook aandacht besteed aan de kwaliteit en uitstraling van het meubilair.

In 2013 heeft de herinrichting van het Oudekerksplein plaatsgevonden. Hierbij is de bestrating opnieuw gedaan. Op 20 september is het plein feestelijk geopend.  Verder zijn er in 2013 extra afvalbakken geplaatst. 

Tussen 2014 en 2016 wordt het terrassenplan Oudekerksplein afgerond. In 2014 bespreekt de gemeente een concept terrassenplan met bestuurders en horecaondernemers.  In 2016 stelt de gemeente het terrassenplan vast. Besloten is dat de terrassen niet buiten de rode baksteen geplaatst mogen plaatsen en moeten meebuigen met de ronde lijn in de bestrating. Er zijn wel enkel uitzonderingen. Zo is het terras restaurant Anna (Oudekerksplein 48) ongeveer twee keer groter omdat het daarmee ook een afschermende werking heeft voor de naastgelegen woning in het woonblok. Verder staat de gemeente toe dat Quartier Putain (Oudekerksplein 4) een gesplitst terras mag hebben. Met dit nieuwe terrassenplan ontstaat er volgens de gemeente een rustiger en evenwichtiger beeld op het plein. 

In 2017 voert de gemeente vanuit het programma Stad in Balans een experiment uit op het Oudekerksplein. Hierbij wordt door middel van interventies in de openbare ruimte gedrag van bezoekers beïnvloed. Het doel van dit experiment is om de overlast en lawaai van bezoekers te verminderen. 


Samenwerking cluster
Tijdens Project 1012 organiseert de buurt op verschillende manieren samenwerkingsverbanden. Te beginnen met de totstandkoming van de werkgroep. Alle partijen die de gemeente uitnodigt, zijn betrokken bij de werkgroep. Tussen 2009 en 2015 zijn er overleggen met buurt en ondernemers over de Uitvoeringsprogramma’s Oudekerksplein en het Damstraat cluster.

Na de herijking verandert de samenwerking. De werkgroep is afgebouwd, maar er hebben nog wel diverse buurtbijeenkomsten plaatsgevonden. Daarnaast wordt de ondernemersvereniging Oude Kerk opgericht. Hierin verenigingen zich de ondernemers in het Sint Annenkwartier en aan het Oudekerksplein. In deze periode wordt onder andere een marketingplan opgesteld in opdracGedetailleerde bevindingen: samenwerking clusterht van de ondernemers in het gebied. Aan de uitvoering wordt echter geen gevolg gegeven, omdat de planuitvoering na de herijking voornamelijk stil ligt.

Gedetailleerde bevindingen: samenwerking cluster

Op 20 januari 2009 stuurt de gemeente een uitnodigingbrief voor de eerste werkgroep Oudekerksplein. Voor de eerste bijeenkomst zijn verschillende partijen uitgenodigd, waaronder Ymere, De Key, NV Stadsgoed, Stichting de Oude Kerk, werkgroep Chique en Louche en Ons’ Lieve heer op Solder (de laatste twee zijn vertegenwoordigd door dezelfde persoon). Vanuit de gemeente zijn Stadsdeel Centrum en het Projectmanagementbureau betrokken. Bij het eerste overleg op 3 maart 2009 zijn alle partijen aanwezig.  

Tussen 2009 en 2015 zijn er overleggen met buurt en ondernemers over de Uitvoeringsprogramma’s Oudekerksplein en het Damstraat cluster. Daarnaast heeft de werkgroep de Visie Oudekerksplein opgesteld. 

In 2011 starten ondernemers onderzoeken naar de mogelijkheid voor een ondernemersvereniging. Aangegeven wordt dat het stadsdeel de oprichting begeleidt, ondersteunt en subsidieert. De Vereniging Amsterdam City heeft de wensen van ondernemers geïnventariseerd. 

In 2014 maakten de ondernemers rond het Oudekerksplein plannen voor het organiseren van een evenement ter promotie van nieuwe initiatieven. Het is de bedoeling een braderie te organiseren in het voorjaar van 2015. Deze is nooit uitgevoerd.

Na het herijkingsbesluit verandert de samenwerking in het cluster. De straatgerichte aanpak is zich namelijk meer gaan concentreren op kansrijke panden en straten, waartoe binnen de straatclusters ‘focusgebieden’ zijn aangewezen, waaronder het Oudekerksplein/St Annenkwartier. De werkgroepen werden daarnaast afgebouwd: er was geen sprake meer van integrale overleggen met ondernemers en bewoners zoals daarvoor, maar van tijd tot tijd werden wel nog bijeenkomsten met bewoners en ondernemers georganiseerd.   Daaropvolgend is een notitie opgesteld door Decisio die ingaat op de mogelijke richtingen voor een functionele impuls voor het Oudekerksplein en Sint Annenkwartier. Het onderzoeksbureau concludeert dat het Oudekerksplein "publieksgericht" is; voor mensen die in het gebied wonen en werken en de bezoeker die op zoek is naar kwaliteit, genieten, ontplooien, authenticiteit en verdieping. Het Sint Annenkwartier is volgens Decisio daarentegen weer "niet-publiekgericht"; te denken aan wonen en klein business-to-businessbedrijven zoals bedrijfjes in de creatieve industrie (schrijvers, architecten, ontwerpers, fotografen, uitgeverijtjes etc.).  

Verder is ten tijde van de herijking op initiatief van de eigenaren van The Red Light Workshop ( Trompettersteeg 5) een ondernemersvereniging opgericht. Hierin verenigen zich de ondernemers in het Sint Annenkwartier en aan het Oudekerksplein. De nieuwe ondernemersvereniging wil zich vooral inzetten op nieuwe doelgroepen via gerichte gebiedsmarketing.  Met de ondernemersverenigingen Oudezijds Achterburgwal, Oudekerksplein en Warmoesstraat is in 2016 een marketingplan gemaakt om meer positieve aandacht te genereren voor het Wallengebied. In dit plan staan de ('red light') geschiedenis van de Wallen en het divers winkelaanbod centraal. .

Aan de hiervoor genoemde plannen zijn geen vervolg gegeven. In een gesprek met een bewoner is aangegeven dat dit tot grote scepsis in de buurt heeft geleid.  Een ambtenaar heeft dit bevestigd en geeft daarbij aan dat de planuitvoering zo goed als stil ligt in het Sint Annenkwartier en Oudekerksplein. 

Realisatie visie Oudekerksplein

We beoordelen hieronder in hoeverre de visie Oudekerksplein is gerealiseerd. Centraal in deze visie staat het herstel van de functiebalans. De bedoeling is deze functiebalans te herstellen (of 'opwaarderen') door aandachtsfuncties te verminderen en gewenste functies weer toe te voegen.

Bij aanvang van Project 1012 was de opgave aan transformaties in het cluster Oudekerksplein omvangrijk. Raambordelen, coffeeshops en seksinrichtingen moesten sluiten. Hiervoor in de plaats zou het functieaanbod worden verrijkt met creatieve winkels en kwaliteitshoreca. Verder staat in de straatvisie dat de Oude Kerk een meer open karakter moet krijgen, met nieuwe functies in de muurhuisje, het plein (inclusief terras) worden opgeknapt en moesten er woningen worden toegevoegd.

In 2018 is een deel van de aandachtsfuncties verdwenen. Van de 26 bordeelpanden die aanwezig waren in 2008 zijn er in 2018 nog 19 aanwezig. Hiervan blijven er met het raadsbesluit herijking nog 10 open, voor de overige 9 panden heeft de raad besloten deze te onteigenen. De bedoeling is dat deze bordeelpanden de komende jaren zullen sluiten. Door het openhouden van de raambordelen op het Oudekerksplein is daar een versnipperd beeld ontstaan van raambordelen en andere functies. Door de vertraging bij de sluiting en onteigening van de raambordelen in het Sint Annenkwartier is daar de vaart uit het project gegaan. Voor het Sint Annenkwartier moest een verdere uitwerking van het eindbeeld nog komen. Het gebied heeft, mededoor de vertraging, nog geen nieuwe invulling gekregen. Door de ondernemers in het Wallengebied is met ondersteuning van de gemeente een marketingplan opgesteld. Dit heeft nog geen uitvoering gekregen.

Verder zijn de twee coffeeshops en twee seksinrichtingen in het cluster Oudekerksplein gesloten. De sluiting van de coffeeshops is uitgevoerd op basis van Project 1012. Hiervoor zijn met ondersteuning van de straatgerichte aanpak nieuwe functies in gekomen. Verder is een seksinrichting gekocht door partner NV Stadsgoed. De andere seksinrichting is ondanks de inzet van de straatgerichte aanpak niet door de gemeente of een partner overgenomen. In dit pand is vervolgens een seksshop gekomen en later heeft een bordeelhouder hier een kantoor van gemaakt.

De werkgroep Oudekerksplein heeft voor de invulling van de nieuwe functies criteria opgesteld die moeten aansluiten op de visie. Deze criteria zijn: kwaliteit, diversiteit (functiemenging), versterking dag- en avondeconomie en leefbaarheid. In hoeverre deze criteria zijn toegepast is onduidelijk. Wel zijn er rondom het Oudekerksplein functies bijgekomen die passen bij deze criteria, functies zoals restaurant Anna, Quartier Putain, Tonton Club en de Koffieschenkerij.

Het meer openstellen van de Oude Kerk is deels gelukt. In de muurhuisjes zijn verschillende nieuwe functies gekomen. Daarentegen is het niet gelukt om de toreningang – eigendom van de gemeente – weer in gebruik te nemen.

Verder ging het herstel van de functiebalans om de het opknappen van de openbare ruimte en het toevoegen van woningen. De herprofilering van het plein is uitgevoerd en er is een afwijkende terrassenplan voor het Oudekerksplein opgesteld. Verder zijn in het gebied meerdere woningen toegevoegd.

Conclusie realisatie visie Oudekerksplein
Als we de bevindingen uit onze reconstructie leggen naast het streefbeeld voor het Oudekerksplein constateren wij dat dit streefbeeld deels is gerealiseerd. Rondom het Oudekerksplein zijn successen behaald zoals restaurant Anna, Quartier Putain en de Koffieschenkerij. Daarnaast zijn de coffeeshops en een seksinrichting gesloten. Door de herijking mogen de resterende raambordelen op het Oudekerksplein openblijven. Hierdoor is herstel van de functiebalans, zoals beschreven in de straatvisie, niet volledig gerealiseerd. In het Sint Annenkwartier is gezien de vertraging van de transformatie van de raambordelen vooralsnog geen sprake van een functieherstel. In het cluster zijn verder wel woningen gerealiseerd en is de openbare ruimte opgeknapt.

Resultaten volgens bewoners, ondernemers en bordeelhouders

We hebben de resultaten van het cluster Oudekerksplein besproken met bewoners en ondernemers, professionals en ambtenaren. Ook hebben wij gesproken met raamexploitanten en eigenaren van bordelen in dit gebied (voor het gemak spreken wij hierna van 'bordeelhouders'). Hieronder bespreken we wat de bewoners, ondernemers en bordeelhouders van het resultaat vinden.

Voor de waarderingen van functieveranderingen hebben we online een enquête gehouden. Hierin zijn aan de responVerantwoording enquêtedenten functieveranderingen uit beide clusters voorgehouden. Deze resultaten komen hieronder in de bespreking aan bod.

Verantwoording enquête

We hebben voor ons onderzoek een enquête gehouden om inzicht te krijgen in de waardering van burgers voor functieveranderingen in het gebied en hun overwegingen daarbij. De enquête hebben we eind 2017 verspreid via ons burgerpanel. Daarnaast was het mogelijk om de enquête op eigen initiatief via onze website en de door ons gepubliceerde kaarten van de gebieden rondom de Oude Kerk en de Damstraat / Hoogstraten in te vullen.

In de enquête hebben we iedere respondent een selectie van 5 panden voorgelegd waarin de functie in de afgelopen jaren is veranderd. Elke respondent kreeg daarvoor willekeurig één van de 6 verschillende selecties van 5 panden aangeboden waarbij per pand foto’s van de situatie voor en na verandering werden weergegeven. We hebben de respondenten vervolgens niet alleen bevraagd wat zij van de verandering vonden, maar met behulp van stellingen ook bevraagd naar hun overwegingen daarbij. Daarvoor hebben we de volgende stellingen bij de situatie voor en na verandering:

  • Bezoekers van dit soort functies veroorzaken overlast
  • De binnenstad kan niet zonder dit soort functies
  • Er zijn al te veel van dit soort functies in de binnenstad
  • Ik associeer dit soort functies met criminaliteit
  • Dit soort functies is alleen voor toeristen interessant
  • Het pand ziet er in de huidige situatie verzorgd uit

In totaal hebben 459 respondenten de enquête ingevuld.

Gebruik deze link voor de gedetailleerde uitkomsten van de enquête.

Transformatie raambordelen
Wat bewoners en ondernemers vinden van het sluiten van de raambordelen aan het Oude Kerksplein en het Sint Annenkwartier hangt vaak ook samen met hun mening over de wenselijkheid van prostitutie in het algemeen. Een deel van de bewoners en ondernemers is principieel tegen prostitutie en daarom positief over het sluiten van ramen. Anderen geven vanuit het perspectief van opwaardering aan voor het sluiten van raambordelen te zijn. Het behouden van raambordelen zou volgens een bewoner niet samen kunnen gaan met de opwaardering van het Oudekerksplein. Daarentegen geeft één betrokkene aan van deze mening te zijn afgestapt omdat de nieuwe invullingen niet voor een opwaardering heeft gezorgd.  

Een ander deel van de bewoners en ondernemers die wij hebben gesproken is tegen het sluiten van ramen. Deze betrokkenen geven aan dat het één van de oudste beroepen is van ons land en een legaal beroep is dat als volwaardig moet worden gezien. Anderen vinden raamprostitutie horen bij de buurt. Daarbij geeft één iemand de kanttekening dat de prostitutiebranche vroeger juist omvangrijk was rondom de Nes en Rembrandtplein en bordelen vanaf de jaren tachtig meer visueel zijn gemaakt met de 'red lights'. 

Afgezien van deze verschillen in opvatting over de wenselijkheid van prostitutie en sluiting van de ramen zijn de bewoners en ondernemers kritisch over de transformatie van de raambordelen. Daarbij gaat het om de invulling en geografische keuze van de transformaties. Deze kritiek richt zich vooral op het Sint Annenkwartier. Bewoners en ondernemers vragen zich verder af wat de toegevoegde waarde is van nieuwe functies zoals het Hangover Information Center (Sint Annendwarsstraat 3) en Lunchroom Croque (Sint Annendwarsstraat 24). Een bordeelhouder vraagt zich af of deze functies het wel gaan redden. In onze enquête zijn respondenten ook bevraagd over deze functieveranderingen. Respondenten geven aan de functieveranderingen op zich een verbetering te vinden – ze geven aan dat de uitstraling van het pand in de huidige situatie er verzorgd uitziet. Daarentegen worden wel kanttekeningen geplaatst. Over Lunchroom Croque wordt aangegeven dat er te veel vergelijkebare functies in de binnenstad aanwezig zijn en The Hangover Information Center is te veel gericht op toeristen. Verder noemt een bewoner de toeristische functie op de Sint Annenstraat 31, waar ook een ATM bord buiten hangt. Daarnaast staan er veel panden leeg. Een veel genoemd pand is de Sint Annenstraat 26. Betrokkenen vragen zich af waarom nog niks aan de invulling is gedaan.  Onlangs is besloten dat het oud-raambordeel betrokken wordt bij de herontwikkeling van hotel Winston (Warmoesstraat). In het pand komt een restaurant. Een ondernemer geeft aan vooraf voor de sluiting van de raambordelen te zijn, maar is inmiddels van mening veranderd omdat de raambordelen meer bijdragen aan de sociale cohesie dan de nieuwe invullingen die er aan worden gegeven. 

Daarnaast hebben bewoners en ondernemers twijfels over de geografische keuze van de te sluiten ramen. Over het Oudekerksplein is men kritisch over de "versnippering". Deze versnippering slaat op de afwisseling van bordelen en andere functies. Deze versnippering is het gevolg van de herijking waarbij besloten is de resterende bordelen rondom het Oudekerksplein niet te sluiten. De versnippering van functies op het Oudekerksplein waarbij raambordelen en andere functies, meestal terrassen, zich afwisselen is volgens bewoners en ondernemers ook niet voordelig voor de sekswerkers. Deze versnippering biedt minder anonimiteit. Een bordeelhouder geeft aan dat vanaf de terrassen foto's worden gemaakt van de sekswerkers die achter de ramen staan. Bordeelhouders geven aan dat zij de indruk hebben dat zij en de sekswerkers op deze manier door de gemeente worden 'weggepest'.  

Het Sint Annenkwartier is volgens de gesproken bordeelhouders een uitstekende locatie voor raambordelen. Sekswerkers kunnen hier in de stegen in de anonimiteit werken, zowel overdags als 's avonds. Ook veel bewoners en ondernemers noemen het Sint Annenkwartier als een goede locatie voor prostitutie. De ramen op de Oudezijds Achterburgwal, waar de bordelen worden geclusterd, staan in het zicht van de toeristen. Een bordeelhouder geeft daarbij aan dat "nu gezinnetjes met kleine kinderen op de Wallen lopen, dat was vroeger ondenkbaar en dat is slecht voor het bedrijf". Bordeelhouders, en ook ondernemers en bewoners, geven aan dat de ramen op de grachten overdag meestal niet in gebruik zijn. Sekswerkers hebben dan te weinig klandizie. Pas in de avond worden deze gehuurd. Betrokkenen geven aan dat met de sluiting van het Sint Annenkwartier mogelijk veel sekswerkers op straat komen te staan. 

Voor het Sint Annenkwartier twijfelen bewoners en ondernemers of de stegen en de kleine panden geschikt zijn voor nieuwe (creatieve) ondernemingen. De klandizie voor de nieuwe functies is volgens de bewoners en ondernemers laag. Betrokkenen vragen zich af of deze functies het gaan redden. Als voorbeeld wordt genoemd The Upcycle. Bewoners en ondernemers zijn positief over de functie. Ook in onze enquête geeft ongeveer driekwart van de respondenten aan positief te zijn over deze functie; ze zijn van mening dat de binnenstad niet zonder dit soort functies kan. Bewoners en ondernemers betwijfelen echter of het Sint Annenkwartier genoeg bezoekers aantrekt die naar dit soort functies komen. Een betrokkene suggereert dat deze functies beter zouden werken op het Oudekerksplein. 

Twee bordeelhouders en een bewoner betwijfelen in hoeverre criminaliteitsbestrijding een rol heeft gespeeld bij de sluiting van het Sint Annenkwartier. De gemeente lijkt volgens hen voor het sluiten van de raambordelen in het Sint Annenkwartier echter geen argumenten te gebruiken die passen bij het bestrijden van criminaliteit. Het bestrijden van criminaliteit was volgens deze betrokkenen echter wel het oorspronkelijk doel van het sluiten van de raambordelen. 

Nieuwe functies van toegevoegde waarde
In het straatcluster zijn volgens bewoners en ondernemers ook successen behaald. Van toegevoegde waarde voor het cluster vinden de bewoners en ondernemers de komst Quartier Putain, Restaurant Anna, Koffieschenkerij en TonTon Club. Bewoners en ondernemers geven aan dat deze functies de buurt meer aantrekkelijk maken. Daarbij geeft een ondernemer aan dat er onder (sommige van) deze ondernemers de saamhorigheid aanwezig is om gezamenlijk te buurt te verbeteren.  Over de functieverandering van seksinrichting Sexyland naar speelhal TonTon Club is in de enquête aandacht besteed. Een derde van de respondenten aan dit een (grote) verbetering te vinden. Respondenten geven aan dat het pand er in de nieuwe situatie verzorgd uit ziet. Daarentegen plaatsen respondenten wel een kanttekening bij het gebruik van 'speelhal' aangezien dit te associëren is met gokspellen. In dit geval is de functie een speelhal waar oude (arcade) videospelletjes te spelen zijn.

Verder wijst een bordeelhouder op de aanwezigheid van sekswinkels in de buurt. Sekswinkels zorgen voor meer sociale controle in de buurt. Daarbij zijn sekswinkels praktisch voor sekswerkers vanwege het aanbod van voorbehoedsmiddelen en andere producten. In deze context vindt de bordeeleigenaar het onlogisch dat sekswinkels al om 22.00 dicht moeten.  

Plein druk en ongezellig
Bewoners en ondernemers geven aan dat het plein druk en ongezellig is. Op het Oudekerksplein zorgt de toenemende drukte op de Wallen voor overlast. Daarbij wordt gewezen op de gidsen met groepen die allemaal naar het plein komen. Daarbij verwijzen de bewoners en ondernemers naar het bericht in het Parool dat er elke week 31.000 mensen achter een gids aanlopen. Daarbij hopen ze dat de nieuwe regels zorgen voor een verbetering. Sommige betrokkenen vinden de drukte wel meevallen en horen bij de stad. 

Bewoners en ondernemers vinden de uitstraling van de functies op het plein laagwaardig. Verder geven bewoners en ondernemers aan dat de functies en terrassen aan de zuidzijde van het Oudekerksplein ongezellig zijn. In deze context is het opvallend dat één bewoner aangaf niet te weten dat de coffeeshop The Old Church was getransformeerd naar een 'tapasbar'. Over deze functieverandering in onze enquête geeft een kwart van de respondenten aan op de vraag of de functieverandering een verbetering is dat het niet zoveel uitmaakt. Daarentegen is bijna de helft van de respondenten wel tevreden over de functieverandering. Belangrijke overwegingen die respondenten hierbij hebben zijn: minder respondenten zijn van mening dat dit soort functies overlast veroorzaken, minder associëren de huidige functie met criminaliteit, en meer respondenten vinden de nieuwe functie er verzorgd uitzien. Aan de zuidkant is ook het Zwarte Fietsenplan gekomen. Deze fietsverhuurder vindt een betrokkene gericht op toeristen. 

In deze context geven sommige bewoners aan dat ze het betreuren dat de toreningang niet is open gesteld. Dit zou het plein meer open maken en de kerk meer toegankelijk. Dit zou de uitstraling van het plein ten goede komen. Dit laaghangend fruit moet de gemeente volgens betrokken plukken. 

Kritisch op uitstraling openbare ruimte
Over de openbare ruimte van het Oudekerksplein zijn de bewoners en ondernemers kritisch. De kritiek richt zich vooral op de bestrating en de verlichting. Een aantal jaren geleden is de herprofilering van het Oudekerksplein uitgevoerd waarbij de bestaande keien zijn hergebruikt en er klinkers aan de randen zijn toegevoegd. Deze ingreep werd vaak gewaardeerd. De keien zijn echter al weer aan het verslijten. Een betrokkene geeft aan "dat je er nauwelijks over kan lopen". Hierdoor gaat de uitstraling van het plein achteruit. Daarnaast is over de verlichting veel discussie geweest. De verlichting op het plein zou de historische waarde van de kerk niet goed uitlichten. Anderen vinden deze verlichting juist wel mooi. Aan de noordkant is de verlichting echter minder goed, hierdoor is het er donker en gevoelig voor drugsdealers en junks. De openbare ruimte heeft verder nog enkele gebreken. Het experiment om het gedrag te beïnvloeden en groepen bezoekers te kalmeren begrijpen sommige bewoners niet. Een betrokkene geeft daarbij het volgende aan "90% is door het dolle heen en aan het schreeuwen, die worden toch niet kalmer van wat rustige muziek?". Verder is er een gebrek aan openbare toiletten. Tot slot staan er te veel fietsen op het plein, daarvan zijn er veel fietswrakken, dit past niet bij de opwaardering van het plein. 

Conclusie: oordeel bewoners en ondernemers
Bewoners en ondernemers geven aan dat in het gebied functies zijn bijgekomen die passen bij de visie. Te denken van Quartier Putain, TonTon Club en de Koffieschenkerij. Rondom het Oudekerksplein vinden bewoners en ondernemers de versnippering die is ontstaan met de herijking ongewenst, met name voor sekswerkers. Daarbij vinden bewoners en ondernemers het plein te druk en de terrassen ongezellig. Wel vinden ze de openbare ruimte opgeknapt maar wijzen ze erop dat bestrating weer verloedert. Over de kerk betreuren bewoners en ondernemers dat de ingang niet is verplaatst naar de toren.

Verder zijn betrokkenen kritisch over de keuze voor het sluiten van de ramen en specifiek die in het Sint Annenkwartier. De bewoners en ondernemers zijn gelijkgestemd als het gaat om de sluiting van het Sint Annenkwartier; hiervan zijn ze van mening dat dit gebied bij uitstek geschikt is voor sekswerkers vanwege het beschutte karakter van de stegen en de anonimiteit die dit mogelijk maakt. Deze kritiek wordt ook gedeeld door de gesproken bordeelhouders, die benadrukken dat met het verdwijnen van het Sint Annenkwartier als prostitutiegebied veel sekswerkers niet elders geschikte locaties kunnen vinden om te werken. De bordeelhouders betwijfelen in hoeverre criminaliteitsbestrijding een rol heeft gespeeld bij de sluiting van het Sint Annenkwartier. Verder zijn bewoners en ondernemers van mening dat de stegen, in tegenstelling tot het Oudekerksplein, ongeschikt zijn voor creatieve en ambachtelijke functies.

Resultaten volgens professionals

De resultaten van Oudekerksplein zijn besproken met professionals. Deze professionals zijn vanwege hun beroep betrokken met Project 1012 en/of het gebied. Hierbij gaat het om wijkagenten, zorgverleners, onderzoekers en personen werkzaam bij de maatschappelijke vastgoedpartijen. Hieronder geven we de belangrijkste bevindingen van deze gesprekken.

Transformaties
Professionals betwijfelen of de transformatie van (vooral) de raambordelen heeft geleid tot een opwaardering van het gebied. Een professional geeft aan de sfeer rondom het Oudekerksplein beter te vinden. Positieve ontwikkelingen zijn de functies zoals Quartier Putain, de invulling van de muurhuizen van de Oude kerk, de TonTon club en het kinderdagverblijf. Na de grote aankopen aan het begin van Project 1012 is de vaart eruit gegaan. Ook vindt de professional dat de gemeente te weinig heeft geïnvesteerd in de buurt om de transformaties door te zetten. Panden die zijn overgenomen blijven vervolgens leeg. Kortom, er is een status quo bereikt waarin de transformatie van de raambordelen is blijven hangen.

Daarbij noemt een professional de versnippering rondom het Oudekerksplein en de sluiting van het Sint Annenkwartier het gevolg van een verkeerde keuze. De professional pleit ervoor dit ruimtelijk om te draaien; meer nieuwe publieksfuncties op het Oudekerksplein en de raambordelen in het Sint Annenkwartier open te houden. 

Toegevoegde waarde
Professionals wijzen erop dat de nieuwe functies in de oud-raambordelen te weinig toegevoegde waarde hebben voor het gebied. Hiermee zorgen de functies niet voor een opwaardering van het gebied. Een professional is van mening dat er te makkelijk is nagedacht over het vinden van nieuwe ondernemers voor de vrijgekomen panden. Er was te weinig ervaring bij de overname van de panden, waardoor er keuzes zijn gemaakt die achteraf niet handig waren. Volgens professionals moet de gemeente zich meer inzetten om invullingen te vinden die de sociale cohesie helpen te herstellen. Daarbij zijn er in het Sint Annenkwartier functies bijgekomen die volgens een professional beter op een andere locatie kan zitten aangezien er geen geschikte passanten langskomen. Hierbij wordt verwezen naar de nieuwe chocolaterie in de Dolle Begijnensteeg. Deze functie heeft baat bij veel passanten die langslopen en naar binnen komen. Daarnaast vragen professionals zich af of het Sint Annenkwartier geschikt is voor creatieve en ambachtelijke functies. Het gebied trekt vooral toeristen aan die zich ophopen in de stegen. Aan de andere kant wijst een professional erop dat de panden op het Oudekerksplein vanwege bouw- en brandveiligheid niet geschikt zijn om horeca in uit te oefenen.  

Keuze sluiten bordelen in Sint Annenkwartier
De professionals zijn kritisch over de sluiting van de raambordelen in het Sint Annenkwartier. Professionals geven daarbij vergelijkbare argumenten als de bewoners en ondernemers dat de anonimiteit en de klandizie voor de sekswerkers is verminderd. Professionals geven aan dat sekswerkers zelf de voorkeur hebben voor de ramen in de stegen ten opzichte van de grachten, omdat zij hier minder overlast hebben van de grote groepen toeristen, die vooral "aapjes komen kijken" en de vrouwen niet respectvol behandelen, bijvoorbeeld door foto’s en filmpjes te maken. Professionals verwachten dat vanwege de afname van het aantal (geschikte) raambordelen de positie van de sekswerkers zal verslechteren. De Oudezijds Achterburgwal is daarbij te druk voor raambordelen. Een professional geeft aan dat de grachten meer geschikt zijn voor grote groepen toeristen en aantrekkelijk voor winkels.

Verder roepen professionals de vraag op of de gemeente bij de keuze van het sluiten van het Sint Annenkwartier een weloverwogen afweging heeft gemaakt. Het vermoeden is dat deze keuzes in zekere zin "lukraak" zijn geweest. Daarbij hebben ze de indruk dat "goede" bordeelhouders dreigen te verdwijnen, terwijl "slechte" bordeelhouders juist mogen blijven. Opvallend is wel dat wij in de gesprekken met de professionals geen uitgesproken beeld krijgen welke bordeelhouders hiertoe zouden moeten behoren, vaak worden tegengestelde meningen gegeven over bordeelhouders. Een professional geeft in deze context ook aan weinig ‘slechte’ exploitanten op de Wallen tegen te komen. Daarbij noemt een professional dat de ruimtelijke en criminele opgaves van Project 1012 bij de keuze voor het Sint Annenkwartier door elkaar heen lijken te lopen. 

Conclusie: oordeel professionals
Professionals geven aan dat de sfeer in het cluster Oudekerksplein is verbeterd door de toevoegingen van nieuwe functies. Te denken aan Quartier Putain, de invulling van de muurhuizen van de Oude kerk, de TonTon club en het kinderdagverblijf.

Daarentegen zijn ze ontevreden over de nieuwe ruimtelijk situatie. De versnippering van functies rondom het Oudekerksplein en de vertraging van de transformatie in het Sint Annenkwartier zorgen ervoor dat de visie nog niet is behaald. Professionals geven aan dat de nieuwe functies in het Sint Annenkwartier geen toegevoegde waarde hebben voor de buurt. De gemeente moet volgens professionals beter nadenken over de invulling van nieuwe functies.

Verder zijn professionals van mening dat de sluiting van het Sint Annenkwartier niet bevorderlijk is voor de positie van de sekswerkers: het Sint Annenkwartier biedt anonimiteit en op de grachten is het te druk door het toenemend aantal toeristen. Verder betwijfelen professionals of de keuze voor sluiten van het Sint Annenkwartier weloverwogen is geweest; daarbij geven professionals aan de indruk te hebben dat "goede" ondernemers hun bordeel moeten sluiten, hoewel het beeld welke exploitanten 'goed' zijn wel per gesprekspartner lijkt te wisselen.

Resultaten volgens ambtenaren

De resultaten van het cluster Oudekerksplein zijn verder besproken met verschillende ambtenaren. Daarbij is uitgebreid gesproken met de ambtenaren die onderdeel waren van de straatgerichte aanpak voor het straatcluster Oudekerksplein. Hieronder geven we de belangrijkste bevindingen van deze gesprekken.

Transformaties aandachtsfuncties
Ambtenaren geven aan dat de visie zoals in het begin van het project is opgesteld niet is gerealiseerd (of niet geheel is gerealiseerd). Een ambtenaar is van mening dat de realisatie van de visie alleen succesvol kon plaatsvinden als aandachtsfuncties zouden transformeren. Hierbij ging het om de raambordelen, coffeeshops en seksinrichtingen. Vooral de transformatie van raambordelen is volgens ambtenaren essentieel omdat dit de mogelijkheid biedt grip te krijgen op de invulling van de panden. De ambtenaren geven aan dat er veel werk verzet is om de transformaties te realiseren. Er zijn daarbij volgens de ambtenaren in de beginjaren goede interventies geweest binnen de straatgerichte aanpak. Hierbij wordt gedoeld op de bordeelpanden die voorafgaande Project 1012 waren aangekocht door woningcorporatie Ymere. Na een selectieprocedure zijn er creatieve en ambachtelijke onderneming gekomen, zoals Red Light Radio en Quartier Putain. Na ongeveer drie jaar kwamen daar nog enkele voormalige raambordelen bij in het Sint Annekwartier die door NV Stadsgoed waren aangekocht met steun van de gemeente. Dit was op dat moment onvoldoende om daadwerkelijk een transformatie van het gebied op gang te brengen.  

De transformatie van de twee coffeeshops was volgens de ambtenaren wel succesvol. Daarbij is vanuit de straatgerichte aanpak actief contact geweest met de ondernemers. Over de transformatie van de seksinrichtingen geven de ambtenaren aan dat de transformatie van Sexyland naar de Tonton Club succesvol is geweest. De transformatie van de andere seksinrichting is ondanks inspanningen vanuit de straatgerichte aanpak niet gerealiseerd.  

Uiteindelijk is de economische opwaardering in het cluster naar hun mening deels gelukt. De transformatie kan nog verder worden gebracht wanneer ook de raambordelen in het Sint Annenkwartier worden gesloten. Vooralsnog staat echter het proces 'on hold' volgens een ambtenaar zolang deze panden nog niet zijn onteigend. Daarbij herkennen ambtenaren dat in deze huidige situatie het moeilijk is om een onderneming te starten in de stegen van het Sint Annenkwartier vanwege de aanwezige raambordelen, de onteigeningsprocedures en daarmee gepaard gaande onzekerheid voor andere ondernemers. Niettemin wordt met de ondernemers nagedacht over de toekomstige invulling van het gebied, waarbij door ondernemers met steun van de gemeente een marketingplan is opgesteld. 

De ambtenaren zijn ondanks kritische noten over de transformatie tevreden over wat er wel bereikt is in het straatcluster Oudekerksplein. Positief zijn zij over het behoud van het op het Oudekerksplein gevestigde kinderdagverblijf, de herontwikkeling van hotel Winston, Restaurant Anna en de invullingen in de muurpanden van de Oude Kerk, zoals de Koffieschenkerij. Over de laatstgenoemde geven de ambtenaren aan dat het vanuit de straatgerichte aanpak is gelukt een vergunning te realiseren door de nieuwe categorie daghoreca in het bestemmingsplan toe te voegen.  

Herijking: minder sluiten van ramen
Een ambtenaar geeft aan dat de herijking bepalend is geweest voor het verdere verloop van de aanpak van het Oudekerksplein en het Sint Annenkwartier. Door de herijking van het project konden niet meer alle beoogde raambordelen worden gesloten. Sluiting van alle aangewezen raambordelen had in dit straatcluster volgens deze ambtenaar het verschil kunnen maken. Ambtenaren geven aan dat het Herijkingsbesluit 2015 en daarmee de vermindering van het aantal te sluiten ramen, betekende dat er minder nieuwe functies bij zijn gekomen in het straatcluster Oudekerksplein en daarmee minder mogelijkheden om de visie voor het plein te realiseren. Daarbij is de versnippering volgens een ambtenaar voor zowel de bordeelhouders als voor andere ondernemers onwenselijk.  De herijking heeft vervolgens geleid tot grote scepsis in de buurt. 

Daarentegen vinden andere ambtenaren de keuze om raambordelen te sluiten in het Sint Annenkwartier wel logisch. De reden hiervoor is dat op het Oudekerksplein met de reeds gesloten ramen het karakter van het gebied al voldoende zou zijn gewijzigd om nieuwe functies op eigen kracht succesvol te laten zijn, terwijl in het Sint Annenkwartier nog sprake is van een oververtegenwoordiging van raambordelen. De verdere opwaardering van het Oudekerksplein is volgens een ambtenaar juist onlosmakelijk verbonden met de sluiting van de raambordelen in het naastliggende Sint Annenkwartier. In deze context is de keuze voor het Sint Annenkwartier ten opzichte van de versnippering rondom het Oudekerksplein volgens de ambtenaren een logische keuze. 

Voor de ondernemers en bewoners betekende de herijking dat er een nieuwe situatie was ontstaan. Met ondernemers en bewoners van het Sint Annenkwartier en het Oudekerksplein zijn verschillende bijeenkomsten georganiseerd om deze veranderingen te bespreken en na te gaan op welke wijze de invulling van te sluiten ramen kan worden ingezet en het samenspel tussen wonen, bedrijvigheid en prostitutie zo goed mogelijk kan worden vorm gegeven. 

Ruimtelijke keuze Sint Annenkwartier
Ambtenaren geven aan dat de keuze voor de sluiting van het Sint Annenkwartier vooraf uitsluitend ruimtelijk was gemotiveerd: door het sluiten van het Sint Annenkwartier (en de raambordelen op het Oudekerksplein) zou een betere west-oost verbinding tussen het entreegebied van Amsterdam (het Damrak) en de Nieuwmarkt kunnen worden gerealiseerd. De herijking en het besluit alleen nog in het Sint Annenkwartier te sluiten is vervolgens ook uitsluitend ingestoken vanuit een ruimtelijk perspectief en binnen de 'spelregels' van het bestemmingsplan vormgegeven. Binnen dit afwegingskader was geen plaats voor andersoortige argumenten, zoals het effect van het sluiten van deze ramen op de sekswerkers of eventuele inzichten in criminele activiteiten in het gebied. 

Conclusie: oordeel ambtenaren
Ambtenaren geven aan dat de visie zoals in het begin van het project is opgesteld niet geheel is gerealiseerd. De transformatie van de aandachtsfuncties is nog niet volledig uitgevoerd. Deze was volgens ambtenaren essentieel voor het realiseren van de visie. Ambtenaren geven aan dat de herijking bepalend is geweest voor het verloop van de aanpak van het Oudekerksplein en het Sint Annenkwartier. De keuze om de raambordelen in het Sint Annenkwartier te sluiten en de resterende raambordelen aan het Oudekerksplein open te houden is volgens de betrokken ambtenaren uitsluitend gebaseerd op ruimtelijke argumenten en de spelregels van het bestemmingsplan. Dit kader bood geen mogelijkheid om andersoortige overwegingen mee te nemen bij dit besluit. De nieuwe situatie was niet wenselijk voor de realisatie van de visie en zorgde voor scepsis onder bewoners en ondernemers. De ambtenaren zijn ondanks kritische noten over de transformatie tevreden over wat er wel bereikt is in het straatcluster Oudekerksplein. Te denken aan de transformatie van de coffeeshops, het behoud van het kinderdagverblijf en de komst van restaurant Anna en de Koffieschenkerij (waarvoor de categorie daghoreca in het bestemmingsplan in het leven is geroepen).

Ontwikkeling van het straatcluster Damstraat-Hoogstraten

In deze paragraaf verdiepen we ons in de ontwikkeling van het straatcluster Damstraat-Hoogstraten. Dit gebied bestaat uit de Damstraat, Oude Doelenstraat, Oude Hoogstraat en Nieuwe Hoogstraat. Ook de Pijlsteeg – voor een groot deel bestaande uit de plint van Krasnapolsky – wordt gerekend tot het zogenoemde straatcluster. In deze paragraaf bespreken we de ontwikkeling van het functieaanbod in dit gebied en het herstel van de functiebalans in relatie tot de door de gemeente ontplooide activiteiten.

Deze paragraaf is opgedeeld in zes onderdelen. We beginnen in §5.3.1 met een beschrijving van het vooraf bepaalde streefbeeld. Hiermee geven we op straatniveau een schets van welke functieveranderingen de gemeente voor ogen had bij de start van het project voor dit straatcluster. Daarna geven we in §5.3.2 een gedetailleerde reconstructie van alle functieveranderingen in het straatcluster Damstraat-Hoogstraten tussen 2008 en 2017. Daarbij leggen we ook de relatie met de activiteiten die de gemeente heeft ontplooid in dit straatcluster. Vervolgens bespreken we in §5.3.3 in hoeverre het streefbeeld is gerealiseerd. Hierin confronteren we het huidige aanbod aan functies in het gebied met het vooraf bepaalde streefbeeld. De resultaten bespreken we vervolgens met verschillende type betrokkenen van het straatcluster Oudekerksplein. Hierbij gaat het om bewoners, ondernemers en bordeelhouders (§5.3.4), professionals (§5.3.5) en ambtenaren (§5.3.6).

De ontwikkelingen van het gebied rond de Damstraat-Hoogstraten zijn ook in een interactieve kaart gepresenteerd. In deze kaart beschrijven we ook de belangrijkste ontwikkelingen en de uitkomsten van de gevoerde gesprekken.De kaart is ook via deze link direct te benaderen.

Streefbeeld Damstraat-Hoogstraten

We geven een korte beschrijving van de kaders van Project 1012 die relevant zijn geweest voor de uitwerking van het streefbeeld voor het straatcluster Damstraat-Hoogstraten. Dit doen we door eerst de kaders van Project 1012 te beschrijven die relevant zijn voor dit streefbeeld. Vervolgens schetsen we de visie die vooraf is beschreven voor dit straatcluster. Dit is door de werkgroep Damstraat-Hoogstraten (zie hieronder) opgesteld in de straatvisie Damstraat-Hoogstraten  uit 2011.  Deze visie is vervolgens uitgewerkt naar een streefbeeld van de functiebalans. Daarna geven we een beschrijving van de panden die voor de realisatie van het streefbeeld zijn bestempeld als strategisch. We besluiten dit onderdeel met een korte conclusie.

De werkgroep Damstraat-Hoogstraten is opgestart om de doelen van Project 1012 voor het straatcluster te verwezenlijken. Hierbij is gezamenlijk de straatvisie Damstraat-Hoogstraten opgesteld. Daarnaast zijn de ontwikkelingen in het cluster gemonitord en gezamenlijk besproken.  Voor een meer uitgebreid verslag van de ontwikkeling van de werkgroep zie Samenwerking Cluster, §5.3.2.).

Kaders Project 1012 voor Damstraat-Hoogstraten
We geven een korte beschrijving van de kaders van Project 1012 die relevant zijn voor het streefbeeld straatcluster Damstraat-Hoogstraten. In de Strategienota (2009) en Toekomstbeeld 1012 (2009) geeft de gemeente aan de van oorsprong gedifferentieerde en gevarieerde winkelstraat weer op te willen laten bloeien. Dit wilde men bereiken door kleinschalige innovatieve concepten op het gebied van ambacht, horeca en winkels toe te voegen aan het winkelaanbod.  In het onderzoek Potenties voor Retail & Horeca in het 1012-gebied van Cushman & Wakefield wordt aangegeven dat de Damstraat geschikt is voor functies gericht op toeristen zoals souvenirwinkels en to-go voorzieningen. Richting de Nieuwe en Oude Hoogstraat is er volgens het onderzoeksbureau meer potentie voor specialistische winkels. 

Visie Damstraat
In de straatvisie (2011) wordt een toekomstbeeld geschetst waarbij het aanbod aan winkels in het hele cluster varieert en kwalitatief hoogwaardig is. Hiermee schetst de werkgroep een straat die minder op toeristen is gericht dan in het rapport van Cushman & Wakefield. De gemeente wil een aantrekkelijke straat met een eigen karakter ontwikkelen. In de visie staat dat de straat draagkrachtige bezoekers moet aantrekken die deze diversiteit en aanbod van winkels ondersteunen. Daarnaast moet de straat de fietsende Amsterdammer – die de straat veelal gebruikt als doorgangsroute – verleiden vaker in de straat inkopen te doen. Verder wordt op de historische allure van de panden gewezen. De straatgerichte aanpak moet in samenwerking met ondernemers en vastgoedeigenaren de historToekomstperspectief volgens straatvisie Damstraatische uitstraling terug brengen in het straatbeeld. Hetzelfde geldt voor de openbare ruimte. Volgens de werkgroep moeten de straten van het cluster er uitnodigend uitzien, zodat bezoekers er graag willen verblijven.

Toekomstperspectief volgens straatvisie Damstraat

In 2020 sluit het veelzijdige en kwalitatief aantrekkelijke horeca- en winkelaanbod aan op de wensen van een grote verscheidenheid aan bezoekers. Een aantal nieuwe winkel- en horecaconcepten heeft de toon gezet voor de positieve ontwikkelingen die de straten hebben doorgemaakt. Met een kleiner aandeel aan goedkope take-away horeca en souvenirwinkels is er een groter aandeel Amsterdammers en draagkrachtige toeristen die de straten bezoeken. Winkelketens zijn nauwelijks vertegenwoordigd en op enkele adressen is de horeca of winkelfunctie uitgebreid naar de eerste verdieping. De verhouding horeca en winkels is ten opzichte van tien jaar geleden niet veranderd. Door het toegenomen aantal woningen is de dynamiek en sociale controle in het gebied groot. Bezoekers verblijven langer in de straten vanwege het winkelaanbod, de terrassen, de goede sfeer en de autoluwe inrichting. Er is een goede doorstroming van en naar de bezienswaardigheden en winkelstraten in de omgeving van het cluster. Het uiterlijk van de straten heeft zich sinds 2010 in kwalitatief opzicht sterk verbeterd. Een aantal strategische panden is aangekocht door bonafide partijen en gevels van de panden zijn weer zichtbaar. De allure van de winkelstraat die het ooit was is in oude glorie hersteld en door een positieve PR staat het cluster letterlijk en figuurlijk op de kaart. 

In de straatvisie is een SWOT -analyse bijgevoegd. Bij deze analyse worden de sterke en zwakke kanten en de kansen en bedreigingen genoemd. Hieronder in tabel 5.3. de SWOT-analyse.

Tabel 5.3. SWOT Cluster Damstraat
SWOT Cluster Damstraat
Sterkte
  • Historische bebouwing en waternet
  • Rijke historie van het gebied
  • Diversiteit bezoekers en passanten
  • Nabijheid Wallen
  • Relatief kleine winkelvloeroppervlaktes
  • Goede mix aan kwalitatieve hoogwaardige winkels in de Nieuwe Hoogstraat
  • Aanwezigheid terrassen
  • Nabijheid hoogwaardige hotels
  • Aanwezigheid UvA
Zwakte
  • Eenzijdige branchering gericht op toeristen
  • Veel souvenir- en headshops
  • Weinig kwalitatief hoogwaardige winkels
  • Horeca-aanbod is eenzijdig en laagwaardig
  • Een groot aantal panden heeft achterstallig onderhoud
  • Rommelige gevels door reclame
  • Relatief veel leegstand op de verdiepingen
  • Hoge huren en hoge overnamekosten
  • Conflicterende belangen gebruikers openbare ruimte
  • Lage organisatiegraad ondernemers
  • Ondernemers hebben weinig vertrouwen in de overheid
Kans
  • Veel en grote diversiteit aan passanten (potentiële bezoekers)
  • Nieuw bestemmingsplan 1012
  • Vergroting van organisatiegraad en samenwerking tussen ondernemers, eigenaren, bewoners en gemeente
  • Stimuleringsregeling
  • Komst metrohalte Rokin
  • Realiseren van woningen
  • Creëren winkelrondje Dam, Damstraat-Nieuwe Hoogstraat, Nieuwmarkt, Zeedijk, Warmoesstraat
  • Stimuleringsregeling voor nieuwe ondernemingen
Bedreiging
  • Weinig invloedsmiddelen op ongewenste vastgoedtransacties
  • Mogelijke ongewenste nieuwe invulling coffeeshops
  • Versnipperd bezit vastgoed

Uitwerking streefbeeld Damstraat
In de straatvisie is een uitwerking gegeven van het streefbeeld. Hieronder volgt een beschrijving van de uitwerking aan de hand van de volgende onderwerpen: uitstraling van de panden en functies, het (nieuwe) winkelaanbod, het woonaanbod en de openbare ruimte.

Allereerst gaat de straatvisie in op het verbeteren van de uitstralingen van het aanbod. In de straatvisie staat beschreven dat souvenir/headshops, minisupermarkten, Argentijnse grillrestaurants en pizzeria’s niet passen in het straatbeeld vanwege hun laagwaardige uitstraling. Ook de open pui en loketverkoop is onaantrekkelijk. Expliciet worden de bedrijven Pizzaslices  en Chipsy King genoemd als voorbeelden van functies met een laagwaardige uitstraling. Volgens de werkgroep moet de uitstralingen van veel panden verbeteren. Belangrijk hierbij is het verwijderen van alles wat uitsteekt. De historische en aantrekkelijk gevel is vaak niet zichtbaar door gevelreclames. Functies die er wel verzorgd uitzien zijn de Grote Tas, Capsicum, Wijnand Fockink, Kok Antiquariaat, Dr. Adams, Western House, Yucca, the Old Man, Tom’s Skateshop en 2 PR. 

Ten tweede wordt het differentiëren van het winkel- en horeca aanbod beschreven in de straatvisie. Volgens de werkgroep kan het nieuwe winkel- en horeca aanbod de plaats innemen van de te verminderen aandachtsfuncties.  Wel zet de werkgroep vraagtekens bij de huurhoogte en overnamesommen zoals die van een aantal panden in dit gebied bekend zijn. Een deel daarvan zijn volgens de werkgroep buitenproportioneel. Voor het differentiëren van het winkelaanbod is het volgens de werkgroep belangrijk meer hoogwaardige winkels en speciaalzaken toe te voegen. Te denken valt aan kledingwinkels in het hogere marktsegment, lifestylewinkels, kadowinkels en trendy eigentijdse winkels.  Als voorbeeld geeft de werkgroep de Nieuwe Hoogstraat, dat een meer specialistische winkelaanbod kent. Het horeca-aanbod richt zich op de gemakzuchtige consument in de vorm van een gezonde, snelle hap. In het straatbeeld laat zich dit volgens het geschetste toekomstbeeld vertalen in bijvoorbeeld een salad & soup bar en een (biologische) traiteur en is er ruimte voor een kwaliteitsrestaurant.  

Ten derde gaat de straatvisie in op het vergroten van het woonaanbod. Volgens de werkgroep zorgt een hoger woonaanbod voor een betere functiemengingen, levendigheid en sociale veiligheid. De werkgroep wil woningen realiseren door samen te werken met het project 'Wonen boven bedrijven', waarbij de leegstand boven winkels wordt tegengegaan. Volgens de werkgroep is een bijkomend effect dat de uitstraling van de hoger gelegen bouwlagen wordt verbeterd. 

Ten vierde moeten aanpassingen aan de openbare ruimte ervoor zorgen dat het straatbeeld meer uitnodigend, sfeervoller en minder rommelig is. Het uiterlijk van de Damstraat bepaalt in belangrijke mate de aantrekkingskracht van het cluster. Bij een herinrichting van de openbare ruimte is van belang deze zodanig in te richten dat de straat fungeert als een verblijfsgebied in plaats van een doorgangsroute. De aanwezigheid van terrassen is een kans voor de verbetering van het horeca-aanbod, de uitstraling van de straten en de ontwikkeling als verblijfsgebied. Maar door de beperkte ruimte voor voetgangers in de straten zijn de mogelijkheden voor terrassen beperkt. 

Strategische panden
In de straatvisie zijn verschillende panden aangewezen die als strategische te bestempelen zijn. Dit kan zowel gaan om de functie in – als de uitstraling van – het pand. Sommige van deze strategische panden zijn vanwege hun functie of ligging expliciet genoemd door de werkgroep. We beschrijven hieronder de verschillende type strategische panden in het straatcluster.

Het eerste type strategische panden zijn de coffeeshops. Dit gaat om één coffeeshop in de Damstraat en drie in de Oude Hoogstraat. Het is de bedoeling de gedoogbeschikkingen niet te verlengen en de functie te transformeren. De gemeente zal helpen bij deze transformatie. De nieuwe functie moet wel passen binnen de kaders van het bestemminsplan die berusten op de desbetreffende panden. Dit komt er op neer dat de coffeeshops zijn om te zetten tot een andere functie binnen Horeca IV (zoals een restaurant of lunchroom).  

Het tweede type strategische panden zijn de aandachtsfuncties die volgens de werkgroep als onderdeel van de straatgerichte aanpak moeten veranderen of verdwijnen. Daarvoor zijn in de straatvisie de volgende panden expliciet genoemd :

  • Damstraat 2 (souvenir/headshop)
  • Damstraat 31 (wisselkantoor)
  • Damstraat 46 (seedshop)
  • Oude Doelenstraat 20 (seedshop)
  • Oude Hoogstraat 19 (souvenir/headshop)
  • Nieuwe Hoogstraat 48 (souvenir/headshop)

Het derde type strategische pand is het Oost-Indisch Huis van de Universiteit van Amsterdam(UvA) op Kloveniersburgwal 48. Dit pand van de UvA krijgt op termijn een nieuwe invulling. Deze nieuwe invulling is volgens de werkgroep mogelijk interessant voor het succes van het straatcluster.  

Het vierde type strategische panden zijn die in de plint van het Krasnapolsky in de Damstraat en Pijlsteeg. Het Krasnapolsky is ook één van de sleutelprojecten.  De werkgroep wil in de plint graag functies huisvesten die bijdragen aan de opwaardering van het cluster. Het is echter niet duidelijk welke type functies dit precies zijn. Verder moet de herinrichting/renovatie van de plint de aantrekkelijkheid van de Pijlsteeg verbeteren. De steeg wordt op dat moment vooral gebruikt als fietsparkeerplaats, sluiproute en als entree naar de tuin van Krasnapolsky en het proeflokaal Wijnand Fockink. Door de beperkte bedrijvigheid en de onaantrekkelijke uitstraling trekt de steeg in de avond en nacht ongewenste bezoekers die overlast veroorzaken. 

Conclusie streefbeeld Damstraat
Het streefbeeld voor de Damstraat kan als volgt worden samengevat: inzetten op een divers en hoogwaardig winkel en horeca-aanbod. Dit wordt enerzijds gerealiseerd door het verminderen van het aantal aandachtsfuncties middels de straatgerichte aanpak en door grip te krijgen op strategische panden. Anderzijds wil de gemeente dit realiseren door het verbeteren van de uitstraling, het winkel- en horeca aanbod diversifiëren, woonaanbod vergroten en de openbare ruimte verbeteren. Opvallend is dat de gemeente afwijkt van het advies van Wakefield & Cushman die in de Damstraat (niet het hele cluster) vooral ruimte zien voor op toeristen georiënteerde bedrijvigheid.

Reconstructie ontwikkelingen Damstraat-Hoogstraten 2008 - 2017

In deze paragraaf bespreken we de functieveranderingen in het straatcluster Damstraat. We behandelen hiervoor de volgende gebeurtenissen: coffeeshops, aandachtfuncties, andere functieveranderingen, wonen, openbare ruimte en samenwerking cluster.

We bespreken hieronder per gebeurtenis de belangrijkste veranderingen voor de functiebalans. Deze baseren we op een gedetailleerde reconstructie van de functieveranderingen in het straatcluster tussen 2008 en 2017 (in sommige gevallenReconstructie tot 2018). Deze gedetailleerde reconstructie is bij elke gebeurtenis opgenomen in het 'groene kader'.

Reconstructie

De reconstructie is op te delen naar twee onderdelen. Allereerst de reconstructie van de functies. De reconstructie van de functies is gemaakt op basis van uiteenlopend bronmateriaal, variërend van gemeentelijke documenten, Internet, foto’s en eigen observaties. Deze functieveranderingen zijn integraal bijgehouden tot en met 24 augustus 2017 – nieuwere ontwikkelingen zijn wel zo veel mogelijk meegenomen in de analyse. Ten tweede is er een reconstructie gemaakt van de activiteiten die door (of in relatie tot) de straatgerichte aanpak en Project 1012 zijn uitgevoerd in het cluster. Voor beide onderdelen zijn de verslagen (en aanvullende documenten) van de werkgroep Damstraat-Hoogstraten gebruikt. Dit is aangevuld, besproken en geverifieerd met ambtenaren. Voor de reconstructie is ook gebruikt gemaakt van de gesprekken met betrokkenen (bewoners, ondernemers en professionals).

In de praktijk hadden de projectleiders van de straatgerichte aanpak de taak om uitvoering te geven aan de afgesproken acties in de werkgroep van de straatgerichte aanpak. Omwille van de leesbaarheid maken wij in het vervolg van dit rapport niet expliciet dit onderscheid tussen de projectleiders van de straatgerichte aanpak en de werkgroepen en spreken wij van ‘de werkgroep’.

Coffeeshops
Alle coffeeshops in het straatcluster Damstraat zijn tijdens Project 1012 getransformeerd. Dit zijn Paradise (Damstraat 10), Extase (Oude Hoogstraat 2), Free Adam (Oude Hoogstraat 13 en Pick up the Pieces (Oude Hoogstraat 5). Coffeeshop Paradise is gesloten op basis van de Wet Bibob. Extase en Free Adam zijn gesloten op basis van de APV. De gedoogbeschikking van Pick up the Pieces is komen te vervallen op basis van Project 1012. Voor de coffeeshops zijn in de plaats gekomen een Mexicaans restaurant, ijswinkel , burgerrestaurant en tijdelijk een etalage (leegstand) waarna de pandeigenaar funderingswerkzaamheden heeft uitgevoerd. In alle gevallen heeft de gemeente zich bemoeid met de transformatieGedetaileerde bevindingen: coffeeshops van de coffeeshops. In 1 geval is hierbij gebruik gemaakt van de stimuleringsregeling. De ondernemers of pandeigenaren kozen er niet altijd voor om te voldoen aan de wensen van de werkgroep.

Gedetailleerde bevindingen: coffeeshops

In het Uitvoeringsprogramma 2010-2014 wordt duidelijk dat vier coffeeshops moeten sluiten in het straatcluster Damstraat. Dit zijn Paradise (Damstraat 10), Extase (Oude Hoogstraat 2), Pick up the Pieces (Oude Hoogstraat 5) en Free Adam (Oude Hoogstraat 13).

Vanaf 2009, tijdens de start van de straatgerichte aanpak, maakt de werkgroep actief contact met exploitanten van de te sluiten coffeeshops. Met de exploitanten wordt besproken wat hun toekomstplannen zijn.  De werkgroep denkt na over mogelijke oplossingen, bijvoorbeeld de mogelijkheid om samen met de gemeente te zoeken naar een andere locatie in een ander stadsdeel. 

In 2010 sluit de eerste coffeeshop, namelijk Paradise op Damstraat 10. De sluiting is niet gedaan op basis van project 1012, maar het gevolg van de Wet Bibob.  De vastgoedeigenaar had het pand te koop aangeboden. Voor partners was het pand echter te duur. De eigenaar besloot uiteindelijk het pand toch te houden.  Vanuit de werkgroep is vervolgens contact gelegd met de pandeigenaar om de transformatie te begeleiden. De pandeigenaar geeft aan in gesprek te zijn met drie ondernemers. De opties die worden genoemd zijn een Mexicaans restaurant, een Argentijnse grillrestaurant en een lunchroom. De werkgroep heeft de pandeigenaar gewezen op het belang van variatie in de straat. De voorkeur van de werkgroep is een functie in een andere branche, bij voorkeur retail.  Verder heeft het stadsdeel de pandeigenaar aangeschreven om funderingswerkzaamheden uit te laten voeren.  In overleg tussen de pandeigenaar en het stadsdeel wordt overeengekomen om het funderingsherstel met twee jaar uit te stellen en woningen op de bovengelegen verdiepingen van Damstraat 8 en 10 te realiseren. Dit zou dan wel betekenen dat bij de naastliggende snackbar Chipsy Kings (Damstraat 8) een ingang moet worden gerealiseerd. Chipsy Kings zou hierdoor verdwijnen en het pand op Damstraat 10 wordt verbreed.  In 2011 is uiteindelijk op Damstraat 10 The Mexican geopend en Chipsy King is in dezelfde vorm blijven bestaan. De pandeigenaar heeft na het funderingsherstel de woningen uiteindelijk nooit gerealiseerd. 

Vanaf 2012 start de sluiting en transformatie van coffeeshops Extase (Oude Hoogstraat 2), Free Adam (Oude Hoogstraat 13) en Pick up the Pieces (Oude Hoogstraat 5). De eerste twee coffeeshops sluiten in 2012 op basis van de APV.  De nieuwe exploitant van Oude Hoogstraat 2 dient vervolgens bij het stadsdeel een verzoek in voor een hamburgerzaak genaamd Burgerzaken. Voor de aanvraag stelt het stadsdeel eisen aan inrichting en exploitatie. Zodoende wil het stadsdeel voorkomen dat in het pand een fastfoodzaak komt.  In 2013 opent restaurant Burgerzaken op de Oude Hoogstraat 2.  Na het intrekken van de gedoogbeschikking van Free Adam op de Oude Hoogstraat 13 in 2012 op basis van de APV, wint de pandeigenaar in 2013 een privaatrechtelijke procedure tegen de exploitant. Aangezien de eigenaar van het pand een hologrammenwinkel (inmiddels een souvenir/headshop) heeft op nummer 15, gebruikt de eigenaar nummer 13 tijdelijk als extra etalage. Tot op heden zit er - na verbouwingen - nog geen nieuwe functie in het pand. De eigenaar wil er graag een restaurant of een lunchroom beginnen, hier is horecabestemming Horeca 4 voor nodig. Op het pand Oude Hoogstraat 13 zit echter een horecabestemming Horeca 3, maar de pandeigenaar wil er geen café vestigen.  Volgens de gemeente houdt het gebiedsteam scherp toezicht op de uitvoering van de horecazaak, omdat de eigenaar hier en fastfoodzaak wilde openen. Dat is vanwege het bestemmingsplan niet toegestaan.  In 2013 heeft de eigenaar funderingswerkzaamheden uitgevoerd. Verder heeft de eigenaar de wens om een extra verdieping op de bestaande panden (Oude Hoogstraat 13 en 15) te bouwen om er extra woningen te realiseren. 

In 2015 vindt de transformatie van de coffeeshop Pick up the Pieces op Oude Hoogstraat 5 plaats.  De gedoogbeschikking is op basis van Project 1012 komen te vervallen. De projectleiders straatgerichte aanpak hebben meerdere malen contact gehad met de exploitant van de coffeeshop over de transformatie. De exploitant besluit de exploitatie te verkopen en in het pand komt ijswinkel Dolce & Gelato Bio. Het stadsdeel heeft met de nieuwe exploitant overleg over de inrichting, bedrijfsvoering en uitstraling van het horecabedrijf. De bedoeling hiervan is dat de functie geen fastfood wordt. Naar aanleiding van dit overleg worden hierover aanvullende voorwaarden in de exploitatievergunning opgenomen.  Voor de nieuwe exploitatie wordt gebruik gemaakt van de Stimuleringsregeling. 

Aandachtsfuncties
In het straatcluster Damstraat zijn bij de start van Project 1012 de volgende aandachtsfuncties aanwezig: veertien souvenir/headshops, één geldwisselkantoor, twee smartshops/seedshop, één seksinrichting, één gokhal en twee minisupermarkten. Een aantal daarvan zijn door de werkgroep expliciet genoemd om te veranderen. Dit zijn: Damstraat 2A (souvenir/headshop), Damstraat 31 (wisselkantoor), Damstraat 46 (souvenir/headshop), Oude Doelenstraat 20 (seedshop), Oude Hoogstraat 19 (souvenir/headshop) en Nieuwe Hoogstraat 48 (souvenirwinkel). Op uitzondering van Damstraat 31 stranden de pogingen om deze functies te veranderen.

Gedurende de periode van Project 1012 zijn binnen de categorie ‘Aandachtsfuncties’ veel functieveranderingen geweest. Een belangrijk moment is de in 2010/2011 ingestelde keerklepregeling, vooruitlopend op het nieuwe bestemmingsplan voor het hele postcodegebied 1012. Deze regeling gold voor de massagesalons, minisupermarkten en souvenirwinkels/headshops. Het gaat om een verbod op nieuwe zaken van deze aandachtsfuncties buiten de bestaande adressen. Bij de invoeringen van het bestemmingsplan is de regeling uitgebreid voor seedshops en seksinrichtingen.

Daarnaast zijn met handhavingsacties ongewenste uitbreidingen van aandachtsfuncties tegengegaan. Uiteindelijk is anno 2017 het aantal souvenirwinkels/headshops nagenoeg hetzelfde als in 2008. Wel zijn het geldwisselkantoor, de gokhal en de seksinrichtingen (denk in dit geval aan seksshops) verdwenen uit het straatbeeld.

De afgelopen jaren viel het de gemeente op dat ondernemers creatief omgingen met de grenzen van het bestemmingsplan – bijvoorbeeld door een mix van souvenirs, headshop-artikelen, supermarktwaren en tabak aan te bieden. In combinatie met de opkomst van meer toeristische functies en winkels die prominent voedsel voor directe consumptie verkopen is in 2017 de keerkleGedetailleerde bevindingen: aandachtsfunctiespregeling toegepast op deze nieuwe functies die de balans in het gebied verstoren. Zie meer hierover bij Andere functieveranderingen.

Gedetailleerde bevindingen: aandachtsfuncties

In het straatcluster Damstraat zijn bij de start van Project 1012 de volgende aandachtsfuncties aanwezig: veertien souvenir/headshops, één geldwisselkantoor, twee smartshops/seedshop, één seksinrichting, één gokhal en twee minisupermarkten. Bij de start van de straatgerichte aanpak was voor geen van deze functies bepaald dat zij onder dwang moesten verdwijnen. Wel gold in de toenmalige bestemmingsplannen de uitsterfregeling voor smartshops, geldwisselkantoren, telefoneerinrichtingen en gokautomatenhallen. Dit betekent dat deze functies bij sluiting niet mogen terugkeren in het desbetreffende pand.

Rond 2008-2009 verdwijnt de enige gokhal in het straatcluster en komt er een souvenir/headshop bij. Op de Oude Doelenstraat 11 verdwijnt gokhal Jackpot. NV Zeedijk heeft het pand opgeknapt. De Coffee Company is de nieuwe exploitant van het pand.  Daarnaast komt er op de Oude Hoogstraat 17 een souvenir/headshop in plaats van een kledingwinkel. Verder heeft de werkgroep te horen gekregen dat het huurcontract van Damstraat 31 in 2010 afloopt. 

Tussen 2010-2012 houdt de werkgroep zich bezig met het geldwisselkantoor van Kranspolsky en openen er enkele functies in de categorie souvenir/headshop. De werkgroep is met Krasnapolsky in gesprek over de exploitatie van Damstraat 31 waar een geldwisselkantoor is gevestigd. Er wordt met de exploitant van het geldwisselkantoor gesproken over overnamekandidaten. De mogelijkheid deze functie om te zetten naar lichte daghoreca biedt daarbij mogelijkheden voor een nieuwe invulling die bijdraagt aan de transformatie . Verder heeft de exploitant en eigenaar van Oude Hoogstraat 15 zijn hologrammenwinkel veranderd in een souvenir/headshop. Vanuit de straatgerichte aanpak is met de eigenaar contact gezocht.  De eigenaar geeft aan de voorkeur te hebben iets anders te starten. Hiervoor mag de werkgroep ideeën aandragen.  Tot op heden is de souvenir/headshop nog aanwezig. Daarnaast heeft de winkel op de Oude Hoogstraat 23 een nieuwe exploitant gekregen. Met deze verandering heeft de tabakswinkel meer de vorm gekregen van een souvenir/headshop.  Verder opent er op de Nieuwe Hoogstraat 13 een souvenir/headshop. Tot slot is in deze periode wel een souvenir/headshop gesloten. Dit gaat om Continu op Damstraat 30. De zoon heeft het pand van zijn vader gekocht. De nieuwe eigenaar geeft aan na funderingswerkzaamheden en andere verbouwingen de ruimte te verhuren en woningen te realiseren. De eigenaar sluit een huurcontract af voor een Japanse winkel die in praktijk een traiteur blijk te zijn. De werkgroep onderhoudt gedurende het hele traject contact met de pandeigenaar. 

In dezelfde periode werkt de werkgroep op de achtergrond aan een voorstel voor het oprichten van een VVE Damstraat. Het idee is om in de huurcontacten van de functies aangesloten bij de VVE de Van Traa bepalingen op te nemen. Het gaat dan om bepalingen in het huurcontract die regelen er beperkingen gelden voor het soort functies dat in de panden mag worden uitgeoefend.   In de Damstraat is uiteindelijk geen VVE opgezet. Deze inspanningen zijn verschoven naar de Oude en Nieuwe Hoogstraat. Hier is later een eigenarencoalitie opgericht dat vervolgens onderdeel is geworden van de 'maatwerkaanpak' (zie Samenwerking cluster). 

Rond 2012 worden ongewenste aandachtsfuncties meer expliciet genoemd en geweerd. Gezien de toename van aandachtsfuncties in het postcodegebied 1012 is vooruitlopend op het nieuwe bestemmingsplan de keerklepregeling in 2010-2011 ingesteld voor de massagesalons, minisupermarkten en souvenirs/headshops. Dit verbiedt nieuwe ondernemers binnen het postcodegebied een dergelijke exploitatie te starten buiten de bestaande adressen. Daarbij start de werkgroep Damstraat met het monitoren van een aantal aandachtsfuncties. Dit werd ook doorvertaald naar concrete acties. In een aantal gevallen zou de werkgroep contact opnemen met de ondernemers en/of eigenaren om de ambities van de werkgroep te delen. Hierover werd contact gezocht met Damstraat 2 (souvenir/headshop), Damstraat 46 (seedshop) en Oude Doelenstraat 20 (seedshop). Bij Damstraat 30 (verbouwing, voorheen souvenir/headshop) is aangegeven contact op te nemen om zodoende mee te denken over een tijdelijke invulling van het pand. In andere gevallen was de bedoeling dat de exploitanten en/of pandeigenaren een actie ondernamen. Zo moesten de volgende functies hun uitstraling verbeteren: Oude Hoogstraat 17(souvenir/headshop) en Oude Hoogstraat 19 (souvenir/headshop). Daarnaast is voor de Nieuwe Hoogstraat 48 aangegeven dat de handhaving langs zou komen in verband met open-pui-verkoop. 

In 2013 zijn de panden van Krasnapolsky in het straatcluster overgenomen door Nedstede. Hierdoor is de situatie voor Damstraat 31 aanzienlijk veranderd. Nedstede heeft de negen panden in de plint van Kranspolsky overgenomen, waaronder ook het geldwisselkantoor (zie meer hierover bij Strategische functies). De werkgroep stuurt erop aan dat het stadsdeel, indien een aanvraag wordt ingediend, alleen daghoreca toestaat onder strikte voorwaarden. 

Verder zijn in 2013 in de straat integrale handhavingsacties uitgevoerd om te controleren op het juiste gebruik volgens het bestemmingsplan, APV, Milieuwetgeving, (een deel van) het bouwbesluit, de Drank- en Horecawet en de Welstandsrichtlijnen.  Hierbij is elk bedrijf gecontroleerd. Van de 116 bedrijven die zijn gecontroleerd zijn er 179 overtredingen geconstateerd. Daarvan waren er 24 overtredingen gedaan op basis van het bestemmingsplangebruik (zie ook paragraaf 3.2.1. Overige gemeentelijke activiteiten in 1012, Toezicht en handhaving op bestemmingsplangebruik).

Na 2014 verdwijnen het geldwisselkantoor en de sexshops en blijkt (wederom) dat de souvenir/headshops moeilijk zijn te weren. Tours & Tickets verruilt Damstraat 25 voor Damstraat 31 waar een geldwisselkantoor gehuisvest was. Tours & Tickets knapt de pui op, waarmee volgens de gemeente de uitstraling van dit hoekpand aanzienlijk verbetert.  In Damstraat 25 verschijnt de ijswinkel Dolce & Gelato Bio. Verder vestigt op de Nieuwe Hoogstraat 20, waar voorheen lingeriewinkel Robin’s Bodywear was gehuisvest, een winkel met hennepproducten waar ook 'seeds' worden verkocht. Na optreden van de afdeling Handhaving van het stadsdeel en de pandeigenaar die huurcontract wil ontbinden, maakt deze winkel in 2015 plaatst voor ijswinkel Paradiso Del Gelato.  Daarnaast is er een nieuwe exploitant gekomen voor de souvenir/headshop op de Oude Hoogstraat 7, de functie is daarbij hetzelfde gebleven.

In 2015 sluit de souvenir/headshop op Damstraat 6. De eigenaar knapt het pand op en zet het pand in de verkoop. Zowel de NV Zeedijk als NV Stadsgoed hebben gekeken dit pand over te nemen. De vraagprijs bleek echter te hoog. Later zal de eigenaar de verkoop intrekken. . Op Damstraat 30, waar voorheen een souvenir/headshop zat, is na een lange periode van leegstand en renovatie de winkelruimte ingevuld door een sushiwinkel. 

In 2016 komt er op Nieuwe Hoogstraat 12 in plaats van een kledingwinkel de erotische georiënteerde winkel Love Boutique. Namens de werkgroep wordt, na het vernemen van het bericht dat de kledingwinkel vertrekt, contact gezocht met de pandeigenaresse en haar makelaar om te praten over een invulling die bijdraagt aan het behoud van het gevarieerde karakter van de Nieuwe Hoogstraat, maar dat biedt geen soelaas.  Verder is in 2016 Nieuwe Hoogstraat 13 overgenomen, het pand heeft met deze verandering in toenemende mate de uitstraling van een souvenir/headshop gekregen. Dit uit zich onder andere door het plaatsen van een ATM als stand alone machine in de winkel, inclusief reclamebord aan de gevel. 

In 2017 verdwijnt Love Boutique alweer en ook sexshop Christine le Duc op Oude Doelenstraat 10. In beide panden komt een bakery. De exploitant van Damstraat 6 opent na het afzien van de verkoop de seedshop RAW. 

In de Voortgangsrapportage 2017 geeft de gemeente aan dat het afgelopen jaar een opkomst van ‘tabaksspeciaalzaken’ is waar te nemen die een samengesteld assortiment voeren dat deels te categoriseren valt als souvenirs, deels als headshop en deels als minisupermarktwaren. Doordat deze ondernemers een mix van deze producten verkopen, overtreden de bedrijven geen voorschriften uit het bestemmingsplan en vallen buiten de definities van aandachtsfuncties. Hierop valt volgens de gemeente moeilijk te handhaven. 

In het verlengde van de hiervoor genoemde ontwikkeling en de toename van toeristische functies is in 2017 de keerklepregeling uitgebreid (meer hierover is te lezen bij Andere functieveranderingen).

Strategische functies
In het straatcluster zijn naast de aandachtsfuncties twee strategische functies aanwezig. Dit gaat om de plint van Krasnapolsky – Damstraat 9 tot en met 31 – en het pand van de UvA op de Kloveniersburgwal 48.

In de plint van Kranspolsky heeft de werkgroep twee doelen voor ogen: grip krijgen op de functies erin en het opknappen van de Pijlsteeg. De realisatie van deze doelen wordt bemoeilijkt door de overname van de panden in de plint door Nedstede. De gesprekken tussen de werkgroep en eigenaar Nedstede stranden. Nagedacht wordt om de projectdirecteur 1012 en de burgemeester in te zetten voor gesprekken. De projectdirecteur heeft met Nedstede over de overname gesproken. De overname van de panden betekende een grote tegenslag voor de werkgroep en het succes ervan (zie Samenwerking clusters). Inmiddels zijn in de plint onder andere de volgende functies gekomen: Tours & Tickets, Dolce & Gelato Bio, Golden Age Cheese en Dunkin Donuts. In het voormalige Shibli, het restaurant gelegen in het souterrain van Oudezijds Voorburgwal 236, zit nu het Japanse restaurant Ramen-Ya.

In het leegkomende pand van de UvA had de werkgroep plannen voor een publiekstrekkende functie van wetenschappelijke aard, zoals een museum. Deze plannen stranden; het pandGedetailleerde bevindingen: strategische functies blijft de komende 5 jaar ingevuld door onderwijs en voor de periode daarna is De Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen in beeld.

Gedetailleerde bevindingen: strategische functies

In het straatcluster Damstraat zijn verschillende strategische panden aangewezen. In deze panden zijn functies aanwezig waarbij verandering, vernieuwing of behoud ervan wordt gezien als een verbetering voor de functiebalans. We laten hierbij de aandachtsfuncties buiten beschouwing (zie hiervoor Coffeeshops en Aandachtsfuncties). Voor het cluster zijn er twee strategische panden aan te wijzen. Allereerst de plint van Krasnapolsky. Dit gaat om Damstraat 9 tot en met 31. De werkgroep wil grip op de invulling van de (nieuwe) functies en de uitstraling van de Pijlsteeg verbeteren. Ten tweede het Oost-Indisch Huis waar de UvA in is gevestigd. Dit pand is te vinden op de Kloveniersburgwal 48. Hier wil de werkgroep graag meedenken over de nieuwe invulling van het pand, dat na het vertrek van de studenten naar een andere locatie leeg zou komen te staan.

Direct bij de start van Project 1012 in 2009 start de werkgroep gesprekken met de UvA en Krasnapolsky. Een lid van de werkgroep geeft aan dat werkgroep Chique en Louche – waar het lid ook zitting in heeft – samen met de UvA plannen maakt over de ontwikkeling van het Oost-Indisch huis.  Verder maakt Krasnapolsky duidelijk dat verbouwplannen voor de plint voorlopig niet doorgaan.  De werkgroep wil graag dat Krasnapolsky gaat deelnemen aan de werkgroep straatcluster Damstraat. 

In 2010 maakt Krasnapolsky bekend in gesprek te zijn over een overname van de panden in de plint door Nedstede. De werkgroep geeft aan dat een mogelijke overname een grote tegenslag zou zijn voor de gewenste ontwikkeling van het cluster.  De werkgroep maakt een afspraak met de directeur van Nedstede.  In dit gesprek geeft Nedstede aan dat ze gedurende de komende maanden gaan praten met de zittende ondernemers over de overname.  Tegelijk met deze ontwikkeling voert de werkgroep wel nog gesprekken met Krasnapolsky over de exploitatie van Damstraat 31 (zie ook Aandachtsfuncties). 

Ook zijn er in 2010 gesprekken gaande met de UvA. Naar verwachting komt dit pand in 2013 vrij. Samen met de UvA wordt nagedacht over de nieuwe invulling. Deze invulling is bij voorkeur een publiekstrekkende functie en wetenschappelijk van aard, zoals een museum. Wel zijn alle plannen nog onzeker en is later dat jaar nog steeds onduidelijk wat er met het pand van UvA gaat gebeuren.  Voor de nieuwe invulling van de UvA heeft de werkgroep ook andere geïnteresseerden gevonden. De volgende partijen worden genoemd: VSB fonds en De Waalse kerk. 

In 2011 en 2012 volgen gesprekken tussen de gemeente en Nedstede. De gemeente geeft aan dat er intensief wordt gesproken over de invulling van het voormalige bezit van Krasnapolsky.  De contacten lopen echter stroef. Ondanks vele inspanningen vanuit de werkgroep om afspraken te maken, komen vertegenwoordigers van Nedstede niet opdagen. Ondertussen is op Damstraat 25 Sunglass Hut verdwenen. Daarvoor in de plaatst is een Tours en Tickets gekomen. Eind 2012 lopen de contacten vanuit de werkgroep met Nedstede ten einde. De projectdirecteur van Project 1012 gaat vervolgens in gesprek met vertegenwoordigers van Nedstede en spreekt over de ambities van Nedstede in de Damstraat. De gemeente geeft in de toelichting op deze reconstructie aan dat er vanuit de straatgerichte aanpak wel altijd contact is behouden tussen de straatgerichte aanpak en de directeur Nedstede over de ontwikkelingen in hun panden. 

In 2013 wordt duidelijk dat de UvA de komende vijf jaar ingevuld blijft door onderwijs. Voor de periode daarna is De Koninklijk Nederlandse Academie van Wetenschappen in beeld. De werkgroep geeft aan een vinger aan de pols te houden. 

Rond 2013/2014 kwam de exploitatie vrij voor Oudezijds Voorburgwal 236, ook onderdeel van de Plint. Deze ruimte bevond zich in de kelder. De pandeigenaar is destijds in gesprek geweest met een ondernemer die er een erotisch getint restaurant wilde beginnen. De akte van het pand, opgesteld door de vorige eigenaars, de Zusters Augustinessen, liet dit alleen niet toe. Functies in het pand mochten in geen enkel geval te maken hebben met seksgerelateerde activiteiten. Uiteindelijk is restaurant Ramen Ya er geopend. Aangezien de functie in de kelder is gelegen, is gepoogd deze meer toegankelijk te maken door een ingang te open op de Damstraat 31. Deze ingang is er nooit gekomen, dit bleek financieel niet haalbaar. 

In de jaren na 2013 blijven de functies in de plint veranderen. In 2014 komt Tours & Tickets op Damstraat 31 in plaats van het wisselkantoor. Op Damstraat 25 komt Dolce & Gelato Bio. In 2016 verkoopt kaashandel Wout Arxhoek op nummer 17 zijn huurcontract aan Old Amsterdam, een op toeristen georiënteerde kaaswinkel genaamd Golden Age Cheese. Wout Arxhoek opent later op het Rokin zijn deuren weer. Het verdwijnen van de functie ging volgens NRC gepaard met een verdubbeling van de huur. In datzelfde artikel geeft de directeur van Nedstede aan dat de huur conform de huidige markt was verhoogd en daarom niet onredelijk was.  In 2017 verandert nog een functie in de plint. Chocolaterie Leonidas op Damstraat 15 verkoopt het huurcontract aan ondernemers die er een Dunkin’ Donuts openen.  Leonidas weet vervolgens met behulp van de straatgerichte aanpak een winkelpand van NV Stadsgoed op de Nieuwendijk te betrekken. 

Tussendoor ontwikkelt Krasnapolsky rond 2016 plannen om de Pijlsteeg op te knappen. Alle bedrijven aan de achterkant grenzend aan de Pijlsteeg zijn benaderd en zijn welwillend. Na intensief overleg is een omgevingsvergunning aangevraagd. Naar verwachting voert Krasnapolsky deze plannen uit voor de zomer van 2018.  Verder heeft Bols distilleerderij Wijnand Fockink overgenomen op Pijlsteeg 43. 

Andere functieveranderingen
In tien jaar tijd hebben er veel (andere) functieveranderingen plaatsgevonden. Een beeldbepalende ontwikkeling is de toename toeristische functies en de afname van speciaalwinkels. Vanaf 2014 start de toename van toeristische functies. Waar in 2008 het clusters slechts twee functies had in de categorieën kaaswinkel en donut - ijs - bak(k)ery, zijn dit er in 2017 dertien. Deze ontwikkeling is in de Voortgangsrapportage 2015 opgemerkt door de gemeente.

In 2017 is deze ontwikkeling een halt toegeroepen. Met het Voorbereidingsbesluit Postcodegebied 1012 is een keerklepregeling toegepast op de functies die exclusief zijn gericht op toeristen en/of winkels die prominent voedsel voor direcGedetailleerde bevindingen: andere functieveranderingent consumptie verkopen. Op basis van de keerklepregeling kunnen nieuwe vestigingen van deze type functies worden geweerd.

Gedetailleerde bevindingen: andere functieveranderingen

In de straatcluster Damstraat hebben zich tussen 2008-2017 vele veranderingen voortgedaan. Hieronder bespreken we alle functieveranderingen die niet vallen onder de categorieën aandachts- of strategische functies.

In 2009 opent er een restaurant en een sierradenwinkel en stelt de werkgroep een lijst op met functies op die volgens hen bedenkelijk zijn. Op de Damstraat 36 verandert de fastfoodgelegenheid Meat & Drink naar een Mexicaans restaurant met de bijpassende naam The Mexican. En op de Oude Doelenstraat 16 heeft een kunst- en antiekwinkel plaatsgemaakt voor sieradenwinkel Sharp Gear. Verder stelt de werkgroep een lijst op van functies met daarbij de volgende opmerkingen: “andere functie?”.  Deze lijst bestaat uit de volgende functies: Sukasari (Damstraat 26-28), Eberhardt Aziatische kunst (Damstraat 7), La Stego (Damstraat 12) Argentinos (Damstraat 34), Steakhouse (Damstraat 38), Toby (Damstraat 40), Middle East (Damstraat 44). 

Bij de start van Project 1012 staat Indonesisch restaurant Sukasari te koop op Damstraat 26 en 28. De eigenaar van Sukasari werd door de het stadsdeel aangeschreven om te voldoen aan een zogeheten ‘voorzieningenlijst’. In deze ‘voorzieningenlijst’ staan werkzaamheden aangaande de ankers voorgevel, pleisterwerk, zinkwerk, etc. Deze aanschrijving leverde veel spanning op bij de goed bekendstaande en gerenommeerde ondernemer. De ondernemer zag vervolgens geen andere weg dan zijn pand te verkopen De NV Zeedijk heeft gepoogd het pand over te nemen. Volgens het Parool – dat weer verwijst naar het kadaster – betrof de transactiesom meer dan vijf miljoen euro. Hier kon de NV Zeedijk, die volgens de krant interesse had, niet tegenop. Het verkoopbedrag was te hoog. De nieuwe eigenaar begint er de pizzeria / Argentijnse gril Mas Y Mas. De functieverandering zorgt in een vrij vroeg stadium van Project 1012 voor onvrede in de buurt over het gemeentelijke samenwerken tussen de verschillende diensten. Daarbij speelt ook dat in de buurt wordt aangenomen dat Sukasari aanschrijvingen voor funderingsherstel heeft gehad, en dat de nieuwe eigenaar deze vervolgens nooit heeft uitgevoerd. De gemeente geeft echter aan dat er sprake is van verwarring, omdat er nooit een aanschrijving voor funderingsherstel is gedaan (maar alleen voor de voorzieningenlijst). 

Het jaar 2010 kenmerkt zich door de komst van nieuwe kledingwinkels door het hele cluster. Allereerst de Oude Hoogstraat. In de Oude Hoogstraat komt op nummer 35 een nieuwe, vergelijkbare schoenenwinkel, genaamd WeSc. De vorige functie, Tom’s Skateshop, verhuist naar Damstraat 32. Daarnaast zijn Nieuwe Hoogstraat 13 en 22 van functie veranderd. In beide kledingwinkels is een vergelijkbare functie gekomen. Verder heeft The Mexican (Damstraat 36) een aanvraag ingediend bij het stadsdeel om uit te breiden naar de eerste verdieping. Volgens de werkgroep komt het initiatief overeen met de wens om panden in zijn geheel aan te pakken. De werkgroep stelt voor alleen een goedkeuring te geven indien er ook woningen worden gerealiseerd.  De uitbreiding van The Mexican is er nooit gekomen.  Tot slot zijn in 2010 door de NV Zeedijk de panden Oude Hoogstraat 6 (De Grote Tas) en Oude Hoogstraat 8 (Café de Pool) aangekocht. 

Verder wordt rond 2010 gestart met het project ‘Cluster Rust’, een grootschalige renovatie. Cluster Rust bestaat uit drie onderdelen. Het eerst deel is de renovatie van nummers 3 en 5. In de jaren erop fungeren deze twee panden als wisselpanden voor de renovatie van de andere twee delen.  Dit zijn Nieuwe Hoogstraat 15 t/m 25 (deel twee) en 27 t/m 35 (deel drie), deze renovaties vinden respectievelijk plaats in 2012 en 2013.

In 2011 komen er vooral nieuwe horeca in de Damstraat. Op Damstraat 5 verandert het Argentijnse restaurant Gauchos naar CAU; een vergelijkbaar concept van hetzelfde (moeder)bedrijf.  De nieuwe pandeigenaar heeft de horecaruimte verhuurd aan een ondernemer die Mas Y Mas opent, een pizzeria (Damstraat 26) en een Argentijns steakhouse restaurant (Damstraat 28). Hier waren de leden van de werkgroep niet tevreden over.  De gemeente geeft echter aan dat de middelen beperkt zijn; de gemeente kan niet alles realiseren. 

De periode rond 2011-2012 kenmerkt zich door de komst van enkele eetgelegenheden. We nemen de gebeurtenissen per straat door. Om te beginnen in de Damstraat. Op Damstraat 42 sluit Bar Second Chance. Hiervoor in de plaats komt Pasta Plaza, nadat het hele pand gerenoveerd is. Verder is de Argentijnse grill op Damstraat 19 veranderd; het heet nu Carne Argentina.  Ten tweede de functieveranderingen in de Oude Hoogstraat; hier zijn twee functies veranderd. Op nummer 29 verdwijnt de Unicoo Bar (voorheen TwentyNine). Het pand is volgens de gemeente in bezit van NV Zeedijk en zij hebben een nieuwe huurder geselecteerd.  De nieuwe huurder start Pieminister. Hier worden Engelse hartige taarten verkocht. Op nummer 31, waar voorheen kledingwinkel Iruka was gevestigd, een patisserie genaamd Dutch Homemade. De eigenaar heeft eerder een verzoek voor een massagesalon afgewezen.  Later verdwijnen beide functies weer. Tot slot de Nieuwe Hoogstraat. Op nummer 4 is snoepwinkel Candy Freak geopend. Daarvoor zat in dit pand kledingwinkel Trivaldi. Ook start in 2012 het tweede deel van Cluster Rust; Nieuwe Hoogstraat 15 tot en met 25 gaan renoveren. De hoedenwinkel, vliegerwinkel, fietsenwinkel nemen tijdelijk plaats in de wisselpanden op nummer 3 en 5. 

Verder in 2012 bespreekt een lid van de werkgroep met het stadsdeel over het realiseren van twee kledingwinkels, een horecagelegenheid en woningen. Deze functies en woningen moeten komen in een nieuw te bouwen pand op een binnenplaats achter Damstraat 14 en 16.  Deze gesprekken zijn gestrand. Belangrijk hierbij was dat de plannen niet pasten binnen de kaders van het bestemmingsplan. Hierdoor zijn de spanningen in de werkgroep verder opgelopen en is het overleg gestopt (zie Samenwerking cluster).

In 2013 veranderen in de Damstraat twee fastfoodrestaurants. Op de nummer 44 is Wok to Walk zich gaan vestigen. Hiervoor zat op die locatie Middle East. Deze shoarmazaak is verplaatst naar Damstraat 40, waar voorheen de vergelijkbare functie Toby zat.  Verder is in 2013 het derde deel van Cluster Rust van start gegaan.  Dit gaat om de renovatie van Nieuwe Hoogstraat 27 t/m 35; de stoffenzaak en de tweedehands kledingzaak nemen tijdelijk plaats in de wisselpanden op nummer 3 en 5. 

In 2014 keren alle ondernemers betrokken bij Cluster Rust terug in hun panden  en opent Het Kleinste Huis van Amsterdam. In de wisselpanden van Cluster Rust komen op nummer 3 de tassenwinkel Jera 3 en op nummer 5 zijn The End (voorheen nummer 29) en Time Machine (voorheen nummer 26) samen door gegaan. Op nummer 29 neemt tijdelijk Café Bern plaats in verband met de renovatie van het pand op de Nieuwemarkt waarin zij gehuisvest zijn. Op Nieuwe Hoogstraat 1 ging kledingwinkel Puck sluiten. De pandeigenaar wilde een goede huurder en de werkgroep heeft daarover contact met de makelaar onderhouden. De werkgroep heeft ook potentiële huurkandidaten naar de makelaar doorgespeeld.  Uiteindelijk is de luxe supermarkt/biologische kruidenier Stach geopend. Verder is in de Oude Hoogstraat 22 een theewinkel geopend, genaamd Het Kleinste Huis - met 2.02 meter breed en 5 meter diep is het pand ook daadwerkelijk het kleinste zelfstandig staande huis in Amsterdam . Daarvoor had dit pand geen winkelfunctie. 

In 2015 start de toename van het aantal toeristische functies in de straat, zoals ijswinkels en bakery’s. In de jaren daarvoor waren onder andere al geopend Dolce & Gelato Bio (Damstraat 25) en Tours & Tickets (Damstraat 31). In 2015 kwamen er in de Oude Doelenstraat drie van deze type functies bij: op nummer 3 verdween reisbureau Air Expert en kwam Yo.tella (later Ice Bakery); op nummer 5-7 verdween schoenwinkel Dr Adam’s en nam plaats Ice Bakery (later Bakery Cafe); en op nummer 6 nam kaaswinkel Holy Cheese plaats voor de kledingwinkel Western House. Met de pandeigenaar van Oude Doelenstraat 6 is door de projectleiders straatgerichte aanpak gesproken over een geschikte invulling van de winkelruimte na vertrek van Western House. Ook zijn suggesties gedaan voor potentiele huurders. Als gevolg van een te hoog overnamebedrag en de maandelijkse huurprijs, is een aantal potentiele en geschikte huurders afgehaakt.  Later in 2017 zal Holy Cheese weer verdwijnen. Verder zijn er nog twee ijswinkels bijgekomen, namelijk op Oude Hoogstraat 5 (Dolce Gelato Bio) en Nieuwe Hoogstraat 20 (Paradiso Del Gelato). De toename van toeristische functies is opgemerkt door de gemeente en aangekaart in de Voortgangsrapportage 2015.  Veel van deze toeristische winkels hebben zich gevestigd in een pand waar geen horeca-vergunning op zit.  De regels voor mengformules zijn in het verleden versoepeld; het is niet meer nodig om een exploitatievergunning aan te vragen voor een mengformule. Hierdoor is volgens de gemeente de scheiding tussen horeca en detailhandel minder duidelijk geworden. 

Naast deze ontwikkeling is in 2015 op Oude Hoogstraat 29 – waar twee/drie jaar daarvoor Pieminister was gevestigd – afhaalrestaurant Surinam Asian Foods geopend. Op de Nieuwe Hoogstraat 29 is stoffen- en fourniturenwinkel Fine Yarns gestart. Tot slot sluit in 2015 ’t Klompenhuisje. Deze winkel was 30 jaar gevestigd op de Nieuwe Hoogstraat 9. De pandeigenaar wilde een geschikte overnamekandidaat die de winkelruimte zou invullen met een nette winkelformule die zou bijdragen aan het behoud van de diversiteit van het winkelaanbod. Dit lukt de pandeigenaar en in 2017 zal hier een nieuwe kinderkledingwinkel openen. 

In 2016 heeft de ontwikkeling van het toenemende aantal toeristische functies doorgezet. In de plint van Krasnapolsky heeft Golden Age Cheese zich gevestigd (zie ook Strategische functies). Verder is op Nieuwe Hoogstraat 26 ijswinkel Rady gekomen. Op het pand rust een mengformule waardoor een consumptieformule mogelijk is zonder daarvoor een horecavergunning aan te vragen. Eerder is vanuit de straatgerichte aanpak contact geweest met de pandeigenaar. De gevraagde huursom was echter zodanig hoog dat potentiele huurders met een gewenste formule afhaakten.  Rady zal een jaar later alweer plaatsmaken voor een telefoon reparatiewinkel. Op Damstraat 36 is The Mexican tijdelijk veranderd naar Dutch Kitchen. Een jaar later zit The Mexican er weer.

Daarnaast zijn er niet-toeristische functies veranderd na 2016. Dit gaat voor om kledingwinkels, maar ook om de komst van een e-sigarettenwinkel en de sluiting van Café de Dam. Dit gaat vooral om kledingwinkels. Op Damstraat 32 is Tom’s Skateshop verdwenen en heeft een vergelijkbare functie zich daar gevestigd, genaamd Volcom. Ook de schoenenwinkel WeSc op de Oude Hoogstraat 35 is veranderd naar eenzelfde functie, The Dam by Vans.

In de Nieuwe Hoogstraat zijn er vier winkelfuncties veranderd. Op nummer 6 is designwinkel About Now in de plaats gekomen van kledingwinkel Colombine. De pandeigenaar was vastberaden een huurder te plaatsen die zou bijdragen aan het behoud van de diversiteit van het winkelaanbod. De pandeigenaar heeft daarbij, volgens gesproken ambtenaren, een goede selectieprocedure uitgevoerd. Verder is de overname uitgebreid besproken met de partijen die deelnemen aan de eigenarencoalitie Hoogstraten (zie Samenwerking Cluster). Op nummer 8 is de tweedehands vintagewinkel Zipper verdwenen. De winkel heeft eerst plaatsgemaakt voor een toeristenwinkel, souvenir/headshop. Het openen van een souvenirwinkel was vanwege het bestemmingsplan niet toegestaan - in postcodegebied 1011 geldt dezelfde keerklep- regeling op souvenirwinkels als in 1012 en ging tegelijkertijd in tegen de bepalingen uit het huurcontract. Na intensieve handhaving en inmenging van de pandeigenaar (tevens eigenaar van Zipper), is deze huurder weer vertrokken. Daarna verschijnt er weer een tweedehands kledingwinkel: Mood Indigo . Op nummer 9 opent, na een verbouwing aan het pand, kledingwinkel The Old Man Junior. En op nummer 3 verdwijnt Jera 3 en komt kledingwinkel Vegan-Life.

Verder verdwijnt op Oude Hoogstraat 12 kledingwinkel Ultraviolet. Samen met NV Zeedijk en de pandeigenaar is gekeken naar een invulling die niet uitsluitend op toeristen is gericht.  In het pand komt een winkel gespecialiseerd in e-sigaretten, genaamd VAPR. Tot slot wordt in 2017 bekend dat Café de Dam op Damstraat 4 na 31 jaar zal sluiten. De exploitant heeft de rechtszaak verloren van de pandeigenaar. Volgens het Parool geeft de pandeigenaar aan dat de exploitant niet gemeld staat op het huurcontract, maar zijn broer. Daarnaast zou hij zich niet aan de regels hebben gehouden. De pandeigenaar geeft aan het pand door zijn zoon te laten exploiteren. Zijn zoon wil het pand renoveren voor een modern café. 

Ook in 2017 zijn er toeristische functies bijgekomen. In dit jaar openen er in het cluster drie bakery’s: Bake Shope (Oude Doelenstraat 10), Bake my Day (Oude Hoogstraat 31) en Bakery (Nieuwe Hoogstraat 12). Verder opent op Damstraat 15 donutwinkel Dunkin’ Donuts.

Naar aanleiding van het toenemende aantal toeristische functies is in 2017 door de gemeente besloten tot het Voorbereidingsbesluit Postcodegebied 1012.  In dit besluit is eveneens een keerklepregeling toegepast op alle functies die zich primair richten op toeristen en dagjesmensen, of winkels die etenswaar voor directe consumptie verkopen (zie ook Aandachtsfuncties).  De keerklepregeling betekent kort gezegd dat de bestaande situatie niet mag worden uitgebreid. Dit geldt vanzelfsprekend alleen voor de aangewezen ‘ongewenste’ functies.

Eind 2017 is in het pand op de Oude Hoogstraat 6, waar voorheen Holy Cheese zat, een nieuwe toeristische winkel geopend waar toeristische attributen worden verkocht. De ondernemer die deze winkel heeft geopend had eerder een korte periode een winkelruimte op de Nieuwe Hoogstraat 8, waarvoor heen Zipper was gevestigd.   De gemeente geeft ons aan dat deze functie in eerste instantie niet in zijn geheel paste binnen de kaders van het Voorbereidingsbesluit Postcodegebied 1012. Hierom liep er een handhavingsprocedure. De eigenaar van de winkel heeft zijn assortiment moeten aanpassen, zodat het weer zou voldoen aan de richtlijnen uit het Bestemmingsplan.

Wonen
In het straatcluster zijn verschillende woningen toegevoegd aan de woningvoorraad. Dit draagt volgens de gemeente bij aan een betere functiemengingen, levendigheid en sociale veiligheid. Voor het realiseren van woningen heeft de werkgroep actief naar mogelijkheden gezocht. Belangrijk hierbij is de samenwerking met het project Wonen boven bedrijven. In totaal zijn er in het straatcluster acht woningen toegevoegd. De strategie om woningen Gedetailleerde bevindingen: woningentoe te voegen als voorwaarde voor een uitbreiding van een door het stadsdeel goedgekeurde horecaformule naar de eerste verdieping, is niet succesvol geweest.

Gedetailleerde bevindingen: woningen

We bespreken hieronder de toegevoegde woningen in het straatcluster Damstraat.

In 2009 is de eerste woning toegevoegd door Wonen boven bedrijven. Dit gaat om één woning boven Damstraat 32. Vanuit de werkgroep is actief naar mogelijkheden gezocht om meer woningen te realiseren. Voorgesteld wordt een werkgroep op te richten waarbij Wonen boven bedrijven ook aanschuift. 

In 2010 zijn er gesprekken geweest met de pandeigenaar van Oude Doelenstraat 12 en 14 en Oude Hoogstraat 31. De pandeigenaar gaf geen interesse te hebben om te investeren in de realisatie van woningen.  Ook heeft de werkgroep gepoogd woningen te realiseren boven Damstraat 10 en 36. In beide gevallen is het realiseren van woningen als eis voorgesteld om aanvragen/uitstel voor verbouwingen aan het pand goed te keuren – voor Damstraat 10 ging het daarbij om het uitstellen van de startdatum van het funderingsherstel en voor Damstraat 36 om een uitbreiding van horeca naar de eerste verdieping.  In beide gevallen zijn geen woningen gerealiseerd. Bij Damstraat 10 is wel het funderingsherstel uitgevoerd. Bij Damstraat 36 kon geen opgang naar een zelfstandige woning worden gerealiseerd en heeft de horeca uitbreiding ook niet plaatsgevonden.

Tussen 2011 en 2014 zijn er verder nog 7 woningen gerealiseerd. Deze zijn gevestigd op: Damstraat 26-28 (2 woningen), Damstraat 42 (2 woningen), Oude Hoogstraat 20 (1 woningen) en Damstraat 30 (2 woningen). De woning op de Damstraat 42 is via een pand op de Oudezijds Voorburgwal - waar de tweede woning is gerealiseerd - ontsloten.  Daarnaast zijn er in 2014 na een renovatie op de Oudezijds Voorburgwal 248-252 negen woningen opgeleverd en verkocht. 

Openbare Ruimte
In het straatcluster zijn in de openbare ruimte verschillende acties ondernomen. Allereerst zijn de graffiti en alle ontsierende gevelreclame met succes verwijderd. Ten tweede is – na enig aandringen – het Terrassenbeleid 2011 Centrum aangepast. Hierdoor mogen de terrassen blijven bestaan. Ten derde zijn er verschillende acties uitgevoerd in het kader van “schoon, heel en veilig”. Onduidelijk Gedetailleerde bevindingen: openbare ruimteis welke ontwikkelingen zich na 2014 hebben voortgedaan. Zo is bijvoorbeeld niet duidelijk hoe het probleem met het ophalen van (huis)afval – een ergernis bij bewoners – is aangepakt.

Gedetailleerde bevindingen: openbare ruimte

Aanpassingen van de openbare ruimte moeten ervoor zorgen dat het straatbeeld er meer uitnodigend, sfeervoller en minder rommelig uit gaat zien. Deze aanpassingen gaan vooral om de terrassen, gevelreclame en schoonmaakacties in de straat.

In 2009-2010 start de werkgroep voortvarend met de aanpak van de openbare ruimte. Voor het verwijderen van graffiti is vanuit de werkgroep een offerte aangevraagd.  Hiervoor verleent de gemeente een subsidie.  Het jaar erop worden de graffiti en stickers verwijderd.  Verder maakt de gemeente bekend dat met het Terrassenbeleid 2011 Centrum de huidige terrassen in de Damstraat na 1 april 2011 moeten verdwijnen.  Het stadsdeel heeft alle exploitanten met een terrasvergunning persoonlijk geïnformeerd over het aflopen ervan.  De werkgroep twijfelt echter aan het besluit omdat de terrassen een positieve bijdrage lijken te leveren aan het straatbeeld.  Daarom is in de straatvisie opgenomen dat de Damstraat graag (een rij) terrassen wil behouden.  Verder stelt de werkgroep voor om een verzoek in te dienen bij het stadsdeel over het toestaan van gevelbanken in de Oude Hoogstraat, aangezien de stoep daar breder is dan in de Damstraat. 

In 2010 komt, na al enkele keren te zijn aangehaald , het verbeteren en/of verwijderen van de gevelreclame in de werkgroep aan bod. In 2008 is een nieuw beleid vastgesteld voor gevelreclame. De werkgroep laat zien dit beleid in goede banen te willen leiden en bekijkt per pand naar de aanwezige gevelreclame en de mogelijke wijze van handhaving.  De werkgroep geeft aan dat bij de volgende panden de reclame moet veranderen: Damstraat 18 (Dragon City), Damstraat 20 (Rene’s Croissanterie), Damstraat 22 (Wok to Go), Damstraat 24 ( New York Pizza), Damstraat 30 (Continu), Oudezijds Voorburgwal 240 ( High Quality Seeds Bank), Damstraat 2A (5 Euro Shop) en Damstraat 1A (Asiadam). 

Naarmate april 2011 dichterbij komt, en de regels van het nieuwe terrassenbeleid gaan gelden, is de aandacht ervoor steeds groter. Onder de ondernemers – en binnen de werkgroep - is geen begrip voor het besluit om de terrassen te verwijderen.  Na enige druk raakt de gemeente overtuigd om terrassen te behouden. Volgens de gemeente moet, in samenspraak met de tussenliggende winkels, goed naar de invulling van de terrassen worden gekeken. Over de invulling van de terrassen zal een bijeenkomst worden gepland met alle betrokken horecaondernemers. Duidelijk is wel dat alle terrassen er uniform uit moeten zien, met dezelfde afmetingen, en niet verder mogen staan dan één meter van de gevel. 

Vanaf 2012-2013 komt de nadruk te liggen op het “schoon, heel en veilig” houden van de straat. Het concept “schoon, heel en veilig” is ook een van de doelstellingen van de nieuw opgerichte BIZ (zie Samenwerking cluster).  Verder is er vanuit de straatgerichte aanpak aandacht voor het weghalen van (huis)afval. Het huisafval verzamelt de gemeente op de hoeken van de straten. Dit gebeurt volgens bewoners op verkeerde tijdstippen. Hierover is er ergernis bij bewoners. De werkgroep wil inventariseren op welke wijze de gemeente dit probleem kan oplossen en handhaven.

In 2013 zijn alle bedrijven in het cluster Damstraat bij een integrale handhavingsactie gecontroleerd op brandveiligheidseisen, milieuregelgeving, reclame- en welstandsrichtlijnen en bestemmingsplangebruik. De afdeling handhaving heeft namelijk álle bedrijven in het cluster tijdens de integrale controle nagekeken. De ondernemers konden een subsidie aanvragen voor het verwijderen van gevelreclame die aangepast moest worden. Alle ontsierende gevelreclame is verwijderd. . Daarna heeft het stadsdeel de handhavingsactie gecontinueerd Daarbij heeft de werkgroep Damstraat een voorstel laten uitwerken voor uniforme gevelreclame in deze straten. Dit is op dat moment tot niets uitgelopen, omdat de ondernemers hierin niet geïnteresseerd bleken. Later is dit opnieuw opgepakt door de BIZ.  

Gedurende de jaren is de straatgerichte aanpak doorgegaan. Daarnaast zijn vanuit de BIZ (in samenwerking met de gemeente, waaronder de straatgerichte aanpak maar ook het gebiedsteam) verschillende activiteiten uitgevoerd. Meest aansprekend zijn de uniforme uithangborden in de Oude en Nieuwe Hoogstraaten. De borden zijn allemaal uniform qua vorm, maar hebben volgens de BIZ een mooie uitstraling. De bedoeling is dat deze uithangborden kwaliteit moeten uitstralen en niet laagwaardig zijn. Het voorbereiden en organiseren was volgens de BIZ een zeer arbeidsintensief en langdurig proces, maar onlangs is er een omgevingsvergunning verleend. 

Verder is het project Slow Mile gestart om fietsers langzamer de straat te laten passeren. Ook zijn in samenwerking met team gebiedsgericht werken verschillende pilots gestart om het ophalen van huisvuilnis en weghalen van zwerfvuil te verbeteren beter te regelen en het laden en lossen beter te faciliteren.  

Samenwerking cluster
In het straatcluster zijn op verschillende manieren samenwerkingen georganiseerd. Te beginnen bij de werkgroep. Deze wordt in 2009 samengesteld en is actief bij allerlei activiteiten in het straatcluster en in 2012 presenteren ze de straatvisie. Daarnaast is in 2012 de bedrijveninvesteringszone (BIZ) Dam tot Stopera opgericht en een straatmanager aangesteld. De doelstelling van deze BIZ is draagvlak bij ondernemers te creëren voor een meer schone en veilige straat. Ook wordt er een website gemaakt voor het cluster.

In 2012 blijkt er onvrede te zijn binnen de werkgroep straatgerichte aanpak. De belangrijkste punten zijn: verdwijnen van bestuurlijke en ambtelijk aandacht door personele veranderingen, geen beeldbepalende successen, niet goed functioneren van de gemeente en interne onvrede binnen de werkgroep. In 2014 lopen de spanningen zodanig op dat de maandelijkse bijeenkomsten stoppen. De straatgerichte aanpak loopt wel door. Gezamenlijk met de BIZ worden verschillende opgaves opgepakt.

In de Hoogstraten wordt later de 'pandeigenarencoalitie' gestart om gezamenlijk invloed uit te oefenen op de functies. In 2017 is vanuit de gemeente gestart met de diversiteitsaanpak, waaronder de maatwerkaanpak die met een pilot onder andere in de Hoogstraten (en later de Damstraat) zal beginnen. Gezamenlijk met de pandeigenarencoalitie wordt gewerkt aan het Gedetailleerde bevindingen: samenwerking clusterConvenant Hoogstraten dat in 2018 is ondertekend. In het convenant zijn afspraken vastgelegd over de verhuur van winkelruimten en handhaving in de winkelstraten.

Gedetailleerde bevindingen: samenwerking cluster

In het straatcluster zijn op verschillende manieren samenwerkingen georganiseerd. Deze samenwerkingen zijn uiteenlopend; van de werkgroep samenstellen tot aan de samenwerking in verband met Centrum XL. We nemen hieronder de belangrijkste gebeurtenissen door.

Op 30 september 2009 komt de werkgroep voor het eerst bijeen. Bij deze bijeenkomst zijn, naast de gemeente, de volgende partijen aanwezig: Ondernemersvereniging Damstraat, ondernemers (Kok Antiquariaat & The Old Man), Werkgroep Chique en Louche, NV Zeedijk, bewonersvereniging d’Oude Stadt, MKB-Nederland en Concrete.  De werkgroep komt maandelijks bijeen.

Daarna is de werkgroep actief betrokken bij de straatgerichte aanpak. Hierbij gaat het om het opstellen van een (straat)visie, het monitoren van functies en panden en acties uitvoeren in de openbare ruimte. Verder werkt de werkgroep aan een brochure voor de straatgerichte aanpak van de Damstraat  en aan een website.  De straatvisie is in oktober 2012 gepresenteerd bij een bijeenkomst in de Zuiderkerk. 

In het najaar van 2012 is de bedrijveninvesteringszone (BIZ) Dam tot Stopera opgericht en een nieuwe straatmanager aangesteld.  De BIZ komt in de plaats van de oude Ondernemersvereniging Damstraat en heeft tot doel meer draagvlak te creëren bij de ondernemers. De ondernemers zijn enthousiast over de BIZ en deelname van ondernemers is, zoals de werkgroep aangeeft, goed verdeeld over de vier verschillende straten in het cluster.  Bij de oprichting van de BIZ wordt vanuit de werkgroep benadrukt de belangen van de werkgroep en de BIZ op elkaar af te stemmen.  Per januari 2013 is het BIZ-bestuur geïnstalleerd. In eerste instantie richt de BIZ zich op een schone en veilige straat en het opzetten van een website. Ook gaat op dat moment de nieuwe straatmanager aan de slag. De straatmanager neemt ook deel aan de werkgroep Damstraat.

Eind 2012 blijkt dat de samenwerking in de cluster niet goed gaat; er is frustratie rond de voortgang van de straatgerichte aanpak Damstraat. De voorzitter van de werkgroep wordt door de toenmalig verantwoordelijk wethouder Project 1012 gevraagd een advies te geven over de voortgang. Hierna volgen de belangrijkste bevindingen van dit advies. Allereerst, frustreert het de werkgroep dat bestuurlijke en ambtelijke sleutelfiguren vertrekken of wisselen van functie. Belangrijk hierbij is het vertrek van de verantwoordelijke wethouder. Volgens de werkgroep verdwijnt hierdoor de bestuurlijke en ambtelijk aandacht. Ten tweede staat in het advies dat er geen beeldbepalende successen behaald. Betrokken ambtenaren zijn van mening dat verschillende zichtbare doelstellingen zijn gerealiseerd, te denken aan de terrassen, transformatie van twee coffeeshops, de komst van nieuwe zaken zoals Pieminister en Dutch Homemade – welke later verdwijnen – en de integrale handhavingsactie. Hiervan is echter de realisatie soms moeizaam tot stand gekomen. Daarnaast staat in het advies dat de successen niet beeldbepalend zijn. De kansen met de beeldbepalende panden van Nedstede en de UvA bleken moeilijk te verzilveren. Ten derde wordt aangegeven dat de overheidsorganisatie soms wat te wensen overliet. Om te beginnen zijn sommige afdelingen binnen de gemeente volgens de werkgroep weinig slagvaardig of werken ze slecht tot niet mee. Bovendien zijn er diensten binnen de gemeente die volgens de werkgroep autonoom opereren. Hierbij wordt expliciet de dienst Metro (voorheen DIVV) genoemd. Door werkzaamheden is de metro-ingang in de Nieuwe Hoogstraat een tijd lang gesloten geweest. Dit is volgens de werkgroep onvoldoende met hun afgestemd. De werkgroep werd hierover door omringende ontevreden ondernemers op aangesproken. Ten slotte is er onbegrip geweest tussen een lid van de werkgroep en de gemeente. Het lid van de werkgroep, eigenaar van enkele panden/winkels in de straat, wil achter zijn panden in de Damstraat 14 en 16 een gebouw neerzetten waarin twee kledingmerken en een horecazaak moeten komen. Deze plannen zijn gestrand omdat deze niet paste binnen de kaders van het bestemmingsplan. Ook pogingen om dit plan enigszins inpasbaar te krijgen zijn beëindigd.

Door oplopende spanningen in de werkgroep is deze in april 2013 (tijdelijk) stopgezet. De voorzitter adviseerde de wethouder om de werkgroep voort te zetten en potentiële nieuwe deelnemers daarbij uit te nodigen.  De activiteiten van de straatgerichte aanpak gingen vervolgens door. Daarmee ook het contact en dialoog met alle betrokken.  

Later is de pandeigenarencoalitie Hoogstraten opgericht. Naast leden van de BIZ en de straatmanager verenigen zich hierin vastgoedeigenaren uit de Oude en Nieuwe Hoogstraat. In sommige gevallen bezitten de pandeigenaren ook de onderneming die in het pand is gevestigd. De straatmanager geeft tijdens een inspraak in de stadsdeelcommissie aan dat het zodoende lukt gezamenlijk af te spreken wie zich in panden vestigen en zodoende invloed uit te oefenen op de exploitatie van functies. 

In 2017 is de gemeente gestart met de diversiteitsaanpak om het winkelaanbod te verbeteren. De belangrijkste sporen hiervan zijn het Voorbereidingsbesluit postcodegebied 1012 en de 'maatwerkaanpak' die vanuit Centrum XL is opgestart. Wat betreft het laatste is het de bedoeling te experimenteren met maatwerk door een diversiteitsaanpak op straatniveau uit te voeren waarbij ondernemer en vastgoedeigenaren samenwerken. Hierbij gaat het om het vergroten van de bewustwording van 'goed ondernemerschap' onder de betrokkenen in aangewezen straten.  De volgende straten zijn voor het experiment aangewezen: de Hoogstraten, de Breestraten, Spuistraat en Damstraat.  Voor de Hoogstraten hebben in juni 2017 vertegenwoordigers van de pandeigenarencoalitie Hoogstraten gesproken met de gemeente en de wethouder over de gezamenlijke doelstelling om grip te houden op het winkelaanbod in de Hoogstraten. Hiermee is de pandeigenarencoalitie onderdeel geworden van de hernieuwde straatgerichte aanpak van de Hoogstraten. Gezamenlijk is vervolgens gewerkt aan het convenant Hoogstraaten. 

Op 7 maart 2018 ondertekenen de gemeente Amsterdam, BIZ, NV Zeedijk, 1012Inc, Stadgenoot, Universiteit van Amsterdam en vastgoedeigenaren het ‘Convenant Hoogstraten Diversiteit winkelaanbod’. In het convenant zijn afspraken vastgelegd over de verhuur van winkelruimten en handhaving in de winkelstraten. De volgende stap is de invulling van een werkplan voor de straten. 

Realisatie visie Damstraat-Hoogstraten

We beoordelen hieronder in hoeverre de belangrijkste onderdelen van de visie Damstraat zijn gerealiseerd. In dit straatcluster moest de functiebalans worden hersteld door in te zetten op een divers en hoogwaardig winkel en horeca-aanbod. De bedoeling is dit te realiseren door het aantal aandachtsfuncties te verminderen en grip te krijgen op strategische functies. Verder moest de openbare ruimte worden verbeterd door met name reclame-uitingen te verwijderen. Daarnaast zouden er woningen worden toegevoegd aan het cluster.

In het cluster Damstraat-Hoogstraten waren bij de start van Project 1012 de volgende aandachtsfuncties aanwezig: vier coffeeshops, veertien souvenir/headshops, één geldwisselkantoor, twee smartshops/seedshop, één seksinrichting, één gokhal en twee minisupermarkten. Hiervan zijn sommige functies getransformeerd; de coffeeshops, geldwisselkantoor en gokhal zijn gesloten. Door de keerklepregeling en de inzet vanuit de straatgerichte aanpak zijn er geen aandachtsfuncties bijgekomen. Wel zijn er veel toeristische functies bijgekomen in het straatcluster Damstraat-Hoogstraten. Door de dialoog te zoeken met eigenaren en ondernemers is geprobeerd om dit zoveel mogelijk tegen te houden. Later is met het Voorbereidingsbesluit Postcodegebied 1012 de opkomst van toeristische functies een halt toegeroepen; er mogen geen nieuwe toeristische functies bijkomen.

De strategische functies waarop de werkgroep Damstraat-Hoogstraaten grip wilde krijgen waren de plint van Krasnapolsky en het pand van de UvA. Het is de straatgerichte aanpak niet gelukt grip te krijgen op deze strategische panden. In de plint zijn de afgelopen jaren toeristische functies gekomen. De UvA heeft vooralsnog een andere bestemming gegeven aan het pand, deze bestemming is niet ongewenst.

Verder is de openbare ruimte verbeterd en de gevelreclame is verwijderd. Daarvoor in de plaats zijn vanuit de BIZ uniforme reclameborden gerealiseerd. Daarnaast zijn er beperkt woningen (boven bedrijven) gerealiseerd.

Wij concluderen dat de visie nauwelijks is gerealiseerd en slechts enkele aandachtsfuncties zijn getransformeerd. De belangrijkste oorzaak is de toeristische ontwikkeling in het gebied. Ondanks allerlei inspanningen vanuit de straatgerichte aanpak (in samenwerking met betrokken bewoners en ondernemers) is gebleken dat het lastig is om aandachtsfuncties en toeristische functies te weren en strategische functies aan te trekken. In deze context heeft de gemeente meer succes gehad in de Oude en Nieuwe Hoogstraat dan in de Damstraat en de Oude Doelenstraat. In hoeverre de nieuwe diversiteitsaanpak meer soelaas biedt voor de realisatie van de visie is nog onduidelijk.

Resultaten volgens bewoners en ondernemers

We hebben de resultaten van het cluster Damstraat-Hoogstraten besproken met bewoners en ondernemers, professionals en ambtenaren. Hieronder bespreken we wat de bewoners en ondernemers van het resultaat vinden.

Voor de waarderingen van functieveranderingen hebben we online een enquête gehouden. Hierin zijn aan de respondentenVerantwoording enquête functieveranderingen uit beide clusters voorgehouden. Deze resultaten komen hieronder in de bespreking aan bod.

Verantwoording enquête

We hebben voor ons onderzoek een enquête gehouden om inzichten te krijgen in de waardering van burgers voor functieveranderingen in het gebied en hun overwegingen daarbij. De enquête hebben we eind 2017 verspreid via ons burgerpanel. Daarnaast was het mogelijk om de enquête op eigen initiatief via onze website en de door ons gepubliceerde kaarten van de gebieden rondom de Oude Kerk en de Damstraat / Hoogstraten in te vullen.

In de enquête hebben we iedere respondent een selectie van 5 panden voorgelegd waarin de functie in de afgelopen jaren is veranderd. Elke respondent kreeg daarvoor willekeurig één van de 6 verschillende selecties van 5 panden aangeboden waarbij per pand foto’s van de situatie voor en na verandering werden weergegeven. We hebben de respondenten vervolgens niet alleen gevraagd wat zij van de verandering vonden, maar met behulp van stellingen ook gevraagd naar hun overwegingen daarbij. Daarvoor hebben we de volgende stellingen bij de situatie voor en na verandering:

  • Bezoekers van dit soort functies veroorzaken overlast
  • De binnenstad kan niet zonder dit soort functies
  • Er zijn al te veel van dit soort functies in de binnenstad
  • Ik associeer dit soort functies met criminaliteit
  • Dit soort functies is alleen voor toeristen interessant
  • Het pand ziet er in de huidige situatie verzorgd uit

In totaal hebben 459 respondenten de enquête ingevuld.  

Gebruik deze link voor de gedetailleerde uitkomsten van de enquête.

Opwaardering
Bewoners en ondernemers zijn duidelijk van mening dat de opwaardering zoals beschreven in de visie niet is gerealiseerd. Bewoners en ondernemers zijn weinig positief over de transformatie van de aandachtsfuncties en de strategische functies. Ze geven aan dat de nieuwe functies in de getransformeerde coffeeshops niet zorgen voor een opwaardering zoals die in de visie wordt geschetst. Vooral de nieuwe functies in de Oude Hoogstraat – Burgerzaken en Dolce & Gelato Bio – zorgen voor overlast. Een ondernemer geeft aan dat het instrumentarium onvoldoende was waardoor het veelal neerkwam op 'dialoog' met ondernemers en vastgoedeigenaren. Ook de respondenten van onze enquête vinden de nieuwe functies ten opzichte van de coffeeshops wel een verbetering (behalve op de Oude Hoogstraat 13 waar nog geen nieuwe functie zit). Over het algemeen vinden de respondenten de uitstraling verbeterd, maar zij zijn van mening dat de nieuwe functies gericht zijn op toeristen en dat er al te veel van dit soort functies zijn in de binnenstad. Een betrokkene geeft aan dat de gemeente door het sluiten van de aandachtsfuncties heeft bijgedragen aan de opkomst van toeristische functies. Een ondernemer zegt positief te zijn over de komst van de Coffee Company in plaats van de gokhal Jackpot.  

Een ondernemer geeft aan het een gemiste kans te vinden dat de plint van Krasnapolsky is overgenomen door een andere private partij en niet door de gemeente (of partners van de gemeente). De overname was de uitgewezen mogelijkheid om grip te krijgen op de functiebalans in de Damstraat. Met de overname door de private partij zijn de huren enorm gestegen.  Ook in onze enquête zijn bewoners en ondernemers kritisch op de functieveranderingen in de plint. Daarbij vindt minder dan 5% van de respondenten de komst van Dunkin Donuts en Golden Age Cheese een verbetering. Voor de functieveranderingen Damstraat 25 (Tours en Tickets naar Dolce & Gelato Bio) en Damstraat 31 (Geldwisselkantoor Change naar Tours en Tickets) geeft iets meer dan de helft van de respondenten op de vraag of ze functieverandering een verbetering vinden het antwoord: "Het maakt niet zoveel uit".

Opkomst toeristische functies
In het straatcluster Damstraat-Hoogstraten is de belangrijkste constatering dat er een monocultuur is ontstaan van functies die uitsluitend gericht zijn op toeristen en een laagwaardige uitstraling hebben. Deze toeristische winkels bieden geen kwaliteit. Bewoners en ondernemers geven verschillende bijnamen aan deze functies, zoals "zoetige winkels", "de wafelwinkels", "vreettenten", "troepwinkels" en “winkels waarvan je tranen in de ogen krijgt”. Daarbij is de Oude Doelenstraat is door de snelle opkomst van toeristische winkels in de volksmond omgedoopt tot de 'ijsstraat'. Ook de respondenten van onze enquête vinden de opkomst van deze functies in de Oude Doelenstraat een verslechtering. Hierbij gaat het om de bakery's op nummer 3 en 5-7 en de kaaswinkel op nummer 6 (deze is inmiddels weer verdwenen). Volgens de respondenten zijn er al te veel van deze functies in de binnenstad (ongeveer 67-84% mee eens) en zijn de functies alleen voor toeristen interessant (ongeveer 70-78% mee eens). Een paar ondernemers wijzen er echter wel op dat er steeds meer toeristen zullen komen naar de Wallen. 

Bewoners en ondernemers maken bij de beoordeling van de toeristenwinkels wel een onderscheid tussen de toeristenwinkels. Het gaat dan vooral om de uitstraling: de ene souvenirwinkel is de ander niet. In de meeste gevallen zijn de bewoners en ondernemers negatief over de uitstraling van de winkels. De winkels hebben volgens hen een 'schreeuwende' uitstraling met veel laagwaardige gevelreclame. De ondernemers van deze winkels maken er een rommel van omdat ze gevels volhangen met koopwaar die met spijkers erin zijn geslagen. Maar men ziet ook toeristenwinkels die qua uitstraling positief worden ervaren. Zo merkt men op dat de gevels van de toeristenwinkels in verschillende gevallen goed zijn opgeknapt. 

Sommige bewoners en ondernemers wijzen er verder op dat de ondernemers van deze toeristische winkels weinig gevoel hebben voor de buurt en geen onderdeel uitmaken van de ondernemersvereniging of een BIZ. Daarbij geeft een ondernemer aan dat ze weinig contact hebben met de buurt - "ze spreken vaak geen Nederlands".  

Amsterdammers komen minder naar straatcluster Damstraat-Hoogstraten
De toename van toeristen en toeristische winkels zorgen ervoor dat steeds minder Amsterdammers naar het gebied komen. Het gebied is te druk en er verdwijnen steeds meer winkels waarvoor Amsterdam naar het gebied komen. Een uitzondering hierop is de Nieuwe Hoogstraat. Als argument wordt gegeven dat toeristen al afslaan richting de 'Red Light' voordat ze straat inkomen. Toeristische winkels lijken het mede hierom niet te redden in de Nieuwe Hoogstraat. Ondernemers geven aan dat ze omzet zien dalen. Een ondernemer geeft aan te overwegen op zaterdag de winkel te sluiten omdat er dan te veel toeristen zijn in de straat. Weer andere ondernemingen zijn zich meer gaan richten op toeristen om zodoende overeind te blijven. In dit licht vragen sommige bewoners en ondernemers zich af of de transformaties naar hoogwaardige en diverse winkels überhaupt wel realistisch is. Tijdens de gesprekken hebben we wel met één ondernemer gesproken die zich met succes is gaan richten op de buurt in plaats van op toeristen. 

Hoge overnamesommen en huurprijzen
De opwaardering van het gebied is verder onder druk komen te staan door de hoge overnamesommen en huurprijzen. Het gebied is economisch enorm aantrekkelijk geworden door de toename van toeristen. Als gevolg worden winkels voor enorme overnamesommen overgenomen. Bewoners en ondernemers hebben het vermoeden dat dit ook gebeurt in de straatcluster Damstraat-Hoogstraten. Ondernemers geven aan (in de portiek) te zijn benaderd door personen die de winkelruimte willen overnemen. Dit hebben ze geweigerd en vervolgens niets meer van gehoord. Hetzelfde geldt voor de stijging van de huurprijzen van de winkels. 

Bewoners en ondernemers vragen zich af of ze te maken hebben met een eerlijke strijd. Als argument wordt gegeven dat de bedragen te hoog zijn voor een normale business case. Andere ondernemers zijn van mening dat ze niet te maken hebben met een eerlijke marktwerking. Hiervoor geven ze twee argumenten. Het eerste argument is dat alleen grotere bedrijven de huren kunnen betalen omdat ze verliezen kunnen veroorloven. Een pand dient daarbij altijd nog als marketing. Ten tweede hebben bewoners en ondernemers het vermoeden dat winkels worden gebruikt voor ondermijning, zoals witwassen. Dit verandert de business case volgens hun. Bewoners en ondernemers zouden hierover graag meer geïnformeerd willen worden door de gemeente. Hier tegenover staan ondernemers die aangeven dat met het verkopen van souvenirs simpelweg veel geld kan worden verdiend. 

Diversiteitsaanpak en vastgoed
Over de nieuwe diversiteitsaanpak zijn bewoners en ondernemers tevreden. Bewoners en ondernemers zijn blij dat met het Voorbereidingsbesluit Postcodegebied 1012 de monocultuur van toeristische functies wordt gestopt. Een ondernemer geeft aan eindelijk te worden gehoord door de gemeente. Een andere ondernemer geeft aan dat het Voorbereidingsbesluit laat zien dat er wel mogelijkheden zijn, alleen is het besluit wel ‘mosterd na de maaltijd’. Over de maatwerkaanpak geeft een ondernemer aan zich af te vragen of het convenant en het zoeken van dialoog wel stand houdt tegen de hoge overnamesommen: is dit niet te vrijblijvend? Opvallend is dat eigenlijk alle bewoners en ondernemers wijzen naar de Zeedijk en de aanpak van de NV Zeedijk. Ze vinden dat daar een aansprekend resultaat is behaald. Ondernemers vragen zich af waarom het daar wel is gelukt om vastgoed aan te kopen. Een ondernemer wijst daarbij op de methode van de NV Zeedijk; deze is kleinschalig en richt zich op de buurt waarbij de sociale cohesie centraal staat. Een dergelijke aanpak zien ondernemers ook graag in de Damstraat-Hoogstraten. 

Openbare ruimte
De bewoners en ondernemers delen de mening dat de openbare ruimte op de Wallen is verbeterd. Daarbij zijn ze positief over de herprofilering van straten in het gebied. Een betrokkene geeft aan de herprofilering in de straat "goud" te vinden. Verder geven bewoners en ondernemers aan dat de panden goed zijn onderhouden. In het gebied zijn bijna geen vervallen panden meer te vinden. Dit lijkt ook op te gaan voor het straatcluster Damstraat. Daarnaast zijn de bewoners en ondernemers tevreden over de intensiteit waarmee de gemeente de binnenstad schoonhoudt. Dit geven bewoners en ondernemers uit het cluster aan. Daarbij wordt aangegeven dat zwerfvuil regelmatig wordt opgeruimd. Dit wil niet zeggen dat de straten altijd schoon zijn. Bewoners en ondernemers klagen dat toeristen veel vuil op straat achterlaten. Dit geldt ook voor sommige bewoners en ondernemers. Dit gaat om vuilniszakken die te vroeg op straat worden gezet. Dit zorgt voor overlast van ratten en vuilniszakken. Een ondernemer geeft aan dat daarbij ook een rol bij ondernemers ligt weggelegd om de straat elke avond aan te vegen. 

Samenwerking met de "gemeente"
Project 1012 en de succes van de straatgerichte aanpak gaat gepaard met de samenwerking met andere diensten. In het straatcluster Damstraat-Hoogstraten zijn verschillende voorbeelden te noemen waarop bewoners en ondernemers kritisch zijn op de verschillende diensten van de gemeente en geven daarbij aan dat er te weinig sprake is van een integrale aanpak. Treffend hiervoor is de volgende uitspraak van een betrokkene: "de ene ambtenaar komt met een glimlach binnen [om de straat samen te verbeteren], terwijl er van de andere ambtenaar een brief op de deurmat ligt [met daarin een vervelende mededeling]." We bespreken hieronder drie casussen: handhaving, uithangborden en funderingen. 

De handhaving moet volgens bewoners en ondernemers betere prioriteiten stellen en meer gebiedsgericht werken. Bewoners en ondernemers klagen erover dat handhavers vooral 'easy targets' aanschrijven. Daarbij stelt de handhaving verkeerde prioriteiten en hebben handhavers een gebrek aan inlevingsvermogen. Bij kleine nietszeggende overtredingen wordt snel een boete uitgedeeld. Een betrokkene geeft aan dat handhavers meer vanuit de ‘ leefbaarheid’ van de straat hun acties moeten uitvoeren in plaats van het strak naleven van alle regels. Daarbij moeten handhavers zich meer richten op de echte problematieken: de mate waarin toeristische functies zich houden aan het bestemmingsplan en achterhalen in hoeverre er sprake is van ondermijning. Handhavers moeten daarbij gebiedsgericht gaan werken. Men heeft de indruk dat bij een melding komen elke keer andere handhavers komen. Als voorbeeld wordt het Binnenstad Offensief genoemd. Deze handhavers zouden volgens sommigen te weinig bekend zijn met de straten en de ondernemers en zouden de binnenstad niet kennen. Ondernemers pleiten ervoor dat handhavers gebiedsgericht gaan werken. Zodoende kunnen handhavers meer kennis per pand en onderneming opbouwen en het reilen en zeilen van de buurt beter leren begrijpen. Sommige bewoners en ondernemers zijn daarentegen wel positief over het Binnenstad Offensief als het gaat om het verminderen van criminaliteit en het schoonhouden van de straat.

In de visie cluster Damstaat-Hoogstraten staat dat gevels minder reclame-uitingen moeten hebben. Hiervoor heeft een succesvolle integrale handhavingsactie plaatsgevonden waar bewoners en ondernemers tevreden over zijn. In 2017 zijn vanuit de BIZ uniforme uithangborden aan de panden in de Oude en Nieuwe Hoogstraat opgehangen. Bewoners en ondernemers zijn tevreden over deze uithangborden omdat ze kwaliteit uitstralen en niet laagwaardig zijn. Wel gaf een ondernemer aan dat Welstand allerlei voorwaarden stelde en werden er ook allerlei hoge leges in rekening gebracht voor het ophangen van het uithangbordje (terwijl er altijd al een bord had gehangen). Ondernemers wijzen erop dat goed gedrag niet wordt beloond; terwijl elders in de straat zonder aanvraag schreeuwende reclameborden worden opgehangen - die vervolgens een lange periode mogen blijven hangen - krijgen welwillende ondernemers te maken met allerlei complexe problemen. 

Verder is kritiek op het aanschrijven voor funderingsherstel in het gebied. In een gesprek wordt geschetst dat vanuit de straatgerichte aanpak met de eigenaren was gesproken om een pand te verbouwen. Tegelijk komt vanuit de dienst Bouw en Woontoezicht een inspecteur langs met de mededeling dat er funderingsherstel moet plaatsvinden. Dit moet vaak snel gebeuren en voor sommige ondernemers zijn de kosten niet haalbaar. Naast eigen ervaringen wordt in deze context vaak verwezen naar Indonesisch restaurant Sukasari dat voorheen zat op de Damstraat 26 en 28. Samen met de straatgerichte aanpak werd nagedacht over een nieuwe invulling voor deze panden. Toen kwam er de mededeling dat de eigenaar funderingswerkzaamheden moest uitvoeren (zo stellen de gesprekspartners). Hierom zou de eigenaar hebben besloten afstand te doen van het pand. Vervolgens is er een pizzeria/Argentijn ingekomen. Bovendien zouden de nieuwe eigenaren volgens 'horen zeggen' de funderingswerkzaamheden nooit hebben uitgevoerd. 

Conclusie: oordeel bewoners en ondernemers
Het herstel van de functiebalans – een divers en hoogwaardig horeca- en winkelaanbod – is volgens de bewoners en ondernemers niet bereikt. Aandachtsfuncties zijn veelal niet getransformeerd naar gewenste invullingen. Van belang daarbij is de enorme opkomst van toeristisch functies. Daarbij knappen sommige panden wel op, maar zijn het veelal functies met een schreeuwerige uitstraling. Daarnaast hebben de ondernemers van deze functies geen binding met de buurt. De toeristische ontwikkeling zorgt ervoor dat steeds minder Amsterdammers naar het gebied komen en stijgen de overnamesommen en huren. In deze context vragen bewoners en ondernemers zich af de marktwerking nog wel een eerlijk strijd is; vermoedens zijn er dat zwart geld en criminele activiteiten een rol spelen bij de businesscase van sommige functies.

Over de openbare ruimte – herprofilering en uitstraling panden – zijn bewoners en ondernemers positief. Daarnaast vinden ze dat de gemeente de uiterste inspanning levert wat betreft het goed regelen van huis- en zwerfvuil. Wel vinden ze dat er te veel zwerfvuil op straat komt. Hierin spelen ondernemers echter ook een rol.

Over de samenwerking geven ze aan dat het integrale werken niet optimaal gaat. Daarbij gaat erom dat diensten niet goed samenwerken. Veel genoemd is de handhaving, het ophangen van uniforme uithangborden en de aanschrijving van funderingsherstelwerkzaamheden. Dit gaat ten koste van de samenwerking vanuit de straatgerichte aanpak.

Resultaten volgens professionals

De resultaten van cluster Damstraat-Hoogstraten zijn besproken in de gesprekken met professionals. Deze professionals zijn vanwege hun beroep betrokken met Project 1012 en/of het gebied. Hierbij gaat het om wijkagenten, straatmanagement en personen werkzaam bij de maatschappelijke vastgoedpartijen. Hieronder geven we de belangrijkste bevindingen van deze gesprekken.

Transformatie en opkomst toeristische functies
De professionals wijzen net als de bewoners en ondernemers op de opkomst van de monocultuur van toeristische functies in het straatcluster Damstraat-Hoogstraten. Een professional noemt daarbij dat het gebied twee kanten heeft. Aan de ene kant de Damstraat. De Damstraat is een aanloopgebied voor de toeristen die de Wallen bezoeken. Hier zitten veel toeristische winkels. Hier is het überhaupt moeilijk successen te behalen als het gaat om grip op vastgoed. Aan de andere kant is er de Nieuwe Hoogstraat (en een beetje de Oude Hoogstraat). Dit is volgens de professional nog een traditionele winkelstraat. 

Het algemene beeld is echter dat in het cluster veel toeristische functies zijn gekomen. De straatmanager van de BIZ Dam tot Stopera heeft hierover op 21 september 2016 ingesproken bij de commissie Economische Zaken. Daarbij is aangegeven dat in deze winkels producten worden verkocht die zich puur richten op de eenmalige toerist. Het fungerende bestemmingsplan en de handhaving zijn daarbij niet toereikend om de opkomst van de monocultuur in het straatcluster Damstraat te weren. Dit komt omdat ondernemers de winkels zodanig inrichten dat ze de kaders van het bestemmingsplan niet overschrijden, bijvoorbeeld door een mix van toeristische producten aan te bieden. Door de opkomst van toeristische winkels verdwijnen traditionele retail en gespecialiseerde winkels in razend tempo. Hierdoor komen buurtbewoners en Amsterdammers in toenemende mate niet meer naar het straatcluster Damstraat.  

Diversiteitsaanpak en vastgoed
Met het Voorbereidingsbesluit en het convenant Hoogstraten zijn volgens de professionals goede stappen gezet om meer grip te krijgen op het herstel van de functiebalans. Het Voorbereidingsbesluit biedt een handvat om toeristische functies te weren. Een professional verwacht wel dat het ingewikkeld is om te bepalen of iets toeristisch is. Verder wordt de kanttekening geplaats dat de gemeente vooralsnog weinig daadkrachtig handelt. Als voorbeeld wordt de nieuwe toeristische functie op de Oude Doelenstraat 6 genoemd. Hier zat voorheen een (toeristische) kaaswinkel en nu een toeristische functie die een mix aan producten aanbiedt. Deze functie is er gekomen naar de intreding van het Voorbereidingsbesluit. De professional geeft aan dat mensen in de buurt klagen wanneer de functie gaat verdwijnen, maar dat gemeente wacht op een besluit van de rechter aangaande een andere toeristische functie. Volgens de professionals raken bewoners en ondernemers in de buurt hierdoor ongeduldig.  

De maatwerkaanpak vinden professionals positief omdat gezamenlijk de discussie wordt aangegaan over de toekomst van een gebied. In de Hoogstraten is hier onlangs een convenant voor gesloten. Daarentegen betwijfelen professionals of deze aanpak wel voldoende is om grip te krijgen op het functieaanbod. Daarbij wijzen ze erop dat het instrument 'dialoog' niet toereikend genoeg is om de opkomende macht van de markt in het gebied tegen te gaan. Pandeigenaren en ondernemers willen geld verdienen en zijn daarbij niet altijd geïnteresseerd in het “goed functioneren van de straat”. 

Professionals zijn van mening dat in het straatcluster Damstraat-Hoogstraten er te weinig grip is geweest op het vastgoed om zodoende de functiebalans te verbeteren. Professionals verwijzen daarbij naar 1012Inc. en de NV Zeedijk. Vastgoed aankopen is echter moeilijk gebleken omdat de prijzen niet betaalbaar zijn voor de gemeente of maatschappelijke vastgoedpartijen. Daarbij zou vastgoed waarop grip valt uit te oefenen zich moeten concentreren in kleine gebieden, denk daarbij aan de werkwijze van de NV Zeedijk waarbij die op de Zeedijk hun kantoor hebben en selectief, kleinschalig aankopen doen. De Damstraat is wat dat aangaat een moeilijk gebied omdat meerdere panden aangekocht moeten kunnen worden. Daarbij geeft een professional aan dat de screening verbeterd moet worden en dat ondernemers eigenlijk pas na het verlenen van vergunning een functie zouden moeten kunnen starten in het Wallengebied. 

Samenwerking met de gemeente
Professionals geven aan dat de straatgerichte aanpak te lijden heeft door de gebrekkige integrale aanpak van de gemeente en de beperkte doorzettingsmacht van ambtenaren die 'in de straat' aanwezig zijn. Een professional geeft aan dat de samenwerking met ambtenaren ‘in de straat’ (zoals de gebiedsmakelaar, ambtenaren actief met reiniging, openbare ruimte) goed, prettig en effectief gaat. Samen wordt doelgericht aan opgaven gewerkt. Problematisch is echter het gebrek aan doorzettingsmacht bij het stadsdeel en desbetreffende diensten. Voorbeelden die worden genoemd is het evenement Slow Mile en de uniforme uithangborden.  Verder is de integrale aanpak essentieel voor een goede samenwerking in het gebied. Een professional verwijt daarbij dat handhavers niet naar behoren handelen. Argumenten die hiervoor worden gegeven is dat handhaver te weinig expertise hebben, elke keer andere handhavers langskomen, vooral zich richten op ‘easy targets’ zoals een plant die buiten verkeerd staat, kerstverlichting die niet volgens de regels is opgehangen, of een aanhanger die kort voor de deur staat geparkeerd. 

Conclusie: oordeel professionals
Professionals oordelen dat de functiebalans niet is hersteld in het cluster Damstraat-Hoogstraten. De transformatie van de aandachtsfuncties is niet gerealiseerd. De functiebalans is verder verstoord door de toename van toeristische functies in het gebied. Hiervoor hebben professionals de gemeente gewaarschuwd.

Professionals zijn positief over de diversiteitsaanpak; hierbij gaat het om de Voorbereidingsbesluit Postcodegebied 1012 en de maatwerkaanpak. Professionals vinden dat de gemeente goed moet 'doorpakken' om succesvol te zijn met deze aanpak. Daarbij vragen ze zich af of de diversiteitsaanpak voldoende is om de functiebalans te herstellen. Volgens professionals moet de gemeente daarvoor zelf meer grip krijgen op het vastgoed. Er wordt ook aangegeven dat het aantrekken van vastgoed zich moet concentreren op kleine gebieden.

Verder geven professionals aan dat gemeentelijk diensten – vooral de handhaving – beter moeten samenwerken om doelen van de straat te realiseren. Daarbij moet de doorzettingsmacht van ambtenaren in het gebied ten opzichte van andere diensten worden vergroot.

Resultaten volgens ambtenaren

De resultaten van het cluster Damstraat-Hoogstraten zijn verder besproken met verschillende ambtenaren. Ambtenaren die onderdeel waren van de straatgerichte aanpak voor het straatcluster Damstraat-Hoogstraten zijn hierbij uitgebreid gesproken. Hieronder geven we de belangrijkste bevindingen van deze gesprekken.

Transformaties
Ambtenaren geven aan dat in het straatcluster Damstraat-Hoogstraten het niet gelukt is om de functiebalans te herstellen, uitzondering hierop is de Nieuwe Hoogstraat. Een belangrijke reden is dat er te weinig instrumenten aanwezig waren om de transformatie van aandachtfuncties te realiseren. Alleen de sluiting van de coffeeshops in de Damstraat en de Oude Doelenstraat kon worden afgedwongen. Voor de sluiting van de overige aandachtsfuncties in de straat waren de instrumenten onvoldoende toereikend. Dit gold ook voor de invulling van de gesloten coffeeshops aangezien de partners van de gemeente in tegenstelling tot de raambordelen geen eigenaar werden van een pand. De transformatie kwam daarom vooral neer op dialoog; creëren van bewustwordingen onder ondernemers en vastgoedeigenaren om functies te transformeren die bijdragen aan het herstel van de functiebalans. 

Een ambtenaar geeft echter aan dat zittende ondernemers over het algemeen weinig belang hebben om de onderneming te transformeren. Vanwege de hoge verdiensten houden deze ondernemers vast aan de onderneming die ze ooit zijn gestart. Daarnaast bezitten ze ook niet altijd de capaciteiten om iets anders te gaan doen. Een uitbater van een souvenirwinkel kan en wil niet opeens een schoenenwinkel openen. De aandachtsfuncties, bijvoorbeeld de Argentijnse grilrestaurants en de ijs- en kaaswinkel vergen op zich weinig vaardigheden, maar leveren wel geld op. Ook de Stimuleringsregeling die werd ingezet om ondernemers met een subsidie te verleiden om de functie te veranderen, bracht hier vrijwel geen beweging in. Uiteindelijk is de Stimuleringsregeling grotendeels ingezet voor transformaties van gesloten raambordelen en coffeeshops en niet voor de overige aandachtsfuncties. De Stimuleringsregeling werkte daarmee niet echt als lokkertje voor nieuwe ontwikkelingen, maar werd vooral ingezet op het moment dat er al een ontwikkeling gaande was. 

Onverwachte opkomst toeristische functies
De ambtenaren benoemen net als de bewoners en ondernemers en de professionals de opkomst van de monocultuur van toeristische functies in het straatcluster Damstraat. Het transformeren van functies werd met deze opkomst steeds ingewikkelder. Ambtenaren geven aan dat de ontwikkeling van het toegenomen toerisme een van de belangrijkste redenen is waarom de instrumenten niet toereikend genoeg waren. Deze ontwikkeling had vooraf volgens hen onmogelijk voorzien kunnen worden. Het streven was bij aanvang juist om ook meer andere bezoekers naar het gebied te trekken. 

De hiermee gepaarde economische ontwikkeling van het gebied zorgde voor een toename van de overnamesommen en huurprijzen. In extreme gevallen stonden er zelfs koffertjes met geld klaar om een huurcontract in bezit te kunnen krijgen. Dit is ook aangegeven door ondernemers in het gebied. Deze stijgende overnamesommen en hoge huren bemoeilijkten de transformatie. Welwillende ondernemers waren niet altijd bereid deze overnamesommen te betalen. Nieuwe ondernemers schrokken van de hoogte van de overnamesommen. Een groot deel van de al aanwezige ondernemers in het gebied zijn daarentegen bekend met deze bedragen. Deze ondernemers hebben minder weerstand deze bedragen te betalen en werken daarbij ook vaker samen met andere ondernemers, zodat zij de overnamesom over meerdere personen kunnen verdelen. Nieuwe ondernemers veroveren hierdoor maar moeilijk een plek op de Wallen. 

Keerklepregeling en handhaving
De ambtenaren geven aan dat de keerklepregeling voorafgaand aan het bestemmingsplan hielp aandachtsfunctie te weren. Uit onze reconstructie blijkt ook dat de souvenirwinkels na de invoer in 2010/2011 niet meer zijn toegenomen in het straatcluster. De ambtenaren geven aan dat ze hiermee voorloper waren ten opzichte van andere gebieden in de stad "de straatgerichte aanpak was een pioniersproject". De keerklepregelingen waren in eerste instantie succesvol gebleken voor het bevriezen van de specifieke functies waarop ze van toepassing waren, maar boden geen halt aan nieuwe fenomenen. Daarnaast gold overigens de keerklepregeling in eerste instantie alleen voor postcodegebied 1012. Dit betekende dat de Nieuwe Hoogstraat, onderdeel van postcodegebied 1011, niet meteen onder deze regeling viel. Later is dit aangepast toen ook dat bestemmingsplan opnieuw werd vastgesteld. 

Een ambtenaar geeft aan dat de handhavers een cruciale rol hebben gehad bij de straatgerichte aanpak voor het weren van de aandachtsfuncties. De handhaving heeft meermaals adequaat gereageerd als nieuwe souvenirwinkels werden geopend, zoals in het pand waar voorheen de Zipper zat op de Nieuwe Hoogstraat 8 waar vervolgens een toeristenwinkel in is gekomen en vervolgens mede door de handhaving is verdwenen. 

Diversiteitsaanpak
Ambtenaren zijn wisselend positief over de diversiteitsaanpak. Over het Voorbereidingsbesluit Postcodegebied 1012 geven ambtenaren aan dat de uitbreiding van de keerklepregeling naar toeristische functies positief is. Ambtenaren zijn tevreden dat in het bestemmingsplan is afgestapt van specifiek gekozen functies en dat nu brede functiecategorieën zijn gehanteerd. Daarvoor zijn ongeveer 2.000 functies geïnventariseerd door de gemeente. Inmiddels zijn er al veel signalen binnengekomen. De controle hiervan is arbeidsintensief. Daarbij wacht de gemeente op de uitspraken betreffende de rechtszaak van de Amsterdam Cheese Company aan het Damrak. Over de maatwerkaanpak zijn ambtenaren tevreden omdat vastgoedeigenaren bij het overleg zijn betrokken. Het lijkt erop dat eigenaren steeds meer bewustwording krijgen dat de monocultuur aan toeristische functies uiteindelijk zal terugslaan op hun omzet. Daarentegen vrezen de ambtenaren dat de maatwerkaanpak op dezelfde problemen zal vastlopen als bij de straatgerichte aanpak vanwege het vrijblijvende karakter. 

Aankopen vastgoed
Ambtenaren geven aan dat de gemeente en maatschappelijke vastgoedpartijen vastgoed dat vrij komt goed monitort, maar dat de vastgoedprijzen meestal te hoog zijn om met gemeenschapsgeld aan te kopen. In het straatcluster Damstraat-Hoogstraten is het in sommige gevallen gelukt om vastgoed aan te kopen, zoals het pand op de Oude Hoogstraat 8 waarin Café de Pool en het pand de Oude Hoogstraat 6 waarin De Grote Tas is gevestigd. Verder bezitten de gemeente en partners vastgoed in de Nieuwe Hoogstraat. De ambtenaren geven echter aan dat in veel gevallen het aankopen van vastgoed niet gelukt is in het straatcluster. Te denken valt daarbij aan de plint van Krasnapolsky, Damstraat 10 waar voorheen coffeeshop Paradise zat gevestigd of de panden van Sukasari op Damstraat 26 en 28. Een ambtenaar geeft daarentegen aan zich voor te kunnen stellen dat het verwerven van de panden van Nedstede in de plint van Krasnapolsky een impuls voor de Damstraat had kunnen opleveren. Problematisch is dat dergelijke panden in meeste gevallen voor de hoogste prijs worden verkocht. Te hoog voor de gemeente of maatschappelijk vastgoedpartijen. 

Ambtenaren kunnen zich wel voorstellen dat gericht en selectief aankopen van vastgoed (of het ondersteunen van partners hierbij) in bepaalde straten een effectief instrument is om meer grip te krijgen op de straat en het winkelaanbod. Echter alleen voor maatschappelijk verantwoorde prijzen en in de straten waar de gemeente het tij nog kan keren. In een straat zoals de Damstraat, waar het kantelpunt van herstel ver in zicht is, ligt dit ingewikkeld. In de Oude en Nieuwe Hoogstraat is het eigenaarschap van panden veel minder versnipperd. Hier is het volgens ambtenaren meer realistisch om door middel van vastgoed het "tij nog te keren". Een ambtenaar geeft aan dat het uiteindelijk een bestuurlijke keuze is om het instrumentarium van de maatwerkaanpak en de financiële ruimte hiervoor te vergroten en zo vastgoedaankopen mogelijk te maken. 

Zonder uitbreiding van het instrumentarium blijft men volgens een ambtenaar afhankelijk van de welwillendheid van vastgoedeigenaren om positieve veranderingen in het gebied te realiseren. Dit vergt veel van deze welwillende eigenaren: ze moeten bewust bereid zijn te kiezen voor lagere huren met bonafide spelers en gewenste functies. Voorbeelden hiervan zijn genoemd in de reconstructie, zoals de eigenaar op de Nieuwe Hoogstraat 6. Deze eigenaar was vastbesloten de ruimte te verhuren aan een partij die iets zou bijdragen aan de diversiteit van het winkelaanbod. 

Integrale aanpak
De ambtenaren geven aan dat de integrale aanpak tussen de straatgerichte aanpak in het straatcluster Damstraat-Hoogstraten en de verschillende diensten van de gemeente niet optimaal is geweest. Daarbij doelen ambtenaren vooral op de samenwerking tussen de handhavers en de gemeente. Als vanuit de straatgerichte aanpak een vertrouwensband met een onderneming is opgebouwd, kan het vervelend zijn als een handhaver net komt bekeuren voor bijvoorbeeld een buitenbankje dat niet is toegestaan. Ambtenaren constateren dat de thematische aanpak van handhaving niet aansluit op de behoefte van de straat die graag vaste aanspreekpunten heeft. Een ambtenaar geeft aan dat de interne afstemming op gebiedsniveau beter moet worden georganiseerd. In de beginjaren moest dat echter nog van de grond komen. 

De ambtenaren herkennen dat ondernemers dit extra vervelend vinden omdat ze de indruk hebben met één en dezelfde gemeente contact te hebben: het onderscheid tussen de verschillende onderdelen van de gemeente is voor hen niet goed zichtbaar en te begrijpen. Daarbij wijzen ambtenaren op het verwachtingsmanagement richting betrokkenen in de straat. De gemeente moet ondernemers beter inlichten waartoe ze in staat is. Daarbij moeten ambtenaren goed weten waartoe ze in staat zijn - dit gaat niet altijd goed, zoals bij de organisatie van Slow Mile.  

Conclusie: oordeel ambtenaren
Ambtenaren vinden dat de transformatie in het straatcluster Damstraat-Hoogstraten niet is gelukt in de Damstraat en dat de functiebalans redelijk is behouden in de Oude en Nieuwe Hoogstraat. De instrumenten waren onvoldoende om de transformatie te realiseren. De aanpak kwam vooral neer op dialoogvoering. Wel geven ambtenaren aan dat de straatgerichte aanpak een pioniersproject was. Hierbij zijn successen bereikt, zoals de keerklepregeling (en de bijbehorende handhaving). Uiteindelijk is de beschikbare gereedschapskist onvoldoende krachtig gebleken om tegenkracht te kunnen bieden tegen de marktwerking. Ambtenaren verwachten met de diversiteitsaanpak meer grip te krijgen op het functieherstel.

Ambtenaren geven aan dat het niet voldoende is gelukt om vastgoed in de greep te krijgen in het straatcluster Damstraat-Hoogstraten. Ambtenaren geven aan dat het aankopen van vastgoed kan helpen bij het herstel van de functiebalans, maar alleen voor maatschappelijk verantwoorde prijzen, geconcentreerd in kleine gebieden en in de straten waar de gemeente het tij nog kan keren. In dit licht zou de Damstraat minder geschikt zijn dan de Nieuwe Hoogstraat.

Over de samenwerking tussen de gemeente en de bewoners in het straatcluster Damstraat geven de ambtenaren aan dat dit beter moet. Doordat diensten niet altijd optimaal samenwerken is dit ten koste gegaan van de straatgerichte aanpak.

Conclusie

In dit hoofdstuk stond de vraag centraal: heeft Project 1012 op straatniveau geleid tot een herstel van de functiebalans? Hiervoor hebben gekeken naar de straatclusters Oudekerksplein en Damstraat-Hoogstraten. De analyse voor de beantwoording van de vraag bestond uit een reconstructie van functieverandering op pandniveau over de afgelopen tien jaar, documentatie van de straatgerichte aanpak in de twee clusters en verwante documenten en gesprekken met betrokkenen. De gesprekken met betrokkenen hebben we beschreven vanuit de bewoners en ondernemers (waaronder ook bordeelhouders),