Woonbeleid in Zaanstad

Onderzoeksopzet

Samenvatting

In 2019 bestaat de Rekenkamer Metropool Amsterdam, waarvan de Rekenkamer Zaanstad deel uitmaakt, 15 jaar. In dit lustrumjaar is het thema waaraan we extra aandacht besteden: burger en verantwoording. In het kader van dit thema hebben we ervoor gekozen om in Zaanstad burgers te vragen naar een onderwerp dat we nader zouden moeten onderzoeken. Het Zaanpanel heeft gekozen voor het onderwerp: realisatie van een evenwichtig woningaanbod.

Dit onderzoek gaat over de kwaliteit van het woonbeleid van de gemeente Zaanstad dat is gericht op het realiseren van een meer divers en beter passend woningaanbod. Daarbij gaan we ook na in hoeverre mogelijke maatregelen die we in het Amsterdamse onderzoek Evenwichtig woningaanbod (december 2017) hebben geïnventariseerd, in Zaanstad worden toegepast.

De centrale onderzoeksvraag in dit onderzoek luidt:

Is het woonbeleid om te komen tot een meer divers en passend woningaanbod goed vormgegeven?

Deze centrale vraag beantwoorden we aan de hand van vier deelvragen:

  1. Is er een goede probleemanalyse gemaakt?
  2. Zijn de doelen van beleid helder en concreet geformuleerd?
  3. Worden mogelijke maatregelen om te komen tot een meer divers en passend woningaanbod gekend en ingezet?
  4. Is het woonbeleid voldoende herkenbaar terug te vinden in de begroting?

Opzet

Aanleiding

In 2019 bestaat de Rekenkamer Metropool Amsterdam, waarvan de Rekenkamer Zaanstad deel uitmaakt, 15 jaar. In dit lustrumjaar is het thema waaraan we extra aandacht besteden: burger en verantwoording. In het kader van dit thema hebben we ervoor gekozen om in Zaanstad burgers te vragen naar een onderwerp dat we nader zouden moeten onderzoeken. Op basis van het coalitieakkoord en de in de begroting van 2019 opgenomen prestatie-indicatoren hebben we een lijst van dertien onderwerpen samengesteld. Hieruit konden de deelnemers aan het Zaanpanel een keuze maken.

We hebben onder meer aan het Zaanpanel gevraagd om uit deze dertien onderwerpen de drie belangrijkste onderwerpen te kiezen waarnaar wij in 2019 onderzoek zouden moeten doen. De resultaten van de vraag staan in figuur 1.1.

Figuur 1.1 Percentage van het Zaanpanel dat het onderwerp noemt als een van de drie belangrijkste onderwerpen om in 2019 onderzoek naar te doen (N=989)

Figuur 1.1 laat zien dat realisatie van een evenwichtig woningaanbod het vaakst (41%) wordt genoemd als een van de drie belangrijkste onderwerpen waarnaar we onderzoek moeten doen. Dit wordt gevolgd door verminderen van overlast en criminaliteit (37%) en stimuleren van bijstandsgerechtigden om aan het werk te gaan (37%). Dit betekent dat het Zaanpanel voor 2019 als publieksonderzoek heeft gekozen voor realisatie van een evenwichtig woningaanbod. Daarom gaan we in 2019 onderzoek doen naar het woonbeleid van Zaanstad dat is gericht op de realisatie van een evenwichtig woningaanbod.

Context

Coalitieakkoord 2018-2022

In het Coalitieakkoord 2018-2022. Vandaag aan de slag voor het Zaanstad van morgen heeft het college van VVD, PvdA, ROSA, D66, CDA en CU een ambitie geformuleerd voor het verbeteren van het woningaanbod in Zaanstad. Het college geeft aan dat Zaanstad een eenzijdige woningvoorraad heeft en onvoldoende te bieden heeft voor mensen die in de eigen stad een wooncarrière willen maken of in Zaanstad willen komen wonen. Daarom wil het college Zaanstad aantrekkelijker maken en een goede balans creëren tussen sociale huur- en koopwoningen, en middeldure en dure huur- en koopwoningen. Tevens ziet het college dat er voor een grote groep starters en een toenemend aantal alleenstaande ouderen geen passende huisvesting is. Het college maakt daarom afspraken met woningbouwcorporaties en marktpartijen, en zet in op een strakke sturing vanuit de gemeente bij de planvorming van nieuwe locaties. Het college richt zich onder meer op een groot aantal nieuwe woningen met specifieke aandacht voor woningen voor speciale doelgroepen, zoals huishoudens met een laag inkomen (sociale huur), huishoudens met middeninkomens, starters en ouderen.

De samenstelling van het woningaanbod wordt door de gemeente gemonitord, waarbij ze vooral let op de diversiteit van het woningaanbod en de ontwikkeling van de woningbehoefte in Zaanstad. 

Begroting 2019

In de Begroting 2019 is een eerste vertaling gemaakt van de kansen en ambities uit het Collegeakkoord 2018-2022 naar doelstellingen, prestaties, activiteiten en indicatoren. 

Binnen het programma Ruimtelijke en gebiedsontwikkeling (programma 4 van de begroting van 2019) is een doelstelling voor het verbeteren van het woningaanbod in Zaanstad opgenomen. De doelstelling luidt:

Aantrekkelijke en passende woningvoorraad

In de toelichting bij de doelstelling geeft Zaanstad aan dat er spanning is op de lokale en regionale woningmarkt en dat de beschikbaarheid van woningen voor lage en middeninkomens onvoldoende is. Daarom wil zij een goede match tussen vraag en aanbod bevorderen, een versnelling in de woningbouwproductie realiseren evenals meer differentiatie in woonmilieus. Daarnaast wil ze de kwaliteit en duurzaamheid van bestaande woningen verbeteren. Concreet is dit vertaald in twee prestatiedoelen: één gericht op een meer divers en beter passend woningaanbod en één op het verbeteren van de kwaliteit en verduurzaming van woningen. Vanwege de onderwerpkeuze van het Zaanpanel (realisatie van een evenwichtig woningaanbod) richten wij ons vooral op het eerste prestatiedoel. In de begroting is dat als volgt geformuleerd:

Stimuleren nieuwbouw met meer diversiteit en voldoende passende huisvesting voor specifieke doelgroepen

De begroting bevat daarnaast informatie over activiteiten die zullen worden uitgevoerd om aan de prestatie invulling te geven en indicatoren en kengetallen die worden benut om de ontwikkeling op dit beleidsterrein te monitoren.

Doel en onderzoeksvragen

Doel van het onderzoek

Met het onderzoek naar het woonbeleid in Zaanstad willen we inzicht bieden in de mate waarin dit beleid, gericht op het realiseren van een meer divers en passend woningaanbod, van voldoende kwaliteit is en handvatten bevat om de doeltreffendheid van het beleid vast te stellen.

In het onderzoek naar het woningaanbod in Amsterdam constateerden we dat het beïnvloeden van het woningaanbod een ingewikkelde materie is. We inventariseerden 65 mogelijke maatregelen die de gemeente Amsterdam kon nemen. In dit onderzoek gaan we na of deze maatregelen in Zaanstad worden gekend en toegepast.

Onderzoeksvragen

We beantwoorden in dit onderzoek de volgende onderzoeksvraag:

Is het woonbeleid om te komen tot een meer divers en passend woningaanbod goed vormgegeven?

Deze centrale vraag beantwoorden we aan de hand van de volgende vier deelvragen:

  1. Is er een goede probleemanalyse gemaakt?
  2. Zijn de doelen van het woonbeleid helder en concreet geformuleerd?
  3. Worden mogelijke maatregelen om te komen tot een meer divers en passend woningaanbod gekend en ingezet?
  4. Is het woonbeleid voldoende herkenbaar terug te vinden in de begroting?

Aanpak en planning

Aanpak

We beschrijven hier de aanpak per onderzoeksvraag.

Onderzoeksvraag 1: Is er een goede probleemanalyse gemaakt?

We bestuderen de beleidsdocumenten van de gemeente om te bepalen of er (a) een goed beeld is op de onevenwichtigheid van het woningaanbod (mismatch tussen vraag en aanbod) en (b) de aanwezigheid van een beleidstheorie over de wijze waarop de onevenwichtigheid op de woningmarkt kan worden aangepakt. Bij dit laatste kijken we vooral naar de voorgenomen interventies in relatie tot het te bereiken doel: een meer divers en beter passend woningaanbod.

Met beleidsambtenaren gaan we vervolgens na in hoeverre de probleemanalyse nog actueel is en op welke punten die inmiddels is bijgesteld.

Onderzoeksvraag 2: Zijn de doelen van het woonbeleid helder en concreet geformuleerd?

Om deze vraag te beantwoorden, bestuderen we het woonbeleid van de gemeente Zaanstad zoals vastgelegd in beleidsvisies en uitvoeringsprogramma's. We beoordelen de informatie uit de beleidstukken van de gemeente Zaanstad over het te bereiken doel, de te leveren prestaties en de indicatoren die worden gebruikt om het succes te monitoren van het beleid om een evenwichtig woningaanbod te realiseren.

Bij de beoordeling van de doelen sluiten we aan bij het door de Algemene Rekenkamer geformuleerde normenkader voor de beoordeling van doelformulering en beleidsinformatie.  Voor de beoordeling van de doelen zullen we gebruikmaken van het zogenaamde SMART-C principe  en bepaalde normen die van belang zijn bij de beoordeling van beleidsinformatie: relevantie, betrouwbaarheid en begrijpelijkheid.

We zullen speciale aandacht besteden aan de indicatoren die bij de beleids- en prestatiedoelstellingen zijn opgenomen. Daarvoor zijn twee redenen:

  1. Het toenemend belang dat aan goede beleidsindicatoren wordt toegekend vanuit het BBV en de regeling voor beleidsindicatoren. 
  2. De nadruk die het college legt op de prestatie-indicatoren waarmee de discussie met de raad kan worden gevoerd. 

We beoordelen of de gekozen indicatoren goed zijn geformuleerd en relevant, betrouwbaar en begrijpelijk zijn. 

Met de betrokken beleidsambtenaren zullen we spreken over de keuzes die zijn gemaakt bij de doelen en de formulering daarvan.

Onderzoeksvraag 3: Worden mogelijke maatregelen om te komen tot een meer divers en passend woningaanbod gekend en ingezet?

In het Amsterdamse publieksonderzoek naar een Evenwichtig woningaanbod (december 2017) zijn er 65 mogelijke maatregelen geïnventariseerd die kunnen worden ingezet om een meer divers en beter passend woningaanbod in een gemeente te realiseren. In dit onderzoek gaan we na welke van de mogelijke maatregelen in Zaanstad worden ingezet. Daarvoor vragen we de ambtelijke organisatie aan te geven of de mogelijke maatregelen in Zaanstad worden ingezet en welke alternatieve of aanvullende maatregelen er in Zaanstad zijn of worden genomen.

Op basis van de antwoorden op deze vraag zullen we met de betrokken beleidsambtenaren gesprekken voeren over het nut, de haalbaarheid en beoogde resultaten van de verschillende maatregelen.

Onderzoeksvraag 4: Is het woonbeleid voldoende herkenbaar terug te vinden in de begroting?

We kijken verder in welke mate de doelformulering in de begroting aansluit op de doelformulering in de meer specifieke beleidstukken. Het Zaanpanel zal worden benaderd met de vraag in hoeverre de tekst in de begroting voldoende houvast biedt aan burgers om te volgen wat de gemeente gaat doen, wat ze wil bereiken en hoeveel dat gaat kosten.

Planning

Het onderzoek start in juli 2019 en zal in de periode juli-september worden uitgevoerd, We verwachten dat we de nota van bevindingen in oktober 2019 kunnen voorleggen voor feitelijk wederhoor. De publicatie van het onderzoek voorzien we in december 2019.

Onderzoeksteam

Het onderzoeksteam is als volgt samengesteld:

FunctieNaam
DirecteurJan de Ridder
OnderzoekersErik Oppenhuis (projectleider)
 Rosalie Joosten
 John van Leuken

Bijlage 1 - Algemene werkwijze rekenkamer