Toegankelijkheid van stemlocaties
bestuurlijk rapport

Samenvatting

Vanaf 1 januari 2019 moeten alle stemlocaties toegankelijk zijn voor kiezers met een lichamelijke beperking. Het college van B en W streeft hier ook naar, maar denkt wel dat dit lastig haalbaar is. Volgens het college was op 20 maart 2019 bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten 74% van de stemlocaties volledig toegankelijk, en nog eens 21% toegankelijk met hulp. Uit ons onderzoek blijkt dat dit in de praktijk tegenvalt. Slechts 7 van de 80 door ons bezochte stemlocaties voldeed aan alle eisen van toegankelijkheid. In 73 van de 80 locaties was er iets aan de hand. Ook 60% van de voorzitters van de stembureaus meldden bijzonderheden over de toegankelijkheid. Stemlocaties zijn over het algemeen redelijk te bereiken en te betreden, maar we constateerden ook problemen; zelfs bij locaties die volgens de gemeente volledig toegankelijk zijn.

Om stemlocaties beter toegankelijk te maken, brengt het college tijdelijke voorzieningen aan. Deze blijken in de praktijk de toegankelijkheid nogal eens negatief te beïnvloeden, omdat ze slecht zijn uitgevoerd. Het is de vraag of de door het college gebruikte indeling van stemlocaties (A, B, en C) in de praktijk goed te hanteren is. Lang niet alle stemlocaties die volgens het college volledig toegankelijk zijn (A-locaties), zijn dat ook in de praktijk. Maar het omgekeerde komt ook voor: minder of zelfs niet-toegankelijke locaties die in de praktijk wel toegankelijk zijn. Het college gaat bij het bepalen van de toegankelijkheid van stemlocaties slechts uit van toegankelijkheid voor kiezers in een reguliere rolstoel, en houdt minder rekening met fysiek beperkte kiezers in een (vaak grotere) aangepaste en/of elektrische rolstoel of met kiezers met een rollator of scootmobiel.

De door het college verstrekte informatie over de toegankelijkheid van de stemlocaties was op tijd beschikbaar en volledig, maar niet altijd gemakkelijk te vinden. Op de stempas stond slechts beperkte informatie en digitale links op webpagina’s waren niet altijd duidelijk. Kiezers met een visuele beperking moeten nog de nodige hobbels nemen om aan informatie te komen. Het college is niet duidelijk genoeg over wat de begrippen ‘toegankelijk’ of ‘toegankelijk met hulp’ in de praktijk voor de kiezer betekenen.

De rekenkamer deed drie aanbevelingen aan het gemeentebestuur:

  1. Maak bij de indeling van de stemlocaties een duidelijker onderscheid tussen toegankelijke en niet-toegankelijke locaties;
  2. Wees alerter op de uitvoering van tijdelijke voorzieningen;
  3. Geef aandacht aan de brede groep van mensen met een fysieke beperking, ook aan mensen met rollator, aangepaste of elektrische rolstoel, scootmobiel of taststok.

In zijn reactie zegt het college van B en W dat het deze aanbevelingen overneemt. Ook geeft het college aan hoe het de aanbevelingen denkt uit te voeren. De rekenkamer is over het algemeen tevreden hiermee. Bij de laatste aanbeveling missen we in de reactie nog wel de concreetheid. We adviseren de raad om daar aandacht aan te besteden.

Toegankelijkheid van stemlocaties

Vanaf 1 januari 2019 moeten alle stemlocaties toegankelijk zijn voor kiezers met een lichamelijke beperking. Het VN-verdrag Handicap, dat op 14 juli 2016 in Nederland in werking trad, vormde hiervoor de aanleiding. Het doel van het verdrag is het bevorderen, beschermen en waarborgen van de mensenrechten van mensen met een beperking.

Voor de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR) is dit een aanleiding om in 2019 te stimuleren dat haar leden in de onderzoeksprogramma's aandacht zullen besteden aan het thema toegankelijkheid. Ook de Rekenkamer Metropool Amsterdam onderkent het belang van het onderwerp en zal in 2019 in verschillende onderzoeken aandacht besteden aan het thema toegankelijkheid.

In 2019 vinden er twee verkiezingen plaats: voor de Provinciale Staten en de waterschappen op 20 maart en voor het Europees Parlement op 23 mei. We hebben ervoor gekozen om tijdens de verkiezingen in maart de toegankelijkheid van stemlocaties te onderzoeken.

Vóór 2019 bepaalde de Kieswet dat burgemeester en wethouders moesten zorgen dat ten minste 25% van de stemlocaties in de gemeente zodanig zijn gelegen en ingericht dat kiezers met een lichamelijke beperking zoveel mogelijk hun stem zelfstandig kunnen uitbrengen. Daarnaast mochten kiezers die vanwege hun lichamelijke gesteldheid (inclusief visuele gesteldheid) hulp nodig hebben, in het stemhokje hulp ontvangen. Vanaf 1 januari 2019 moeten alle stemlocaties toegankelijk zijn voor mensen met een lichamelijke beperking. Als het college van B en W dit niet kan uitvoeren, moet het de gemeenteraad informeren over de reden hiervoor.

Het college is actief

Het college heeft actieve aandacht voor toegankelijkheid

Het college van B en W streeft naar toegankelijkheid van alle stembureaus in Amsterdam. Wel denkt het dat dit lastig haalbaar is. Vooraf is er veel aandacht geweest voor de inrichting van stembureaus en de instructie van de leden van de stembureaus. Deze leden hebben op de verkiezingsdag zelf veel hulp geboden. Het college verspreidde informatie over de toegankelijkheid van de stembureaus. Ook is de gemeenteraad geïnformeerd over de toegankelijkheid. Het college heeft daarbij beargumenteerd waarom een deel van de stembureaus niet of minder toegankelijk was.

Streven is 100%

Het college van B en W streeft 100% toegankelijkheid van stemlocaties na, al onderkent het dat dit lastig haalbaar is. Het college wil voor alle Amsterdammers een stemlocatie op loopafstand. Dat is het belangrijkste criterium. Daarna is de toegankelijkheid per locatie van belang.

Het college stelt dat op 20 maart 2019 74% van de stemlocaties volledig toegankelijk was voor kiezers met een lichamelijke beperking, 21% was toegankelijk met hulp en 5% was niet-toegankelijk. Het aantal volledig toegankelijke locaties was volgens het college gestegen ten opzichte van 2018; dat was toen 68%.

Er is aandacht voor de inrichting van de stemlocaties

Voorafgaand aan de verkiezingen worden alle stemlocaties bezocht. Medewerkers van de gemeente bekijken of er wijzigingen in het gebouw zijn aangebracht die van invloed zijn op de toegankelijkheid en beoordelen of er tijdelijke voorzieningen moeten worden aangebracht, zoals hellingbanen en drempelhulpen. Er zijn leesloepen voor slechtzienden in de stembureaus beschikbaar.

Leden van stembureaus bieden veel hulp

Het college deelt bij ieder stembureau een extra lid in om, naast controle van stempassen en ID-bewijzen, kiezers met een lichamelijke beperking te helpen (voor zover dit mogelijk en gewenst is). Meer dan de helft van de voorzitters zegt dat in zijn of haar stembureau hulp geboden is aan een of meerdere kiezers met een lichamelijke beperking. Het vaakst werd hulp geboden aan kiezers met een visuele beperking en kiezers met een rollator. Leden van stembureaus hielpen kiezers op de looproute en met het openhouden van deuren. Maar het vaakst hielpen zij kiezers in de stemruimte: bij het bewegen van en naar stemhokje en -bus, bij het hanteren van de leesloep en bij het invullen van het stembiljet.

Het college doet zijn best om informatie te geven

Voorafgaand aan de verkiezingen van 20 maart 2019 verspreidde de gemeente informatie over toegankelijkheid van stemlocaties via de gemeentelijke website en lokale media, zoals de speciale verkiezingseditie van de stadsdeelkrant. Twee weken voor de verkiezingen was er op de website een kaart van de stad beschikbaar waarop de toegankelijkheid van alle stembureaus was aangegeven. De gemeente bood informatie over de mogelijkheid van stemmen met een stemmal (voor slechtzienden). Via een link op de website kon je in een filmpje eenvoudig te begrijpen informatie over stemmen bekijken.

De gemeenteraad is voorafgaand aan de verkiezingen geïnformeerd

De gemeenteraad is geïnformeerd naar aanleiding van de evaluatie van de verkiezingen van 2018, vragen uit de raad en de voortgangsrapportage Toegankelijkheid. Het college verstrekte gegevens over de toegankelijkheid, verduidelijkte zijn standpunt dat stemlocaties in Amsterdam lastig 100% toegankelijk kunnen worden en ging in op de oorzaken hiervan. Zoals uit onze bevindingen blijkt, was het college in de informatie, die het gaf aan de gemeenteraad, wel te optimistisch over de toegankelijkheid van de stemlocaties.

Locaties minder toegankelijk dan college zegt

Toegankelijkheid van stemlocaties valt in de praktijk tegen

In de praktijk blijkt de toegankelijkheid van de stembureaus flink lager te zijn dan het college zegt. Slechts 7 van de 80 door ons bezochte stembureaus voldeed aan alle eisen van toegankelijkheid. Als we afzien van de eis dat er goede stoelen in het stembureau zijn, waren dat er 19. Ook meer dan 60% van de voorzitters van de stembureaus meldden bijzonderheden op het gebied van de toegankelijkheid. Stemlocaties zijn over het algemeen redelijk te bereiken en te betreden, maar we constateerden ook problemen; zelfs bij locaties die volgens de gemeente volledig toegankelijk zijn.

‘Volledig toegankelijke’ locaties lang niet altijd goed bereikbaar

De stemlocaties zijn over het algemeen redelijk bereikbaar. Maar de bereikbaarheid van de locaties, waarvan de gemeente aangeeft dat ze volledig toegankelijk zijn, is lang niet altijd goed. Ook niet als er volgens de gemeente een parkeerplaats voor gehandicapten is (A+P-locatie). Bij 13 van de 30 A(+P)-locaties die we bezocht hebben, constateerden we een of meer problemen op bereikbaarheid. Deze varieerden van de afwezigheid van een (gehandicapten)parkeerplaats en slecht zichtbare aanduidingen tot obstakels op de looproute buiten en binnen, en slecht overbrugde hoogteverschillen. Ook voorzitters zelf constateerden problemen. Afgezien van de afwezigheid van parkeerplaatsen constateerde een kwart van de voorzitters van A(+P)-locaties een probleem op bereikbaarheid.

De gemeente heeft voor 85 stembureaus een ontheffing aangevraagd voor een tijdelijke gehandicaptenparkeerplaats op de dag van de verkiezingen. Hiervoor werd € 354 betaald per parkeerplaats. De aanduiding van de gehandicaptenparkeerplaats was niet erg duidelijk, omdat er alleen “wegsleepregeling i.v.m. verkiezing 20/3/2019” stond.

‘Volledig toegankelijke’ locaties lang niet altijd goed betreedbaar

Stemlocaties zijn goed te betreden als de deuren openstaan of gemakkelijk opengaan, aanwezige drempels goed zijn overbrugd en de gangen breed genoeg zijn om elkaar (ook in een rolstoel) te passeren.

De stemlocaties zijn over het algemeen redelijk te betreden. Maar de volgens de gemeente volledig toegankelijke A(+P)-locaties zijn lang niet altijd goed betreedbaar. Er waren in 13 van de 30 door ons bezochte A(+P)-locaties problemen. 26% van de voorzitters constateerde één of meerdere problemen. Voorbeelden zijn niet (goed) overbrugde drempels, niet goed vastzittende vloerbescherming, zware deuren en niet-toegankelijke alternatieve routes voor kiezers in een rolstoel.

Stembureaus goed bruikbaar, op afwezigheid van stoelen na

Mogelijke problemen in het eigenlijke stembureau kunnen zijn: een gebrek aan ruimte om te manoeuvreren voor mensen in een rolstoel, de afwezigheid van bruikbare stoelen om even op te zitten, de hoogte van de tafels in de stemhokjes en de afwezigheid van een leesloep.

In 62 van de 80 locaties die we bezocht hebben, waren stoelen (met leuning) afwezig. Wanneer we de stoelen buiten beschouwing laten, dan zijn 73 van de door ons geobserveerde stembureaus bruikbaar. Bij onze bezoeken aan stembureaus constateerden we weinig problemen met de ruimte in de stembureaus. Maar 10% van de voorzitters vond de manoeuvreerruimte bij de stemhokjes te krap, met name voor kiezers in een scootmobiel. Een ander probleem is de hoogte van de Amsterdamse stembussen. Kiezers in een rolstoel ervaren problemen met het stembiljet in de gleuf te gooien. Voorzitters hebben kiezers hier regelmatig mee geholpen.

Slechts 7 van de 80 door ons bezochte locaties waren geheel toegankelijk (4 A-locaties en 3 B-locaties). Als we (ontbrekende of onvoldoende) stoelen in de stembureaus buiten beschouwing laten, dan waren 19 locaties geheel toegankelijk (12 A-locaties en 7 B-locaties). 62% van de voorzitters meldde bijzonderheden op gebied van toegankelijkheid. Zelfs bij de volledig toegankelijke A(+P)-locaties meldde 55% van de voorzitters bijzonderheden.

Omgang met toegankelijkheid roept vragen op

De uitvoering van maatregelen kan beter

Om stemlocaties beter toegankelijk te maken, brengt de gemeente tijdelijke voorzieningen aan. Deze blijken in de praktijk de toegankelijkheid nogal eens negatief te beïnvloeden, omdat ze slecht zijn uitgevoerd. Het is de vraag of de door de gemeente gebruikte indeling van stemlocaties (A, B, en C) in de praktijk goed te hanteren is. Lang niet alle stemlocaties die volgens de gemeente volledig toegankelijk zijn, zijn dat ook in de praktijk. Maar het omgekeerde komt ook voor: minder of zelfs niet-toegankelijke locaties die in de praktijk wel toegankelijk zijn. Het college gaat bij het bepalen van de toegankelijkheid van stemlocaties slechts uit van toegankelijkheid voor kiezers in een reguliere rolstoel. Ze houdt minder rekening met fysiek beperkte kiezers in een (vaak grotere) aangepaste en/of elektrische rolstoel of met kiezers met een rollator of scootmobiel.

Onzorgvuldigheid in de uitvoering van tijdelijke voorzieningen

Om de toegankelijkheid van stemlocaties te vergroten, brengt de gemeente tijdelijke voorzieningen aan. Voorbeelden hiervan zijn overbruggingen van drempels, afdichting van roosters, hellingbanen om treden te overbruggen en bescherming van vloeren (bijvoorbeeld in gymzalen). In de praktijk blijken tijdelijke voorzieningen de toegankelijkheid nogal eens negatief te beïnvloeden doordat ze onzorgvuldig zijn uitgevoerd. Zo waren tijdelijke voorzieningen niet goed neergelegd, lagen ze los of waren ze slecht vastgezet. Ook hebben we ongeschikte voorzieningen gezien, zoals te hoge drempeloverbruggingen, die in zichzelf weer een obstakel vormden. Voorzitters meldden bij ons overbruggingen die niet stevig genoeg waren of zelfs kapotgingen tijdens de verkiezingsdag. Het bobbelende plastic zeil in gymzalen vormde volgens een aantal voorzitters niet alleen een hindernis voor kiezers met een lichamelijke beperking, maar gaf struikelgevaar voor iedereen.

Op een aantal plekken is gekozen voor het aanbrengen van alternatieve routes als de hoofdroute niet of minder toegankelijk was. Onze ervaringen met alternatieve routes zijn echter slecht. Soms was er via een achteringang een alternatief, maar bleek de deur op slot. Ook kwamen we in alternatieve routes drempels van 10 cm tegen die niet waren overbrugd of stuitten we na de lift, die je voerde naar de verdieping waar het stembureau was, alsnog op een paar treden om in het stembureau te komen. Een paar keer vonden we dat de weg vanuit de lift gebarricadeerd was.

Een aantal keer hebben we geconstateerd dat creatieve oplossingen van leden van stembureaus kunnen bijdragen aan de toegankelijkheid. Maar ook kunnen deze oplossingen letterlijk in de weg staan. Bijvoorbeeld wanneer een deur wordt opengehouden door een pion of bloembak.

De gebruikte locatie-indeling zegt weinig

Uit onze observaties en de enquête onder voorzitters van stembureaus bleek dat lang niet alle A(+P)-locaties geheel toegankelijk zijn voor kiezers met een lichamelijke beperking. Tegelijkertijd zijn er ook B-locaties (toegankelijk met hulp) en zelfs C-locaties (niet-toegankelijk) die ook zonder hulp geheel toegankelijk lijken te zijn. Voor B-locaties geldt ook dat een kiezer in beginsel zelf hulp mee moet nemen. Wanneer een kiezer hiertoe niet in de gelegenheid is en de hulp ook niet beschikbaar is vanuit het stembureau, is een B-locatie doorgaans niet-toegankelijk. Dit alles roept vragen op over de bruikbaarheid van de gebruikte indeling, de mate waarin die indeling voldoende onderscheidend is en of deze door kiezers goed gehanteerd kan worden.

College heeft een smalle opvatting van ‘lichamelijk beperkten’

De Kieswet bepaalt dat het stemproces toegankelijk moet zijn voor mensen met een lichamelijke beperking. Dit kan een auditieve of visuele beperking zijn of een beperking aan het bewegingsapparaat. Een beperking aan het bewegingsapparaat kan velerlei vormen aannemen en de hulpmiddelen die mensen gebruiken zijn zeer divers (van loopstok en rollator tot volledig elektrische rolstoel). De gemeente Amsterdam gaat bij het bepalen van de toegankelijkheid van stemlocatie slechts uit van toegankelijkheid voor kiezers in een rolstoel. Ook in de communicatie over toegankelijkheid legt de gemeente alleen de nadruk op toegankelijkheid voor kiezers in een rolstoel. Echter zijn niet alle locaties die goed toegankelijk zijn voor mensen in een rolstoel, ook gemakkelijk toegankelijk voor bijvoorbeeld mensen in een scootmobiel of met een rollator. In de stemhokjes lijkt de gemeente de groep waar zij rekening mee houdt verder te verkleinen tot kiezers in een reguliere rolstoel. Stemhokjes zijn te smal voor kiezers in een (vaak grotere) aangepaste en/of elektrische rolstoel en ook passen deze rolstoelen regelmatig niet onder het verlaagde schrijfblad. De stembussen zijn te hoog voor zo goed als alle rolstoelgebruikers. De gemeente is niet actief in het aanbrengen van aanpassingen voor mensen met een visuele beperking.

Informatie niet voor iedereen vindbaar en leesbaar

In de informatievoorziening zijn nog gaten

De door de gemeente verstrekte informatie was op tijd beschikbaar en volledig, maar niet altijd gemakkelijk te vinden. Op de stempas stond slechts beperkte informatie over de toegankelijkheid van stembureaus en digitale links op webpagina’s waren niet altijd duidelijk. Kiezers met een visuele beperking moeten nog de nodige hobbels nemen om aan informatie te komen. Het college is niet duidelijk genoeg over wat de begrippen ‘toegankelijk’ of ‘toegankelijk met hulp’ in de praktijk voor de kiezer betekenen.

Informatievoorziening was tijdig en volledig, niet altijd vindbaar

De gemeente verspreidde de informatie over de toegankelijkheid van stemlocaties minstens twee weken voor de verkiezingen, maar niet altijd op of voor de vooraf gecommuniceerde datum. Informatie was vindbaar via diverse kanalen zoals de verkiezingseditie van de stadskrant, de stempas, een digitale kaart en de gemeentelijke website. Digitale links vielen niet altijd op in een grote volgeschreven webpagina. Omdat de stempas slechts ruimte biedt voor één dichtstbijzijnde stemlocatie, moeten mensen met een lichamelijke beperking in veel gevallen wel zelf zoeken naar een stemlocatie waar zij kunnen stemmen.

Kiezers met een visuele beperking missen lees- en luisterfuncties

Op de website van de gemeente is de lettergrootte aanpasbaar. Maar de toepasbaarheid van de functie roept wel vragen op. Zo is de vindbaarheid van de functie afhankelijk van de schermgrootte en is de toelichting niet al te duidelijk. De website van de gemeente heeft geen voorleesfunctie. In de verkiezingskrant verwees de gemeente wel naar de gesproken kandidatenlijst en de mogelijkheid om op één stemlocatie met een stemmal te stemmen, maar niet naar de mogelijkheid om op de website teksten vergroot te lezen.

College legt ‘toegankelijk met hulp’ niet uit

In de communicatie over stemlocaties en hun toegankelijkheid gebruikte de gemeente met name de indeling A(+P)-, B- en C-locaties. Op de website en in de verkiezingseditie staat zeer beknopt toegelicht dat dit staat voor zelfstandig toegankelijk, toegankelijk met hulp of niet-toegankelijk voor kiezers in een rolstoel. Ook op de stempas wordt de aanduiding ‘toegankelijk met hulp’ gebruikt. In openbare bronnen staat niet uitgelegd wat de aanduiding ‘toegankelijk met hulp’ betekent, namelijk dat de kiezer in eerste instantie wordt geacht deze hulp zelf mee te nemen. Wanneer er bij de stemlocatie geen hulp beschikbaar is, kan het gevolg zijn dat de locatie alsnog ontoegankelijk blijkt te zijn voor de kiezer in een rolstoel.

Aanbevelingen

Het college heeft de nodige aandacht voor de toegankelijkheid van de stemlocaties voor mensen met een lichamelijke beperking. Desondanks voldeden maar weinig stemlocaties op 20 maart 2019 aan een strikte toetsing op alle criteria van toegankelijkheid. Aan de uitvoering en de informatievoorziening is dan ook nog wel wat te verbeteren. De indeling van de stemlocaties in zogenaamde A (volledig toegankelijk), B (toegankelijk met hulp) en C (niet-toegankelijk) zegt te weinig over de praktische situatie, die kiezers op de verkiezingsdag aantreffen.

Op 22 maart 2019 publiceerden we de tussenrapportage met de eerste bevindingen van de door ons uitgevoerde observaties. Naar aanleiding van deze tussenrapportage nam het college maatregelen om de toegankelijkheid van de stemlocaties te vergroten. Bij de verkiezingen voor het Europees Parlement op 23 mei 2019 zijn extra stoelen met armleuningen beschikbaar gesteld, extra stembureauleden ingezet om hulp te verlenen bij de ingang van het stembureau en ambtenaren gevraagd extra alert te zijn op bewegwijzering en obstakels. De gemeenteraad is op 16 mei 2019 per brief geïnformeerd over deze maatregelen. Op basis van het gehele onderzoek doet de rekenkamer de volgende aanbevelingen:

  • Maak de locatie-indeling realistischer
  • Wees alert op de uitvoering van tijdelijke voorzieningen
  • Ga uit van een brede focus op de groep mensen met een lichamelijke beperking

Aanbeveling 1: Maak de locatie-indeling realistischer

De indeling die de gemeente hanteert voor de toegankelijkheid van stemlocaties moet een goed beeld geven over de situatie die kiezers Achterliggende bevindingenop de verkiezingsdag op stemlocaties aantreffen. Er moet een duidelijker onderscheid komen tussen toegankelijke en niet-toegankelijke locaties.

Achterliggende bevindingen

Uit onze observaties en de enquête onder voorzitters van stembureaus bleek dat lang niet alle A-locaties (volledig toegankelijk) geheel toegankelijk zijn voor kiezers met een lichamelijke beperking. Tegelijkertijd zijn er ook B-locaties (toegankelijk met hulp) en zelfs C-locaties (niet-toegankelijk) die ook zonder hulp geheel toegankelijk lijken te zijn. Voor B-locaties geldt dat een kiezer in beginsel zelf hulp mee moet nemen. Wanneer een kiezer hiertoe niet in de gelegenheid is en de hulp ook niet beschikbaar is vanuit het stembureau, is een B-locatie doorgaans niet-toegankelijk. Dit alles roept vragen op over de bruikbaarheid van de gebruikte indeling, de mate waarin die indeling voldoende onderscheidend is en of deze door kiezers goed gehanteerd kan worden.

De indeling die de gemeente gebruikt om de toegankelijkheid van de stemlocaties aan te geven, voldoet in de praktijk onvoldoende. Zogenaamde A-locaties blijken in de praktijk niet altijd volledig toegankelijk. Dat lijkt voor een deel het gevolg van een onvoldoende kritische beoordeling van locaties; voor een ander deel is dit het gevolg van een slechte uitvoering van de tijdelijke voorzieningen, die aanwezige problemen moeten verhelpen.

Het verdient aanbeveling om de categorie van de zogenaamde B-locaties (toegankelijk met hulp) te schrappen. De hulp waar het hier om gaat, is hulp die de kiezer zelf moet meenemen. Dat maakt de gemeente nu nauwelijks duidelijk aan de kiezer. Maar het staat ook haaks op de bedoeling van de Kieswet, namelijk dat mensen met een lichamelijke beperking op alle stemlocaties zelfstandig van hun stemrecht gebruik kunnen maken. Voorts is het een schijncategorie, want als je maar voldoende hulp mobiliseert, is elke stemlocatie toegankelijk.

Aanbeveling 2: Wees alert op de uitvoering van tijdelijke voorzieningen

Door tijdelijke voorzieningen aan te brengen in stemlocaties op de Achterliggende bevindingenverkiezingsdag kan de toegankelijkheid worden verbeterd. Maar dit vraagt wel om meer zorgvuldigheid in de uitvoering.

Achterliggende bevindingen

Tijdelijke voorzieningen op stembureaus zoals overbruggingen van drempels, afdichting van roosters, hellingbanen om treden te overbruggen en bescherming van vloeren (bijvoorbeeld in gymzalen) blijken in de praktijk de toegankelijkheid nogal eens negatief te beïnvloeden, doordat ze onzorgvuldig zijn uitgevoerd. Ook als er gezorgd is voor een alternatieve route voor mensen met een lichamelijke beperking als de hoofdroute in de stemlocatie niet of minder toegankelijk is, levert dat regelmatig problemen op. Ook daarbij speelt onzorgvuldigheid in de uitvoering een rol.

Tijdelijke voorzieningen kunnen obstakels in de toegankelijkheid van stemlocaties uit de weg nemen als ze goed worden uitgevoerd. In de praktijk blijkt dat lang niet altijd het geval te zijn. Aanwezige voorzieningen blijken niet geschikt (te steil, te smal of niet sterk genoeg), liggen los of zijn struikelgevoelig (slecht vastgelegde vloerbedekking). Op enkele stembureaus is nog op de verkiezingsdag door de leden van het stembureau geprobeerd daaraan iets te doen. Met simpele ingrepen is hier veel op te lossen; maar dat vraagt wel om de nodige aandacht. Dat geldt enerzijds voor de voorbereiding als de locaties worden bezocht en problemen worden geïnventariseerd, maar ook voor de uitvoering van het aanbrengen van de tijdelijke voorzieningen door de leverancier die daarvoor wordt ingehuurd. Het opnemen van een check op tijdelijke voorzieningen in de controlelijst voor ambtenaren die gedurende de verkiezingsdag stemlocaties controleren, kan een hulpmiddel zijn.

Alternatieve routes in stemlocaties zijn – ongetwijfeld met de beste bedoelingen – bedacht om bestaande problemen in een gebouw te overkomen. Wij troffen bij alternatieve routes zoveel problemen aan, dat het ons lijkt dat dergelijke routes nauwelijks op hun nut zijn gecontroleerd. Wij bevelen het college dan ook aan om, in lijn met de eisen voor toegankelijkheid, niet meer van dergelijke alternatieve routes gebruik te maken.

Aandacht verdient ook het bedrag dat op dit moment voor een tijdelijke gehandicaptenparkeerplaats op de verkiezingsdag moet worden betaald: € 354. Dat lijkt
- zelfs in vergelijking met de hoogste tarieven per uur voor een parkeerplaats in de stad - aan de hoge kant.

Naast alle nodige aandacht voor tijdelijke voorzieningen, is het zinvol om na te denken over de aanschaf van nieuwe stembussen. Volgens de eisen voor toegankelijkheid is de hoogte van de inwerpgleuf maximaal 110 cm en de gemeente zegt hier ook aan te voldoen. Toch ervaren kiezers en voorzitters de stembussen als te hoog. Het gaat om een investering, maar lagere stembussen maakt het zelfstandig uitbrengen van je stem ook vanuit een rolstoel mogelijk.

Aanbeveling 3: Ga uit van een brede focus op de groep mensen met een lichamelijke beperking

De gemeente ziet mensen met een lichamelijke beperking als mensen Achterliggende bevindingenin een reguliere rolstoel. Ook mensen die gebruikmaken van andere hulpmiddelen verdienen aandacht.

Achterliggende bevindingen

De hulpmiddelen die mensen gebruiken voor hun lichamelijke beperking zijn, net als lichamelijke beperkingen zelf, zeer divers (van loopstok en rollator tot volledig elektrische rolstoel). De gemeente Amsterdam gaat bij het bepalen van de toegankelijkheid van stemlocatie slechts uit van toegankelijkheid voor kiezers in een rolstoel. Niet alle locaties die goed toegankelijk zijn voor mensen in een rolstoel zijn ook gemakkelijk toegankelijk voor bijvoorbeeld mensen in een scootmobiel of met een rollator. In de stemhokjes lijkt de gemeente de groep waarmee zij rekening houdt, verder te verkleinen tot kiezers in een reguliere rolstoel. Stemhokjes zijn te smal voor kiezers in een (vaak grotere) aangepaste en/of elektrische rolstoel en ook passen deze rolstoelen regelmatig niet onder het verlaagde schrijfblad.

De gemeente kiest ervoor om stemlocaties toegankelijk te maken voor kiezers in een rolstoel. Veel van de aanpassingen en tijdelijke voorzieningen die de gemeente aanbrengt voor rolstoelgebruikers bij stemlocaties zijn ook geschikt voor kiezers in een scootmobiel of kiezers met een rollator. Maar dit is niet het geval voor alle (tijdelijke) voorzieningen. Drempel- en hoogteoverbruggingen moeten meer gewicht kunnen dragen zodat ze ook geschikt zijn voor een scootmobiel. Vloerbescherming moet goed afgeplakt worden en mag niet los liggen of bobbelen. Kiezers met een rolstoel kunnen daaroverheen; kiezers met een rollator, looprek of loopstok hebben er moeite mee. Kiezers met een visuele beperking hebben baat bij andersoortige aanpassingen, zoals goede markering van traptreden voor slechtziende kiezers en geleidelijnen voor kiezers die gebruikmaken van een taststok.

In de communicatie rondom de verkiezingen beperkt het college toegankelijkheid van stemlocaties tot toegankelijkheid voor mensen in een rolstoel. Hiermee schept het college het beeld slechts rolstoelgebruikers als lichamelijk beperkt te zien. Terwijl het college in andersoortige informatie rondom de verkiezingen wel aandacht besteedt aan, bijvoorbeeld, mensen met een visuele beperking en ook informatie beschikbaar stelt voor mensen met een verstandelijke beperking. Om onbedoelde uitsluiting van een grote groep mensen te voorkomen, die wel een lichamelijke beperking hebben maar geen gebruik maken van een rolstoel, verdient het aanbeveling hier in de communicatie over toegankelijkheid van stemlocaties expliciet aandacht aan te besteden.

Reactie college en nawoord rekenkamer

Bestuurlijke reactie

Onderstaand is de bestuurlijke reactie van het college van B en W integraal opgenomen. U kunt een pdf-versie van deze reactie hiernaast downloaden. 
 




Geachte heer De Ridder,

Het college van burgermeester en wethouders (hierna: het college) dankt de Rekenkamer Metropool Amsterdam (hierna: de rekenkamer) voor het rapport en de daarin opgenomen conclusies en aanbevelingen. Hieronder treft u de bestuurlijke reactie van het college aan.

Woord vooraf
Per 1 januari 2019 is de Kieswet gewijzigd en moeten alle stemlocaties toegankelijk zijn voor kiezers met een lichamelijke beperking. Vóór 2019 gold de eis dat 25% van de stemlocaties toegankelijk moest zijn voor lichamelijk beperkten. De wijziging in de Kieswet brengt verder met zich mee dat er nieuwe toegankelijkheidscriteria van toepassing zijn. Deze criteria zijn in opdracht van het ministerie van BZK door PBT opgesteld  en voldoen aan de Integrale Toegankelijkheidsstandaard 2018 .

Met de nieuwe wetgeving wordt beoogd op termijn 100% toegankelijkheid te realiseren. Het college sluit zich aan bij dit streven, maar geeft daarnaast aan dat het voor Amsterdam in de praktijk zeer lastig te realiseren is. In een brief van 9 november 2018 van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) erkent de minister ook dat volledige toegankelijkheid voor gemeenten lastig haalbaar is.

Stembureaus hebben een tijdelijke functie en de locaties die voor stembureaus worden gebruikt hebben in de basis een andere bestemming. Daarnaast is het overgrote deel van de locaties in Amsterdam geen eigendom van de gemeente. Bij het selecteren van locaties alsmede het aanbrengen van tijdelijke voorzieningen om de toegankelijkheid te vergroten is de gemeente daarom altijd deels afhankelijk van de bereidwilligheid en toestemming van eigenaren van deze locaties.

Algemene reactie op het rapport
Met het oog op de wetswijziging op grond waarvan alle stemlocaties sinds 1 januari 2019 toegankelijk moeten zijn, heeft het college extra inspanningen verricht bij de verkiezingen in 2019. Ondanks deze inspanningen herkent het college de conclusies van de rekenkamer. Het rapport geeft naar de mening van het college een goed inzicht in de knelpunten die spelen bij het toegankelijk maken van stemlocaties en de beoordeling en implementatie van de nieuwe checklist met toegankelijkheidscriteria.

Het college merkt op dat de checklist met de nieuwe toegankelijkheidscriteria pas eind oktober 2018 is vastgesteld, nadat het merendeel van de stemlocaties voor de verkiezingen in 2019 reeds was bepaald. Door de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken en de Vereniging Nederlandse Gemeenten is bij de vaststelling van de checklist en criteria geconcludeerd dat sommige van de criteria zeer lastig te beoordelen zijn. Daarom is afgesproken dat de checklist een dynamisch document is dat na de verkiezingen geëvalueerd zal worden hetgeen mogelijk tot aanpassingen zal leiden.

Uit het rapport van de rekenkamer blijkt ook hoe gecompliceerd het is om de toegankelijkheid te bepalen. Op grond van de checklist met toegankelijkheidscriteria kunnen locaties niet toegankelijk zijn die in de praktijk voor veel lichamelijk beperkten wel goed toegankelijk blijken te zijn. Anderzijds kunnen locaties die volgens de criteria toegankelijk zijn in de praktijk als niet toegankelijk worden ervaren. Goede voorbeelden hiervan zijn de stembus en het stemhokje die voldoen aan de criteria van de maximale hoogte en minimale grootte, maar in de praktijk soms als te hoog of te klein ervaren worden. Bovenstaande heeft er waarschijnlijk toe geleid dat een hoger percentage toegankelijke stemlocaties is gecommuniceerd dan volgens het rapport van de rekenkamer in de praktijk is gerealiseerd.

Desalniettemin, deelt het college de conclusie dat verbeteringen noodzakelijk zijn in de beoordeling van de stemlocaties op basis van de geldende criteria, het aanbrengen van tijdelijke voorzieningen en de informatievoorziening over toegankelijkheid richting de kiezer. In 2020 staan geen verkiezingen gepland. Het college zal dit verkiezingsvrije jaar gebruiken om een uitgebreide analyse te maken van de toegankelijkheid van de stemlocaties. Op basis hiervan zal een plan van aanpak ontwikkeld worden met verbeterpunten voor de eerstvolgende verkiezing, de Tweede Kamer verkiezing in maart 2021.

Hieronder gaat het college in op de afzonderlijke aanbevelingen die de rekenkamer doet.

Aanbeveling 1: Maak de locatie-indeling realistischer.
Momenteel maakt het college onderscheid tussen 3 categorieën locaties om de toegankelijkheid van locaties aan te geven:

  • A-locaties die zelfstandig toegankelijk zijn voor lichamelijk beperkten;
  • B-locaties die met hulp toegankelijk zijn voor lichamelijk beperkten;
  • C-locaties die niet toegankelijk zijn voor lichamelijk beperkten.

In het rapport wordt geconcludeerd dat deze categorisering in de praktijk onvoldoende voldoet. Veel A-locaties blijken volgens het rapport in de praktijk niet volledig toegankelijk vanwege een onvoldoende kritische beoordeling en slechte uitvoering van tijdelijke voorzieningen. Daarnaast doet de rekenkamer de aanbeveling de categorie B-locatie (toegankelijk met hulp) te schrappen, aangezien dit haaks staat op de bedoeling van de Kieswet dat mensen zelfstandig moeten kunnen stemmen.

Het college neemt deze aanbeveling als volgt over:
Alle locaties die bij de verkiezingen in 2019 gebruikt zijn, zullen opnieuw bezocht en kritisch beoordeeld worden. Tevens zal het college het gesprek aangaan met het ministerie van BZK, de VNG en de NVVB om de (toepassing van de) toegankelijkheidscriteria te evalueren en waar nodig om verduidelijking vragen. Op basis hiervan zal een nieuwe locatie-indeling gemaakt worden die een beter beeld geeft van de mate waarin locaties toegankelijk zijn en aan de toegankelijkheidscriteria voldoen.

Op basis van deze bevindingen zal ook bezien worden of de huidige categorisering van locaties nog voldoet, nadere uitleg behoeft, of aangepast moet worden. Het uitgangspunt daarbij is uiteraard dat alle locaties volledig toegankelijk moeten zijn. Het college deelt de conclusie van de rekenkamer dat alle locaties die dit niet zijn, haaks staan op de bedoeling van de Kieswet. Zolang echter nog niet voldaan kan worden aan volledige toegankelijkheid, moeten kiezers zo goed mogelijk geïnformeerd worden over de mate van toegankelijkheid van niet volledig toegankelijke stemlocaties. Zo kunnen kiezers zelf een weloverwogen keuze maken waar ze hun stem uit kunnen brengen.

Aanbeveling 2: Wees alert op de uitvoering van tijdelijke voorzieningen.
In opdracht van de gemeente worden op verschillende stemlocaties maatregelen getroffen om de toegankelijkheid te verbeteren, zoals bijvoorbeeld het aanbrengen van drempelhulpen en vlonders. Uit het rapport volgt dat veel van deze tijdelijke voorzieningen niet voldoen. Dit is volgens de rekenkamer op te lossen door een zorgvuldigere voorbereiding en beoordeling van de locaties en een betere uitvoering van het aanbrengen van tijdelijke voorzieningen door de leverancier die daarvoor wordt ingehuurd.

De rekenkamer adviseert om de tijdelijke voorzieningen door middel van een checklist te laten controleren door de ambtenaren die rondes maken op de verkiezingsdag. Ook adviseert de rekenkamer niet meer van tijdelijke alternatieve routes gebruik te maken, omdat deze problemen veroorzaken. Daarnaast moet volgens de rekenkamer gekeken worden naar tijdelijke gehandicaptenparkeerplaatsen voor verkiezingen en de hoge kosten die hiermee gemoeid zijn. Tenslotte adviseert de rekenkamer om na te denken over de aanschaf van nieuwe stembussen, omdat de huidige stembussen als te hoog ervaren worden.

Het college neemt deze aanbeveling als volgt over:
In de bij de vorige aanbeveling reeds aangekondigde herbeoordeling van alle stemlocaties zal ook gekeken worden naar de mate waarin de voorheen gebruikte tijdelijke voorzieningen en alternatieve routes op de stemlocaties voldoen. Op basis van de bevindingen zullen tijdige voorzieningen zo nodig vervangen of aangepast worden en bezien worden of alternatieve routes inderdaad geen meerwaarde kunnen bieden, zoals in het rapport geconcludeerd wordt. Tevens zal het college de uitvoering van het aanbrengen van tijdelijke voorzieningen door ingehuurde leveranciers evalueren. Bij toekomstige verkiezingen zal hier scherper toezicht op gehouden worden, onder anderen door de ambtenaren die tijdens de verkiezingsdag de stemlocaties controleren.

Met betrekking tot de gehandicaptenparkeerplaatsen vindt binnen de gemeente reeds overleg plaats om dit voor de eerstvolgende verkiezing efficiënter te faciliteren. De hoogte van de inwerpgleuf van de huidige stembussen is lager dan de in de toegankelijkheidscriteria opgenomen maximale hoogte van 1.100 mm. Voor zover bij het college bekend is, wordt dit type stembus in alle Nederlandse gemeenten gebruikt. Op dit moment ziet het college geen reden om nieuwe stembussen aan te schaffen.

Aanbeveling 3: Ga uit van een brede focus op de groep mensen met een lichamelijke beperking.
Uit het rapport volgt dat het college de indruk wekt zich met name te richten op kiezers in een reguliere rolstoel, als het gaat om het bepalen van de toegankelijkheid, het aanbrengen van tijdelijke voorzieningen en communicatie over toegankelijkheid. Aanbevolen wordt om een bredere focus te hanteren en bij het bepalen van de toegankelijkheid, aanbrengen van voorzieningen en communicatie richting kiezers rekening te houden met alle soorten lichamelijke beperkingen en hulpmiddelen die hiervoor gebruikt worden.

Het college neemt deze aanbeveling als volgt over:
Het is geenszins de bedoeling van het college om zich enkel te beperken tot het faciliteren en informeren van kiezers in een reguliere rolstoel. Stemlocaties moeten toegankelijk zijn voor alle lichamelijk beperkten, ongeacht welk hulpmiddel zij gebruiken. Het college zal zich bij toekomstige communicatie rondom de verkiezingen en toegankelijkheid van stemlocaties nadrukkelijker richten op alle lichamelijk beperkten. Met betrekking tot het bepalen van de toegankelijkheid van locaties en het aanbrengen van tijdelijke voorzieningen zal het college ook nadrukkelijker rekening houden met alle lichamelijk beperkten.

Tot slot
Het rapport van de rekenkamer geeft een goed beeld van de knelpunten die spelen bij het toegankelijk maken van stemlocaties en de implementatie en beoordeling van de toegankelijkheidscriteria. Daarnaast geeft het rapport inzicht in verbeterpunten die noodzakelijk zijn bij toekomstige verkiezingen. Het college herkent de conclusies en zal het verkiezingsvrije jaar (2020) gebruiken om verbeteringen te realiseren in de toegankelijkheid van stemlocaties. Tijdig voor de Tweede Kamer verkiezingen in maart 2021 zal het college haar plannen om de toegankelijkheid te vergroten aan de gemeenteraad presenteren.

Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,

Namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

Femke Halsema             

burgemeester   

Nawoord rekenkamer

De rekenkamer dankt het college voor zijn reactie. De rekenkamer waardeert de kritische houding die het college aanneemt ten opzichte van zichzelf. Daarnaast doet het de rekenkamer deugd dat het college niet alleen de drie aanbevelingen overneemt, maar ook expliciet maakt hoe het uitvoering aan de aanbevelingen zal geven.

Op twee zaken wil de rekenkamer nog nader ingaan:

In de algemene reactie op het rapport gaat het college in op het verschil tussen de gecommuniceerde en de gerealiseerde toegankelijkheid van stemlocaties. Het college benoemt daarbij het probleem dat kiezers de toegankelijkheid als onvoldoende kunnen ervaren, óók als aan alle criteria voor toegankelijkheid is voldaan. Dit is inderdaad een lastig probleem. Mogelijk kan het college voorzitters van stembureaus informeren dat kiezers in een rolstoel hulp nodig kunnen hebben bij het deponeren van het stembiljet in de stembus of bij het gebruikmaken van het stemhokje wanneer de rolstoel erg groot is. In ons onderzoek gaat het bij het verschil tussen de gecommuniceerde en gerealiseerde toegankelijkheid echter om iets heel anders. De lage gerealiseerde toegankelijkheid van stemlocaties wordt veroorzaakt door ontbrekende en onzorgvuldig uitgevoerde tijdelijke voorzieningen. Dit is op de verkiezingsdag geconstateerd door medewerkers van de rekenkamer en voorzitters van de stembureaus. Het college erkent dit ook in zijn reactie op aanbevelingen 1 en 2.

De reactie van het college op aanbeveling 3 mist wat concreetheid. Het college zegt toe in de communicatie en het bepalen van de toegankelijkheid nadrukkelijker rekening te zullen houden met alle kiezers met een lichamelijke beperking. Het is niet duidelijk hoe het college dit gaat doen voor alle kiezers, dus mensen met een visuele beperking, auditieve beperking en/of beperking aan het bewegingsapparaat. We adviseren de raad daarom te vragen hoe het college uitvoering zal geven aan aanbeveling 3.

Onderzoeksverantwoording

Dit is het bestuurlijk rapport van het onderzoek van de rekenkamer naar de toegankelijkheid van stemlocaties. Het volledige rapport bestaat naast dit bestuurlijk rapport, ook uit het onderzoeksrapport. Beide rapporten staan vanaf het publicatiemoment op: rekenkamer.amsterdam.nl/onderzoek/toegankelijkheid-van-stemlocaties/

Onderzoeksteam

  • Dhr. dr. J.A. (Jan) de Ridder (directeur)
  • Dhr. drs. J. (John) van Leuken (projectleider)
  • Mw. dr. C. (Carolien) de Blok (onderzoeker)

Aanleiding en onderzoeksvragen

Vanaf 1 januari 2019 moeten alle stemlokalen toegankelijk zijn voor kiezers met een lichamelijke beperking. Het VN-verdrag Handicap, dat op 14 juli 2016 in Nederland in werking trad, vormde hiervoor de aanleiding. Het doel van het VN-verdrag is het bevorderen, beschermen en waarborgen van de mensenrechten van mensen met een beperking. In het verdrag staat wat de overheid moet doen om ervoor te zorgen dat de positie van mensen met een beperking verbetert. Mede daardoor is er, naast aandacht voor mensen met een lichamelijke beperking, ook aandacht voor mensen met een andersoortige beperking (verstandelijk, psychisch) en hoe zij hun kiesrecht kunnen uitoefenen.

In 2019 vinden twee verkiezingen plaats: voor de Provinciale Staten en de waterschappen op 20 maart en voor het Europees Parlement op 23 mei. We hebben ervoor gekozen om tijdens de verkiezingen in maart de toegankelijkheid van stemlokalen te onderzoeken.

Het doel van dit onderzoek is om na te gaan in hoeverre de gemeente Amsterdam ervoor zorgt dat alle burgers die mogen stemmen, ook kunnen stemmen. De nadruk ligt hierbij op de toegankelijkheid van stemlocaties voor mensen met een lichamelijke beperking.

De centrale vraag in dit onderzoek luidt:

Zorgt de gemeente Amsterdam ervoor dat alle burgers die mogen stemmen, ook kunnen stemmen?

Deze vraag zullen we beantwoorden aan de hand van de volgende deelvragen:

  1. Zijn alle stemlocaties in Amsterdam toegankelijk voor mensen met een lichamelijke beperking?
  2. Is de informatievoorziening van de gemeente Amsterdam (over toegankelijkheid stemlokalen) aangepast aan met mensen met een beperking?
  3. Is de gemeenteraad geïnformeerd over de toegankelijkheid van stemlokalen?

Het onderzoeksrapport bevat de beantwoording van de deelvragen op basis van gedetailleerde onderzoeksbevindingen. Dit bestuurlijk rapport geeft een bondige samenvatting van de belangrijkste bevindingen en de daaruit volgende conclusies en aanbevelingen.

Aanpak

Voorafgaand aan de verkiezingen hebben we ons een beeld gevormd van de toegankelijkheid van stemlocaties en het beleid, de activiteiten en maatregelen van de gemeente op dat gebied. Hiertoe hebben we een beperkt aantal interviews gehouden met ambtenaren en belangenorganisaties en informatie en documentatie bestudeerd van de gemeente Amsterdam.

In deze periode verzamelden we de informatie die de gemeente Amsterdam heeft verspreid over toegankelijkheid van stemlocaties via de gemeentelijke website en lokale media, zoals de speciale stemeditie van de stadsdeelkrant. We beoordeelden die op tijdigheid, vindbaarheid, volledigheid en leesbaarheid.

Op de verkiezingsdag zelf observeerden we de toegankelijkheid van 80 stemlocaties aan de hand van een checklist. Alle stembureauvoorzitters enquêteerden we via een schriftelijke enquête over hun ervaringen op de verkiezingsdag. Ook organiseerden we een meldingsactie. Burgers met een beperking konden via onze website melding maken van toegankelijkheidsknelpunten die zij hebben ervaren tijdens het uitbrengen van hun stem.

Ten slotte gingen we na in hoeverre de gemeenteraad voorafgaand aan de verkiezingen is geïnformeerd over de toegankelijkheid van stemlocaties.